Hoe Jacob de Wit het oog voor de gek kon houden

Je wéét dat het niet echt is, maar geschilderd marmer. Het staat immers aangekondigd: Een Bedrieger in het Paleis wordt schilder Jacob de Wit in de tentoonstellingstitel genoemd....

Ter vergelijking zakt het oog naar een fries, een brede band met kleine gebeeldhouwde figuren, onder de medaillons. Verdomd. Ook geschilderd. Als jonge onderzoekers lopen de bezoekers heen en weer, op zoek naar échte diepte. Die is slechts op twee van de zes friezen te vinden. Want die zijn wél van steen.

Hoe het oog voor de gek gehouden kan worden: de achttiende-eeuwse kunstenaar wist er alles van. Lang voordat de psychologie over een 'geconditioneerde blik' in zwang raakte (je ziet wat je verwacht te zien), maakten kunstenaars er een sport van om de blik van de toeschouwer te misleiden.

In de achttiende eeuw was het illusionisme zover doorgevoerd, dat het de standaard werd waarnaar men de kwaliteit van kunstenaars mat. En Jacob de Wit (1695-1754) was de grootste illusionist van Amsterdam. Zijn bedrog oefende hij uit in de vele plafondstukken die hij in Amsterdamse grachtenpanden schilderde: op zijn reis in Italië had hij afgekeken hoe het plafond met verf kon worden 'opengebroken'. De geschilderde figuren lijken te hangen in de hemel.

Zo groot werd zijn roem dat de geschilderde marmerstukjes 'witjes' werden genoemd, naar de kleur, maar ook naar de kunstenaar.

Naast het geschilderde marmer in het Paleis kreeg hij rond 1635 de opdracht voor een enorm schilderij in de Vroedschapzaal. Dat vormt nu het middelpunt van de tentoonstelling. Het werk past nauwelijks in een Hollandse schildertraditie. Niet qua stijl – een mengsel van Italiaanse prots en Vlaamse sier. Niet qua grootte – een onbescheiden vijf bij dertien meter. Noch qua onderwerp – Mozes die zeventig ouderlingen ontvangt.

De zesendertig leden van de Amsterdamse Vroedschap, de hoogste adviesraad van de vier burgemeesters, zullen zich gestreeld hebben gevoeld door het thema. Een fascinerend verhaal uit het bijbelboek Numeri: het joodse volk is beland in de Sinaï-woestijn en heeft het gehad. Ook Mozes ziet het niet meer zitten. Hij stelt voor dat God, als het zo moet, maar zo goedgezind moet zijn om hem te doden. Maar God draagt Mozes op zeventig leiders uit het volk te kiezen die voortaan samen met hem de verantwoordelijkheid voor de tocht zullen dragen. Het begin van het gedeelde leiderschap.

Met tekeningen uit musea over de hele wereld wordt in de tentoonstelling het lange denk- en oefenproces tot het schilderij onthuld. Ouderling voor ouderling, hand voor hand, benaderde De Wit met kleine schetsen het resultaat van zijn idee. Ieder van de kriebelige figuren is te vergelijken met de uitgewerkte variant op het grote schilderij, die daarop vaak teleurstellend versimpeld is.

Want juist de tekeningen nemen je mee in het hoofd van De Wit. Door de vele houtskoollijnen op het blauwe en bruine papier lijkt het alsof je hem ziet twijfelen over de vorm. Dat maakt de stof, de gezichten en de handen levendiger dan de gelikte eindversies aan de muur in verf. Op de tekeningen wordt er iets aan de kijker overgelaten, mag hij meedenken. Net als bij het gezichtsbedrog van de 'witjes'.

Dat De Wit dit spel aan wilde gaan met de toeschouwer blijkt uit een heel persoonlijke grap in het schilderij. Twee keer verstopte de schilder zichzelf in de voorstelling; niet als bijbelfiguur, maar gewoon als schilder tussen de ouderlingen. De tentoonstellingsmakers hadden dat tijdens de voorbereiding van de expositie ontdekt.

De truc was misschien niet nieuw in de tijd van Jacob de Wit. Wel was het, net als de witjes, een uitgelezen manier om het publiek beet te nemen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden