ANALYSE

Hoe kon LCD zo'n impact hebben in tijd van mainstream dansmuziek?

Toen LCD Soundsystem zijn afscheid aankondigde, werd dat gezien als een bepalend moment in de popgeschiedenis, vergelijkbaar met het afscheid van Bob Dylan. Maar ook na hun comeback is de band rondom James Murphy succesvol. Pablo Cabenda verklaart het succes aan de hand van vier nummers.

Beeld Amy Harris/Invision/AP

Toen LCD Soundsystem, een van de meest iconische New Yorkse popacts van deze eeuw, in 2011 zijn afscheidsconcert gaf, was dat omgeven door een air van grootsheid en importantie. De band van frontman en drijvende kracht James Murphy gaf een show in het New Yorkse Madison Square Garden en speelde maar liefst drie uur lang zijn punkfunk, een rauwe combinatie van rock en dance. Er waren hevige emotionele ontladingen, er werd een documentaire van het concert gemaakt. De film Shut Up and Play the Hits werd door sommige critici zelfs getypeerd als 'The Last Waltz voor een nieuwe generatie', verwijzend naar de fameuze film over het afscheidsconcert van Bob Dylans begeleidingsband The Band. Daar kwam nog een livebox van vijf albums bij. Dat terwijl LCD, weliswaar op handen gedragen door critici, met drie albums een bescheiden succes kende.

Nu, na vijf jaar, is de band ondanks dat grote afscheid terug, spelen ze op Lowlands en staat er een album gepland voor later dit jaar. Tijd om tegen het licht te houden waarom LCD met zijn rauwe, minimalistische aanpak zo'n impact kon hebben in een tijd waarin alles in mainstream dansmuziek - de geluiden, de lasershows, de arenaconcerten - maximaal en protserig werd. Een analyse aan de hand van vier nummers.

'Daft punk is playing at my house' (uit Daft Punk is Playing at My House)

Of hoe bij LCD rock en dance onder een dak wonen.

In 2004, voordat LCD Soundsystem bestond, had James Murphy de indieband The Rapture overtuigd om hem in te huren als producer voor hun single House of Jealous Lovers. Murphy had net zijn eigen platenlabel Death From Above (DFA) opgericht en wilde als geluidstechnicus die voor het label Sub Pop werkte meer bekendheid krijgen voor zijn DFA.

Toen ze bij Sub Pop het resultaat hoorden, waren ze geshockeerd. Een rechttoe rechtaan rocknummer was getransformeerd in een dwingende discostamper compleet met koebel en handclaps. Nu, twaalf jaar later, klinkt het als proto-LCD: dezelfde ritmische benadering met een minimum aan akkoorden, een beat gereduceerd tot de meest simplistische four to the floor variant, en ook gitaar en vocalen klinken percussief; alles in dienst van een voortdenderende groove.

Leadzanger James Murphy Beeld anp

Typisch Murphy om met minimale middelen rock en dance te koppelen en daarmee maximaal effect te sorteren. Je hoort het op LCD's naar zich zelf vernoemde debuutalbum die Murphy nog in zijn eentje volspeelde. Daft Punk is Playing in My House bijvoorbeeld heeft de rauwe branie van een bandje in de garage en een volvet discoritme. Niet dat Murphy de eerste was die rock en dance in de echt verbond, hij maakt er wel meer van dan de som der delen. Want LCD is én een act gedrenkt in dancecultuur met de spontaniteit en het charisma van een liveband als Nile Rodgers Chic én een band die dansen als lichamelijke intuïtie plaatst tegenover originele, slimme teksten als Talking Heads (luister naar Life During Wartime waarin David Byrne een dansbare opsomming geeft van alle ongemakken die een burger in een oorlogssituatie meemaakt); én een band die confronterende eerlijkheid biedt zoals Velvet Underground (luister naar Waiting For My Man waarin Lou Reed beschrijft hoe hij zijn heroïnedealer opwacht). Yep, allemaal bands uit New York.

Daarmee is Murphy een excellente, muzikale representant van die stad waar in de jaren zeventig en tachtig al grenzen tussen muzikale genres vervaagden en tot spannende hybrides leidde als de avant-garde-afropop van Talking Heads of de new-wavedisco van Blondie. Alleen doet hij het nu voor een geheel nieuwe generatie.

'You wanted a hit? Well this is how we do hits' (uit You Wanted A Hit)

Of hoe LCD ontsnapt aan popconventies door eigen regels op te stellen.

In de begindagen van Talking Heads piekerde frontman David Byrne over een neutrale kledingcode voor de band. Hij besefte dat wat de leden op het podium droegen, zou kunnen worden opgevat als uniform voor een popsubcultuur. Misschien een subcultuur die al bestond of anders een die ze mede met hun kleding in leven zouden roepen. Het zou alleen maar afleiden van de muziek.

Op Lowlands in 2010. Beeld anp

Zo'n 25 jaar later stelde Murphy in samenspraak met zijn bandleden gedragscodes op voor live shows. Een greep: geen egocentrisch, instrumentaal gefreak of solo's; geen volksmennerij om het publiek mee te krijgen en geen 'coole' rock-'n-rollposes. 'Zorg voor authenticiteit', noemde The New York Times die houding. Net als Byrne destijds wist Murphy dat foute rockrandverschijnselen - de geadoreerde frontman, de gitaargod - hinderlijk in de weg kunnen staan voor wat je wilt uitdragen.

Murphy was al 32 toen hij LCD oprichtte en had als muzieknerd een encyclopedische kennis van indiepop. Op die leeftijd draag je nog de muziekverliefdheid van je jongere jaren bij je, maar kun je ook de mythes van popmuziek doorzien. In een interview zei Murphy ooit dat LCD was opgericht als een tegenwicht voor wat fout is aan bandjes en een pleidooi voor hoe het beter moest. Het doel: integriteit in alles.

'I heard everyone you know is more relevant than everyone I know' (uit Losing My Edge)

Of hoe LCD's zelfobsessie een universele snaar raakt

Net als mede New Yorkers Woody Allen en David Byrne heeft Murphy een hyperzelfbewustzijn dat een integraal onderdeel vormt van zijn werk. Zijn omschrijving van zijn band alleen al: 'LCD is a band about a band making music about music.' Het is een echo van een albumtitel van Talking Heads: 'The Name of This Band is Talking Heads'. De helft van zijn songteksten klinkt alsof de man bij zichzelf in therapie is. Schoolvoorbeeld is de debuutsingle Losing My Edge waarin Murphy zijn eigen positie als 'has been' afzet tegen een nieuwe generatie die de muzikale tijdsgeest beter aanvoelt en nu bepaalt wat hip is. Losing My Edge is tegelijk pedant, ironisch (en niet ironisch!) en vreselijk geestig.

Murphy is een man die maar voelt en voelt en analyseert en analyseert. De neurotische New Yorker die continu uit zichzelf treedt voor dwangmatig zelfonderzoek. Paradoxaal genoeg raakt die zelfobsessie een universele snaar. Het tijdschrift The New Yorker legde dat haarfijn uit aan de hand van twee zinnetjes. Uit Losing My Edge: 'But I'm losing my edge to better looking people with better ideas and more talent.' Uit All My Friends: 'You spent the first five years trying to get with the plan and the next five years trying to be with your friends again.' (Grof vertaald: de eerste vijf jaar probeer je het spel mee te spelen en de volgende vijf jaar wil je je vrienden weer opzoeken.)

Ze zijn volgens het tijdschrift illustratief voor twee fundamentele angsten bij jongeren die hun weg zoeken naar volwassenheid: ben ik wel belangrijk? Beteken ik iets voor iemand? Als je diep resonerende waarheden op een dancebeat zet, kan dat tot een catharsis leiden. LCD heeft een song die Dance Yrself Clean heet. In Shut Up and Play the Hits kun je zien wat dat betekent. Tijdens het dansen barsten hier en daar fans spontaan in huilen uit.

Kaytranada

De Canadese dance-producer Kaytranada (23) brak dit jaar door met het album 99.9 %. Hiphopbeats vormen de basis van zijn warmbloedige dansmuziek waarin ook een voorliefde voor zonnige house doorklinkt. Hij bouwt zijn dj-sets zorgvuldig op met op gepaste momenten een paar fraaie vocalen ter afwisseling. Die worden op zijn album verzorgd door onder anderen AlunaGeorge en Anderson .Paak. En die zijn ook aanwezig op Lowlands. GK

Zondag 21/8, 19.45 uur, India.

'New York's the greatest if you can get someone to pay the rent' (uit North American Scum)

Of hoe LCD zijn haat-liefdeverhouding betuigt tot zijn stad

Als Woody Allen de koning is van de hommages aan New York, dan is Murphy zijn kroonprins. Al is de stad bij Murphy meer 'the city you hate to love'. Kan het duidelijker dan een nummer te betitelen als New York I Love You But You're Bringing Me Down? Op Y'r City's a Sucker, op LCD's debuutalbum, heeft Murphy nog die houding van een type New Yorker die een (soms) stilzwijgend oordeel velt over elke andere stad als een beetje mal en zielig.

Hooghartig zingt hij: 'What we want. Sex with movie stars. What you want. A career in...' Hij maakt zijn belediging niet eens af, maar lacht vals 'hahaha'. Het kan heel goed, net als in Losing My Edge, dat Murphy zichzelf als New Yorker op de hak neemt. De toon is uitermate sarcastisch. Later in New York I Love You... heeft hij duidelijker zijn bekomst van de mythes van hip en happening van die archetypische metropool en geeft zijn stad er goed van langs. En toch, aan het eind van het nummer geeft hij, als een minnaar in een disfunctionele relatie, wiens gevoel het wint van de ratio, uiteindelijk toe. 'You're still the one pool where I'd happily drown.'

Hij woont er nog steeds en nu heeft hij dan ook zijn rentree naar popmuziek gemaakt. Toen hij het bijltje er bij neergooide gaf hij als reden dat hij zich na zijn 40ste met andere, wellicht minder vluchtige, zaken wilde bezighouden dan popmuziek. Op de vraag waarom hij LCD weer in het leven riep, heeft hij geen bevredigend antwoord gegeven. Hoeft misschien ook niet. Je kunt, als je gezegend bent met het analytische vermogen van Murphy, popzeepbellen doorprikken en stadsmythes blootleggen. Dat doe je omdat je als kunstenaar oprecht begaan bent met die onderwerpen. Wat Murphy liefhad, kastijdde hij. Maar je kunt je nooit helemaal aan je grote liefde onttrekken.

Fans die verbaasd waren over de terugkeer van LCD of zelfs verontwaardigd omdat ze nu voor niets hadden gerouwd, hadden wellicht beter kunnen weten. Murphy houdt te veel van popmuziek om die definitief de rug toe te keren.

LCD Soundsystem speelt zondag 21/8 om 21.30 uur in de Alpha.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden