Een gesluierde vrouw en kinderen in het gevangenenkamp al-Hol in het noordoosten van Syrië.

Analyse De nasleep van IS

Hoe haal je de terrorist uit de teruggekeerde Syriëganger?

Een gesluierde vrouw en kinderen in het gevangenenkamp al-Hol in het noordoosten van Syrië. Beeld Bulent Kilic / AFP

In alle verborgenheid werkt een speciale eenheid in Nederland aan het deradicaliseren van teruggekeerde Syriëgangers. Emotioneel en soms gevaarlijk werk. ‘Zit daar ineens een hooggeplaatst kopstuk op de bank.’

Ze steken kampbewaarders neer met messen. Hijsen trots de IS-vlag. Slaan vrouwen in elkaar die zich niet volledig bedekken. Het IS-kalifaat mag gevallen zijn, in het hart van menig ­Syriëganger die vastzit in een Koerdisch kamp in Noord-Syrië leeft de terreurorganisatie nog altijd voort.

Sommige al teruggekeerde terroristen geven er in de rechtbank evenmin blijk van tot inkeer te zijn gekomen. Zo noemde het in juli tot vierenhalf jaar cel veroordeelde IS-lid Reda N. democratie ‘een oneerlijk iets’ en zei hij als soenniet niets met moslims van andere stromingen te maken te willen hebben. De reclassering achtte zijn recidivekans ‘matig tot hoog’, net als die van zijn kompaan Oussama A., die lachend poseerde naast een gekruisigd lichaam. A. zei niet te begrijpen ‘waarom ik in gesprek zou moeten met iemand die mij van mijn geloof wil afbrengen’.

Wat moet Nederland met dergelijke terugkeerders, van wie sommigen nog radicaal zijn tot op het bot? Vroeg of laat maken zij hun rentree in de maatschappij. Het Landelijk Steunpunt Extremisme (LSE) heeft de ingewikkelde opdracht extremisten te begeleiden naar een keurig burger­bestaan. Tot nog toe is het LSE in de luwte gebleven. Wat gaat er schuil achter deze organisatie, die de komende jaren is belast met een welhaast onmogelijke taak?

Het valt niet mee om daarachter te komen, want om interviews staan ze bij het steunpunt niet te springen. De veiligheid van medewerkers is de eerste zorg, en die is gebaat bij anonimiteit. ‘Dit werk kan gevaarlijk zijn. Ik heb weleens meegemaakt dat ik een afspraak had bij iemand thuis en dat daar ineens ook een hooggeplaatst kopstuk uit een extremistengroep op de bank zat’, vertelt een LSE-medewerker, als het uiteindelijk toch tot een afspraak komt.

Voor het gesprek kon plaatsvinden, heeft de Volkskrant contractueel moeten beloven dat er geen herleidbare informatie over medewerkers in dit artikel terechtkomt. Op het LSE-hoofdkantoor in de regio Utrecht zijn uiteindelijk twee coaches en een manager bereid uitleg te geven over hun ingewikkelde werk.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie

Op weg naar IS-gebied

Het Landelijk Steunpunt Extremisme is er gekomen als gevolg van het plotselinge vertrek in 2012 en 2013 van tientallen jongeren naar jihadistisch strijdgebied in Syrië. Politici en ambtenaren zaten met de handen in het haar: hoe is de verspreiding van extremistisch gedachtegoed en radicalisering tegen te gaan? De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) besloot dat een gespecialiseerde organisatie nodig was.

Het LSE biedt met twintig werk­nemers onder meer een familiesteunpunt voor gezinnen die te maken hebben met een geradicaliseerd persoon en een ‘exit-traject’ voor jongeren die mogelijk willen breken met hun radicaal milieu – behalve geradicaliseerde moslims bijvoorbeeld rechts-extremisten. Daarnaast kunnen gemeenten advies vragen en worden deskundigen van het LSE soms door de Raad voor de Kinderbescherming geraadpleegd (zie kader).

Tot nu toe zijn 35 geradicaliseerden langdurig door het LSE begeleid. Volgens de evaluatie die het ministerie van Justitie en Veiligheid vorig jaar liet uitvoeren, is er voor 90 procent van die cliënten op korte termijn geen risico meer op het gebruik van extremistisch geweld.

Hoe overtuig je extremisten hun gedachtegoed achter zich te laten? Toenmalig Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding Dick Schoof omschreef het deradicaliseren van ­Syriëgangers in 2017 als ‘een beetje trial and error’: er is nauwelijks wetenschappelijk onderbouwde kennis over wat werkt.

