Analyse Terreuraanslag

Hoe heeft Hardi N. een terreuraanslag kunnen beramen?

Hardi N., hoofdverdachte van de terreurcel die donderdag werd aangehouden, werd vastgezet vóór hij zich in Syrië bij jihadstrijders kon aansluiten. Hij was nog in zijn proeftijd. Hoe heeft hij zover kunnen komen met zijn plannen?

Politieonderzoek donderdag in een woning in Vlaardingen in verband met een grote anti-terreuractie waarbij zeven mannen zijn aangehouden in Weert en Arnhem. Beeld ANP

Terrorismeonderzoeker Daan Weggemans leerde de Iraakse Arnhemmer Hardi N. (34) tijdens een rechtszaak kennen als een beleefde en betrokken man. Iemand die begaan is met het lot van zijn dochter. Iemand ook die graag zijn plek in de Nederlandse samenleving wilde vinden. N., vorig jaar in hoger beroep veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf – waarvan 21 maanden voorwaardelijk – en drie jaar proeftijd vanwege een poging tot uitreizen naar jihadistisch strijdgebied in Syrië, zei zijn leven weer op de rails te willen krijgen via de reclassering.

‘Maar was hij echt bezig met zijn reïntegratie?’ vraagt Weggemans zich af. ‘Of verschool hij zijn ware intenties achter een sluier? Het is heel moeilijk tot in het diepst van iemands ziel door te dringen.’

Donderdag werd N. gearresteerd en aangewezen als de centrale figuur in een zeven man tellende terreurcel. Met grootscheepse invallen in Arnhem en Weert werd deze cel afgehouden van een aanslag waarbij gebruik gemaakt zou worden van kalasjnikovs, bomvesten en een autobom die af moest gaan op een evenement. Bij de huiszoekingen van de verdachten werden ook vijf handvuurwapens gevonden en 100 kilo kunstmest.

Proeftijd

Hoe heeft N., die nog altijd in zijn proeftijd verkeert, zo’n belangrijke hand kunnen hebben in een aanslag die ‘een behoorlijk eind in de voorbereiding’ verkeerde, zoals minister van Veiligheid en Justitie Ferd Grapperhaus stelde. Twee weken geleden waarschuwde de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) in het laatste dreigingsbeeld nog voor jihadisten die na een gevangenisstraf op vrije voeten komen. Zij zouden volgens de NCTV ‘in de komende jaren een belangrijk bestandsdeel van het dreigingsbeeld’ vormen omdat ze tijdens detentie toegang kunnen hebben gekregen tot nieuwe criminele of jihadistische netwerken. Ook de internationale denktank voor veiligheidsvraagstukken Globsec waarschuwde recentelijk in een onderzoeksrapport voor jihadisten die uit detentie worden ontslagen.

Het blijft ondanks deze kennis moeilijk te bepalen in welke mate iemand potentieel gevaarlijk is, stelt Weggemans, die in 2017 als getuige-deskundige in N.’s rechtszaak optrad en een publicatie over reïntegratie van ex-jihadisten op zijn naam heeft staan. ‘Het is, in welke rol ook, lastig om inschattingen te maken van iemands oprechtheid. N. vertelde dat hij wel streng gelovig is, maar niet extremistisch. Hij vertelde ook dat hij uitgekotst wordt door andere extremisten, omdat hij als gevangenisbewaarder werkte voor de ongelovige Nederlandse overheid. Hoe zulke uitspraken op waarde geschat moeten worden is uiteindelijk aan de rechter.’

Exemplarisch voor de moeilijkheid om de ware intenties van een veroordeelde jihadist te doorgronden, zijn de tegenstrijdige oordelen over N. bij zijn veroordeling in 2017. Daar stelde de reclassering dat N. in ‘de beginfase verkeerde van een veranderingsproces, waarin de verdachte in positieve zin stappen aan het zetten is’. Het hof dacht daar anders over en vond dat ‘er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meerdere personen’.

Vermeende intenties

Volgens terrorismedeskundigen is het daarom een goede zaak dat de Nederlandse inlichtingendiensten niet varen op iemands vermeende intenties, maar elke vrijgekomen jihadist langdurig blijven volgen om een betrouwbare inschatting van zijn of haar veiligheidsrisico te kunnen maken. Het is een werkwijze die zou verklaren waarom de inlichtingendiensten in de afgelopen jaren enkele plannen voor jihadistische aanslagen tijdig in de kiem wisten te smoren.

‘Je kunt inderdaad vragen waarom N. zover heeft kunnen komen bij het beramen van een terreuraanslag, maar je kunt ook de andere kant op redeneren’, zegt terrorismedeskundige Jelle van Buuren van de Universiteit van Leiden. ‘Blijkbaar had de AIVD zo weinig vertrouwen dat deze man door een gevangenisstraf tot inkeer zou komen dat ze hem zijn blijven volgen.’

De veiligheidsdiensten werken altijd met individuele risico-analyses, stelt Van Buuren. Als iemand eerder geprobeerd heeft om uit te reizen naar jihadistisch strijdgebied, dan wordt dat door de inlichtingendiensten aangemerkt als een grote ‘risico-indicator’. De AIVD gaat ook dicht op vrijgelaten jihadisten zitten als er aanwijzingen dat hij of zij geen spijt heeft van zijn daden of ideeën, of als duidelijk wordt dat er tijdens detentie vriendschapsbanden zijn aangeknoopt met andere jihadisten.

Weggemans gelooft dat N. ook de bijzondere aandacht genoten zal hebben van de inlichtingendiensten en mogelijk ook de plaatselijke politie. Inlichtingendiensten zullen waarschijnlijk N.’s gangen in de gevangenis zijn nagegaan – hoe hij heeft hij zich daar gedragen? – en ze zullen misschien zijn sociale omgeving in kaart hebben proberen te brengen.

Kans op recidive

‘De vraag die bij dat soort controles centraal staat is: is recidive mogelijk?’ zegt Weggemans. ‘Dat is bij jihadisten heel interessant. Wij willen uiteraard dat zij helemaal niet recidiveren, gezien de aard van hun ideeën. Maar recidive vindt bij hen zeker plaats. Kijk bijvoorbeeld naar de Hofstadgroep die in het vorig decennium actief was. Leden daarvan zijn naar Syrië vertrokken om zich aan te sluiten bij Islamitische Staat.’

De rol van de inlichtingendiensten bij het tijdig opsporen en neutraliseren van jihadistische activiteiten zal volgens Van Buuren in de komende jaren alleen maar toenemen. Net als N. zijn er nog meer jihadisten die een gevangenisstraf uitzitten, of hebben uitgezeten, voor een poging uit te reizen naar jihadistisch strijdgebied. Nu het belangrijkste jihadistisch strijdgebied – het kalifaat van terreurorganisatie Islamitische Staat – is weggevallen, zullen deze jihadisten in toenemende mate hun vizier op hun Europese thuisland richten. Volgens NCTV-baas Dick Schoof lopen er op dit moment 365 jihadisme-gerelateerde strafrechtelijke onderzoeken naar 415 verdachten, en worden alle teruggekeerde Syriëgangers – circa 55 – in de gaten gehouden.

De ‘binnenlandse terugkeerder’

‘Heel lang ging onze aandacht uit naar de uitreizigers die Syrië of Irak probeerden te bereiken’, zegt Van Buuren. ‘Maar nu is de tijd aangebroken van de ‘binnenlandse terugkeerder’, zoals ik die maar noem. Dat zijn de achterblijvers die extreem gefrustreerd zijn dat ze niet hebben kunnen uitreizen en daarom hier iets willen ondernemen. Dat gaan we meer zien de komende tijd, want er komen nog meer mensen vrij. Dat vind ik echt een punt van zorg.’

Toen Weggemans donderdag het nieuws over de opgerolde terreurcel van Hardi N. volgde, moest hij direct denken aan de Hofstadgroep, die jihadistisch terrorisme op Nederlandse bodem beraamde en wilde plegen. ‘Jihadisme als fenomeen gaat niet verdwijnen in Nederland. Er zal hooguit een verandering in focus zijn. Als het niet in Syrië of Irak lukt, dan maar in Nederland.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.