Hoe kan het dat Nederlanders van het Kalveren-gala geen écht feest maken?

Een cultuur leer je kennen door haar elite gade te slaan tijdens een gala-avond. Zodoende trok Vlaams journalist Tim F. Van der Mensbrugghe vrijdag naar de uitreiking van de Gouden Kalveren, hét feestmoment van de Nederlandse film. Enfin, feest is veel gezegd.

Beeld Boudewijn Bollmann

Het Jaarbeursplein mag er zijn, maar dan vooral door de muur van trappen naar het Centraal Station van Utrecht. Voorts is het een kale vlakte. Op de imposante trappen zitten Utrechters te baden in de nazomeron, vanuit de hoogte zien ze, vlak voor de ingang van het Beatrixtheater, een witte tent staan. Daarin ligt de rode loper uitgerold waarover straks de sterren naar binnen zullen schrijden.

Er staan al twee dames te wachten in galajurk. Zouden het beroemde actrices zijn of slechts glinsterwichten die via een connectie mee mogen feesten? Ik weet het niet, ik ken nauwelijks Nederlandse actrices. Ja, Willeke van Ammelrooy. En Famke Janssen met de moorddadige dijen. En hoe heet ze, de heks uit Game of Thrones? Carice Van Houten! Daar houdt mijn kennis van de Nederlandse film op, zo abrupt dat ik me beter uit de voeten kan maken.

Vanavond ben ik hier echter niet om de uitreiking van de Gouden Kalveren te verslaan, maar om het feestgedrag van Bekende Nederlanders te bestuderen en daaruit allerlei conclusies te trekken over de Nederlandse volksaard. Wat mij vooral interesseert: gieten Nederlandse sterren de alcohol even kwistig naar binnen als hun Vlaamse evenknieën? Bekende Vlamingen zijn zo gulzig dat een alcoholicus in hun midden niet uit de toon valt als hij zich een beetje opkleedt. Van gewone Nederlanders weet ik dat ze terughoudendheid appreciëren, het benieuwt mij of dat ook geldt in glamourland.

Beeld Boudewijn Bollmann

Belangenconflicten

Het is halfvijf, ik begin honger te krijgen. In de verwachting dat we straks vol hors-d'oeuvres gepropt zullen worden, heb ik niet gegeten. Ik ga alvast de rode loper inspecteren en schrik een beetje: de Volkskrant sponsort dit event. Oeps. In Vlaanderen heb ik nare ervaringen met dit soort belangenconflicten, moet ik nu speciaal op mijn woorden gaan letten? Ach neen, van Nederlanders verwacht ik dat ze tegen een stootje kunnen. Tussen de Nederlandse paparazzi voel ik me zelfs een bedeesde jongen. Wanneer de pr-dame verschijnt, wordt ze zonder aarzelen verscheurd, in stukken uiteen gereten, zo ongeduldig staan de fotografen te wachten op hun perspasje.

Zodra de parade op de rode loper begint, doen de boulevardfotografen vreselijk hard hun best om het belang ervan op te pompen. Ze roepen en brullen alsof de Nederlandse filmsterren zo onbereikbaar zijn dat je al heel veel geluk moet hebben om ze in levenden lijve te spotten. Vlaamse societyfotografen zijn veel braver, simpelweg omdat ze beseffen dat het geen prestatie is om wereldberoemd te zijn in een land van een zakdoek groot.

Het Nederlandse zelfvertrouwen grenst al eens aan zelfoverschatting en ook nu is dat het geval. Uiteráárd zijn dit grote sterren en moet je je schor schreeuwen om hun aandacht te trekken. 'Kim! Kim! Kim!', roepen de fotografen om ter luidst naar een zekere Kim die haar roem te danken heeft aan haar ideale maten. 'Kim, kijk om je schouder! Kim, kijk achter je!' Ik sta te kijken op een vleeskeuring, met alle onbehouwenheid die daarbij hoort.

Beeld Boudewijn Bollmann

Geen borrelnootje te bekennen

Terwijl ik een hoekje met mijn ogen sta te rollen, roept een jongedame met rosse krullen plots naar me: 'Hallo? Hallo-ooo!' Ik schrik op, moet ik haar herkennen? Dan begint het met te dagen dat ze helemaal geen goeiedag wil zeggen. Kennelijk stoort ze er zich aan dat ik m'n smartphone bovenhaalde terwijl zij passeerde. Ik krijg niet de kans om uit te leggen dat ik mijn iPhone gebruik als digitaal notitieboekje en niet als camera, want de vrouw is er met haar neus in de lucht alweer vandoor geschoten.

Mijn honger komt almaar nadrukkelijker opzetten en met mijn perspasje verschaf ik me toegang tot de foyer van het Beatrixtheater. Daar merk ik tot mijn ontgoocheling dat er geen buffet staat opgesteld met appetizers. Nergens is er zelfs maar een kommetje borrelnootjes te vinden. Zucht, de Nederlands ascese slaat ook hier toe.

Met mijn leren jekker en afgesleten cowboybotten val ik een beetje uit de toon, maar dat is prima zo, ik voel me perfect in mijn element. Dat kun je niet zeggen van de jongemannen die ongemakkelijk rondzwemmen in hun smoking. Ze spannen zich in om er glamoureus uit te zien, maar dan halen ze een pakje roltabak boven en stort de illusie in. Je mag je sigaret nog zo episch staan rollen als je wilt, door de mand val je toch. Enkele haantjes proberen een statement te maken door onder hun chique pak sportschoenen te dragen, maar dergelijke pogingen tot postmodernisme zijn al sinds de eeuwwisseling achterhaald.

Wat me opvalt, is dat de gasten niet verwelkomd worden met champagne of cava. Slechts hier en daar zie ik iemand rondlopen met een pilsje of een glaasje wijn. Drank krijg je pas als je bonnetjes of harde euro's overhandigt. Ik sta paf. Zoiets is in Vlaanderen on-denk-baar. Wanneer je naar een receptie, een feest of een politieke meeting wilt gaan, geraak je de zaal niet binnen als je niet éérst een glas schuimwijn aanneemt. Enkel zwangere vrouwen en minderjarigen kunnen zich daaraan onttrekken en mogen een glas sinaasappelsap verzoeken. Zonder een glaasje drank voelen Vlamingen zich onwennig, maar Nederlanders lijken daar geen last van te hebben.

Beeld Boudewijn Bollmann
Beeld Boudewijn Bollmann

Parasiet

In Vlaanderen word je scheef bekeken als je alcohol weigert. De Vlaming veronderstelt: mensen die niet drinken, hebben een probleem. Ofwel vermijden ze drank omdat ze er anders te zeer aan verslingerd geraken. Ofwel onthouden ze zich uit principe en dan is het probleem nog groter. Zo iemand moet je wantrouwen, die geeft zichzelf niet bloot, maar luistert wel aandachtig naar de ontboezemingen van zijn beschonken gezelschap. Zo iemand is een parasiet.

Mijn vermoeden is dat een Nederlander net verdacht is als hij meteen naar de tapkraan holt, bier bestelt en bier blijft bestellen.

'Mensen willen hier vooral netwerken', zegt fotograaf Boudewijn. Hij drinkt plat water - of spa blauw, zoals jullie Nederlanders foutievelijk zeggen.

Ik neem een slok van m'n pilsje. 'Hoe kun je nu netwerken zonder drank?', counter ik.

'Misschien wordt er pas na de show gedronken? Want als je ervóór drinkt, val je geheid in slaap. Wij kunnen er niet zo goed tegen.'

'Onze celebrity's drinken juist op voorhand, om de show dóór te komen', weet ik.

In de volgestroomde foyer heeft minder dan 50 procent van de aanwezigen een alcoholisch drankje vast. Een Vlaming denkt dan meteen: 'Oei, is er iets met de wijn? Is de tapinstallatie stuk? Help! Paniek!' Voor Nederlanders moet drank slechts een bijkomstigheid zijn, want alle aanwezigen staan gezellig te keuvelen. 'Iedereen is aardig en goedgezind', stelt Boudewijn vast. De vlotheid waarmee de Nederlanders met elkaar aanpappen, zie je in Vlaanderen enkel als er voldoende alcohol gepasseerd is. Of wanneer er significante hoeveelheden mdma of xtc circuleren in de zaal.

Afgelopen zomer stond er in de Vlaamse krant De Standaard een interview met Abke Haring, de Utrechtse actrice die in Antwerpen woont, en daaraan moet ik nu terugdenken. 'Ik vind het heel moeilijk om vrienden te maken met Belgen. Het lijkt wel of er een code is die ik niet ken. Je moet telkens weer zo... voorzichtig doen', zei Haring. 'Het blijft me verbazen hoe braaf en gesloten Vlamingen zijn. Hoe maken Belgen vrienden? Misschien is het omdat ik geen alcohol drink, en dus 's nachts niet mee op stap ga.'

Het is het persoonlijke verhaal van één Nederlandse actrice, maar zie daar de kloof tussen Vlaanderen en Nederland. Abke Haring heeft de vinger precies op de wonde gelegd.

Beeld Boudewijn Bollmann

Drankbonnetjes. Scoren

De foyer stroomt weer leeg, de VIP's nemen hun plaats in in de theaterzaal. De pers wordt bijeen gedreven in The Queen's Club, de chicste persruimte waar ik ooit al gezeten heb. Nog beter: ik krijg er drankbonnetjes. Scoren.

Op een flatscreen volgen we de uitreikingsceremonie, de meeste winnaars drukken zeer helder hun dank en blijdschap uit. Een enkeling gaat uit vreugde op z'n handen staan, Nederlands enthousiasme dat ik wel kan smaken. Maar alweer slaat het enthousiasme bij sommigen zo ver door dat mijn klompen ervan breken. De een of andere ouderdomsdeken heeft het over het internationale succes van de Nederlandse acteurs en actrices, en hij geeft daar zonder blozen de volgende verklaring voor: 'Onze talenkennis.'

Nederlanders en talenkennis? Ha! Wanneer ik op reis ben in Frankrijk, hoor ik Nederlanders nóóit Frans spreken. Telkens gebruiken ze een soort Nederlands waarin Engelse woorden wemelen, maar dat zeer Hollands blijft klinken. Ik vind zelfs dat het Nederlands van de meeste Nederlanders te Hollands klinkt om het als Algemeen Nederlands te laten doorgaan. Het is alweer dat misplaatste zelfvertrouwen dat Nederlanders doet geloven dat hun dialect de standaardtaal is. (In Vlaanderen geloven Antwerpenaars dat ook, maar dat is omdat ze niet buiten hun eigen stad komen.)

Nu ik toch bezig ben met vaststellen dat aarden in Nederland moeilijk wordt, meteen ook dit: de Gouden Kalveren zijn bedrog. Wanneer praktisch iedere film in elke categorie genomineerd is, kan er bijna niet verloren worden. Dan stel je je vragen over de zin van deze uitreiking. De Gouden Kalveren: altijd prijs!

Doordat er slechts een handjevol Nederlandse films lijkt te zijn gemaakt, zijn sommige films meermaals genomineerd in één categorie. Zo geeft het deelnemersveld een gevulde indruk, maar als je er even over doordenkt, moet je vaststellen dat de Nederlandse film met een probleem zit. Dit is touwtjetrek op een aardkluit. Gesubsidieerde schraalheid. Ach, en er was wat heibel toen twee producenten hun respectievelijke publieksfilms wilden terugtrekken, maar volgend jaar komt er vast een categorie voor 'Beste producent' en zijn ook zij weer tevreden.

Beeld Boudewijn Bollmann
Beeld Boudewijn Bollmann

Barbaars gedrag

In het kader van de voorgaande paragrafen is het wel geestig dat precies Gluckauf het ultieme Kalf wint. Tijdens de uitreiking heb ik al een paar fragmenten zien passeren en telkens vroeg ik me af: welke taal spreken die mensen, ik versta er geen bal van en Nederlanders blijkbaar ook niet, want de film is ondertiteld. De beste Nederlandse film gaat blijkbaar over Limburg, die verre, exotische provincie waarvan zowel Nederland als België een exemplaar hebben.

De uitreiking wordt afgesloten, alle winnaars mogen samen op het podium. Ook de vrouw met de rosse krullen staat te blinken met een Gouden Kalf. Google leert me dat ze Mieneke Kramer heet en dat ze verantwoordelijk is voor de montage van Prins. Proficiat, Mieneke.
Hostessen delen op het podium champagne uit. In Vlaanderen zouden dat glaasjes champagne zijn, hier zijn het miniflessen. Wat doen de filmsterren, de vaandeldragers van de Nederlandse cultuur, dan? De flesjes ontkurken en de champagne zo opdrinken. In Vlaanderen hebben wij een woord voor zulk gedrag: barbaars. Je drinkt geen champagne uit de fles. Doe je niet. Punt.

Mijn ergernis wil ik in de foyer verdrinken met een Duvel, maar hoewel het flesje prominent in het rek achter de toog prijkt, kan ik enkel kiezen uit Bavaria en niets anders. Oké dan maar. Nu het officiële gedeelte afgerond is, bestellen ook de Nederlanders met iets meer gretigheid pils. Het taboe is opgeheven.

Lang rek ik het niet meer, tegen half twaalf vertrek ik naar huis. Het is een mooi feest met mooie mensen, maar de drank is me niet gratis genoeg. Wanneer ik buitenstap, zegt de portier beleefd en verstaanbaar: 'Tot ziens, wel thuis.' Dat charmeert mij. Hier in Nederland kennen ze geen etiquette, maar de Nederlanders zijn wel vreselijk vriendelijke mensen. Hoe komt het dan dat ze van een gala-avond geen écht feest kunnen maken? Is het de calvinistische gestrengheid? Is het de voor-wat-hoort-wat-mentaliteit, de dwang om altijd en overal zaken te doen? Feit is: door aan iedere toog een kassa te plaatsen werp je een barrière op die verhindert dat de aanwezige ingrediënten samenvloeien en uitmonden in extase. Het blijft bij polderen. Knus, maar nooit uitbundig.

Terwijl ik over de Nederlandse autosnelwegen zoef, overvalt een openbaring me: misschien ligt het aan mij, aan ons. Zitten wij Vlamingen zo vast in onze argwaan en achterdocht dat we alcohol nódig hebben om sociaal te zijn? Nederlanders ervaren drank als een bijkomstigheid, voor ons is het een conditio sine qua non. Vlamingen moeten drinken om sociaal te zijn, daarzonder lukt het niet, vallen de remmingen niet weg. Nederlanders die te snel te direct zijn tegen een nuchtere Vlaming botsen op een muur. De oesterschelp sluit zich en toenadering wordt beantwoord met stugheid. Je kunt de Vlaming slechts ontdooien door zijn ziel te weken te leggen in pils en wijn. Maar als een Nederlander zich in hetzelfde tempo laat marineren, is hij ver heen tegen dat zijn Vlaamse compagnon eindelijk zijn hart openstelt.

Zullen we elkaar ooit nog begrijpen? Ik vraag het mij oprecht af terwijl ik knikkebollend door de Nederlandse nacht scheur.

Beeld Boudewijn Bollmann
Beeld Boudewijn Bollmann
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden