REPORTAGE

Hoe haar hulp aan de armen Dilma Rousseff nu dwars zit

De Braziliaanse president Dilma Rousseff deed veel voor de armen. Te veel, vinden kiezers in de steden. Nu dreigt het haar Waterloo te worden bij de presidentsverkiezingen.

Marjolein van de Water
Auricelia Aguiar met haar kinderen en overgrootmoeder Maria do Socorro, die van haar pensioen een huisje bouwde. Beeld Marjolein van de Water
Auricelia Aguiar met haar kinderen en overgrootmoeder Maria do Socorro, die van haar pensioen een huisje bouwde.Beeld Marjolein van de Water

Toen Maria do Socorro hoorde dat ze recht had op pensioen, had ze geen flauw idee wat dat woord betekende. 'Het was nooit in me opgekomen dat de regering geld cadeau zou kunnen doen', aldus de 75-jarige analfabete vrouw. Triomfantelijk toont ze haar nieuwe huisje, gebouwd van de 170 euro die ze maandelijks ontvangt. 'Ik maak alles op', zegt ze met een brede grijns.

Haar hele leven al woont Do Socorro in Queimada Grande, een van de armste dorpen van Brazilië. Het ligt in de noordoostelijke deelstaat Maranhão, de meest achtergestelde deelstaat van het land. De zeventig families die het gehucht bevolken, hebben akkertjes waar ze rijst, bonen en cassave verbouwen. Af en toe blijft er iets over om te verkopen, maar het dorp ligt zo afgelegen dat het vrijwel onmogelijk is de producten ergens aan te bieden. Als de oogst mislukte, hadden ze honger.

Tot zich vijf jaar geleden onaangekondigd bezoek aandiende. 'Ze zeiden dat we recht hadden op geld', vertelt Marciel Aguiar (27). Zijn ogen glinsteren als hij zich dat moment herinnert. Nu ontvangt vrijwel iedereen in het dorp uitkeringen van de federale overheid. Ze stemmen zondag daarom allemaal op Dilma Rousseff, in de hoop dat de presidente van Brazilië een tweede termijn is gegund. 'Waarom zou ik op iemand anders stemmen?', zegt Aguiar. 'Dilma heeft het beste met ons voor.'

Geen gelopen race

Maar de Braziliaanse verkiezingen zijn alles behalve een gelopen race. De eerste ronde zal zondag nog niet beslissend zijn en zodoende staat Dilma Rousseff (66) eind oktober in de tweede ronde een verhitte strijd te wachten met Marina Silva (56), een politica die goede kans maakt de eerste zwarte en gekozen protestantse presidente van Brazilië te worden.

De armoedebestrijding is een van Rousseffs belangrijkste troeven. Haar Arbeiderspartij (PT) is nu twaalf jaar aan de macht en heeft de levensomstandigheden van de allerarmsten aanzienlijk verbeterd. De Verenigde Naties bejubelden de Braziliaanse benadering in een vorige maand gepresenteerd rapport. De PT-methode werd andere landen als voorbeeld gesteld in de strijd tegen honger.

Tussen 2001 en 2012 is de armoede in Brazilië met 65 procent gedaald, zo blijkt uit het VN-rapport. De extreme armoede, personen die het met minder dan een dollar per dag moeten doen, nam met 75 procent af. Dat is grotendeels te danken aan de sociale programma's van de regering (zie kader). Brazilië is bovendien een van de weinige landen wereldwijd waar de ongelijkheid al jarenlang afneemt.

De aanhangers van tegenstrever Silva komen uit de hogere regionen van de samenleving. Ze hebben een bovengemiddeld inkomen en zijn over het algemeen hoger opgeleid. Rousseff is juist populair in de armere deelstaten. De helft van de Brazilianen die de lagere school niet hebben afgemaakt, kiest al in de eerste ronde voor Rousseff.

In Queimada Grande gaan nu alle kinderen naar school. Oudere kinderen worden met een pick-uptruck naar een middelbare school in een nabijgelegen dorp gebracht. 'Toen ik klein was, bestond dat niet', zegt Auricelia Aguiar, 17 jaar oud en moeder van twee kinderen. 'Wij moesten twee uur lopen naar school', zegt ze terwijl ze haar jongste aan de borst legt. 'Ik heb de basisschool niet eens afgemaakt.'

Aguiar ligt op een matras op de grond in een hut gemaakt van palmbladeren. Naast haar ligt de 18-jarige achterkleindochter van Do Socorro, eveneens moeder van twee. Beide meisjes werken op het land en zijn semi-analfabeet. Ze hebben geen plannen voor de toekomst. 'Ik had hier best weg gewild', zegt Aguiar. 'Maar nu heb ik kinderen.'

Queimada Grande ligt zeer afgelegen. De reis per jeep naar de dichtstbijzijnde verharde weg duurt vijf uur en gaat door een uitgestrekt duingebied. Het diepe mulle zand maakt de toegang voor normale voertuigen onmogelijk.

Maria Do Soccoro in haar nieuwe huis. Beeld Marjolein van de Water
Maria Do Soccoro in haar nieuwe huis.Beeld Marjolein van de Water

Elektriciteit

De enige infrastructuur in het dorp bestaat uit de elektriciteitsdraden die boven het woestijnachtige landschap hangen. Ze zijn er sinds 2006 als onderdeel van het regeringsprogramma 'Elektriciteit voor Iedereen'. Tot die tijd kwam het licht van kaarsen, nu hangen er overal peertjes aan de plafonds. Om de paar maanden komt een jeep van een elektronicazaak naar het dorp, en biedt apparaten aan die de inwoners op afbetaling kunnen kopen. Vrijwel iedereen heeft inmiddels een koelkast en veel inwoners hebben een televisie in hun hutje staan.

En hier begint de kritiek. Verpleegster Jeisa Neres vindt het geen goede zaak dat de dorpelingen dure elektronica kopen. 'Ze leggen hun prioriteiten verkeerd', zegt ze. Samen met een tandarts en dokter zit ze in het schoolgebouwtje van Quiemada Grande en werkt de rij inwoners met gezondheidsproblemen af. Als onderdeel van een federaal overheidsprogramma bezoeken ze iedere maand zestien gemeenschappen, behandelen er de inwoners en geven workshops over voedingsleer en ziektepreventie.

'Vrouwen krijgen een eenmalige uitkering van 900 euro als ze een kind krijgen', legt de verpleegster uit. 'In plaats van dat ze dit gebruiken voor gezonde voeding en de ontwikkeling van het kind, kopen ze een flatscreentelevisie.' Desondanks vindt ze het goed dat de uitkeringen er zijn. 'De situatie in dorpen als Queimada Grande is aanzienlijk verbeterd. Alle kinderen gaan naar school, dat is wat op de lange termijn het verschil maakt.'

Haar collega, dokter Ubiragara Ramos is kritischer. 'Een aanzienlijk deel van de inwoners is veel minder hard gaan werken', zegt hij. 'Ze liggen in hun hangmat te wachten tot de uitkering komt.' Volgens Ramos zijn daardoor de hedendaagse jongeren lui en opstandig. 'Ze leren van hun ouders dat werken niet nodig is.'

Ook José Moisés, professor politicologie aan de Universiteit van São Paulo, bekritiseert de programma's van de regering. 'Het is een nieuwe vorm van cliëntelisme', aldus de professor. 'De PT heeft een deel van de Brazilianen afhankelijk gemaakt van de uitkeringen. Daarmee verzekeren ze zich van hun stemmen. De programma's zouden tijdelijk moeten zijn en meer gericht op het bereiken van onafhankelijkheid.'

Arbeidsintegratie

Er bestaan wel degelijk programma's van de federale overheid gericht op arbeidsintegratie van de allerarmsten. Zo is er geld voor workshops en cursussen, met gratis vervoer van de dorpjes naar de plaats waar de cursus plaats vindt. Maar in Maranhão, een deelstaat waar de schatrijke familie Sarney al decennialang de scepter zwaait en corruptie welig tiert, zijn die programma's nooit van de grond gekomen. Waar de lokale machthebbers het federale geld dan wel aan hebben besteed, is onduidelijk.

'Ik zou best een cursus willen doen', zegt Marciel Aguiar, terwijl hij gelig en naar metaal geurend water omhoog pompt. De harde wind bedekt zijn gezicht met een wit laagje zand, het lijkt hem niet te deren. Hij denkt even na en gaat dan verder. 'Ik zie ook wel dat sommige mensen lui worden. Maar er is hier geen werk, er is niet eens een weg.'

Rousseffs belangrijkste tegenkandidaat Marina Silva is net als de inwoners van Quiemada Grande opgegroeid in een geïsoleerde gemeenschap, en in grote armoede. Zij belooft niet te zullen tornen aan de sociale programma's. Toch peinzen de dorpelingen er niet over op haar te stemmen. 'Van Dilma weten we zeker dat het goed is.'

Marina da Silva, de opponente van Roussef. Beeld AP
Marina da Silva, de opponente van Roussef.Beeld AP

Uitkering èn naar school

Met het aantreden van president Lula da Silva in 2002 kreeg links de macht in Brazilië. Hij begon zijn 'strijd tegen honger'. Zijn voorganger Fernando Cardoso had al de basis gelegd voor een aantal sociale programma's, maar Lula creëerde een efficiënt registratiesysteem en bracht de hulp voor een veel grotere groep armen binnen handbereik. Zijn opvolgster Dilma Rousseff, net als Lula van de Arbeiderspartij (PT), breidde de overheidshulp na 2010 uit.

Het belangrijkste programma is Bolsa Familia, de 'familiebeurs'. Brazilianen die in armoede leven, krijgen een uitkering tot maximaal 21 euro per persoon per maand. Ze zijn dan wel verplicht hun kinderen naar school te sturen en te vaccineren. Inmiddels ontvangen ruim 14 miljoen families Bolsa Familia, ongeveer een kwart van de bevolking.

Alle Brazilianen krijgen dankzij de PT een basispensioen, ook degenen die nooit formeel werk hebben verricht. En ook vrouwen zonder werk hebben recht op vier maanden minimumloon tijdens hun zwangerschapsverlof.

Verder heeft de regering bijna het hele land op het elektriciteitsnet aangesloten en verzorgt gratis transport naar scholen. Het minimumloon is sinds de PT aan de macht kwam met 72 procent gestegen, de inflatiecorrectie meegerekend. De regering heeft daarnaast miljoenen banen geformaliseerd.

Sinds 2013 bestaat ook het programma Meer Artsen. Het programma maakt werken in afgelegen regio's aantrekkelijker voor Braziliaanse artsen, en staat ook open voor buitenlandse dokters. Zo werken er nu honderden Cubanen op het Braziliaanse platteland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden