Hoe het Westen Turkije verloor

De islamitische AKP-regering rekent af met al haar seculiere vijanden. Door dit beleid te steunen, heeft het Westen zich vervreemd van zijn belangrijkste bondgenoten in Turkije....

Afgelopen weken werd duidelijk dat er een einde is gekomen aan het strategisch bondgenootschap, dat Israël en Turkije decennia lang verbond. In de nasleep van de Gazavloot-affaire heeft Turkije een eventuele normalisering van de betrekkingen tussen beide landen aan een aantal voorwaarden verbonden, waarvan Ankara heel goed weet dat Israël deze nooit kan accepteren. Zoals een Israëlische erkenning van de Palestijnse Hamas, die van de vernietiging van Israël zijn belangrijkste programmapunt heeft gemaakt.

Volgens Israëlische anonieme bronnen zijn er de afgelopen dagen, met medeweten van premier Netanyahu, geheime contacten geweest tussen de Turkse minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu en Eliezer, de Israëlische minister van Handel. Turkije zwijgt hierover.

De verbreking van de Turks-Israëlische relaties werd door de huidige AKP-regering bewust gezocht en past binnen haar ideologische agenda. Om deze agenda te begrijpen, kan het helpen enig licht te werpen op het gedachtegoed van Necmettin Erbakan, de geestelijke vader van de AKP. Erbakan stichtte tot driemaal toe een islamitische partij, die onder druk van de militairen telkens verboden werd door het Constitutionele Hof. De laatste was zijn Fizelet Partisi, die in 2001 verboden werd. Erbakan is uitgesproken anti-Europees en antisemitisch en ziet in de islamitische landen van het Midden-Oosten en Azië het natuurlijke achterland van Turkije.

Enkele leden van zijn verboden Fizelet Partisi richtten in 2001 de AKP op, die bij de verkiezingen van 2002 een enorme overwinning behaalde. De AKP had geleerd van de ervaringen van Erbakan en presenteerde zich naar het Westen toe als de moslimvariant van de Europese christelijke partijen, wat het Westen graag wilde geloven. Het Westen zag in de ‘gematigde’ AKP het bewijs dat islam en democratie elkaar niet hoeven uit te sluiten.

Het belangrijkste kenmerk van de kemalistische Turkse republiek was niet zozeer haar democratie, maar haar secularisme, dat de basis vormde voor die democratie. De AKP begon geleidelijk, onder het mom van democratische hervormingen, dit secularisme uit te hollen. Vandaar dat deze hervormingen werden gepresenteerd als Turkse verplichtingen, voortvloeiend uit het verdrag van Kopenhagen, dat de voorwaarden bepaalt waaraan Turkije moet voldoen om lid te worden van de EU.

In 2004 had de AKP, met goedkeuring van het Westen, de door militairen gedomineerde Nationale Veiligheidsraad al structureel gewijzigd. Deze Raad had de bevoegdheid besluiten van het Turkse parlement te herroepen, wat het Westen ondemocratisch vond. Maar de Raad vormde ook een belangrijke waarborg voor het seculiere karakter van Turkije.

Het Westen zag het terugdringen van de invloed van het leger als voorwaarde voor de ontwikkeling van Turkije naar een volwaardige democratie, maar de AKP wilde de invloed van de militairen terugdringen, omdat die het seculiere karakter van de republiek garanderen en symboliseren.

De benoeming van Abdullah Gül in 2007 tot president van Turkije was een belangrijke overwinning voor de AKP en een pijnlijke nederlaag voor de militairen. Güls voorganger Sezer had vaak gebruik gemaakt van zijn vetorecht om allerlei benoemingen van de AKP tegen te houden. Met de benoeming van Gül kreeg de partij vrij spel. Het is niet toevallig dat de retoriek van de AKP sinds 2007 steeds openlijker antiwesters is geworden.

Vervolgens voerde de AKP haar strijd op tegen de twee belangrijkste steunpilaren van het Turkse secularisme: het Constitutioneel Hof en het militaire kader. Keurt het parlement de door Erdogan ingediende grondwetswijzigingen goed, dan worden de bevoegdheden van het door de AKP verfoeide Constitutionele Hof, dat drie keer Erbakans islamitische partijen verbood, sterk gekortwiekt.

Om met het militaire kader af te rekenen, werd de Ergenekon-affaire in het leven geroepen. Hoge militairen zouden in 2003 een staatsgreep hebben voorbereid om de AKP te onttronen. Op basis van deze beschuldiging zijn honderden officieren, zelfs generaals, gearresteerd, maar de AKP is er tot op heden niet in geslaagd met harde bewijzen te komen. Zo rekent de AKP af met alle seculiere instituties in Turkije en presenteert dat als door de EU geëiste hervormingen.

Binnen deze context is de huidige confrontatiekoers met Israël niet toevallig. Sinds 2007 is de toon van de AKP-regering jegens Israël steeds harder geworden. Het strategisch bondgenootschap tussen beide landen was een pact tussen Israël en het kemalistische Turkije, die in het politieke islamisme een gemeenschappelijke vijand hadden. Met de Turkse islamisten op topposities in Ankara en de Turkse toenaderingen tot Israëls vijanden Syrië en Iran was het pact een dode letter geworden. De zorgvuldig geplande actie met de Gazavloot had tot doel om met binnenlandse instemming en buitenlands begrip dit pact definitief te begraven.

Deze ontwikkeling kent slechts verliezers. In eerste instantie is Israël de grote verliezer, omdat het zijn enige bondgenoot in de regio heeft verloren. Op de langere termijn is vooral Turkije zelf verliezer, omdat het zijn bijzondere karakter is kwijtgeraakt: een land dat én een moslimmeerderheid had én een seculiere, westers georiënteerde democratie was en door het Westen zo graag werd gezien als bruggenhoofd tussen West en Oost. Maar ook het Westen heeft verloren. Door zijn voortdurende steun voor de AKP heeft het in Turkije zijn belangrijkste bondgenoten, de seculiere krachten, van zich vervreemd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden