Vier Vragen over Voorbereiding aanslag

Hoe kan de politie bewijzen dat de zeven arrestanten een aanslag wilden plegen?

Een misdrijf dat nog niet is gepleegd, is lastig te bewijzen. Toch kent het strafrecht die mogelijkheid.

De politie doet donderdagavond onderzoek in een woning aan de Paulus Buysstraat in Vlaardingen. Beeld Robin Utrecht/ANP

De zeven mannen zijn opgepakt op verdenking van het voorbereiden van een terroristische aanslag. Wat houdt dat precies in?

Het voorbereiden van een misdrijf is sinds 1994 strafbaar. Voor die tijd was het in Nederland alleen mogelijk een misdrijf te veroordelen als het had plaatsgevonden of wanneer er een serieuze poging was ondernomen. Dat stelde de opsporingsdiensten nogal eens voor een dilemma. Wanneer zij criminele plannen wilden bestraffen, moesten zij immers wachten totdat de verdachten tot actie overgingen. Zeker bij delicten van leven of dood is lang wachten uit veiligheidsoogpunt natuurlijk zelden verantwoord.

Om te voorkomen dat na een verijdeld zwaar misdrijf de verhinderde daders vrijuit zouden gaan, is het Wetboek van Strafrecht in 1994 uitgebreid met artikel 46, Voorbereidingshandelingen. Daarin wordt het voorbereiden van een misdrijf strafbaar gesteld, met een maximumstraf van 8 jaren. Het artikel komt natuurlijk goed van pas bij verijdelde aanslagen.

Wat is er nodig om voorbereidende activiteiten te bewijzen?

Om tot een veroordeling te komen, moet justitie de rechters er in de eerste plaats van overtuigen dat er een concreet plan bestond. De politie is daar in dit geval stellig over. ‘Het plan was vermoedelijk om met bomvesten en Kalasjnikov AK47’s een aanslag te plegen op een evenement en op een andere plaats een autobom tot ontploffing te brengen.’ Welk evenement was vrijdag overigens nog steeds onduidelijk.

De politie moet daarnaast bewijzen dat de verdachten concrete acties hebben ondernomen om dat plan ten uitvoer te gaan brengen. Ook daarover is de politie uitgesproken. Zo hadden de mannen in Weert wapens bij zich en waren zij volgens de politie op zoek naar ‘een Kalasjnikov, handgranaten, bomvesten en grondstoffen voor een of meer (auto)bommen. Zij zochten ook mogelijkheden voor een training met vuurwapens en het gebruik van bomvesten’.

Om tot een veroordeling wegens terrorisme te komen moet de politie daarbij dus ook nog aantonen dat de mannen tot doel hadden om de samenleving angst aan te jagen. Of dat zij de overheid probeerden te dwingen om ‘iets te doen, dulden of na te laten’. Van angst aanjagen is bijvoorbeeld sprake wanneer het geweld gericht is tegen willekeurige slachtoffers.

Is justitie eerder succesvol geweest bij het vervolgen van het voorbereiden van een aanslag?

Ja. Zo werd de Rotterdammer Jaoud A. vorig jaar veroordeeld. Hij was in het bezit van een kalasjnikov, munitie en 288 Cobra’s (zwaar vuurwerk). Ook hing er bij hem thuis een IS-vlag en was hij volgens de rechter bezig een plan te ontwikkelen voor een aanslag. Opvallend, en mogelijk ook relevant voor de huidige zaak, is dat hij nog niet een concreet doel had gekozen.

Maar justitie heeft ook weleens bot gevangen. De 27-jarige Mohammed B. werd in 2015 bijvoorbeeld vrijgesproken van het voorbereiden van een terroristische misdrijven. B. zocht online weliswaar informatie over het plegen van een aanslag en schepte in chatgesprekken op dat hij zich in Syrië wilde aansluiten bij IS. Maar er was volgens de rechter onvoldoende bewijs dat B. het ook daadwerkelijk van plan was.

Welke straf staat er op het voorbereiden van een terroristische aanslag?

Het voorbereiden van een misdrijf wordt maximaal half zo zwaar gestraft als het uitvoeren van het misdrijf. Voor het voorbereiden van een meervoudige moord zou in theorie 15 jaar cel kunnen staan. Als ook sprake is van een terroristisch oogmerk zou die straf ook nog een met eenderde verhoogd kunnen worden. Zulke hoge straffen zijn overigens nog niet opgelegd. De eis in de zaak tegen Jaoud A., was bijvoorbeeld 8 jaar. De rechter vonniste uiteindelijk tot 4 jaar.

Wie zijn de verdachten, en hoe kwamen ze zo ver?

Van vijf van de de zeven terrorismeverdachten die donderdag zijn opgepakt vanwege het beramen van een aanslag in Nederland is de identiteit bekend. Dit zijn ze.

De jihadistische beweging in Nederland moet fundamenteler worden aangepakt. Zolang dat niet gebeurt blijft de infrastructuur intact. Dat zegt Jason Walters in een interview. Walters is voormalig extremist (Hofstadgroep) en radicaliseringsdeskundige.

N. blijkt niet de eerste gefrustreerde jihadganger die een aanslag beraamde. Het is een bekend fenomeen in westerse landen.

N. was nog in zijn proeftijd. Hoe heeft hij zover kunnen komen met zijn plannen?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.