Hoe heeft Amerika in werkelijkheid gestemd?

Interview: Jacques Lévy, hoogleraar geografie

Wie de wereld bekijkt zoals de Franse geograaf Jacques Lévy doet, ziet de clash. Het volk uit de grote stad: links, groen, kosmopolitisch. Versus de massa op het platteland: nationalistisch en conservatief. Wie zo kijkt, snapt dat Hillary Clinton de meeste stemmen kreeg.

Presidentskandidaat Donald Trump tijdens een rally in Sanford, Florida Foto anp

Na de presidentsverkiezingen kleurde de Amerikaanse kaart rood, de kleur van Donald Trump. In het hele land haalde Trump de meerderheid, uitgezonderd een paar blauwe Clinton-gebieden aan de kusten. Maar hoe is het dan mogelijk dat Hillary Clinton meer stemmen haalde dan Trump?

Die electorale werkelijkheid wordt zichtbaar op de kaarten van de Franse geograaf Jacques Lévy, hoogleraar geografie aan de École Polytechnique van Lausanne en directeur van het laboratorium Chôros. Op traditionele kaarten wordt de politieke voorkeur per gemeente of kiesdistrict weergegeven. Op de alternatieve kaarten van Lévy correspondeert elk punt met een bepaald aantal inwoners. Daardoor 'groeien' de steden en 'krimpt' het platteland. Zo wordt het electoraal gewicht van de metropool - New York, Los Angeles, Parijs, Wenen - echt duidelijk.

Op alle kaarten van Lévy zie je hetzelfde patroon: de grote steden links, groen en kosmopolitisch, de periferie van kleinere steden en dorpen is nationalistisch en cultureel conservatief. Lévy vindt de tegenstelling tussen 'volk' en 'elite' echter te simpel. 'Alleen al vanwege de aantallen. Het zijn massa's die ongeveer even groot zijn. Je kunt beter spreken van twee volken die tegenover elkaar staan', zegt hij in een café in Parijs. Stedelingen zijn doorgaans hoger opgeleid, maar er is geen mechanisch verband tussen opleiding en woonplaats, denkt Lévy. Waar je woont, is voor de meeste mensen ook een keuze. Een keuze waar een levensstijl bij hoort.

Jacques Lévy

Hoe komen burgers tot die keuze?

'We hebben onderzoek gedaan in focusgroepen in de periferie. Daaruit bleek dat buren heel belangrijk zijn. Mensen zeggen: in de stad weet je niet wie je buren zijn. Daar kunnen heel slechte mensen tussen zitten. In de periferie woont een ander soort mensen, daar heb je in het algemeen goede buren. Je helpt elkaar, je hebt een aangenaam leven door je sociale relaties.

'De stad is een wereld waar je vreemdelingen tegenkomt. Niet per se immigranten, maar mensen die anders zijn. De periferie is meer een club. Een club selecteert zijn eigen leden, waardoor alles goed loopt. In dichtbevolkte steden, met al hun diversiteit, kun je niet selecteren. De stedeling hecht sterk aan cultuur en ziet de grote stad juist als een verrijking.'

Zijn de inwoners van de periferie armer? Globaliseringsverliezers?

'Niet per se. De armen wonen juist in de stad en in de banlieue. Veel inwoners van de periferie hebben een eigen huis en een auto. Maar ze zijn niet tevreden over de gang van zaken in de wereld. Veel mensen zijn bang voor sociale daling. Misschien hebben ze daarin ook geen ongelijk. Een winkelier heeft wellicht meer geld dan een leraar. Toch kan de leraar zijn kinderen beter helpen. Hij kan helpen met schoolwerk, kent het systeem beter, heeft waarschijnlijk betere contacten.'

U denkt dat de periferie ook lijdt aan de angst om overbodig te zijn.

'De mensen weten onbewust dat ze niet nuttig zijn.'

Maar ze werken en ze betalen belasting.

'Jawel, maar ze zijn veel minder productief dan de inwoners van de grote steden. Als je in Frankrijk de tien grootste steden zou weghalen, zou het bruto binnenlands product (bbp) onder het Europees gemiddelde liggen. Als je in de VS de gebieden zou wegnemen waar Trump het hoogst scoorde, zou het land meteen een stuk rijker zijn. Als je de gebieden wegneemt waar Clinton het hoogst scoort, zouden de VS ophouden te bestaan.'

U verwacht een politieke herschikking waarbij de twee volken nog sterker tegenover elkaar komen te staan.

'Een deel van de bevolking laat zich niet meer afschrikken door maître-penseurs die zeggen wat ze moeten denken. Dat is een vorm van democratisering die niet per se heel sympathiek is, maar ook niet negatief. De wereld heeft aan waarheid gewonnen. Twee volken die tegenover elkaar staan en hun ideeën expliciteren. Nu heb je binnen elke grote partij pro- en anti-Europeanen. Dat is niet oneindig houdbaar. Het is logischer om partijen te hebben die voor openheid of voor geslotenheid zijn, voor of tegen Europa.'

Is dat niet gevaarlijk vanuit het oogpunt van sociale cohesie? Is er geen ruimte om gemeenschappelijke grond te vinden tussen de twee volken?

'Wat immigratie betreft, zie ik wel een marge. De hotspots voor migranten vind ik een goed idee. Daar kunnen mensen asiel aanvragen en Europa heeft het recht om 'nee' te zeggen. Het lijkt me normaal dat een democratische samenleving een bevolkingspolitiek voert. Niet iedereen kan zomaar burger worden.

'Economisch voorzie ik meer problemen. Het terugdraaien van de globalisering zou een economische catastrofe zijn. Ik begrijp goed dat mensen vasthouden aan verworven rechten. Maar als de wereld verandert, moet je zelf ook willen veranderen. Een voorbeeld: als mensen ouder worden, is het absurd dat ze een lange periode van hun leven 'vakantie' hebben. Het is logisch dat de pensioenleeftijd omhooggaat. Je kunt dat begeleiden: sabbaticals, meer mogelijkheden voor scholing, het werk minder zwaar maken. Maar je kunt niet zeggen: er mag niets veranderen, want deze mensen lijden onder de globalisering. Ze zijn geen slachtoffers, maar burgers die zelf verantwoordelijkheid dragen.'

Meer over