Bij het LSE geloven ze in elk geval niet in gedwongen deradicaliseren. ‘Enige vrijwilligheid is nodig, maar het gebeurt natuurlijk niet vaak dat iemand zelf zegt: ik ben extremistisch, maar wil het niet meer zijn’, zegt LSE-medewerker Simon. De afgelopen jaren is het welgeteld twee keer voorgekomen dat een extremist zelf de hulplijn van het LSE belde.

De manager van het LSE: ‘Die hadden gegoogled omdat ze naar eigen zeggen niet meer voor zichzelf in konden staan. In beide gevallen bleek er ggz-problematiek achter schuil te gaan, maar wilden de bellers dat zelf niet erkennen.’

Een eerste opening

Meestal is het iemand uit de omgeving die ‘een opening’ ziet bij een extremist en daarop het LSE inschakelt. ‘Die opening is er vaak als iemand obstructies ervaart door het geradicaliseerd zijn’, zegt Simon. ‘Een familielid dat niks meer met je te maken wil hebben, bijvoorbeeld. Of als er foto’s opduiken van degene achter een IS-spandoek en iemand daar door zijn omgeving op wordt aangesproken. Het gebeurt soms ook dat iemand in detentie zich begint af te vragen: waar ben ik in terechtgekomen?’

Nieuwe cliënten worden op basis van hun profiel gematcht met een van de coaches. Het LSE heeft medewerkers met diverse achtergronden – zo is Simon bekeerling en islamitisch theoloog, terwijl zijn collega Rick een voormalig jongerenwerker is met veel kennis van rechts-extremistische groepen. De coach voert zes uitgebreide intakegesprekken om te achterhalen wat de beste aanpak is.

‘Soms kom je er ook achter dat ­iemand alle veiligheidsbellen heeft laten rinkelen, maar dat signalen verkeerd zijn geïnterpreteerd’, zegt ­Simon. ‘Dan maakt een gemeente zich bijvoorbeeld zorgen over een jongere die ‘sieg heil’ roept of een jongen die vrouwen geen hand meer wil geven en een baard laat staan. Maar fundamentalisme is iets anders dan extremisme. Een bekeerling die met veel agressie een gebedsruimte eist, kan ook lijden aan een persoonlijkheidsstoornis. In zo’n geval adviseren wij de gemeente over een ander vervolgtraject.’

Blijkt na de intake dat iemand wel geschikt is voor LSE-begeleiding, dan investeert vervolgens één coach veel tijd om een band op te bouwen. Via vele huisbezoeken wordt uitgezocht op welke terreinen de cliënt vastloopt en wordt er een veranderplan gemaakt. De inzet kan bijvoorbeeld zijn een alternatief sociaal netwerk op te bouwen, leren omgaan met woede of het vinden van een opleiding of werk. Rick: ‘Je hoopt duidelijk te kunnen maken dat er nog nooit een terrorist gelukkig is geworden van zijn daden.’

Kritiek: te softe aanpak

Ook religieuze discussies maken soms deel uit van de aanpak. Simon: ‘De meeste moslim-extremisten zijn niet erg belezen. Dan ga ik in gesprek: jij pikt er dit element uit, maar in de islam wordt ook dit gezegd. Dan krijgen ze een soort privécolleges, en soms zie je dan de ogen opengaan.’

Rick: ‘Het is niet dat we ze eruit gaan praten. Je probeert naast ­iemand te staan, praktische hulp te bieden en daarnaast gesprekken over de ideologie te voeren.’

Deze aanpak van het LSE oogst ook kritiek. Reclasseringsmedewerkers storen zich er volgens een onderzoek van de Universiteit Leiden aan dat het LSE te weinig informatie deelt, ‘ook waar dit wel van belang is’. Twijfel hierover klinkt ook door in een rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid uit 2017, waarin staat dat het LSE ‘alleen wanneer zij zelf inschat dat er sprake is van een veiligheidsrisico’ informatie deelt met de politie of inlichtingendienst AIVD. ‘De Inspectie Justitie en Veiligheid stelt vast dat niet inzichtelijk is in hoeverre medewerkers van de exit-faciliteit voldoende geëquipeerd zijn om deze afweging te kunnen maken.’

Radicaliseringsdeskundigen die vanwege de gevoeligheid van hun werk niet bij naam willen worden genoemd, vertellen de Volkskrant dat in hun ogen het LSE te veel gericht is op de softe kant – zorg en hulpverlening – en te weinig oog heeft voor veiligheidsrisico’s. Het zou het LSE ontbreken aan voldoende ‘duidingsdeskundigheid’: het vermogen in te schatten of iemand extremistisch gedachtegoed aanhangt.

Volgens de LSE-medewerkers zijn de kritische geluiden van andere deskundigen ook te herleiden tot een concurrentiestrijd binnen de ‘deradicaliseringswereld’. Die is de afgelopen jaren uitgegroeid tot een ware business met veel in te huren zzp’ers die allemaal vinden dat zij de beste expertise in huis hebben. Simon: ‘Er is op lokaal niveau soms weinig kennis en het is voor een adviesbureau heel makkelijk om daarop in te spelen. En er gaat veel geld om in deze wereld.’ Volgens zijn leidinggevende wordt er daarom soms met scheve ogen gekeken naar het LSE, dat dankzij subsidie zijn diensten gratis aanbiedt.

Dat het LSE ‘te soft’ zou zijn, zien de medewerkers zelf niet zo. Zij beschouwen zorg als een middel om de veiligheid te vergroten. Volgens de externe evaluatie van vorig jaar gaat het LSE ‘zeer bewust’ en ‘proactief’ om met risico’s.

‘We zitten er niet om vriendjes te worden met extremisten’, zegt Rick. ‘Ik maak vanaf het begin duidelijk: ik ben hier om jou te helpen, maar als ik proef dat je iets gaat doen, dan is het ook aan mij om daar melding van te doen.’

De kritiek op het LSE grijpt hem aan. Met emotie in zijn stem: ‘Ik baal er enorm van dat men zo naar ons kijkt. Als men eens wist wat hier gebeurt en wat voor goed werk we ­eigenlijk leveren. Het gaat om collega’s die dit werk doen vanuit hun hart, niet voor het geld.’

Nieuwe identiteit

Dan zou je het niet lang volhouden, zeggen de coaches, want hun werk kan gevaarlijk zijn. ‘Een cliënt die te lang naar je kenteken kijkt; bedreigingen via Facebook. Soms krijg je ook het idee dat iemand wordt aangestuurd door zijn extremistische groepering om te testen wie wij zijn. Die groepen willen natuurlijk weten: wie zijn die types die onze mensen proberen eruit te vissen?’

Rick kent voorbeelden van buitenlandse collega’s in dit vak die voor hun veiligheid moesten emigreren en een andere identiteit hebben aangenomen.

Al die terughoudendheid heeft dus een goede reden, maar frustreert ook weleens, zegt Rick. ‘Je zou het soms wel van de daken wil schreeuwen als je succes behaalt met een persoon van wie niemand dacht dat het mogelijk was. Maar dat kan dus niet.’

‘Steunpunt misleid door grootvader met IS-sympathieën’

Het Landelijk Steunpunt Extremisme kreeg in juni de kritiek te naïef te zijn geweest bij de inschatting van een Iraaks-Nederlandse familie in Ede. Dit gezin stond bij de gemeente bekend als geradicaliseerd. Een dochter en een zoon vertrokken om zich in Irak bij IS aan te sluiten. Toen dochter Senabel Al N. bij terugkeer in Nederland een gevangenisstraf opgelegd kreeg, moest worden uitgezocht of haar twee kinderen veilig terechtkonden bij hun grootvader. De Raad voor de Kinderbescherming vroeg het LSE om advies. Op deze manier is het LSE vijf keer ingevlogen om gezinnen te beoordelen op mogelijk islamitisch extremisme.

In Ede zou het LSE volgens berichtgeving in NRC Handelsblad slechts een ‘oppervlakkig onderzoek’ hebben gedaan. Waarschuwingen van de gemeente zouden in de wind zijn geslagen. Ingewijden vertellen de Volkskrant dat het LSE om de tuin is geleid door ­sociaal wenselijke praatjes van de grootvader. Het steunpunt zou hierdoor hebben gemist dat de man een IS-aanhanger is die een risico vormt voor de ‘mentale veiligheid’ van de kinderen.

Tijdens de rechtszaak van de moeder van de kinderen bleek dat zij uit een extremistisch nest komt en dat volgens de geraadpleegde psycholoog radicale familieleden ‘de meest destabiliserende factor’ zijn in haar leven. Haar advocaat ­Tamara Buruma ontkent echter dat de grootvader een moslim-extremist is.

Het LSE noch de Raad voor de Kinderbescherming wil uitleg geven vanwege de vertrouwelijkheid van het dossier. Wel wil de LSE-manager kwijt dat het niet klopt dat het LSE de conclusie trok dat er in het gezin ‘niets aan de hand’ was, zoals NRC schreef. Van naïviteit is volgens haar geen sprake. De burgemeester van Ede, die eerder zei ‘verbaasd’ te zijn over het LSE-advies, wil nu niet meer reageren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden