Analyse

Hoe het regime in de bijstand steeds strenger werd, ook onder partijen die het nu te streng vinden

Een bijstandsgerechtigde in Druten moet werken als tegenprestatie voor zijn uitkering, 2011.  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Een bijstandsgerechtigde in Druten moet werken als tegenprestatie voor zijn uitkering, 2011.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Na jaren waarin alles in het teken stond van fraudebestrijding, draait ook rond de bijstand de politieke wind: is het allemaal niet doorgeschoten? Maar vrijwel alle partijen die dit in de kabinetsformatie zullen aankaarten, waren erbij toen de regels steeds werden aangescherpt.

Briesend meldden ze zich begin dit jaar in de media om aanpassing te eisen van de onbarmhartige bijstandsregels: SP, GroenLinks, PvdA en, bevrijd van coalitiedwang, ook D66, ChristenUnie en CDA. Directe aanleiding was de ‘boodschappenboete’ van 7.000 euro die een bijstandsgerechtigde uit Wijdemeren kreeg opgelegd. Zij kreeg jarenlang boodschappen van haar moeder. En dat mag niet, zoals een bijstandsgerechtigde volgens de letter van de wet ook geen eten van de voedselbank mag krijgen. De uitkering is voor levensonderhoud. Wie andere inkomstenbronnen heeft om daarin te voorzien, wordt onverbiddelijk gekort. Dat de uitspraak van de rechter over de boete kort na Kerst bekend werd, joeg het mededogen tot grote hoogte op.

De zaak ‘Wijdemeren’ is minder eenduidig gebleken dan het leek: er is ook bezit verzwegen – een auto en een ‘motor uit het duurdere segment’. De gemeente handhaaft dan ook de boete. Dat heeft de stemming in de meerderheid van de Kamer vooralsnog niet doen kantelen: in de nasleep van de affaire met de kinderopvangtoeslag wint daar de overtuiging terrein dat ook in de sociale zekerheid wel erg weinig ruimte over is voor maatwerk en individuele omstandigheden.

Dat kan zo niet langer, vindt nu ook de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, die maandag de noodklok luidde over het gebrek aan bestaanszekerheid voor een groeiend deel van de bevolking: mensen kunnen niet meer rondkomen van hun uitkering en alles is in het teken komen te staan van controle en fraudebestrijding.

In de komende kabinetsformatie zal dat geluid namens enkele van de deelnemende partijen met kracht worden ingebracht. Dat gaat niet zonder krokodillentranen. Vrijwel allemaal waren de partijen er in de laatste decennia zelf bij toen de het bijstandsregime steeds verder werd aangescherpt. Allemaal zijn ze erbij betrokken geweest – behalve de SP die traditioneel aan de zijlijn staat – en allemaal meenden ze er destijds ook goede redenen voor te hebben.

Het begin: een vangnet tegen armoede

De bijstand is in 1967 bedoeld als basisvoorziening tegen armoede. Er wordt nog even aan gedacht om misbruik strafbaar te maken, maar dat gebeurt niet. Sociaal zwakkeren zouden daar de dupe van worden. Niet alleen armen doen een beroep op de bijstand. Nadat de echtscheidingswet in 1971 van kracht wordt, komen veel vrouwen, al dan niet met kinderen, in de bijstand, vaak aangevuld met alimentatie van de ex-echtgenoot.

De bijstand is dan nog ruimhartig, veel eisen worden niet gesteld. Wie in de jaren tachtig afstudeert en de studiebeurs kwijtraakt, kan zonder veel problemen bij de gemeente bijstand krijgen. ‘Den Haag’ betaalt toch de rekening. Tot het de spuigaten uitloopt en er snoeiharde rapportages verschijnen: de uitvoering blijkt een chaos, een kwart van de uitkeringen zou onterecht zijn.

Dan, in de jaren negentig, keert het tij. Gemeenten worden stapsgewijs verantwoordelijk voor de bijstand, waarvoor ze een strak budget krijgen van het Rijk. Dat geld is deels bestemd voor uitkeringen en deels voor ‘reïntegratie’ en ‘activering’, want bijstandsgerechtigden moeten maar weer eens aan het werk. De uitkering mag geen hangmat zijn, zo klinkt het, maar een trampoline.

Voor veel gemeenten is het een moeizame draai. De sociale dienst in Amsterdam bijvoorbeeld komt voortdurend in aanvaring met het kabinet. PvdA-minister Vermeend van Sociale Zaken (2000-2002) zet de stad het mes op de keel: saneren of torenhoge boetes betalen. Als antwoord organiseert Amsterdam een ‘megabanenmarkt’ waarvoor 40 duizend bijstandsgerechtigden worden opgeroepen. Veel levert het niet op, noch in banen noch in geschrapte uitkeringen.

Het vervolg: de teugels strak

Opeenvolgende bewindslieden volgen daarna stoïcijns de lijn-Vermeend. Onder die druk krijgen gemeenten langzaam maar zeker hun administratie op orde. Ze gaan ook zelf aan de slag om bijstandsgerechtigden te ‘activeren’. De teugels worden strak aangetrokken. De gemeente Tilburg werkt samen met de NS: bijstandsgerechtigden moeten treinen schuren. Als ze niet komen, wordt hun uitkering verlaagd. Jaren later wordt het een schandaal, omdat zij onbeschermd met het kankerverwekkende chroom-6 hebben gewerkt. In andere gemeenten is het werk minder risicovol, maar net zo weinig verheffend.

Ministers Hoekstra en Van Huffelen bij gedupeerden van de toeslagenaffaire, waarmee het veranderde denken in Den Haag begon. Beeld ANP
Ministers Hoekstra en Van Huffelen bij gedupeerden van de toeslagenaffaire, waarmee het veranderde denken in Den Haag begon.Beeld ANP

De overheid wordt ook minder goedgelovig. Misbruik wordt vanaf 1996 bestraft. De ‘Wet boeten en maatregelen in de sociale zekerheid’ regelt strafmaatregelen als burgers de hand lichten met uitkeringen. De maximumboete is 2.269 euro.

Daarna wordt het toezicht steeds strenger. Hoogtepunt is de Fraudewet van 2012, op initiatief van VVD, CDA en PVV. Die schrijft gemeenten dwingend voor hoe ze fraude en misbruik moeten bestraffen. De maximumboete heeft ‘onvoldoende ontmoedigende werking (..) op de categorie doelbewuste en calculerende fraudeurs’ en wordt geschrapt. Als de Nationale Ombudsman en de rechter aan de bel trekken, wordt de strafmaat iets verzacht. Sindsdien moet maximaal het totaal onterecht gekregen uitkeringsbedrag worden terugbetaald.

De voorwaarden worden ook steeds verder aangescherpt. Vanouds is er een maximum voor het spaargeld en een sollicitatieplicht. Lang werden alleenstaande ouders vrijgesteld van sollicitatieplicht, eerst van kinderen tot 12 jaar, nu nog maar tot 5 jaar, inclusief scholingsplicht voor de ouder.

Achtereenvolgens komen ook de huishoudeninkomenstoets, de kostendelersnorm, de tegenprestatie, de taaleisen en de eisen aan het uiterlijk erbij: wie z’n kansen op een baan verspeelt door een te diep decolleté of een boerka, kan te maken krijgen met sancties.

De ‘inlichtingenplicht’ legt het initiatief bij de bijstandsontvanger: die moet alles melden wat invloed heeft op de uitkering. Een verkoop op Marktplaats, een groot cadeau, geregeld eten bij familie of vrienden – alles wat niet gemeld wordt, kan plots als fraude worden gezien door de overheid.

Ook als de bijstandsgerechtigde mantelzorg verleent aan een thuiswonende oudere en diens bankpas meekrijgt om boodschappen te doen. Het liefst schrijft ‘Den Haag’ dat dwingend voor waardoor gemeenten weinig mogelijkheden hebben voor maatwerk. De decentralisatie leidt niet echt tot plaatselijk beleid. Eigenlijk blijven zij een uitvoeringsloket van Haagse voorschriften.

Het einde: het keerpunt

Nu zijn we op het keerpunt gekomen. En het is meteen het punt waarop steeds meer vragen worden gesteld over nut en noodzaak van het regime: het voortdurende streven om de bijstand zo onaantrekkelijk mogelijk te maken raakt volgens een groeiend deel van de Tweede Kamer vooral de mensen met weinig uitzicht op werk, die dus weinig keus hebben, maar intussen wel worden bedreigd in hun bestaanszekerheid.

Versoepelen van de regels ligt gevoelig, omdat het de schijn wekt dat de deur voor fraudeurs wordt opengezet. Met de roep om ‘maatwerk’ en het hanteren van ‘de menselijke maat’ door gemeenten ligt dat makkelijker. Maar dat werkt rechtsongelijkheid in de hand.

Tegelijk speelt de fundamentele discussie of de bijstand wel hoog genoeg is om van te leven. Honderdduizenden kinderen groeien in welvarend Nederland op in armoede, vaak in bijstandsgezinnen. Daarom pleit een reeks partijen voor verhoging van het minimumloon. De bijstand volgt in principe zo’n verhoging.

Niet elke partij wil die koppeling. De VVD bijvoorbeeld wil wel een hoger minimumloon, maar geen hogere bijstand om werken aantrekkelijker te maken. Het CDA wil lagere belastingen voor de minima waardoor werkende minimumloners meer overhouden. Maar het Sociaal en Cultureel Planbureau meldt dat slechts een klein deel, 8 procent, van de bijstandsgerechtigden tot werken in staat is. De rest kampt met taalproblemen, medische klachten of verslavingen.

Hoogleraar sociale zekerheidsrecht Gijs Vonk schrijft over de ‘repressieve verzorgingsstaat’ die ‘de verheffende functie van de sociale zekerheid’ bedreigt. Ook uit de praktijk komen waarschuwingen: ‘Voorkom dat je in de bijstand terechtkomt’, zegt handhaver Chantal (48) in een reportage in de Volkskrant: ‘Blijf koste wat het kost uit de bijstand.’

Die afschrikwekkende boodschap is nog niet aan nieuwkomers besteed. Mensen met een migratieachtergrond maken de helft uit van de bijstandspopulatie, terwijl een kwart van de bevolking een migratieachtergrond heeft – 10 procent een westerse, 14 procent een niet-westerse.

De boodschappenboete die de bijstandsontvanger uit Wijdemeren kreeg opgelegd, schudde de Tweede Kamer rond Kerst wakker. Paul Blokhuis blijkt in zijn nadagen als staatssecretaris over uitstekend politiek gevoel te beschikken door de explosie van daklozen te koppelen aan de scherpe bijstandseisen.

Een ruime Kamermeerderheid vraagt om aanpassing van de hardvochtige wet. In de kabinetsformatie moet binnenkort de knoop worden doorgehakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden