Hoe harder het gaat, hoe strakker het zeil

Het strand heeft nauwelijks een reputatie als speelplaats voor buitensporters. Die kiezen liever zee in een kano, klauteren landinwaarts op een rots, of trekken door de jungle met een kapmes....

Het mooiste strand van Nederland is dat aan de noordkant van Terschelling. Breed, fris en in de winter goeddeels verlaten. Geen kribben als in Zeeuws-Vlaanderen, geen afzettingen als bij IJmuiden, geen haringkarren als bij Scheveningen, geen hipdronken jeugd als in Zandvoort - gewoon een lekker leeg strand met hier en daar een zeemeeuw. Alles wat de mens er aanricht, heeft een korte levensduur. Zo kan het strand van Terschelling helemaal zichzelf zijn.

En daar dan overheen denderen met dertig, veertig, vijftig kilometer per uur, tot schrik van meeuw en wandelaar!

Strandzeilen, want daar gaat het over, wordt door buitensporters net zo onderschat als het strand zelf. Het is de acceleratie. Het is gezoem van rubber over strakgeslepen zand. Het zijn de gordijnen van zout water, opspattend in de vloedlijn. Het is de verbouwereerde blik van een ingehaalde Landroverchauffeur. Het is de perfecte gijp. Het is slippen op aangespoeld wier. En het is niet moeilijk.

Wie zeilen en surfen kan, heeft het in een uurtje door. Zeker als je Hans Blanken treft, de eigenaar van strandzeilschool Beausi op Terschelling. Die doet niet moeilijker dan nodig is. Legt een halfuurtje de regels uit in een kachelgestookt clubhuis (rechts gaat voor), vertelt in tien minuten hoe het ding op te tuigen (zet 'm haaks op de wind. Kantel de wagen - schuif het zeil erop. Zet de wagen recht. Ga languit liggen in de plastic bak, voeten tegen een balk die als stuur dient. Hoofd iets omhoog. Handen aan de schoot. Schoot aantrekken, zodat het zeil naar de wind komt).

Daar gaat-ie al. Snelheid maken door zeil aan te halen. Afremmen door zeil los te laten of de neus van de wagen in de wind te draaien.

Wow.

Een strandzeiler haalt, in theorie, vier keer de windsnelheid. In de praktijk is dat minder, maar niettemin genoeg. Het wereldrecord bedraagt 186 kilometer per uur. Een beetje kevlar-wedstrijdwagen komt tot de honderd (op het strand vandaag vier Fransen in training die dat eenvoudig halen, hun machines hebben brede, achterovergetrokken vleugelmasten en wanneer ze langsvliegen, is in een flits de top van een helm te zien, waaronder zich dus een Fransman moet bevinden). De leswagen van zeilschool Beausi, met dikke banden en een onderstel van zwaar staal, komt tot vijftig wat bij vlagen beangstigend hard is. Met deze wind, noord vijf, trekt het ding op als een katapult. Veel techniek komt er niet bij kijken, maar goed strandlezen is van belang.

'Mensen, honden, en strandpalen hebben altijd voorrang', had Hans Blanken gezegd. 'Minder vaart zodra je ze ziet.'

Dat is nog niet eenvoudig: zo'n stipje groeit in twee seconden uit tot een mens. Of een paard. En die raken in paniek van strandzeilers.

'Pas op voor windkuilen', had Hans gezegd. 'Die liggen meestal bij elkaar als een mijnenveld.'

Inderdaad, een lastig te nemen hindernis.

'Een slenk', zei Hans, 'zo'n geul met water haaks op het strand kun je beter vermijden. Het lijkt ondiep, maar kan een muur van zand verbergen.'

Paaaaaaaahtsss. Zeiknat, maar het ding zeilt verder.

Wie wil strandzeilen, moet lid worden van een club, anders krijg je geen licentie, en zonder licentie bekeurt de politie. Wie zich vervolgens bewijst als goed piloot en de reglementen leert, krijgt een wedstrijdlicentie en hoort er dan echt bij. Er zijn drie strandzeilclubs: De Brandaris op Terschelling, Simon Stevin in Delft (studenten) en De Noordwester in Noordwijk. Samen hebben ze zo'n honderd leden (de Franse vereniging heeft er zevenduizend). Lid worden kost weinig. En eigen strandzeiler is niet goedkoop (negenduizend gulden voor een instap-wedstrijdmodel) en daar komt het onderhoud nog bij. 'Onderhoud is het duurst', zegt Blanken. Want zeezout en wielen verdragen elkaar nauwelijks.

De strandzeilsport stamt van vier eeuwen terug, toen multi-wetenschapper Simon Stevin (1548-1620) de machine uitvond op zoek naar een modern militair transportmiddel voor prins Maurits. (Vooruit, er was ook een Egyptische koning die zoiets probeerde.) Er is nog een gedicht over de wagen van Stevin, geschreven in 1666 door Constantijn Huygens. Het heet Zeestraat:

Brenght Wagens onder zeil: daer leeft 'er noch wel een

Betakelt van Stevin en van sijn Vorst bere'e (. . .)

oud-niew wonderwerck te soecken op het strand

Daer 't een Suyd-weste storm doe vliegen over 'tsand

Pas later, omstreeks 1900 begonnen de Belgische broers Dumont in het strandzeilen een buitensport te zien. Ze knutselden houten wagens in elkaar, zo zwaar dat ze nauwelijks vooruitkwamen. De Franse luchtvaartpionier Blériot gebruikte zeilwagens om aankomende piloten aan het vliegen te wennen. Een ruime eeuw later lijken de strandzeilers op wagens uit de formule 1, maar dan met drie wielen. Onderstel uit de racerij, tuigage van een schip, techniek van een vliegtuig; in een strandzeiler komen land-, lucht- en watersport bijeen. Dat zie je aan de terminologie: wagens met piloten erin die overstag gaan.

Maar let op: zeilen op zee is iets anders dan zeilen op strand. Een schip stelt de zeilen naar de wind. Een strandzeiler gaat zo hard dat hij alleen gebruik kan maken van de schijnbare wind, zeg maar de wind die de wagen zelf veroorzaakt. Hoe harder het gaat, hoe strakker het zeil.

Hard!

Op twee wielen naar de kop van het eiland Terschelling en dan laverend terug, de bril met zout beslagen en dagen, dagen later nog zit er zand in neus, oren en ogen.

Lang leve het strand!

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.