Hoe is het 'millenniumdorp' Sauri vergaan?

Tijdens de VN-top in New York hebben bijna 200 landen vrijdag hun handtekening gezet onder 17 nieuwe ontwikkelingsdoelen. Waarom is dat nodig? En hoe is het de eerste acht vergaan?

Een vrouw bezoekt met haar baby de kliniek van Lihanda. In het dorp is veel geld geïnvesteerd om hiv-besmetting van moeder op kind te voorkomen. Beeld Sven Torfinn
Een vrouw bezoekt met haar baby de kliniek van Lihanda. In het dorp is veel geld geïnvesteerd om hiv-besmetting van moeder op kind te voorkomen.Beeld Sven Torfinn

Ze klinkt vol overtuiging. 'Met ons programma', zegt Pauline Amani, een gezondheidswerker in het Keniaanse dorpje Lihanda, 'zijn we erin geslaagd het aantal hiv-besmettingen van moeder op kind terug te brengen tot ongeveer 1 procent.'

Indrukwekkend. Maar klopt het ook? Het enige mogelijke antwoord: we weten het nog niet.

Het kliniekje in Lihanda, in het westen van Kenia, ziet er puik genoeg uit. Het is gebouwd en wordt onderhouden met geld dat ter beschikking is gesteld voor de acht zogeheten millenniumdoelen (MDG's) die de Verenigde Naties in 2000 hebben opgesteld. Het uitbannen van hiv/aids is er één van.

De laatste vijftien jaar is over de hele wereld aan de MDG's gewerkt. Zoals in Sauri, een geheel van elf dorpen in de provincie Nyanza. Zo'n tien jaar lang gold Sauri als een belangrijk 'millenniumdorp'. Flinke bedragen zijn hier besteed, maar over het succes van het MDG-werk is niet iedereen het eens.

'Ja, we hebben heel wat kritiek over ons heen gekregen', zegt Jessica Masira. Zij coördineert het MDG-werk in Sauri. Het millenniumdorp, zo menen sommigen, kan ondanks het vele geld dat de laatste jaren is geïnvesteerd, niet bewijzen dat hier meer resultaat is geboekt dan in dorpen zónder een forse injectie van ontwikkelingsgeld.

Een man die nauw bij de hiv-projecten in Sauri betrokken is maar anoniem wil blijven omdat hij niet citeerbaar met de pers mag praten, stelt het als volgt: 'Laat ik eerlijk zijn. Het ontbreken van betrouwbare cijfers is mijn grootste kopzorg. De regeringen zijn het ergst. Neem Ethiopië. De regering daar juicht dat het terugdringen van kindersterfte een succes is gebleken. Maar ze laten ons er niet eens in om dat te controleren.'

Het idee & de resultaten: minder honger en ellende

Om problemen als armoede, honger en ziekten wereldwijd uit te bannen, ondertekenden wereldleiders uit 189landen in 2000 de United Nations Millennium Declaration. Ze beloofden zich te zullen inzetten voor het verwezenlijken van de acht millenniumdoelen. Het jaar 1990 geldt als ijkjaar: de voortgang wordt gemeten ten opzichte van toen.

Hiv

In Sauri is onder meer werk gedaan voor met hiv besmette moeders. Zij lopen grote kans het virus door te geven aan hun kinderen. De VN streven ernaar niet meer dan 5 procent van de nieuwgeboren kinderen besmet te laten raken. Met het programma daarvoor zijn in Sauri successen geboekt.

'Een besmette moeder kan hiv op meerdere manieren doorgeven', vertelt arts Donald Apat. 'Tijdens de zwangerschap, als besmet bloed in de placenta komt. Tijdens de bevalling. En tijdens de periode van borstvoeding. Als een besmette moeder haar kind in die periode ook ander voedsel geeft, bestaat de kans dat wondjes ontstaan in de slokdarm. Daar kan het virus doorheen dringen.' Pas als het kind 18 maanden oud is en enkel over 'eigen bloed' beschikt, kan getest worden of het definitief hiv-vrij is.

Florence Odhiambo, een hiv-positieve moeder, is lid van een zogeheten hiv-steungroep. Zij neemt ons mee van het kliniekje in Lihanda naar de woning van Anne Atieno Okumo en haar 2,5 jaar oude dochter Marion. Het is een wandeling van zo'n half uur, over smalle zandpaden in het glooiende, vruchtbaar groene landschap van West-Kenia.

null Beeld de Volkskrant
Beeld de Volkskrant

'Angstig'

Anne (34) had al drie kinderen toen ze in juni 2012 opnieuw zwanger raakte. Ze liet zich testen op hiv en bleek besmet te zijn, door haar echtgenoot. Dankzij een streng (en levenslang vol te houden) regime van aidsremmende medicijnen is Anne een naar omstandigheden zeer gezonde vrouw. Dat ze het virus kon doorgeven aan het kind dat in haar buik zat, wist ze niet.

Florence Odhiambo nam Anne onder haar hoede. 'Anne was angstig', vertelt ze. 'Ik heb haar tijdens de zwangerschap voortdurend in de gaten gehouden en haar overgehaald om in een kliniek te bevallen.'

Anne bracht haar dochter op natuurlijke wijze ter wereld. De volgende dag, zoals dat gaat in een land als Kenia, liep ze terug naar haar huis.

Zes maanden lang gaf Anne haar kind enkel borstvoeding. In die periode werd de kleine Marion enkele keren getest en bleek de baby steeds hiv-negatief te zijn. Na 18 maanden was die diagnose definitief.

'Ik heb in die periode veel geleerd over de manieren om mijn kinderen gezond te houden', zegt Anne. 'En al ben ik hiv-positief, dankzij Florence en andere mensen ben ik gaan begrijpen dat ik hierin niet alleen sta, en dat dit ook niet het einde hoeft te betekenen. Door de hulp die ik kreeg, heb ik nu veel meer zelfvertrouwen.'

Overspelig

Dankzij het MDG-werk op het gebied van hiv en aids zijn er in Sauri, maar ook elders in Afrika, inmiddels veel meer vrouwen zoals Anne. Voor de mannen geldt vaak een ander verhaal. Ze zijn getrouwd én overspelig, laten zich niet graag testen en weigeren met hun echtgenote een condoom te gebruiken, terwijl veel hiv-besmettingen juist binnen huwelijken ontstaan.

'De mannen in Nyanza', zegt MDG-coördinatrice Jessica Masira, 'beschikken vaak over alle kennis over hiv die ze nodig hebben, maar weigeren hun gedrag aan te passen.'

Het is een van de redenen waarom in Nyanza het percentage hiv-besmettingen hoger ligt dan in de rest van Kenia. Een kleine twee jaar geleden is berekend dat 15,1 procent van de seksueel actieve bevolking in Nyanza besmet is. Het landelijke cijfer was 5,6, bijna drie keer lager dan in de westelijke provincie. Dat zijn dus de 'data'. Maar het is opnieuw de vraag of die kloppen. Er is de regering van een land als Kenia veel aan gelegen om aan het eind van het tijdperk der millenniumdoelen met positieve cijfers te komen.

Bovendien bestaat de vrees dat, als de cijfers al kloppen, het aantal besmettingen na dit jaar weer oploopt. Ook in Sauri. Dan immers komt de gezondheidszorg er weer voor rekening van de lokale overheid.

Corruptie

Veel gezondheidswerkers in millenniumdorp Sauri, maken duidelijk dat ze ernaar uitzien hun taken over te dragen aan Keniaanse regeringsfunctionarissen. Ze spreken positief over de samenwerking met hen.

Niet iedereen klinkt zo. 'Ambtenaren haten ons', zegt de MDG-expert die anoniem wenst te blijven. 'Ze vinden dat wij te hard werken en zien dat wij ons werk transparant doen, terwijl voor hen corruptie de norm is. Zo betalen wij onze gezondheidswerkers een redelijk salaris, terwijl zij geld willen achterhouden. Je zult zien dat veel geld uit het budget voor gezondheidszorg zal verdwijnen. En dat terwijl Kenia met zo'n 5 procent van de begroting toch al veel minder voor gezondheidszorg uittrekt dan de 15 procent die is beloofd.'

De gezondheidswerkers in het millenniumdorp Sauri zijn begonnen hun taken af te ronden en over te dragen. Van de tien klinieken in het gebied draait er nog één op volledige MDG-capaciteit. Het percentage hiv-besmettingen van moeder op kind lag de afgelopen tijd ruim tot zeer ruim onder de WHO-norm van 5 procent. Maar als de cijfers van de laatste meting, in het eerste kwartaal van dit jaar, officieel uitkomen, kunnen die weleens minder bemoedigend zijn.

'Huduma bora ni haki yako' staat bij de hoofdkliniek van Sauri te lezen: 'Goede dienstverlening is uw recht.' Als dat ook na 2015 toch eens waar mocht zijn.

Een nobel streven, maar of het haalbaar is?

In 2030 is er geen honger of armoede meer in de wereld, hebben de meeste mensen toegang tot onderwijs, schoon water, sanitair en elektriciteit. Analfabetisme, moeder- en kindsterfte zijn drastisch gereduceerd, evenals ziekten als aids, malaria en slaapziekte. Bovendien produceert en consumeert de wereld tegen die tijd duurzaam om het milieu te sparen. Ten slotte: de welvaart wordt veel eerlijker verdeeld.

Deze ambitieuze doelstellingen, verwoord in 17 nieuwe Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG's), zijn vrijdag door de Verenigde Naties in New York ondertekend. De ontwikkelingsdoelen vervangen de millenniumdoelen die eind dit jaar aflopen.

Die millenniumdoelen, die in 2000 werden bepaald, zijn slechts ten dele succesvol gebleken. Hoewel aantoonbaar resultaten zijn geboekt op het gebied van armoedebestrijding, onderwijs en toegang tot gezondheidszorg en schoon water (zie grafiek), is de ongelijkheid in de wereld alleen maar toegenomen. De meeste arme mensen wonen in opkomende landen als China en India, de 85 allerrijksten in de wereld bezitten evenveel als de allerarmste 3,5 miljard mensen.

Armoedebestrijding alleen bleek niet genoeg. Vandaar dat de nieuwe ontwikkelingsdoelen een veel bredere focus hebben gekregen. Onder de noemer people, planet, prosperity, peace and partnership zijn 17 doelen met 169 concrete subdoelstellingen geformuleerd. Deze waaier van voornemens moet recht doen aan de hernieuwde inzichten over ontwikkelingssamenwerking: het is de ongelijke toegang tot werk, markten, financiering, onderwijs, zorg en rechtssystemen die de wereld splijt in kanshebbers en hen die het nakijken hebben.

Zolang vrouwen zich in grote delen van de wereld geen eigenaar van grond of een huis mogen noemen, niet naar school kunnen en geen gebruik kunnen maken van een functionerend rechtssysteem, kan de helft van de wereldbevolking zich nooit uit de armoede ontworstelen. Laat staan dat zij hun steentje kunnen bijdragen aan het verduurzamen van landbouw of het creëren van werk. Leave no one behind, luidt dan ook het nieuwe VN-motto.

Een groot voordeel van de nieuwe doelen is dat ze universeel zijn. Rijk of arm, iedereen is gebaat bij een eerlijker, duurzamer en welvarender wereld. Minder armoede leidt tot minder migratie en conflicten, met minder vervuiling behouden we schone zeeën, lucht en akkers.

Volgens de VN is jaarlijks minstens 3.000 miljard euro nodig om de doelen te halen; het huidige budget voor ontwikkelingshulp bedraagt 135 miljard. Dit geld zal in belangrijke mate moeten komen van bedrijven en door bijvoorbeeld betere belastinginning. Belastingontwijking, die arme landen naar schatting 100 miljard euro per jaar kost, moet dus ook worden aangepakt.

De ambities deelt iedereen, maar over de haalbaarheid van de doelen is niet iedereen even optimistisch. Ontwikkelingsorganisaties wijzen erop dat de doelen niet bindend zijn en bovendien moeilijk meetbaar. Landen kunnen alleen de doelen eruit pikken die hun uitkomen. Geen haan die ernaar kraait als bijvoorbeeld het onderwijs voor meisjes blijft liggen. Ook ontbreken plannen voor de uitvoering van de doelen. Om bijvoorbeeld tropische ziekten uit te bannen, zal de farmaceutische industrie miljarden moeten investeren in de ontwikkeling van vaccins en medicijnen. Maar wie gaat dat betalen? Overheden en bedrijven zullen de handen ineen moeten slaan om de doelen echt te verwezenlijken.

Carlijne Vos

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden