Hoe het gedrag van Syrische vluchtelingen Drentenaren op de zenuwen werkt

Pipodorp

De hoop was dat de asielzoekers in Pipodorp zouden blijven, maar in groepjes lopen ze kilometers naar winkels in de wijde omgeving.' Zo begint een reportage van RTV Drenthe over de opvang van gevluchte Syriërs in het dorpje Oranje. Het lijkt allemaal te mooi om waar te zijn.

Je staat in Syrië op de uitkijk, aan de rand van je dorp, en je ziet de bloeddorstige horde langzaam dichterbij komen. 's Nachts hoor je, twee straten verder, een auto stoppen en tien minuten later begint een vrouw te gillen. Je laadt je telefoon op, neemt je zoon onder je arm en vlucht de stad uit. Daarna volgt een lange reis. De deur van de bus zwaait open en daar sta je, in Pipodorp.

Ik zou denk ik ook gaan lopen. Het woord Pipodorp roept verschrikkelijke beelden op. Zes vluchtelingen in een vakantiehuisje, met het hoofd tussen de knieën. Ze zwijgen. Dan wordt er op het raam geklopt. Het is Sikko de Parkclown. Hij doet alsof hij het raam niet snapt. Hij wijst op de kapotte schoen van een vluchteling en door het raam heen horen ze hem 'Allemachies!' roepen. Daarna doet Sikko, achter het raam, alsof hij in een lift staat. In de reportage wordt minutenlang door lokale politici en winkeleigenaren uitgelegd dat de Syrische vluchtelingen onverwacht gedrag vertonen. Ze lopen in groepen en dat zijn ze niet gewend in Drenthe.

Dat klopt. In Drenthe loopt iedereen alleen. Ze ruiken iets, staan op en beginnen vanzelf te wandelen. Soms, als een andere Drent even een stukje met ze op wil lopen, ontstaan vechtpartijtjes. Je ziet dat vaak, als je in je auto door Drenthe rijdt. Twee mannen in een overall, doodstil op elkaar liggend, ergens midden in een weiland. Om het kwartier geeft de een de ander een vuistslag in het gezicht.

In de reportage legt een winkelier uit dat de vluchtelingen het concept supermarkt niet begrijpen. Je ziet dat meteen voor je. Zeventig Syriërs die zwijgend naar een kluit vacuüm getrokken poffertjes staan te loeren. Onbedaarlijke lol om onze shampoo. Ze wassen hun haar hier met kiwi. Zeventig eenzame mannen, geëmotioneerd ruikend aan een stuk schapenkaas.

Het is vooral het groepsgedrag dat de dorpsbewoners op de zenuwen werkt. Ze lopen door het bos en komen zeventig Syriërs tegen. Dat snap ik wel. Ik weet al niet waar ik moet kijken als ik één Nederlander tegenkom. Je voelt je betrapt. Wat doe je in godsnaam alleen in een bos, zonder hond. Ik doe mijn best om te lopen zoals ik normaal ook loop, maar ik zie het in hun ogen als ik voorbij wandel: ze vertellen 's avonds dat ik me weer tegen mijn vaste boom heb staan aftrekken.

Vermenigvuldig dat ongemak met zeventig en je hebt een probleem.

De lokale bevolking schijnt zich ook te storen aan het telefoneergedrag van de vluchtelingen. Daar waar maar een streepje wifi is, verzamelen zij zich. Negenhonderd vluchtelingen, als trillende knaagdiertjes tegen elkaar aangedrukt, in een hoek van het vakantiepark, allemaal met de rechterarm omhoog. Soms heeft iemand geluk en gaat een telefoon over in Syrië. Met zijn allen luisteren ze hoe de telefoon eindeloos lang rinkelt en niet wordt opgenomen. Daarna troosten ze de beller. Zijn zus is misschien even boodschappen doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.