Hoe kan de krant het Ramesar-effect bestrijden?

Perdiep Ramesar in een EO-programma.

De ombudsvrouw behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de inhoud van redactionele pagina's en journalistieke aanpak.

Niet voor niets ondervragen rechercheurs in zware strafzaken verdachten of getuigen met zijn tweeën. In het beste geval vult een duo elkaar aan, houdt het elkaar scherp. De een vraagt, de ander observeert. De een paait, de ander confronteert, good cop, bad cop. Samen kun je de betrouwbaarheid van de ondervraagde beter inschatten dan alleen. Een sterk duo vermindert de kans op een tunnelvisie én het manipuleren van de waarheid.

Het beruchte verhaal over de 'shariadriehoek' van Trouw-journalist Perdiep Ramesar was er niet geweest als hij in een duo had geopereerd. Ramesar had niqabdraagster Meryam, straatjongen Hafiz en andere bewoners van de Schilderswijk hoogstwaarschijnlijk niet aan een collega kunnen introduceren omdat ze hoogstwaarschijnlijk niet bestaan.

Vlak voor Kerst kwam de 'Onderzoekscommissie Brongebruik Trouw' met een rapport waarvan alle media iets kunnen opsteken. Ramesar heeft minstens vijfenhalf jaar lang een onverklaarbaar groot aantal niet-traceerbare bronnen gebruikt. Volgens de commissie is het zelfs mogelijk dat 'deels verzonnen of geheel verzonnen artikelen in Trouw zijn verschenen'.

Een oplichter die moet samenwerken heeft het een stuk lastiger. Andere redenen - het inschatten van de betrouwbaarheid, het voorkomen van een tunnelvisie - zijn op zich al zwaarwegend genoeg om twee verslaggevers op complexe projecten te zetten. Zeker wanneer het onderzoek naar een gesloten, heimelijke wereld betreft die een open zenuw in de samenleving raakt. En wanneer bij voorbaat vaststaat dat anonieme bronnen onvermijdelijk zijn. Begrijpelijk dat een teruggekeerde Syriëganger uit angst voor vervolging alleen onherkenbaar in de krant wil. Mogelijk wil zijn familie anoniem blijven omdat ze niet voor eeuwig online te boek wil staan als jihadgezin. Hetzelfde geldt voor informanten bij politie en inlichtingenorganisaties; alleen op achtergrondbasis willen zij over politiek gevoelige onderwerpen praten.

Het gebruik van anonieme bronnen an sich is niet verkeerd - ze zijn grondstof voor verhalen die anders niet gemaakt kunnen worden. Het gaat om de kwaliteit van de bron: is zijn identiteit gecheckt, is zijn verhaal verifieerbaar, wordt dat gestaafd door ander materiaal, welk belang heeft de bron bij het doen van zijn verhaal, is er ook naar contra-indicaties gezocht? En het gaat om het controlemechanisme: hebben leidinggevenden dit getoetst?

Bij Trouw was die check nagenoeg afwezig. Leidinggevenden waren blij met Ramesar, die alle lastige onderwerpen oppakte. Zorgen van collega's over Ramesars bronnen pakte de hoofdredactie niet goed op. Sterker, de hoofdredacteur maakte zich even-eens schuldig aan een journalistieke doodzonde. Nadat er kritiek was geuit op het verhaal over de shariadriehoek schreef hij zijn lezers: 'De vele bronnen die voor dit verhaal zijn gebruikt, zijn allemaal bij de redactie bekend.' Dat blijkt niet te kloppen.

De meeste redacties hebben regels voor anonieme bronnen, maar het valt op hoe gemakzuchtig ze soms worden gebruikt - ook in de Volkskrant. Journalisten worden getraind in schrijfstijl, presentatie en het 'pitchen' van verhalen bij de chef. Diezelfde aandacht moet er zijn voor de journalistieke beginselen. Acht jaar geleden ontwikkelde de Volkskrant een protocol voor primeurs met heldere regels over anonieme bronnen en een checklist voor chefs. Hoewel leidinggevenden meestal kritische vragen stellen bij gewichtige verhalen, ligt het protocol digitaal te verstoffen.

Niet dat er maar op los wordt gefantaseerd op redacties waar journalistieke principes niet dagelijks worden besproken. Dat elke krant wel 'een Perdiepje' in dienst heeft, zoals op Twitter wordt gesteld, betwijfel ik ten zeerste. Ramesar wilde niet meewerken aan het onderzoek, we weten dus niet wat hem heeft bewogen. Mogelijk werd hij gedreven door scoringsdrang en hebben leidinggevenden die aangewakkerd. Jayson Blair - zijn bedrog bij The New York Times kwam in 2003 aan het licht - noemde de hypercompetitieve nieuwsredactie als een van de redenen de boel te bedriegen. Blair loog echter al in stukken voordat hij bij The New York Times begon. Ook bij Ramesar zijn er sterke aanwijzingen dat hij bij zijn vorige werkgever al bronnen verzon (uit voorzorg verwijdert het AD al zijn stukken uit het archief).

Niet alleen de redactiecultuur speelt een rol, maar vooral ook de persoonlijkheidsstructuur van de oplichter. De redactiecultuur zorgt er wel voor dat fantasten hun kunstje telkens opnieuw kunnen flikken - met alle maatschappelijke gevolgen van dien.

De consequenties van journalistiek onderzoek zijn misschien niet zo ingrijpend als dat van recherchewerk (een strafblad en gevangenisstraf), maar het doel moet hetzelfde zijn: waarheidsvinding. Iedereen die zich journalist noemt, zou zich bewust moeten zijn van die dure plicht. Hoofdredacties dienen dat proces zo goed mogelijk te begeleiden en controleren. Het organiseren van tegenspraak is daarbij onontbeerlijk. Redacteuren moeten zich vrij voelen kritiek te uiten. Dat is een les die alle redacties uit de affaire Ramesar kunnen trekken.

Trouw lijkt een nieuwe start te willen maken. De hoofdredactie heeft het rapport openbaar gemaakt en wil in gesprek met de inwoners van de Schilderswijk. 'En mogelijk mondt het gesprek uit in een journalistiek project dat recht doet aan de wijk en zijn bewoners', aldus de adjunct-hoofdredacteur van Trouw. Hopelijk schiet de krant nu niet door naar de andere kant uit angst opnieuw van leugens te worden beticht.

Andere kranten ondervinden ook gevolgen van Ramesars bedrog. Een 'Perdiepje begaan' is op sociale media een gevleugelde opmerking geworden. De beste manier om het Ramesar-effect tegen te gaan is de lezer deelgenoot te maken van het journalistieke speurwerk. Leg bij elke anonieme bron verantwoording af: waarom verdient hij bescherming, welk steunbewijs is er? Daarnaast wekt de vermelding van twee namen bij een stuk wellicht vertrouwen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden