Hoe Hermans de Donkere Kamer schreef

Uit het archief van Willem Frederik Hermans (1921-1995), de grote schrijver en beruchte polemist: handschriften, brieven, drukproeven. Ook tekeningen van eigen hand, en een collage. Niet eerder te zien geweest. Documenten uit de jaren vijftig, die onder meer tonen hoe Hermans zelf dacht over zijn klassieker De donkere kamer van Damokles (1958), en hoe hij te werk ging, nooit helemaal tevreden, ook in latere drukken continu in de weer met wijzigingen, spellingsmoderniseringen ook, en zinsconstructies.


Dit unieke materiaal is afkomstig uit het omvangrijke archief van de schrijver, dat aan het begin van deze eeuw werd overgebracht van de weduwe Hermans via het WFHermans-instituut (de toezichthouder die de intellectuele nalatenschap beheert) naar de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag. Het Letterkundig Museum heeft het archief in beheer.


Onderzoeker, projectleider en editeur Peter Kegel: 'Er zit zó veel prachtigs in. Het heeft even geduurd voordat we overzicht hadden. Dertig strekkende meter kwam hier binnen, meer dan 20 duizend brieven en andere documentatie. Het ordenen vergde een paar jaar.' Daarna kon het materiaal gebruikt worden voor de tekstbezorging en commentaar van de Volledige Werken van W.F. Hermans (ook digitaal te raadplegen op wfhermansvolledigewerken.nl). De Volledige Werken verschijnen vanaf 2005, twee delen per jaar. Kegel: 'Afwisselend fictie en beschouwend werk, we zitten nu ongeveer op de helft. De reeks zal met 24 delen voltooid zijn. De laatste twee delen gaan ongebundeld werk bevatten.' Collega Jan Gielkens vult aan: 'Als we op schema blijven, zitten we dan in het voorjaar van 2018. En dan ga ik met pensioen.'


Ook hebben de in het archief aangetroffen correspondenties met uitgever Geert van Oorschot en de schrijvers Gerard Reve, Rudy Kousbroek en F. Bordewijk reeds geleid tot boekuitgaven, en heeft Willem Otterspeer zich uitgebreid gedocumenteerd voor zijn tweedelige Hermans-biografie, die nog moet verschijnen.


Voorzichtig haalt Kegel de documenten uit hun mappen: de dummy van Multatuli's Woutertje Pieterse waarin Hermans op zekere dag in het voorjaar van 1952 een nieuw verhaal begon, 'Een overgevoelige natuur', in snel handschrift geschreven en onvoltooid, een oerversie van De donkere kamer. Geschreven vanuit het perspectief van Osewoudt die de oorlog heeft overleefd en als grijs geworden sigarenwinkelier terugblikt.


Kegel: 'Kijk, in deze brieven uit de jaren vijftig aan uitgever Geert van Oorschot en de toentertijd met Hermans bevriende Vlaamse surrealist Gust Gils vertelt Hermans over de genese van zijn roman, die hij zelf 'hoogst sensationeel' noemt. En drukproeven en correctie-exemplaren - in de tweede druk bijvoorbeeld werd een heel nieuw hoofdstuk toegevoegd - die laten zien dat Hermans zijn boek steeds weer wat scherper sleep. Daarnaast bevat het archief geweldige tekeningen en collages.'


Met verholen trots presenteert Kegel ook een krantenartikel uit 1948: 'De directe aanleiding van de latere roman: een artikel over het proces tegen Anton van der Waals, een spion van de Sicherheitsdienst die infiltreerde in het verzet, en die als verrader in 1950 zou worden geëxecuteerd.


Hermans heeft die zaak goed gevolgd. Van der Waals werd in de rechtszaak 'een door en door gevoelloze natuur' toegedicht, ook op basis van zijn karakter.


'Dát heeft Hermans gespiegeld in De donkere kamer, in de figuur Osewoudt, die vanwege zijn 'overgevoelige natuur' wordt vrijgesproken. Een complete zwart-wit-spiegeling. Fantastisch, als je zo iets vindt.'


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden