Hoe heilzaam is samen eten voor harmonie in het gezin

Steeds vaker groeien kinderen op in een hoge-drukpan van dubbele ambities en onderhandelingen over huishouden en zorg. Soms worden ze daar de dupe van....

'OM KINDEREN op te voeden hebben ouders een surplus nodig, élan vital. Als vader en moeder uitgeblust thuiskomen, dan is het mis. Dan kunnen ze die interesse en levenskracht voor hun kinderen niet opbrengen', zo betoogde de Leidse emeritus-hoogleraar orthopedagogiek W. ter Horst afgelopen zaterdag in Utrecht. 'Het probleem is dat het moderne bedrijfsleven de neiging heeft om de hele mens te claimen, hem op te vreten en uit te zuigen. Dat is niet verenigbaar met kinderen opvoeden.'

Een nietig baptistenkerkje in een van de armoedigste wijken van de stad, waar velen op het balkon en in het voortuintje nog een poging tot keurigheid doen. De zon en een schitterend blauwe lucht, waarlangs grote witte wolken jagen, verzachten het leed enigszins. Binnen, waar de Vereniging Christen-Pedagogen en Beroepsopvoeders (VCPB) congresseert, wacht de christen-soberheid van groentesoep, broodjes ham en kaas en krentebollen voor het middagmaal. Aan oubolligheid is evenmin gebrek.

'Dankjewel Jan, we zijn weer veilig geland in het hier en nu', glimlacht dagvoorzitter Ria verheugd, als sociaal-pedagoog J. Kaldeway 'in helikoptervlucht' een schets heeft gegeven van de evolutie van aard en structuur van het westerse gezinsleven sinds de middeleeuwen. Wat overigens niet wil zeggen dat 'piloot Jan' er een queeste naar 'Gods hand in de geschiedenis' van heeft gemaakt, geenszins.

Kaldeways schets van het open en tamelijk zakelijk gefundeerde gezin uit het pre-industriële tijdperk naar het gesloten, op affectie gebaseerde kerngezin tot in de jaren zestig, is net zo algemeen en actueel als het deze zaterdag op de dagorder staande thema: Twee carriëeres op een kussen, en de opvoeding ertussen? Voorwaar een onderwerp dat ook buiten de kring van gereformeerde vlotte truien en EO-georiënteerde kuitlange rokken, belangstelling geniet.

'Men leidt een overgereguleerd bestaan, waarin geen tijd meer is om te mijmeren, om te ontspannen of om spontaan een initiatief te nemen', zo haalde hij het boekje De vrouw en het badwater van publiciste en hoogleraar sociale wetenschappen Christien Brinkgreve aan.

Steeds vaker groeien kinderen op in die hoge-drukpan van dubbele ambities, onderhandelingen over huishouden en zorg. En zijn daar soms ronduit de dupe van, aldus een leidster van een kinderdagverblijf in de zaal.

'Ik heb een kindje van anderhalf dat emotioneel heel wisselvallig is. De moeder heeft een drukke baan. Hoe drukker zij het heeft, hoe slechter het met hem gaat. Ongeacht wat de vader aan extra aandacht geeft. Maar ik heb gemerkt dat ik daar niets van mag zeggen; het wordt ontkend, weggeduwd. Kennelijk ligt die moeder-kind-relatie heel erg gevoelig.'

Op het moment dat professor Ter Horst het over een 'surplus' heeft, dat nodig is om op te kunnen voeden, valt een jonge, sportief ogende moeder bijna van haar stoel van instemming. Even later kan ze haar verhaal kwijt: hoe zij de stress-maatschappij achter zich liet.

'Ik heb een dochtertje van vier en een peuter van anderhalf. De kleinste wou absoluut niet eten, niks. Toen ik werkte kon ik daar helemaal niet tegen, ik kon het niet hanteren. Ik was vreselijk gespannen. Na twee dagen werk had ik er drie nodig om bij te komen. Ik ben net gestopt met werken en daar zó blij over; ik merk dat ik nu pas de energie heb om op te voeden.'

Als in het schuin omhoog oplopende kerkzaaltje het reilen en zeilen van een Maastrichts kinderdagverblijf op de video wordt getoond, riekt het naar ferme weerzin bij de ruim vijftig aanwezigen. 'Arm kind', klinkt het zodra een ouderpaar dat een huilende baby aflevert, in beeld komt. Gegnuif zindert door de rijen, wanneer een jonge vader hoog opgeeft van de sociale en emotionele zegeningen die de crèche zijn kind brengt.

Moeders terug naar het aanrecht en hooguit een cursus bloemschikken dus? Maar nee, zo eenvoudig ligt het toch niet. Inleidster M. de Wolff, een briljante assistent in opleiding (aio) bij pedagogiek in Leiden, heeft als moeder ook geworsteld met de vraag: wel of niet werken. Maar promoveren, dat is duidelijk, doet ze het liefste.

'Ik las in het Reformatorisch Dagblad dat het rentmeesterschap over een kind uniek en onoverdraagbaar is, dus dat de opvoeding principieel thuis hoort. Daar sta je dan als gereformeerde moeder.' Niet dat ze is opgehouden met werken. In bedekte termen legt ze uit dat zij thuiszittend stapelgek zou worden, iets waar gelukkig het wetenschappelijk klinkende begrip 'huisvrouwensyndroom' al voor bestaat.

In haar baan onderzoekt ze nu vooral de effecten van kinderopvang op de ontwikkeling van het kind. Hoe goed of hoe slecht het eigenlijk is. De resultaten zijn hoopgevend.

Crèche-kinderen blijken net zulke veilige hechtingsrelaties aan te gaan met hun moeder als thuiskinderen, ze zijn socialer en als ze uit een laag milieu komen, steken ze op het kinderdagverblijf nog wat op ook. Alleen blijken jongens op vijftienjarige leeftijd behalve assertiever, zelfbewuster en creatiever, ook agressiever en minder gezeglijk te zijn dan hun leeftijdgenoten die thuis bij moeder bleven.

Toch blijkt uit een peiling ter plekke, verrassend, dat ook deze bijbels geïnspireerde en bezorgde opvoeders allereerst Nederlandse pragmatici zijn. Dat een kind voor z'n vierde jaar bij de moeder hoort en niet bij een oppas of in een crèche, blijkt slechts de overtuiging van een minderheid.

Dat een kind er juist enorm voordeel van heeft als het uit het geïsoleerde kerngezin treedt en optrekt met leeftijdgenootjes in het kinderdagverblijf, spreekt een iets grotere minderheid aan. Maar een echte meerderheid steekt het kaartje op ter ondersteuning van de stelling: 'Kinderopvang kan zowel negatief als positief zijn voor het kind. Het is primair ontlastend voor de ouders.'

De Wolff wil het niet bij wetenschappelijke constateringen en overwegingen laten. Ze probeert een keuze te maken voor de moderne ouder. Na wat curieuze rekensommen komt ze ten slotte uit op het advies aan ouders om met kinderopvang te beginnen op de leeftijd van vijf tot zes maanden en om als ouderpaar samen niet langer dan zestig á zeventig uur buitenshuis te werken.

'En spreek van tevoren af wie een vakantiedag opneemt als het kind ziek is, wie het kind, zo nodig, haalt en brengt van de crèche en bedenk ook wat je doet als alle vormen van kinderopvang bij jouw kind niet aanslaan: stop je met werken?'

Leek er boven de donkerbruine Heuga-tegels aanvankelijk hoon te bespeuren voor deze doorzichtige preek voor eigen parochie, de VCPB-leden blijven verrassen. 'Ik erger mij in toenemende mate', bitst een streng kijkende dame achterin, 'over deze presentatie. Waarom is een kind wegbrengen altijd zo moeilijk? Waarom al dat gepraat over werken of niet? Je werkt, punt uit.'

Maar De Wolff deinst niet terug voor de aanval. 'Ik vind dat die baan dus wèl ter discussie mag staan.'

Een mevrouw in gedistingeerd donkerblauw. 'Ik heb het gevoel dat in deze zaal de beslissing van die mevrouw in groene trui, die is gestopt met werken, wel erg gehonoreerd wordt. Maar hoe kan het toch dat ik zo vaak gelovige jonge vrouwen tref, met een mooi huis, schitterend huwelijk, die niet gelukkig zijn?'

Een jonge vrouw illustreert later, onbedoeld, dit ongenoegen. 'Mijn man werkt tachtig uur als arts in opleiding. Wat moet ik dan? Wat kun je daar als moeder nou mee?' En weer verrast de zaal, waar nu 'conservatieven' en 'progressieven' eendrachtig beginnen te applaudisseren voor de arts-echtgenote, die concludeert 'dat de rol van de man deze middag wel erg onderbelicht is gebleven.'

Universitair medewerker Kaldeway buigt het hoofd diep, als hij toegeeft dat hij niet vrijwillig van vijf naar vier dagen werken is teruggegaan. 'Achteraf ben ik er heel blij om. Maar mannen zijn ambitieus, er is de zuigkracht van de baan.' Groene trui: 'Ja, daar verschuilen ze zich achter' Kaldeway: 'Ik vind dat de druk op mannen om in te leveren dan ook best wat groter mag zijn. Ik kan geen baan verzinnen waarin vier dagen niet mogelijk zou zijn.'

De emancipatie is ook in orthodox-christelijke kring niet meer terug te draaien. 'Natuurlijk voelen vrouwen zich niet compleet met alleen thuiszitten', beaamt VCPB-voorzitter Jac. de Bruijn tussen de middag volmondig. 'Waar wij ons echter zorgen over maken is dat er niet meer wordt opgevoed. Niet alleen in christelijke kring, in het algemeen is de opvoedingsgemeenschap wereldvreemd geworden sinds ouders hun zinnen op iets anders hebben gezet dan de opvoeding van hun kinderen. Het is tijd voor reflectie.'

Daarom werd twee jaar geleden de vereniging in het leven geroepen. Want waarvóór voeden we eigenlijk op, gooit een niet zo streng in de leer ogende mevrouw er tussendoor uit. 'Vroeger was er toch meer een wij-gevoel. Als ik naar de dokter moest, zette ik m'n kind bij de buurvrouw. En dan sprak je af wie er met gymles of met zwemles meeging. Maar tegenwoordig werkt je buurvrouw ook. Het is nu allemaal meer gericht op economische zelfstandigheid; dat je lekker in je vel zittend jezelf kunt bedruipen.' 'En lekker eenzaam dood kunt gaan', vult een sombermans aan.

Toch wil ook Ter Horst vrouwen zeker niet manen om op te houden met buitenshuis werken. 'Het maakt mij niet uit wie wat doet, als je je er maar goed bij voelt. Ik ken moeders die de hele dag bezig zijn met het huis. Daar hebben kinderen ook niks aan. En een innerlijk conflict, of ruzie met de man, zuigt ook alle energie weg. Ik zou het alleen jammer vinden als vrouwen in dezelfde val trappen als de man, en slaaf worden van hun baan, hun werkgever.'

De bejaarde hoogleraar wil vooral waarschuwen tegen het ontstaan van 'koelkast-en-magnetron-relaties' in het moderne gezinsleven. Opvoeden, meent hij, is niet een zaak van het woord alleen.

'Leren is een contactvorm tussen mensen. Sommige dingen kunnen alleen maar worden overgedragen door samen dingen te doen, zoals samen eten, dat is heel belangrijk. Let maar op: als de maaltijd wordt onderschat, lijdt de gemeenschap ernstig schade.' Ging Jezus niet eten met zijn discipelen, als hij iets belangrijks duidelijk wilde maken? 'Eten is zo'n belangrijke communicatievorm, dat elke godsdienst wel een heilige maaltijd kent. In kringen waar dit niet aanspreekt, neem ik Tom Poes en Asterix en Obelix als voorbeeld. Zij eindigen hun avonturen altijd met een maaltijd, dat is afronding, viering, nieuw begin.

'Mensen krijgen in onze cultuur zo vaak het advies om te gaan praten. Ik adviseer druk bezette gezinnen om minstens drie keer per week samen te eten. Er moet ook goed worden gekookt, want een slechte maaltijd vergroot de haarscheurtjes die er al zijn in een gezin. Is het eten goed, dan is er blijdschap, vrolijkheid en harmonie.'

Wie de bebaarde VCPB-voorzitter 's ochtends uit Handelingen 32, vers 4 hoorde citeren en met gevouwen handen en gesloten ogen God vroeg om de inleiders te zegenen, beseft dat dit type christelijke beleving echt op z'n retour is en bijna een exotische minderheidsgewoonte is geworden. Ook die achterhoedepositie was natuurlijk een reden voor christen-ouders en opvoeders om een vereniging op te richten.

Dat het niet meevalt om een christelijke opvoeding te geven in een post-christelijke samenleving, staat vast. 'Wat een kind op straat of op school hoort, staat mijlenver af van wat hij thuis leert. We zijn Friezen in Brabant geworden', grapt Ter Horst. 'Om de Friese taal te onderhouden, moet je elkaar opzoeken. Dat zouden christelijke gezinnen ook kunnen doen, door clusters te vormen van meer gezinnen die een soort gemeenschap vormen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.