Analyse

Hoe het met de avondklok ook afloopt: het coronabeleid heeft er een forse deuk bij

Het leek alsof het demissionair kabinet zijn huiswerk had gedaan toen de avondklok werd ingevoerd. De rechter oordeelde dinsdag van niet. Wat de uitslag van het hoger beroep ook zal zijn: Ruttes coronabeleid heeft er een flinke deuk bij.

Ferdinand Grapperhaus en Mark Rutte op weg naar buiten om te reageren op de uitspraak van de rechter.  Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant
Ferdinand Grapperhaus en Mark Rutte op weg naar buiten om te reageren op de uitspraak van de rechter.Beeld Freek van den Bergh / de Volkskrant

Kan er sprake zijn van een spoedeisende ­situatie als al maanden over die situatie wordt gespeculeerd, en de Tweede Kamer zelfs nog de tijd heeft om er uitgebreid over te debatteren?

Het antwoord van de rechtbank in Den Haag – een overtuigd néé – leidde dinsdag tot de onmiddellijke afschaffing van de avondklok, en een blamage voor het demissionaire ­kabinet. Een spoedprocedure om de afschaffing uit te stellen zolang het hoger beroep loopt (vrijdag dient de zaak) won het kabinet ’s avonds wel. Waarmee het op het nippertje voorkwam dat dinsdagavond opeens weer kon wat al drie weken niet meer mocht: na 21.00 uur de straat op.

Het is een klinkende overwinning voor Viruswaarheid, de coronasceptische club die naar de rechter stapte en tot haar niet geringe verbazing ­gelijk kreeg.

Uit het boekje

Hoe kon het zo ver komen? Het kabinet, met premier Rutte en justitie­minister Grapperhaus in de hoofdrol, meende zijn zaakjes juist goed voor elkaar te hebben. Toen Rutte de avondklok op 12 januari als concrete optie noemde, vroeg het kabinet eerst advies aan het RIVM en het OMT. Een week later ging het in debat met de Tweede Kamer, die het licht op groen zette. Op 23 januari ging de avondklok in. Het leek een aanpak uit het boekje.

Juist die lange aanloop speelt het demissionair kabinet nu parten. Voor de invoering van de avondklok deed het een beroep op de Wet ­buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag uit 1996. Die maakt het mogelijk om ‘in spoedeisende en ­buitengewone omstandigheden’ een avondklok in te voeren, zonder het parlement daar formeel bij te ­betrekken.

De rechter oordeelt nu dat het ­kabinet zelf de aangevoerde ‘superspoed’ heeft ontkracht door alsnog met de Tweede Kamer in debat te gaan – zó veel spoed was er dus niet bij. Er was ook al maanden over de avondklok gespeculeerd. Voor zulke situaties is die noodwet niet bedoeld, vonnist de rechter; dit is geen dijkdoorbraak, maar een opleving van een virus waarop het kabinet zich met een wet had kunnen – en moeten – voorbereiden.

Rutte en Grapperhaus kunnen niet zeggen dat ze niet waren gewaarschuwd. De rechter volgt de lijn van de Raad van State, die zich begin ­februari al afvroeg of gezien de ruime voorbereidingstijd wel sprake kon zijn van een ‘zodanig urgente ­situatie’.

De juridische wankelheid is ­eveneens besproken in de Tweede ­Kamer. Voor SGP-leider Kees van der Staaij was het ontbreken van een wet de hoofdreden om al twee keer tegen de avondklok te stemmen. ‘Je kunt niet zomaar shoppen in de regelgeving’, zegt ook specialist noodrecht Adriaan Wierenga.

Het roept de vraag op waarom het kabinet de avondklok niet als optie heeft geprobeerd op te nemen in de coronawet, zegt ­Wierenga. In die wet, die de rest van de huidige coronamaatregelen regelt, had de avondklok volgens de rechter en de Raad van State niet misstaan. De maatregel had dan kunnen worden ‘aangezet’ bij een nieuwe ­coronagolf, al valt te betwijfelen of de Tweede Kamer destijds met de avondklok had ingestemd. Toen de Kamer de coronawet in oktober na maanden soebatten aannam, had zij de meest ingrijpende maatregelen juist uit het wetsvoorstel gesloopt. Ook premier Rutte wees de avondklok maandenlang categorisch af, tot de vrees voor de Britse variant het won van de bezwaren.

Sterke case

Op een ingelaste persconferentie volhardden Rutte en Grapperhaus dinsdagmiddag in hun gelijk. Grapperhaus legde uit dat er nou eenmaal ‘een paar dagen nodig’ waren om de invoering van de avondklok te regelen, ondanks ‘de grootst mogelijke urgentie en spoed’ die op zijn ministerie aan de dag was gelegd. Rutte kondigde het hoger beroep aan – ‘We verwachtten dat we een sterke case hebben’ – en riep Nederland op zich ongeacht de uitspraak aan de avondklok te houden.

Strijdbare woorden. Dat het kabinet desondanks twijfelt aan zijn ­eigen ­onfeilbaarheid, blijkt uit het voor­nemen om alsnog met een spoedwet te komen. Die moet alle twijfel over de juridische houdbaarheid van de avondklok wegnemen. De spoedwet heeft goede kansen: bij de laatste stemming over de avondklok stemde een ruime Kamermeerderheid vóór.

Het kabinet zal vooral vrezen dat de rechterlijke uitspraak de politieke discussie opnieuw aanzwengelt. In het vonnis trekt de rechter ook de inhoudelijke argumenten voor een avondklok in twijfel. De opmars van de Britse variant zou een te magere rechtvaardiging zijn, omdat niet vaststaat ‘dát de mutaties tot een onhoudbare situatie zullen leiden’.

Dat de avondklok tegelijk is in­gevoerd met de beperking van het aantal gasten thuis tot één, maakt de zaak volgens de rechter niet sterker. Het OMT schatte onlangs dat de twee maatregelen samen het besmettingscijfer met 10 procent doen ­dalen. Maar de bezoekregeling ‘ver­tekent het beeld’ aanzienlijk, aldus de rechter. Het maakt de stelling dat de avondklok onvermijdelijk was ‘op z’n minst discutabel en ook niet erg overtuigend gemotiveerd’.

Het zijn teksten die oppositie­partijen als de PVV en Forum voor ­Democratie als muziek in de oren klinken – en die munitie vormen voor een volgend debat.

Met medewerking van Mac van Dinther

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden