nieuws Centraal Bureau voor de Statistiek

Hoe kan het dat het aantal arme huishoudens niet afneemt in een tijd van economisch herstel?

Nederland wordt rijker, maar het aantal armen neemt niet af. De statistieken bewijzen het. Een verklaring daarvoor is de toestroom van asielzoekers. Die belanden in de bijstand en komen daar niet snel meer uit, zegt het CBS.

Vrijwilligers van de Voedselbank Groningen. Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Hoewel het economisch beter gaat, neemt het percentage arme huishoudens in Nederland niet af. 7,8 procent van de huishoudens in Nederland had vorig jaar een inkomen onder de armoedegrens, evenveel als de afgelopen drie jaar. Het aandeel huishoudens met risico op langdurige armoede is net als het jaar daarvoor 3,3 procent. Dat zijn 232 duizend huishoudens.

Dit staat in de jaarlijkse monitor over armoede en sociale uitsluiting van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) die maandag is gepresenteerd. Een alleenstaande is volgens deze definitie arm als hij minder dan 1060 euro per maand heeft, voor een paar is dat bedrag 1460 euro en voor een paar met twee minderjarige kinderen ligt het minimum op 2000 euro.

Hoe het kan dat, ondanks het economisch herstel, het risico op armoede de afgelopen drie jaar niet is gedaald? Volgens het CBS komt dit deels door de eerdere toestroom van vluchtelingen. Als zij een verblijfsvergunning krijgen, belanden zij veelal in de bijstand. En huishoudens die leven van een uitkering lopen het grootste risico op armoede.

In de tweede helft van 2015 bereikte die vluchtelingenstroom een piek. Als vluchtelingen langer in Nederland zijn, daalt ook het percentage dat afhankelijk is van een uitkering, blijkt uit CBS-cijfers. Anderhalf jaar na het verkrijgen van een verblijfsvergunning, leeft negen op de tien vluchtelingen van een uitkering. Na een paar jaar daalt dit percentage tot twee op de drie.

In deze periode van welhaast algehele personeelskrapte is het toch opvallend dat de werkloosheid onder deze groep niet sneller afneemt. Van de vluchtelingen die in 2014 naar Nederland kwamen heeft een kwart betaald werk. ‘Juist in een periode van economisch herstel hoop je dat vluchtelingen daar ook op mee kunnen liften’, zegt een woordvoerder van Vluchtelingenwerk Nederland. ‘Maar ze moeten de taal leren. Vaak sluit hun werkervaring in het land van herkomst niet aan op wat wordt gevraagd in Nederland.’

De belangrijke adviesorgaan SER adviseerde het Kabinet eerder dit jaar om zich meer in te spannen deze groep aan het werk te krijgen. Vluchtelingenwerk Nederland sluit zich daarbij aan. ‘Het zou goed zijn als vluchtelingen bijvoorbeeld vanaf de eerste dag in het asielzoekerscentrum taalles kunnen krijgen.’

Volgens de CBS-cijfers bleef ook het aantal kinderen dat opgroeit in armoede stabiel, op 264 duizend minderjarigen in een gezin met een inkomen onder de armoedegrens. Dit aantal steeg in de crisisjaren, en daalde vervolgens licht van 2014 tot 2017.

Bij kinderen die opgroeien in een eenoudergezin is het risico op armoede vijf keer zo groot. In Rotterdam wonen twee keer zo veel kinderen die opgroeien in armoede dan gemiddeld in Nederland, vaak in een gezin dat rondkomt van een bijstandsuitkering.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden