Hoe het been een naam kreeg

Dankzij dna-onderzoek kunnen mysterieuze sterfgevallen soms jaren na dato worden opgehelderd. Voor de nabestaanden betekent dat eindelijk rust.

AMSTERDAM - Een been dat in 1987 aanspoelde op Terschelling heeft eindelijk een naam gekregen. Dit succes is aanleiding voor het Haagse coldcaseteam om ook andere nabestaanden van langdurig vermisten op te roepen hun dna af te geven. 'De kans op succes is klein', zegt teamleider René Smulders. 'Het is een laatste optie. Maar als het lukt, kan het rust geven. Dan kunnen nabestaanden het afsluiten.'


Het was een kille, sombere decemberdag in 1986 toen John - een gefingeerde naam - op de fiets stapte en verdween. Hij zat met zichzelf in de knoop, en zijn vrouw maakte zich al langere tijd zorgen. Zou hij vandaag uit zijn woning zijn verdwenen, dan zou er binnen de kortste keren met een politiehelikopter naar de verwarde man worden gezocht. Alle politieagenten in de buurt zouden zijn beschrijving krijgen. En ook aan burgers zou via Twitter worden gevraagd naar hem uit te kijken.


Maar 28 jaar geleden kon de politie nog niet zoveel, zegt Leo Simais van de politie Den Haag. 'De vermissing werd via de telex doorgegeven aan andere korpsen.' Een dag later kwam er al een reactie: op de boot naar Groot-Brittannië was een briefje gevonden. John wilde van de boot stappen, schreef hij in het briefje . Niemand heeft hem echter zien springen. En zijn lichaam werd nooit gevonden - dacht de politie.


Ook toen op 26 juli 1987 een been aanspoelde op West-Terschelling werd er geen verband gelegd met de man die zeven maanden daarvoor van de boot was gesprongen. 'De vondst van het been maakte destijds niet veel indruk', zegt Teun de Jong, die namens de PvdA wethouder is op het eiland. 'Ik was toen postbode en er spoelde wel vaker iets aan. Dat gebeurt nog steeds trouwens: onlangs nog werd er een onderkaak gevonden op Vlieland.'


Pogingen van de plaatselijke politie om het been - waaraan nog een Clarks-schoen en een sok zat - te identificeren, liepen op niets uit. 'Ze hebben echt van alles geprobeerd', zegt Simais. 'Ze hebben zelfs contact opgenomen met België, omdat ze dachten dat het mogelijk een slachtoffer was van de scheepsramp met de Herald of the Free Enterprise uit maart 1987.' De kans op een match was destijds klein, voegt De Jong toe. 'Een drenkeling kan overal vandaan komen.'


En dus werd het been begraven - te midden van de andere onbekende drenkelingen.


Afgelopen september opende de politie op aandringen van Johns dochter opnieuw het dossier. 'Ze was nog jong toen haar vader verdween, en ze is er nog steeds veel mee bezig', vertelt Simais. 'We zeiden: de kans is heel klein, maar als je je dna af wilt afstaan, kan dat.'


Sinds 2010 wordt standaard het dna van een onbekende dode afgenomen voordat het lichaam begraven wordt. Daarnaast zette de politie in 2011 een project op om eerder gevonden overleden nomen nescio - naamlozen - op te graven en hun erfelijk materiaal alsnog af te nemen.


'Je kunt niet iedereen opgraven. Soms liggen er drie lichamen op elkaar, en zijn de kisten in elkaar gezakt. Dan ligt alles door elkaar', aldus een politiewoordvoerder. 'Maar als het even kan en de burgemeester toestemming geeft, doen we het.'


Inmiddels zijn 74 naamlozen opgegraven en weer herbegraven, 111 nog niet. In totaal telt de dna-databank van het Landelijk Bureau Vermiste Personen 570 dna-profielen van ongeïdentificeerde personen. 'Een enkele keer hebben we een onverwachte match', zegt de woordvoerder.


De Haagse politie hoopt dat de zaak van John nog meer mensen stimuleert dna af te staan 'En nog lang niet alle burgemeesters hebben toestemming gegeven om de lichamen van de nomen nescio op te graven. Sommigen willen de grafrust niet verstoren', zegt Smulders. 'Maar het betekent heel veel voor nabestaanden.'


Of Johns been op Terschelling blijft, of opnieuw wordt begraven, is aan de familie. 'Maar wij zijn in ieder geval blij', zegt wethouder De Jong die verantwoordelijk is voor de begraafplaatsen. 'In 2010 stonden we voor de keuze om het graf definitief te ruimen, omdat de begraafplaats overvol is. Gelukkig hebben we dat niet gedaan.'


Watersnood

Afgelopen najaar zijn ook onbekende slachtoffers van de Watersnoodramp uit 1953 opgegraven - in de hoop hen alsnog een naam te geven. Aanvankelijk dachten de politie en de gemeente dat op Schouwen-Duiveland 32 doden lagen begraven. Maar enkele graven bleken leeg - het bleken reservegraven. In totaal werd er van 29 slachtoffers dna afgenomen. Iedereen van wie een familielid vermist raakte door de ramp, kan zijn of haar dna afstaan. Op 1 januari hadden zich al vijftig nabestaanden gemeld. Het Nederlands Forensisch Instituut vergelijkt hun erfelijk materiaal met dat van de slachtoffers. Er is nog geen match gevonden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.