REPORTAGE

Hoe houdt Nederland zijn eigen Syriëgangers in de gaten?

Dat de naar Europa teruggekeerde jihadstrijders een gevaar kunnen vormen voor de nationale veiligheid van diverse landen, valt na de aanslagen in Frankrijk en België moeilijk in twijfel te trekken. Ook de donderdag verijdelde aanslag in Verviers lijkt te zijn beraamd door strijders die ideologisch en militair verder geschoold zijn aan het Syrische front.

Exterieur van de AIVD in Zoetermeer. De AIVD houdt teruggekeerde jihadstrijders nauwlettend in de gaten. Beeld anp
Exterieur van de AIVD in Zoetermeer. De AIVD houdt teruggekeerde jihadstrijders nauwlettend in de gaten.Beeld anp

Volgens de laatste cijfers van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) zijn er inmiddels 35 Nederlandse strijders terug. Hoe gevaarlijk zijn die en kunnen die ook in Nederland toeslaan?

De NCTV en AIVD zijn alert, zeggen ze. Maar de recente gebeurtenissen in Parijs en Verviers zijn geen aanleiding om het dreigingsniveau, dat substantieel is, te verhogen. Substantieel betekent dat de kans op een aanslag niet acuut is, maar wel reëel.

Volgens de diensten worden alle teruggekeerde jihadstrijders stevig en langdurig in de gaten gehouden. Allereerst zoekt het Openbaar Ministerie uit van elke terugreiziger (ook van vrouwen) of deze strafrechtelijk vervolgd kan worden. Vechten aan de zijde van organisaties als Jabath al-Nusra of Islamitische staat (IS) is strafbaar, omdat ze op de lijst staan van verboden terroristische organisaties.

Makkelijk te bewijzen is dat niet. Vrijwel alle terugreizigers zeggen dat ze alleen humanitaire hulp hebben verleend. Aan het front zelf kan het OM geen onderzoek doen, maar met digitaal rechercheren en het verhoor van andere verdachte strijders kan soms belastend materiaal worden vergaard. Of dat voldoende juridisch bewijs oplevert, daar gaat uiteindelijk de rechter over.

Strafrechtelijk onderzoek

Inmiddels is één teruggekeerde Nederlandse strijder, Maher H. uit Amsterdam, veroordeeld tot drie jaar celstraf. De rechter leunde zwaar op het chat-verkeer van H. met zijn moeder in Nederland, waarin hij rept over het slagveld.

Tegen nog drie andere terugreizigers lopen strafrechtelijke onderzoeken: de bekeerling Jordi de J. (21) en Adil U. (33) uit het omvangrijke Haagse Contex-onderzoek (naar het netwerk rondom de veronderstelde ronselaar Azzedine C., alias Abou Moussa) en tegen de Somalische Nederlander Mohamed Abiuwahab A. (19) uit Delft.

De inhoudelijk behandeling van zijn zaak voor de rechtbank in Dordrecht gaf een inkijkje in hoe het volgen van terugreizigers in zijn werk kan gaan. De auto van A., die een crimineel verleden heeft, werd volgehangen met afluisterapparatuur. Zijn nieuwe criminele vriendgroep werd geïnfiltreerd. A. werd opnieuw opgepakt, omdat hij een gewapende overval zou hebben willen plegen en met de buit de jihad hebben willen financieren.

Geen eenduidig profiel

Problematisch voor de alerte diensten is dat er geen eenduidig profiel is van terugreizigers, net zomin als van degenen die naar het front trekken. Ze kunnen terug zijn gekomen om zieke familieleden te verzorgen, om fondsen te werven voor de jihad, om zich een tijdje stil te houden om op termijn een aanslag te plegen, of omdat ze werkelijk teleurgesteld zijn in het kalifaat.

Niemand kan in hun hoofden kijken. Zelfs degenen die volledig meewerken aan herintegratie in de maatschappij, zich vrijwillig opgeven voor een deradicaliseringsprogramma, zouden kunnen behoren tot een stille cel.

Het vergt 10 tot 20 personen, die ook nog eens de juiste talen spreken, om één teruggekeerde strijder 24 uur per dag te observeren en afluisteren. Hoe alert de diensten ook zijn, dat is ondoenlijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden