Hoe het is om renner te zijn

Eerst volgt een stilte, dan een diepe zucht en uiteindelijk een kreet. Nee, niet weer! Doping roept in het wielerpeloton vandaag de dag heftige emoties op....

Een aantal renners wordt echt boos als het onderwerp ter sprake komt. Anderen tonen zich gefrustreerd of moedeloos. Hoe kun je je nog verdedigen als de ene na de andere collega betrokken blijkt bij een dopingschandaal?

Door middel van een enquête heeft de Volkskrant onderzocht hoe de renners over de problematiek in hun sport denken. Het afgelopen jaar werd het wielrennen overspoeld door dopingaffaires, verdachtmakingen en bekentenissen van oud-kampioenen die toegaven in de jaren 90 onder meer epo te hebben gebruikt.

Het heeft zijn weerslag gehad op het Nederlandse peloton dat voor een groot deel murw geslagen lijkt door de niet-aflatende stroom negatieve publiciteit. Een aantal renners wil een mening geven, maar alleen anoniem. Ze zijn bang op hun woorden te worden afgerekend door het peloton.

Wie vooroploopt in de antidopingstrijd, krijgt het ene deel achter zich aan. Wie zegt dat het hem allemaal niet interesseert, haalt zich de woede op de hals van het andere – vooral Franse – deel.

Van de 32 Nederlanders profs in de Protour, de hoogste klasse van het wielrennen, wilden er 29 meewerken aan het onderzoek. Ze kregen twintig stellingen voorgelegd. Eensgezind waren ze nergens over. Zelfs niet over de stelling dat het gebruik van stimulerende middelen moet worden vrijgegeven.

97 procent is daartegen, maar Michiel Elijzen, renner van het Franse Cofidis, blijkt liberaal. Uit moedeloosheid, leert navraag. ‘Je blijft toch altijd valsspelers houden’, zegt hij.

Laatst was hij met zijn vader op weg naar Limburg toen hij in een file terechtkwam. Zijn Cofidis-fietsen pronkten achter op de drager. De bestuurder in de auto naast hem keek hem aan, bootste met zijn vingers een injectienaald na en plantte die pontificaal in zijn bovenarm.

Elijzen beheerste zich. Het was niet voor het eerst dat hij het meemaakte. Wielrenners moeten over een olifantenhuid beschikken. Ze worden uitgescholden, nagewezen, beschimpt en durven er nauwelijks nog voor uit te komen coureur te zijn. Van hun geloofwaardigheid resteert weinig.

Bijna de helft (45 procent) zegt nog maar weinig plezier te beleven aan zijn sport. Vooral de ervaren renners voelen het zo. 41 procent leeft met het idee dat zijn landgenoten hem beschouwen als een dopinggebruiker. Wie fietst, die spuit en slikt.

Bij de bakker of het tankstation wordt Bram de Groot er geregeld mee geconfronteerd. ‘Dan vragen ze: en, heb je vanmorgen nog wat epo genomen bij je ontbijt?’

‘Als ik op een feestje ben, zijn er altijd mensen die met een slok op lollig willen zijn en zeggen: wat gebruik jij?’, aldus Steven de Jongh. ‘Een aantal jaren geleden gebeurde dat nooit.’

‘Ik ben er nog altijd trots op wielrenner te zijn’, zegt Karsten Kroon. ‘Alleen ben ik bang het nog tegen iemand te zeggen. Ik ben bang voor de reactie.’

Dat geldt voor de meerderheid van de renners. ‘Het doet gewoon pijn’, zegt Tom Stamsnijder, net 22 jaar en renner van de Duitse ploeg Gerolsteiner. ‘Ik heb er zo hard voor gewerkt om prof te worden. Dan ben je het eindelijk en word je als een junk afgeschilderd.’

Hij heeft geprobeerd de mensen die hem beschimpen op andere gedachten te brengen. ‘Ik had er mijn persoonlijke missie van gemaakt om de wereld ervan te overtuigen dat ik een eerlijke renner ben. Maar ik heb het opgegeven. Het is een verloren zaak, het is vechten tegen de bierkaai.’

Aan de renners werd verder gevraagd of ze de wielersport, vanwege de dopingaffaires, zouden sponsoren als ze directeur waren van een groot bedrijf en naar een manier zochten de naamsbekendheid daarvan te vergroten.

De meesten waren het met elkaar eens. Slechts twee van de 29 zeggen in dat geval dat zij niets met de sport te maken willen hebben. De rest gaat uit van de gouden marketingregel: slechte publiciteit is ook publiciteit.

Bram de Groot: ‘Een sponsor wil toch voor zo min mogelijk geld zoveel mogelijk exposure? Nou, dan zit je goed bij het wielrennen.’

Voor een sponsor is de Tour het belangrijkste. Dat heeft zijn weerslag op de renners. 76 procent van de renners vindt echter dat de Tour niet teveel van hen vergt. Wel meent 66 procent dat organisatoren van wedstrijden over het algemeen te weinig rekening houden met hun belangen, met name in de grote ronden.

Maar de slechte hotels, de lange verplaatsingen, het veeleisende parcours of het gebrek aan echte rustdagen zijn volgens de renners geen vrijbrief om naar verboden middelen te grijpen, zoals wetenschappers beweren. Ze kunnen met z’n allen toch ook langzamer gaan rijden?

Dat kan alleen als iedereen er zo over denkt. 28 procent van de Nederlandse renners heeft het gevoel wedstrijden te hebben verloren omdat collega’s vals speelden. Veel anderen spreken zich daarover liever niet uit. Stamsnijder: ‘De kunst is jezelf er niet door te laten ontmoedigen.’

‘Maar de feiten spreken voor zich’, zegt Rabobank-renner Koos Moerenhout. ‘Ik heb misschien niet direct koersen verloren, maar het heeft me wel een betere klassering gekost in grote ronden.’ Joost Posthuma, ook van Rabobank: ‘Het probleem is meestal dat je het niet hard kunt maken.’

59 procent vindt daarom dat het aantal dopingcontroles snel moet worden vergroot. Drie van de respondenten werden dit seizoen, buiten de vaste kwartaalonderzoeken van de internationale wielerunie (UCI), niet gecontroleerd. Negentien renners kregen één tot vijf keer bezoek van de controleurs.

Ze pleiten vooral voor het opvoeren van de out-of-competitioncontroles, controles buiten de wedstrijden om. De Jongh: ‘Nu zijn er renners die vijf, zes weken nergens rijden en dan ineens weer aan een koers meedoen en meteen winnen. Daar heb ik het moeilijk mee.’

Het wantrouwen in het peloton is groot. Toch geloofde 66 procent collega Erik Zabel op zijn woord toen die op 24 mei beweerde dat hij maar een keer in zijn leven epo heeft gebruikt. Hetzelfde percentage gunt zevenvoudig Tourwinnaar Lance Armstrong het voordeel van de twijfel. Het betekent echter ook dat 34 procent twijfelt aan de geloofwaardigheid van de Amerikaan, die nooit op het gebruik van verboden middelen is betrapt, maar geregeld uit allerlei hoeken onder vuur is genomen.

Ook het vertrouwen in Bjarne Riis is na diens epo-bekentenis niet geheel verdwenen. 59 procent beschouwt de Deen nog altijd als de Tourwinnaar van 1996. De organisatie van het evenement schrapte Riis daarentegen wel van de erelijst en heeft al gezegd dat hij als manager van wielerploeg CSC niet welkom is in de Franse ronde.

‘Als hij aan de dope zat, dan gold dat ook voor de nummers twee tot en met tien’, zegt Koen de Kort.

De renner van Astana staat met zijn mening lijnrecht tegenover een aantal collega’s. Voor hen was Riis ooit het grote voorbeeld. De renners van de generatie die furore maakte in de jaren 90 en nu toegeven fouten te hebben gemaakt, waren hun idolen.

‘Ik dacht altijd dat je alleen de top kon bereiken door hard te werken. Maar dan leer je ineens de feiten kennen’, zegt Posthuma. ‘Die ontdekking heeft me teleurgesteld.’

‘Riis is een grote flapdrol, net als al die anderen. Ze mogen hem van mij uit de wielergeschiedenis schrappen’, zegt Matthé Pronk.

‘Wat hebben wij aan al die bekentenissen?’, zegt Bram de Groot. ‘Ze hebben eerst hun zakken gevuld en daarna belasten ze de volgende generatie met hun verleden. Geloof je nou echt dat het is ingegeven uit de beste motieven?’

‘Doen ze het voor ons? Nee, ze doen het alleen maar voor zichzelf’, valt Thorwald Veneberg zijn ploegmaat bij.

Wat hem betreft mag Riis ook geen leidinggevende functie meer bekleden in de wielersport. 34 procent van zijn collega’s is het daarmee eens.

Zelfs Kroon pleit voor een grote schoonmaak in het peloton. Voor zijn baas bij CSC maakt hij echter een uitzondering. ‘Riis doet op dit moment zoveel goed werk voor de sport. Daar kan ik niet omheen.’

Voor Knaven geldt eenzelfde situatie bij T-Mobile. Daar werkt hij met Rolf Aldag, een van de andere voormalige Telekom-renners die onlangs bekende epo te hebben gebruikt. Stamsnijder, van Gerolsteiner, noemt Christian Henn – ook een dopingzondaar – een van de beste ploegleiders met wie hij heeft gewerkt.

‘Joop Zoetemelk is toch ook op doping betrapt? Die heeft met ons bij Rabobank gewerkt. Ik heb toen niemand gehoord’, vat De Groot de hypocrisie van de discussie over de toekomst van dopingzondaars in de wielersport samen.

72 procent van de renners is van mening dat in de wielersport sprake is van een heksenjacht door de media. Meer dan de helft zou graag zien dat ook in andere sporten meer wordt bericht over het gebruik van verboden middelen. Want dat daar ook wordt gesjoemeld, daaraan twijfelt niemand.

Kroon werd dit seizoen, als gevolg van het nieuwe teambeleid, al zestien keer gecontroleerd. Laatst moest hij de controleurs toelaten in de slaapkamer van zijn 1-jarige dochter. Ze mochten hem immers niet uit het oog verliezen. ‘Maar weet mijn dochter veel? Ze was helemaal overstuur.’

Hij heeft nog altijd geen handtekening gezet onder het nieuwe antidopingcharter, dat vorige week met groot vertoon werd gepresenteerd in Genève. Op vrijdagavond verzamelde de UCI volgens haar eigen website officieel 164 van de verwachte 600 krabbels, waaronder die van Clement, Elijzen, Knaven, Stamsnijder en Terpstra.

De renners van Rabobank maakten donderdag bekend onder protest te zullen tekenen. Ze verwijten de UCI ‘een gebrekkige communicatie en respectloos en ondemocratisch handelen’.

55 procent van de Nederlandse Protourrenners heeft er problemen mee dna ter beschikking te moeten stellen aan de officiële instanties, als die daar om vragen. Ze vinden het een onnodige criminalisering van hun beroepsgroep.

Maar er is geen weg terug. De UCI liet voor het oog van de vele camera’s Mark Cavendish en Sandy Casar een handtekening zetten. Het voelde als een morele chantage. ‘We zijn op een valse manier voor het blok gezet’, zegt Michael Boogerd, het gezicht van de Raboploeg.

Boogerd had liever helemaal niet getekend en de UCI uit haar tent gelokt, maar is blij dat zijn ploeg in elk geval een signaal afgeeft. ‘Je kunt niet iets blind ondertekenen omdat je ploegbaas dreigt dat je anders niet meer mag fietsen. Zo gaan we terug naar de Middeleeuwen. Straks mag je de Tour niet meer rijden als je getrouwd bent met een blonde vrouw.’

Bij CSC denken ze er hetzelfde over, beaamt Kroon. Maar tot een gemeenschappelijke actie komt het nooit. De belangenvereniging voor wielrenners (CPA) heeft zich, zij het onder protest, achter het initiatief geschaard.

Kroon heeft het vertrouwen in de internationale wielerunie verloren. ‘De enige oplossing is zo langzamerhand de UCI uit haar macht te ontzetten en die in handen te geven van een managementbureau dat alles beslist. We zoeken een belachelijk rijke Amerikaan die de sport koopt. Die moet zeggen: zo gebeurt het en verder geen gezeik, en als je het er niet mee eens bent, zoek je maar een andere baan.’

72 procent vindt dat de UCI in de (doping)chaos niets te verwijten valt. Slechts 28 procent is het met Kroon eens. Opmerkelijk genoeg is het vooral de jeugd die er zo over denkt. Marc de Maar, 23 jaar: ‘Doping bestaat al zolang de wielersport bestaat. Is het dan gek om te concluderen dat ze het probleem jaren hebben onderschat?’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden