Hoe internet snoeit in ons brein

Hoeraverhalen over internet hadden de afgelopen jaren de overhand. Sinds 2006 zongen geleerde Amerikanen als Anderson, Benkler, Reynolds, Tapscott, Shirky, Howe en Jarvis boeksgewijs de lof van het online-bestaan. Hun betogen waren veelstemmig en reikten van de commerciële, educatieve en democratiserende voordelen van het web tot zijn rol als redder van de gehele mensheid.


De laatste tijd rukken de critici op. Na Cass Sunstein en Andrew Keen volgden Jaron Lanier en Viktor Mayer-Schoenberger met morele bezwaren. Internet zou niet alleen onze privacy en fatsoenlijke omgangsvormen onderuit halen, het medium zou ook sluipenderwijs een totalitaire maatschappij in de hand werken. Daarna volgde Siva Vaidhyanathan, hoogleraar media in Virginia, met de waarschuwing dat internetbedrijven zoals Google en Apple steeds meer informatiestromen en cultuurgoed in handen krijgen en manipuleren. Vorige week verscheen The Net Delusion van Evgeni Morozov. Deze importwetenschapper uit Wit-Rusland beschrijft hoe de repressieve regimes van bijvoorbeeld Rusland, China en Iran de sociale cybermedia naar hun hand zetten.


In de VS loopt al jaren een hoogoplopende discussie over internet. Je hebt er kampen van 'believers' en van doemprofeten, die elkaar op blogs met argumenten om de oren slaan. De aanvoerders in die strijd, merendeels mediawetenschappers, it-consultants en journalisten, onderbouwen hun standpunten steevast met lange redeneringen in een deftige, gebonden versie van dat zoveel oudere medium - het boek.


Bijzondere aandacht verdient het vorig jaar verschenen The Shallows. Letterlijk: het ondiepe. Met als veelzeggende ondertitel: what the internet is doing to our brains. Publicist en journalist Nicholas Carr (51), die al eerder computerkritische boeken uitbracht, betoogt in The Shallows dat internet ons dommer maakt.


Nieuwe technieken zijn wel vaker zo weggezet (de typemachine, de tv), maar de auteur is geen reactionair met internetvrees. Integendeel, hij is al jaren een heavy user met een site, een blog en intensief mailverkeer. Ook is hij een grootverbruiker van gedownloade muziek en films en winkelt hij graag vanuit zijn luie stoel. Hij noemt internet een 'eindeloos, alomtegenwoordig feestmaal, elke nieuwe gang smeuïger dan de vorige'.


Tegelijk is de literair geschoolde Carr een romanticus. Zijn boekenliefde stamt uit zijn studiejaren. 'In de universiteitsbibliotheek zwierf ik vaak door de lange, smalle gangen die volgepakt stonden met boeken. (. . .) Neem je tijd, fluisterden ze met hun stoffige stemmen. Wij gaan nergens heen.'


De auteur, kortom, is thuis in de digitale én de oude analoge wereld. Met The Shallows schreef hij, tijdelijk afgekoppeld van zijn internetinfuus, een scherpe en bezorgde analyse van de verschillen. De aanleiding was dat internet hem steeds rustelozer maakte, dat zelfs een blog van vier alinea's zijn aandacht niet meer vasthield en dat ook vrienden en collega's zich steeds kortademiger gedroegen. Dat een van hen ooit nog een pil als Oorlog en Vrede zou uitlezen, was onvoorstelbaar geworden.


Carr dook in recent hersenonderzoek en ontdekte de permanente neuroplasticiteit van het brein. 'Zuiver mentale activiteit kan op elke leeftijd onze bedrading veranderen (. . .). We worden, neurologisch, wat we denken.' Die constatering gaat verder dan Dick Swaabs boodschap in Wij zijn ons brein. Waar Swaab doelt op aangeboren eigenschappen, gaat het Carr om blijvende 'herbedradingen' door gedrag. Hij verwijst naar talrijke onderzoeken die blijvende neurologische effecten van intensief internetgebruik zouden hebben aangetoond.


Carr stelt vervolgens het definitieve, in zichzelf gekeerde karakter van gedrukte tekst tegenover de tijdelijkheid en vloeibaarheid van digitale tekst. Mensen lezen - dat is bekend - op scherm fragmentarisch. Digitale teksten worden daarom vaak al in hapklare brokken geserveerd, omgeven door onrustverhogende keuzemenu's, taakbalken en bewegende advertenties, 'banners' of pop-up-schermpjes. Zoek- en scrollfuncties jagen de digitale lezer nog harder door zijn schermen.


De grootste boosdoener acht Carr de hyperlink, die de aandacht van de lezer weglokt. Ook e-boeken bevatten soms al zulke afleiders, laat staan de nieuwe variant vooks (videobooks), digitale romans met filmpjes erin geplakt.


In The Shallows komt Carr op voor de lineariteit van het gedrukte boek, die hij als het hoogtepunt van de menselijke beschaving beschouwt omdat het ons 'lineaire denken' heeft ontwikkeld. Dit deel van zijn betoog is niet alleen soepel geschreven, maar ook bijzonder overtuigend.


De auteur schetst een evolutie van het menselijk denkvermogen vanaf het primitief snelle en schichtige associëren van de in permanent fysiek gevaar levende oermens. Hij komt via de orale vertelcultuur en de eerste getekende symbolen (evenals andere abstracties, zoals landkaarten en klokken) bij het schrift, dat steeds complexere redeneringen mogelijk maakte.


Tot ongeveer de 13de eeuw verschenen alle teksten in scriptura continua (een woordenstroom zonder spaties), waardoor ze alleen hardop, en dan nog moeizaam waren te ontcijferen. Pas toen de woorden los van elkaar kwamen (een innovatie van Engelse monniken) werd lezen makkelijker. Een keerpunt van formaat, aldus Carr, want nu werd wat hij noemt 'diep lezen en schrijven' mogelijk, een vorm van communicatie die de afgelopen eeuwen complexe gedachtengangen mogelijk maakte en de wetenschap in een stroomversnelling bracht.


Geoefende lezers van lange, lineaire teksten bezitten een andere 'breinbedrading' dan de doorsnee mens. Aandachtig lineair schrijven en lezen heeft het menselijk vermogen tot abstractie, reflectie, contemplatie en verbeelding versterkt. Deze vaardigheid genereerde een 'dominante ethiek' voor alle wetenschappers en leverde doorbraken op als die van Darwin en Freud.


De auteur ziet onze hoogontwikkelde literaire cultuurvorm teloorgaan door internet. Hij verwacht dat er de komende decennia nog volop boeken zullen verschijnen, maar ziet het aandachtige lezen van-kaft-tot-kaft al verdwijnen.


Carr wijst erop dat satelliet-navigatiesystemen het menselijk oriëntatievermogen aantasten (zoals via tests met taxichauffeurs is aangetoond) en verwacht dat de overvloed aan elektronisch gekoppelde informatie niet alleen ons geheugen, maar dus ook ons denkvermogen zal wegvreten.


Dat leidt niet alleen tot verlies van cognitieve vermogens, maar ook tot een aantasting van onze sociale integriteit. Hersendelen die actief worden tijdens sociale interactie, blijken ook op te lichten tijdens allerlei internetactiviteiten. 'We nemen op internet menselijke gedachten en emoties waar die er niet zijn', zo citeert Carr een neurowetenschapper. 'We versmelten geestelijk met internet', concludeert hij. 'We programmeren onze computers en daarna programmeren die ons.'


Het is verleidelijk om in Carrs goed gedocumenteerde bezorgdheid mee te gaan. De 'generatie Einstein', die twee marktonderzoekers in een gelijknamig Nederlands boek (2007) onder multitaskende online-levende jongeren meende te ontwaren, is intussen al door menig docent ontmaskerd als chaotisch, halfslachtig en onwetend.


Toch slaan hersenonderzoekers zelf nog niet massaal alarm over een dreigende vervlakking, ook de gerenommeerde Swaab niet. De neurowetenschap is namelijk nog niet in staat om de kwaliteit van het denkvermogen aan te wijzen in het brein. De onderzoeken die Carr aanhaalt, tonen weliswaar opmerkelijke fysieke veranderingen, maar kwalificeren die niet. En er is ook nog geen bewijs dat mensen die veel internetten hun sociale vermogens verliezen.


Internet, met zijn mobiele tentakels, kan alle aandacht wegzuigen wanneer je je eraan overgeeft. Maar dat doet de tv ook al jaren met hele volksstammen. Raakten die daardoor cerebrale vermogens kwijt, of hadden ze die nooit ontwikkeld? En zal de aloude minderheid die graag uren achtereen verzinkt in een pak 'lineair' bedrukt papier dat raadselachtige genot echt willen opgeven?


Het kan. Dan blijft de vraag wat ervoor in de plaats komt. Daarop biedt The Shallows geen antwoord. Zelf is Carr intussen alweer in de greep van internet, zo bekent hij in zijn laatste hoofdstuk. Toch knap dat hij tijdens zijn analoge verlof een dijk van een boek schreef. Zijn bedrading was nog niet onherstelbaar beschadigd.


Nicholas Carr: The Shallows - What the internet is doing to our brains. Norton & Company; 256 pagina's; ca. € 18,- ISBN 978 0 3930 7222 8.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden