achtergrond Het archief van pedovereniging Martijn

Hoe het archief van pedoclub Martijn de veranderde tijdgeest weerspiegelt

Beeld Silvia Celiberti

Van pleitbezorger van de pedofiele zaak met een luide stem in de politiek tot organisatie die met toenemende vijandigheid te maken kreeg en uiteindelijk werd verboden: pedovereniging Martijn heeft ondervonden hoe de ‘akseptatie’ van seks met kinderen verdween. De Volkskrant kreeg toegang tot het archief van Martijn, dat een unieke blik van binnenuit biedt op de ijzige kilte die de club is gaan omhullen.  

Ook bij de pedoclub moeten stempels worden gekocht met ‘drukwerk’ erop. Ook bij de pedoclub moet iemand koek en drank inslaan voor de vergaderingen. Ook bij de pedoclub kan het voorkomen dat de lustrumavond tegenvalt omdat ‘het programma te lang was’ en er ‘te weinig tijd was om te babbelen’. Ook bij de pedoclub zitten vergadertijgers die ‘het doen uitvoeren van een voorstel waarvoor op de ALV niet de vereiste meerderheid was een bestuurlijk monstrum’ vinden.

En ook bij de pedoclub kan lang en grondig worden gediscussieerd over de stevigheid van enveloppen.

Maar alleen bij de pedoclub heeft ‘iemand uit Weert problemen met de moeder van zijn vriendje’. Alleen bij de pedoclub zit tussen de ingekomen post een ‘brief van X in België dat hij is opgenomen in een inrichting’, komt bericht binnen vanuit Thailand ‘dat is gepoogd om Y te chanteren’. En wordt besproken dat een lid ‘uit het zwembad is geflikkerd’.

En bij nader inzien, dat van die stevige enveloppen is bij de pedoclub ook belangrijker dan bij een doorsnee vis- of biljartvereniging. Leden willen het clubblad wel ontvangen, maar ze willen niet dat postbodes of buren zien dat ze het krijgen.

Bespreekbaar

Welkom in het archief van een van de meest omstreden Nederlandse organisaties van na de Tweede Wereldoorlog: de inmiddels verboden vereniging Martijn, opgericht met als officiële doelstelling: ‘het bespreekbaar maken van en het streven naar acceptatie van ouderen-jongerenrelaties’. Een map of veertig beslaat het archief en wie het fysiek in handen wil hebben, moet thuis langs bij een van de oud-bestuursleden, Marthijn Uittenbogaard.

Aanbellen bij hem gaat niet. De deurbel is er ooit door iemand afgesloopt en zijn partner en hij laten dat maar zo. Anders wordt er toch maar belletje getrokken. Die partner is een volwassen man overigens, Uittenbogaard zegt dat hij kan vallen op alle leeftijden, van heel jong tot heel oud. Heel jong, dat zegt hij nooit in de praktijk te hebben gebracht, omdat dat niet wordt geaccepteerd. Hij is in elk geval nooit veroordeeld voor een zedendelict.

Aankloppen kan op de ruit. Ondanks schoonmaakwerk is te zien hoe iemand daar met grote witte letters ‘PEDO’ op heeft gekalkt. Wie erop klopt, voelt niet het glas maar een laag polycarbonaat. Wordt er nu een baksteen gegooid, legt Uittenbogaard uit, dan volgt geen gerinkel maar slechts een harde klap.

Persoonlijke collecties

Die voornaam – Marthijn, met een ‘h’ – is toeval. De vereniging Martijn – zonder ‘h’ – is begin jaren tachtig vermoedelijk genoemd naar een ‘vriendje’ van de initiatiefnemer. Uittenbogaard kwam er veel later bij. Hij trad in de publiciteit en werd een van Nederlands bekendste pedofielen. Soms wordt hij belaagd. Hij gaat dus weinig op pad. Werk heeft hij niet. Hij brengt zijn meeste tijd hier binnen door, achter het polycarbonaat, met twee playstations én zijn archief. De trap gaan we op, naar zijn slaapkamer, waar de meeste mappen in kasten zijn gepropt. Marthijn Uittenbogaard slaapt tussen de pedo-geschiedenis: ingekomen en uitgaande post, administratie, verslagen, tijdschriften. Niet alleen de stukken van Martijn heeft hij, ook van buitenlandse pro-pedofilie-organisaties. En persoonlijke collecties, van inmiddels bejaarde of overleden medestrijders. En hij heeft wat materiaal van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming, die in de jaren zeventig en tachtig een werkgroep kende waar even onverbloemd het pedofiele evangelie werd verkondigd als bij Martijn.

Uittenbogaard mailde onlangs de Volkskrant: al die notulen van Martijn, waren die misschien interessant? Hij zou eigenlijk graag zien dat het archief werd opgenomen door een officieel instituut. Maar voorlopig zit Uittenbogaard zelf thuis stukken te fotograferen en in te scannen, die hij vervolgens geanonimiseerd op zijn site brongersma.info zet, genoemd naar de voormalige PvdA-senator Edward Brongersma.

Want het is nu onvoorstelbaar, maar tot 1977 zat voor die partij iemand in de Eerste Kamer die openlijk zijn voorkeur voor tieners beleed en op tv vurig de pedofiele zaak bepleitte.

Maatschappelijke omwenteling

En daarmee zijn we direct bij de gigantische maatschappelijk omwenteling die Martijn meemaakte en waarop het archief een unieke blik van binnenuit biedt. Wie de interne stukken leest van de eerste jaren na de oprichting, in 1982, merkt: ze dachten dat ze er misschien wel bijna waren, dat Nederland pedofilie zou aanvaarden en dat seks met kinderen legaal zou worden. Zich onbewust van een toekomst waarin ze juist totaal zouden worden verstoten en waarin hun vereniging zou worden verboden. Voor de context: in 1979 hebben linkse partijen een petitie meegetekend tegen de strafbaarstelling van seks met minderjarigen. In 1987 wordt een petitie van het COC door een breed spectrum aan maatschappelijke organisaties en culturele figuren ondertekend waarin wordt gevraagd om seks met kinderen onder de 16 toe te staan als ‘de jongere in kwestie het contact zelf zocht, of een actieve rol speelde in het onderhouden ervan of indien er geen sprake is van een groot machtsverschil’. Zoals Uittenbogaard zegt: ‘Het kwartje kon echt twee kanten op vallen.’

Dit artikel is vooral gebaseerd op de bestuursnotulen van Martijn die, behalve in de laatste jaren, consciëntieus werden bijgehouden. Puntsgewijze agenda, verbeteren en goedkeuren notulen vorige keer, ‘wat verder ter tafel komt’, dat werk. De vergaderingen zijn doorgaans bij iemand thuis, meestal ’s avonds. Al heeft de vereniging ook jaren de beschikking over een kantoor. In een ‘kinderrijke buurt’, wordt opgemerkt, dus de bestuursleden wordt gemaand zich ‘niet te opvallend te gedragen’.

Beeld Silvia Celiberti

Sprekers worden aanvankelijk wel eens met volledige (voor)namen aangeduid, later alleen met initialen. Soms staat er expliciet dat iets uit discretie niet wordt genotuleerd, andere keren krijg je als lezer alleen die indruk. De spelling is lange tijd fonetisch, zoals vanaf de jaren zeventig populair was in de links-activistische hoek. Nog in 1990 wordt iemand die ‘acceptatie’ schrijft op de vingers getikt: dat moet ‘akseptatie’ zijn.

Belangrijkste taak van de vereniging: het uitbrengen van het blad, dat in de eerste jaren Martijn heet, maar al gauw wordt omgedoopt in OK Magazine om associaties met pornoblaadjes te vermijden. Dat blad heeft een aparte redactie, die zoals dat hoort regelmatig overhoop ligt met het bestuur. Op het hoogtepunt heeft Martijn tussen de zes- en zevenhonderd leden, maar de meeste jaren zijn het er een stuk minder. Voor het grootste deel zijn het mannen die op jongetjes vallen. Een gebrek aan diversiteit dat door bestuurders soms wel als probleem wordt ervaren: waar zijn de vrouwelijke leden, komen de pedo’s die op meisjes vallen wel genoeg aan bod?

Feestelijke bijeenkomst

Hoe open en vrij Martijn in de vroegste begintijd kan opereren blijkt uit de talrijke activiteiten en contacten met andere organisaties. De vereniging lijkt dat vanzelfsprekend te vinden: ‘Vanwege het 15-jarig bestaan van de werkgroep pedofilie in R’dam is er een feestelijke bijeenkomst. Martijn wordt uitgenodigd om met z’n handel te verschijnen’, leest het. En: ‘In Zwolle start een huiskamerbijeenkomst. Veel succes!’

Of droogjes: ‘Op 15 november houdt de werkgroep Seksualiteit, Intimiteit, Relaties een open avond met als thema kinderporno.’ En: ‘R. gaat naar de themadag van het Humanistisch Verbond over jeugdseksualiteit, pedofilie, incest en wat dies meer zij.’

Er zijn warme banden met homo-organisaties. Het COC stelt regelmatig zijn panden beschikbaar. Bij homomanifestaties is Martijn present met een standje. Het blad ligt in tientallen openbare bibliotheken en boekhandels door heel Nederland. Verzoekje in 1984: een arts wil het blad graag in de patiëntenkamer, vraagt om meer foto’s van meisjes.

‘Positieve journalisten’

Tot eind jaren tachtig gaat het in de notulen nog over ‘positieve journalisten’ die welkom zijn. In het oog springt er een die de vereniging benadert nadat een meisje veel heeft losgemaakt door te vertellen hoe zij heeft geleden onder seksueel misbruik. Weet Martijn misschien een kind dat kan vertellen over een meer positieve ervaring? Er wordt geadverteerd bij de kranten van Perscombinatie, een verre voorloper van DPG Media. Pas in de jaren negentig zullen de advertenties daar worden geweigerd. Nog in 1991 vraagt de politie Martijn om hulp bij de het oplossen van de moord op een 11-jarig meisje, vanwege de specifieke deskundigheid.

Melkkoe van de vereniging is, buiten de contributie, de ‘ledenservice’. Martijn verkoopt per post foto’s en video’s met blote jongetjes, vaak oorspronkelijk gemaakt in een heel andere context, die van de naturistenbeweging. Zoals de beheerder van deze ledenservice op enig moment schrijft: leden knappen hiervan op als ze het moeilijk hebben. Op algemene ledenvergaderingen verhandelt de vereniging ook wel wat ‘gedurfder’ materiaal, maar gedurende zijn hele bestaan zijn de bestuurders zich zeer bewust van de wettelijke grenzen: Martijn moet legaal zijn.

Beeld Silvia Celiberti

Dat geldt ook voor het blad, waarin pamfletten, boekbesprekingen, columns en interviews staan, maar dat veel abonnees toch in huis halen voor de foto’s van blote kinderen en de erotische verhalen en tekeningen. Internet is immers nog ver weg.

Voldoen aan de wensen van de leden én binnen de grenzen van de wet blijven, dat is balanceren. In 1985 besluit het bestuur over de ‘treffers’, de kleine advertenties: ‘Het verstandigste lijkt een stopzetting van de bemiddeling in kinderporno, in kombinatie met diskussie in de vorm van artikelen, interviews e.d, over de keerzijden van kinderporno.’ Streng wordt ook genoteerd: ‘Er wordt niet ingegaan op verzoeken tot bemiddeling tussen ouderen en jongeren.’ Dat is meer uit vrees voor represailles dan principieel: ‘Treffers met erotische toestanden liggen moeilijk. Liever niet meer plaatsen maar intern bemiddelen.’

Marges

Dat Martijn is opgericht óp de piek van de pedo-acceptatie, betekent dat de bestuursleden eigenlijk al vrij snel moeten bewegen binnen smaller wordende marges. Eind jaren tachtig heeft het bestuur het al over de ‘weinig liberale tijden’. Er zijn dan exemplaren van OK in beslag genomen bij een homoboekhandel in Amsterdam. De vereniging wordt overvallen door de ‘onverwacht scherpe vervolging van kinderporno’ en concludeert: ‘Het beleid moet grotendeels verdedigend zijn.’ Met de jaren wordt de vereniging voorzichtiger. 3 juni 1991: ‘Na stemming wordt besloten geen tekeningen met stijve pik te plaatsen.’

Maar het verspreiden van legale blootplaatjes stopt niet. Het leidt tot verhitte onderlinge discussies over de effectiviteit van Martijn. Want wat wil de vereniging nu zijn, vragen kritische sympathisanten zich in de tweede helft van de jaren tachtig in bevlogen brieven af. Een informatie- en amusementsblaadje voor pedofielen? Draait alles om zelfacceptatie? Dan passen de ‘leuke foto’s’ en de, zoals één brievenschrijver ze misprijzend noemt, ‘druipende pik-verhalen’.

Óf is Martijn er vooral om de strijd aan te gaan buiten de eigen kring, bijvoorbeeld op het gebied van wetgeving? Dan misstaat dat soort kopij en moet het belang van het kind centraal worden gesteld.

Beeld Silvia Celiberti

Een van de bestuursleden krabbelt in een driftig handschrift een reactie op een kritische brief met wat volgens hem de kern is. ‘Onze taak is duidelijk te maken dat pedofielen onrecht gedaan wordt, door hun relaties zonder meer strafbaar te stellen.’ Martijn voor de pedo’s dus.

Dat valt vaker op in de notulen; als puntje bij paaltje komt, gaat het daarin toch weinig over de kinderen die volgens de officiële lijn zo door de pedofielen worden bemind.

Vrije keuzes

Eerst die officiële lijn. Die is nauw verwant aan het anti-autoritaire denken van de jaren zeventig en gaat zo: het individu moet helemaal vrij keuzes kunnen maken. Een kind is ook zo’n individu. En kinderen hebben seksuele gevoelens, ook voor volwassenen. Wanneer je het uiten van die gevoelens verbiedt, doe je het kind tekort. Pedofielen zijn geen misbruikers of verkrachters, nee, die houden juist ontzettend veel van kinderen en willen op basis van vrijwilligheid seks met kinderen, zodat die kinderen zich geliefd voelen en zich seksueel ontwikkelen. Dwang, dát is uit den boze, maar daar zou de ware pedofiel zich ook nooit schuldig aan maken. Kinderverkrachting en incest zijn volgens deze redenering juist geen pedofilie. Als er al schade voor een kind is in een ‘pedofiele relatie’, komt dat niet door de pedofiel maar door de afkeurende reacties van de omgeving. 

Psychiaters, psychologen, therapeuten: ze worden bij Martijn doorgaans met groot wantrouwen bekeken, omdat ze van het onderscheid tussen misbruik en pedofilie niets zouden snappen en pedofielen zien als ziek in plaats van als mensen met simpelweg een bepaalde geaardheid. Vraag het Marthijn Uittenbogaard en die zal dit alles nog altijd gloedvol betogen.

Variaties op dit thema herhalen zich eindeloos in OK Magazine. Verworpen wordt het idee dat kinderen de consequenties van seksueel contact met volwassenen helemaal niet kunnen overzien, dat tussen een volwassene en een kind per definitie zo’n machtsverschil zit dat van werkelijke vrijwilligheid nooit sprake kan zijn. Dat iemand die geil wordt van kinderen en zijn driften volgt nooit tegelijk het welzijn van een kind voor ogen kan hebben. En dat slachtoffers daar vaak een leven lang last van houden. Verworpen wordt eigenlijk alles dat op dit gebied vandaag de dag gemeengoed is. 

Geen afkeuring

Maar ook die eigen filosofie van Martijn – pedofilie is goed, dwang is slecht – wordt in de bestuursnotulen niet erg consequent gevolgd. Zo is de afwijzing van kinderporno, voorbeeld bij uitstek van exploitatie, slechts pragmatisch. Als in 1986 ‘weer iemand bezoek krijgt van de politie’ en vast komt te zitten, is er ergernis: ‘Gezien het feit dat hij vooral op porno-aanklachten vast zit en hij door zijn onzorgvuldige gedrag de vereniging geschaad heeft kunnen we hem geen solidariteitsverklaringen sturen.’ Maar er is geen afkeuring. Martijn mag er zelf niet in doen, op bijeenkomsten komt het voor dat iemand andere leden aan kinderporno helpt. ‘Dat was niet toegestaan’, zegt Uittenbogaard. ‘En in mijn tijd heb ik het nooit meegemaakt.’ En tot het eind biedt Martijn ruimte aan leden die zeggen het te bezitten. In 2011, als de voorzitter – nota bene na al te zijn gepakt – weer ‘kinderporno is gaan downloaden’, is er opnieuw alleen die instrumentele irritatie: ‘Dit is een achilleshiel in de vereniging.’

Zo ook als een actief lid op de Filipijnen wordt gepakt voor misbruik van meisjes van 9 en 14. Kinderprostituees. De reactie in het bestuur? Daar wordt geopperd om een lijst te publiceren in OK Magazine met ‘veilige landen, met leeftijdsgrenzen en wetsartikelen ed.’, om de pakkans te verkleinen. ‘Inmiddels hebben we hierin een taak om leden zinvol te informeren.’ Notulen spreken van ‘het noodlot’ dat deze oud-voorzitter heeft getroffen, over ‘Filipijnse avonturen’.

Naarmate Nederland meer van het jarenzeventigdenken achter zich laat en feller inzet op de aanpak van kindermisbruik, wordt het killer om Martijn heen. Activiteiten gaan niet door of worden matig bezocht, het is moeilijk om gasten van buiten te krijgen, contacten met media bloeden dood of lopen uit op publicaties die door het bestuur steevast als ‘te negatief’ worden beoordeeld. Tal van wilde plannen worden wel gemaakt maar nooit waargemaakt. Zoals een boekje uitgeven met de titel ‘Hoe bescherm ik mijn kinderen tegen seksueel geweld?’ en daar dan ‘goede en positieve artikelen’ over pedofilie in opnemen.

Nationaal Archief meest aangewezen plek

Oud-bestuurslid Marthijn Uittenbogaard wil graag dat het archief van pedofielenvereniging Martijn onderdak vindt bij een officiele instelling en daar kan worden geraadpleegd voor onderzoek. Het Nationaal Archief in Den Haag is bereid hier serieus naar te kijken, zegt Jelle Gaemers, die daar collecties aanwerft. In het jaar dat Martijn werd verboden, 2012, nam Gaemers’ voorganger zelf al contact op met de vereniging om het archief veilig te stellen. Dat leidde toen niet tot resultaat. Er was huiver over het brisante karakter van Martijn, er vonden personele verschuivingen plaats binnen het Nationaal Archief en het instituut had nog geen oplossing voor het extra werk dat de stukken van Martijn met zich meebrengen. ‘Vanwege de privacygevoelige informatie zullen we van elk stuk moeten bekijken of het vrij ter inzage kan zijn of dat er beperkingen op moeten zitten’, legt Gaemers uit. ‘Wanneer er aanvragen komen, moeten we die beperkingen ook goed toepassen.’ Niettemin wil hij, mocht Uittenbogaard hem weer benaderen, verder met de zaak. Over het historisch belang is geen twijfel, blijkt ook uit navraag bij andere archivarissen.En bij gebrek aan een Nederlands archief dat zich in het bijzonder op particulieren toelegt, is het Nationaal Archief volgens Gaemers ‘de meest aangewezen plek’.

Beeld Silvia Celiberti

In 1991 wordt zelfs van de NVSH, een van de trouwste bondgenoten, geconstateerd dat die Martijn ‘nogal alleen aan de bak laat’. ‘We groeien uit elkaar.’ Bij een verzoeningsgesprek bezweren bestuursleden van Martijn dat ze heus ook naar het belang van het kind kijken en pedofiele relaties minder idealiseren, tegenwoordig ook ‘meer oog hebben voor de realiteit van sexuele mishandeling’. Het mag weinig baten. Drie jaar later wordt Martijn, net als andere pedofielenorganisaties, uit de internationale federatie van de homobeweging gezet.

In 1995 arresteert de Amsterdamse politie zes mensen op verdenking van deelname aan een criminele organisatie. Via via horen de Martijn-bestuurders dat bij hen onder meer OK’s in beslag worden genomen en dat de politie uitgebreide organogrammen heeft waar ook OK-leden in voor komen. ‘Dit alles impliceert dat ook vereniging Martijn potentieel verdacht is. Daarom wordt ieder geadviseerd voorzichtig te zijn bij contacten.’ Voor de zekerheid zijn dan al fake ledenbestanden aangemaakt op computers om de identiteit van de echte leden te beschermen.

Zelfbehoud

Het bestuur denkt na over een ‘rampenplan’. ‘Er bestaat grote angst bij alle aanwezigen dat de imminente kinderpornowetgeving problemen op zal leveren voor individuen – niet voor ‘de vereniging’ als zodanig maar wel voor de mensen die aan redactie en/of bestuur meewerken.’ Iedereen wordt in elk geval aangeraden ‘je eigen huis schoon te maken’ uit ‘zelfbehoud en preventie’. En: ‘Let op wat je over de telefoon vertelt: het is raadzaam om er altijd van uit te gaan dat je telefoon afgetapt wordt.’ Nog een waarschuwing: ‘Als er via chatkanalen en/of nieuwsgroepen kinderporno wordt aangeboden, kan je er gevoeglijk van uitgaan dat het om een undercover-agent gaat. Niet op ingaan dus!’

De wet verandert dat jaar zo dat niet alleen de productie van kinderporno strafbaar wordt maar ook het in voorraad hebben. Martijn durft niet openlijk te protesteren. Het ‘betreft veel van onze leden’, maar het is ‘te glad ijs’.

In dezelfde periode gaat er ook nog eens een penningmeester met de kas vandoor, waardoor het blad slechts sporadisch verschijnt en de vereniging langs de rand van de afgrond gaat. En in 1996 komt daar de zaak-Dutroux overheen. In België worden in het huis van Marc Dutroux twee ontvoerde meisjes gevonden die door hem zijn misbruikt. Dutroux blijkt met zijn bende nog zeker vier andere meisjes te hebben gekidnapt, verkracht en vermoord. In Nederland wordt Martijn vanaf nu in één adem genoemd met dit type misdadigers.

Luister hier de uitgebreide aflevering van het Volkskrantgeluid over de pedofielenvereniging Martijn. In deze podcast praat verslaggever Kustaw Bessems met Marthijn Uittenbogaard, oud-bestuurslid van de vereniging.

Doodlopende weg

Het wordt lastiger en lastiger om nog pedofielen te vinden die in het bestuur of in de redactie willen. De ene redactiemedewerker wil weg omdat hij bang is om te worden gearresteerd en zo zijn huisbaas in problemen te brengen. Een ander overweegt op te stappen omdat hij vreest door de arrestatie van de oud-voorzitter op de Filipijnen kinderprostitutie te moeten verdedigen. ‘Vereniging Martijn is een doodlopende weg’, zegt hij. Iemand stelt voor de boel op te heffen en terug te komen als nieuwe, brede beweging voor seksuele minderheden. De emoties lopen hoog op, bij vergaderingen loopt wel eens iemand kwaad weg. Gaat het niet over het eigen voortbestaan, dan bespreken de bestuursleden nu steeds vaker bezoeken aan leden in de gevangenis.

Het is een klimaat waarin pedofielen zich, zodra dat kan, liever online verzamelen. In juni 1996 vraagt het bestuur zich voor het eerst af: Moet Martijn geen website? ‘Een aansluiting op internet is duur, doch weinig duurder dan adverteren in landelijke dagbladen.’ De site komt er, inclusief forum. Maar er zijn veel meer digitale ontmoetingsplekken, buiten Martijn, waar met name jongere pedo’s elkaar liever leren kennen. Martijn signaleert dat bezoekers op die fora ‘het irritant vinden dat Martijn zegt namens de pedofielen te praten’.

De nieuwe generatie komt ook wel eens fysiek bij elkaar maar heeft Martijn daar niet voor nodig. Met enige afgunst stelt het bestuur vast dat ‘International Boy Love Day steeds beter wordt bezocht’. Een uit de VS overgewaaid fenomeen: de eerste zaterdag na 21 juni en de eerste zaterdag na 21 december komen pedo’s die op jongens vallen bijeen en branden zij blauwe kaarsen. De deelnemers zijn ‘niet politiek actief’, merkt Martijn op. Ze willen ‘gewoon lekker leven’. Ook in pedoland lijken de jaren zeventig nu echt voorbij. Martijn probeert een beetje te concurreren door ook meer gezelligheid te organiseren: een borrel bijvoorbeeld. Of met korting naar de musical Kruistocht in spijkerbroek.

Bijna legaal

Het had politiek weinig gescheeld of het verbod op kinderporno was eind jaren zeventig opgeheven. Het wetsvoorstel lag er al. Maar toen sloeg het denken om en vanaf de jaren tachtig werd de wet juist steeds strenger, Tegenwoordig zijn niet alleen het maken en verspreiden van kinderporno strafbaar, maar ook het tonen en het bezit. Dat geldt ook voor ‘virtuele kinderporno’, zoals animaties. De maximale straf is vier jaar of acht als iemand er zijn ‘beroep of gewoonte’ van heeft gemaakt.

Seksueel contact met een kind jonger dan 12 is in Nederland altijd strafbaar. Met een jongere tussen de 12 en 16 is het strafbaar als sprake is van dwang, geweld of een afhankelijkheidsrelatie. Denk daarbij behalve aan een ouder bijvoorbeeld aan een leraar. Een volwassene is ook strafbaar als hij seksueel contact heeft met iemand onder de 18 in zo’n afhankelijkheidsrelatie. Het slachtoffer of iemand anders hoeven niet om vervolging te vragen, het openbaar ministerie kan daar zelf toe beslissen.

Beeld Silvia Celiberti

Helemaal zonder publieke medestanders komt Martijn niet te staan. De latere politicus Pim Fortuyn schrijft in 1999: ‘Waarom zou – onder de strikte voorwaarde dat het kind het wil en dat het niet wordt gedwongen –pedoseks niet zijn toegestaan? Dit verlichte standpunt is inmiddels verlaten en onder invloed van de gogen is het kind neergezet als geheel en al vrij van seksuele lusten, in elk geval tegenover volwassenen. We zijn ver verwijderd van het begrip dat Brongersma trachtte te kweken, overigens tot schade van onszelf, want alles wat bespreekbaar is, is in beginsel ook beheersbaar, moet u maar denken!’

Genuanceerder

En zanger Robert Long reageert woedend als Martijn in 2002 wordt geweerd van Roze Zaterdag omdat anders de politiebond niet mee wil lopen. Hij schrijft in een column: ‘Ik weiger te geloven dat ‘een pedofiel’, er alleen maar op uit is om zijn leuter in een kleuter te steken. (...) Het lijkt me zinvol om eens objectief te kijken naar wat pedofilie nou precies inhoudt. Dat is trouwens in de jaren ’70 al eens gedaan en de bevindingen waren genuanceerder dan wat we tegenwoordig in de media aantreffen.’

Maar dit soort geluiden wordt zeldzaam. En Martijn kalft verder af. Een handvol actievelingen bemant vanaf 2002 bestuur en redactie. Vaak niet met hun naam ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, omdat ze dat niet meer durven. In deze periode worden niet zo veel officiële bestuursvergaderingen genotuleerd, aldus Uittenbogaard. Op algemene ledenvergaderingen komt, zo is in verslagen daarvan te lezen, doorgaans slechts een man of twintig. ‘Het wordt hoog tijd dat we meer van ons gaan afbijten’, klinkt het in 2003 strijdbaar. Maar er is verdeeldheid: waar pleit je voor, wat is realistisch, wat is juist? Ook binnen Martijn zijn inmiddels mensen die denken dat een kind niet goed zelf kan beslissen over seks met een volwassene. Vergaderingen monden uit in het delen van persoonlijke ervaringen. Sommige leden brengen ter sprake dat zij worden behandeld bij officiële instellingen. Doe nou niet, is de reactie, pas nou op: je moet van zo’n therapeut anders gaan denken, je mag geen contact meer hebben met je zogenaamde slachtoffer, vertel niet te veel.

Beeld Silvia Celiberti

Met de wanhoop worden de woorden groter. ‘Laten we Nederland met de dag fascistischer worden of zijn er nog personen onder onze leden die zich hiertegen zullen verzetten?’ In 2011 probeert iemand de de boel op te beuren: Je ‘hebt weinig mensen nodig voor een revolutie’.

Maar in 2008 is dan al de laatste OK op papier verschenen. En in 2010 is het openbaar ministerie een onderzoek begonnen naar Martijn.

Strafbare feiten

Het OM concludeert dat individuele leden zich wel schuldig hebben gemaakt aan strafbare feiten – in 2011 wordt de voorzitter met kinderporno gepakt – maar Martijn als organisatie niet. De vereniging wordt dus niet vervolgd. Alleen blijkt die conclusie dan in Nederland politiek niet meer aanvaardbaar. Onder zware druk vraagt het OM de rechter om Martijn op civielrechtelijke gronden te ontbinden. ‘In de huidige tijdsgeest is er in de samenleving geen plaats meer voor seksuele of erotiserende denkbeelden over kinderen,’ aldus justitie.

‘We willen als het kan weer invloed uitoefenen op het politieke beleid inzake zedenwetgeving’, staat in de laatste bestuursnotulen, van april 2012. ‘Van de zomer zijn we van plan om met een groepje actievelingen in het wereldje hierover te brainstormen.’

Zo ver komt het niet meer. Na een zwaar bevochten procedure van twee jaar waarin Martijn het aanvankelijk nog lijkt te redden, hakt de Hoge Raad de knoop door: Martijn bagatelliseert de gevaren van seksueel contact met kinderen, verheerlijkt en propageert zulk contact. Daarmee neemt de vereniging drempels weg om seks met kinderen te hebben. Dat is schadelijk, omdat kinderen kwetsbaar en afhankelijk zijn. Volgens het hoogste rechtscollege weegt dit zwaarder dan de vrijheid van vereniging.

Martijn is nu echt geschiedenis.

Beeld Silvia Celiberti

Over de auteur en vereniging Martijn

Oud-bestuurslid Marthijn Uittenbogaard van vereniging Martijn benaderde juist journalist Kustaw Bessems met de bestuursnotulen van de vereniging nadat hij diens naam tegenkwam in die notulen. Op 13 april 2000 schreef Bessems in Trouw een kritisch stuk over een deel op de Martijn-website, dat was gericht op kinderen. Tussen links naar populaire speelgoedmerken, werd kinderen aangeraden door te klikken naar sites van pedofielen met blote en erotische foto’s van kinderen. Martijn verwijderde daarop de links.

Bij de bestuursvergadering van 16 april keek het bestuur ontevreden terug op de eigen perswoordvoering en besprak het de mogelijkheid van juridische stappen tegen Trouw en tegen het Meldpunt Kinderporno en een psycholoog die Martijn in het artikel hekelden. De vereniging zag daar echter vanaf.

Uittenboogaard herinnerde zich toen hij Bessems’ naam tegenkwam dat die later belangstelling had voor een gestrande procedure van de vereniging bij het Europees Hof.

In 2014 waren zowel Uittenbogaard als Bessems evenals tientallen anderen mede-ondertekenaar van een open brief waarin de Hoge Raad werd opgeroepen om Martijn niet te verbieden. Een initiatief van schrijver Anton Dautzenberg. Bessems achtte de ideeën van Martijn gruwelijk, maar vond het verbod op civielrechtelijke gronden een te grote inbreuk op de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vereniging.

Meer over pedofielenvereniging Martijn

Verslaggever Kustaw Bessems kreeg een mailtje van een ex-bestuurslid van Martijn, de pedofielenvereniging die in 2012 werd verboden. Of hij het archief wilde inzien en er een verhaal over wilde maken? Bessems worstelde zich door de stapels documenten, want deze uitzonderlijke geschiedenis vindt hij het vertellen waard. ‘Over weinig onderwerpen is de publieke opinie zó omgeslagen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden