interviewhet multiculturele drama

Hoe groot is het ‘multiculturele drama’ van Paul Scheffer twintig jaar later nog?

Paul SchefferBeeld Alexandra España

Twintig jaar geleden scheef Paul Scheffer een essay over de ‘mislukte’ integratie van nieuwkomers in Nederland. De Volkskrant vroeg vijf kenners ‘Het multiculturele drama’ te herlezen. 

De uitspraak dat de integratie van nieuwkomers in de Nederlandse samenleving is mislukt, baart geen opzien meer. Twintig jaar geleden was dat bepaald anders, toen NRC Handelsblad een essay met die strekking publiceerde. De auteur was Paul Scheffer, publicist en oud-medewerker van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de PvdA. ‘Het multiculturele drama’, stond erboven.

Niet te geloven, dat was wat veel mensen die 29ste januari 2000 na lezing moeten hebben gedacht. Scheffer vergeleek de multiculturele samenleving – tot die tijd een even gangbaar begrip als regen, fiets of pindakaas – met een in elkaar stortend kaartenhuis en zei: ‘Onder de oppervlakte van het openbare leven drijft een zee van verhalen over de botsing van culturen, die niet of nauwelijks worden gehoord.’

Het was wel eens eerder gezegd, bijvoorbeeld door oud-VVD-leider Frits Bolkestein en (toen nog) ene Pim Fortuyn, een ongrijpbare figuur die zich in allerlei geschriften tegen de ‘islamisering’ van de maatschappij keerde. Maar hier was een linkse man aan het woord in een keurige krant als NRC Handelsblad. Dat was even wat anders.

Scheffer deed meer ongewone dingen. Hij koppelde zijn betoog aan het aloude sociaaldemocratische verheffingsideaal. Hij schetste een onderklasse van immigranten en vroeg zich af waarom de Nederlandse samenleving die niet naar een hoger plan tilde. Waarom lieten we een ‘verondersteld reservoir aan talent’ onbenut?

Hij leverde islamkritiek, destijds nog een zeldzaam tijdverdrijf, en laveerde toen naar een onderwerp dat sinds de Tweede Wereldoorlog gevoelig lag: ons nationaal besef, of liever gezegd ons gebrek daaraan, in de ogen van Scheffer. Hij had het over de ‘apologeten van de diversiteit’ en vond dat we afscheid moesten nemen van de ‘kosmopolitische illusie’.

Hoog tijd dat we bedachten wie we waren, wij Nederlanders, en (samengevat) welke meerderheidscultuur wij vertegenwoordigden waarnaar de minderheden zich moesten voegen. Hij eindigde met de waarschuwing dat het multiculturele drama ‘de grootse bedreiging voor de maatschappelijke vrede’ was.

Meteen na publicatie ontplofte het publieke debat. Binnen vier maanden verschenen in Nederlandse kranten en weekbladen 53 opiniestukken over de kwestie. De discussie bereikte de Tweede Kamer, mede gestimuleerd door diezelfde Pim Fortuyn. In 2003 en 2004 kwam er een parlementair onderzoek onder leiding van VVD-Kamerlid Stef Blok, de huidige minister van Buitenlandse Zaken, naar dertig jaar integratie.

Scheffer toerde intussen door het land, jaarlijks gaf hij zo’n tachtig lezingen. In het boek Het land van aankomst uit 2007 borduurde hij voort op zijn thema. Sinds 2011 is hij hoogleraar Europese studies aan de universiteit van Tilburg en hij schrijft nog steeds voor NRC Handelsblad.

Twintig jaar na dato is het tijd voor een terugblik. Wat is de betekenis van ‘Het multiculturele drama’ geweest voor het denken in Nederland over migratie en integratie? Wat is er sindsdien veranderd op dit gebied? De Volkskrant vroeg vijf kenners het essay te herlezen, Scheffer zelf wil niet reageren.

Leo Lucassen (60), hoogleraar arbeids- en migratiegeschiedenis aan de Universiteit Leiden en directeur onderzoek van het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISH)

‘Ik zag destijds meteen dat het veel te vroeg was om uitspraken te doen over mensen die nog maar 20, 25 jaar in Nederland waren. Toen Scheffer zijn essay publiceerde, was de tweede generatie ongeveer tussen 10 en 20 jaar oud en hij had het al over een derde generatie die problemen zou geven. Hoor eens, dacht ik, integratie neemt twee, drie generaties in beslag voor je er iets zinnigs over kunt zeggen. Dat bewijst de geschiedenis.

‘Het was evident dat er in 2000 problemen waren: er heerste werkloosheid en criminaliteit onder migranten, op school deden ze het niet heel erg goed. Natuurlijk moest dat worden aangepakt. Maar Scheffer ging véél verder. Hij had twee boodschappen: de integratie interesseert niemand iets, we doen er als samenleving niets aan. Dat was onjuist, we hebben er van alles aan gedaan, ook al in 2000. De tweede boodschap was: we kunnen nu al zeggen dat de integratie mislukt is. Daarin heeft hij echt ongelijk gekregen.

‘Lees alle cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek of het Sociaal en Cultureel Planbureau er maar op na. In 2000 zaten verreweg de meeste migrantenkinderen op de mavo of lager. In twintig jaar heeft een enorme verschuiving plaatsgevonden. Hun aandeel op havo en vwo is sterk toegenomen en ze stromen volop door naar hbo en universiteit.

‘De criminaliteit in migrantengemeenschappen daalt, er is minder werkloosheid, kortom op alle vlakken gaan de ontwikkelingen de positieve kant op. Dat heeft Scheffer niet voorzien. Ongeveer een jaar geleden heeft hij tegen mij gezegd: ‘Misschien was ik een beetje te pessimistisch.’ Ik zei: ‘Ja Paul, dat ben ik met je eens.’

‘Waarom juist dit essay zoveel teweegbracht? Wat Scheffer schreef was op zichzelf niet zo origineel, maar hij koppelde het aan de sociaaldemocratische traditie van de verheffing van de zwakkeren in de samenleving. Ik denk dat zijn verhaal daardoor acceptabel was voor links en zo’n grote impact had. Hij was een soort brug tussen links en rechts.

‘In wezen was het in hoge mate conservatief en nationalistisch. Er zitten in het essay hele passages dat Nederlanders een weg-met-ons-mentaliteit zouden hebben. En hij schildert de islam af als onveranderlijk en homogeen, in lijn met het idee van een clash of civilizations dat toen populair was. De islam werd daarmee voorgesteld als een belangrijke drempel voor integratie. Het is allemaal zo gemakkelijk geroepen… Je ziet deze denkbeelden nu in een radicalere vorm terug bij Forum voor Democratie van Baudet. Daar is Scheffer een van de wegbereiders voor geweest.’

Schrijver Karin Amatmoekrim (43) promoveert op de biografie van de in 2012 overleden publicist Anil Ramdas die al voor Scheffer over integratie schreef.

‘Ik vond het destijds terecht dat Scheffer zijn zorgen uitte, er wáren problemen rondom migratie, maar ik herinner me ook dat ik me als migrant in zijn stuk ongezien voelde. Het ging uit van de vraag: wat betekent deze problematiek voor autochtonen?

‘Hij citeert een psychiater in opleiding die zegt dat veel Marokkaans-Nederlandse jongens zich slachtoffer voelen. Scheffer zet dat woord ‘slachtoffers’ tussen aanhalingstekens, alsof hij het nogal overdreven vindt. Maar de psychiater legt duidelijk uit waarom die jongens zichzelf zo zien: ze voelen zich mishandeld, onbegrepen en onveilig in de Nederlandse maatschappij. Scheffer stapt daar vrij achteloos overheen.

‘Het gevolg is dat migranten in zijn essay mensen zonder nuance zijn, zonder een verklaring voor hun gedrag. En hij ziet ze ook nog eens als aanstichter van grote problemen in de samenleving, want hij zegt dat slachtoffers makkelijk kunnen veranderen in daders. Hij heeft er een enorm wij-zijverhaal van gemaakt.

‘Zijn houding paste in die tijd. Vanuit het autochtone perspectief werd vaak hooghartig gedacht dat andere beschavingen achterblijven bij de westerse. Anil Ramdas noemde dat gevaarlijk en ik ben het daarmee eens. De zelfkritiek die hoort bij de westerse beschaving, de welwillendheid om van andere culturen te leren, is gaandeweg compleet verdwenen.

‘Migranten zijn de Ander – die gedachte hoort bij het populisme dat na 2000 opkwam, maar zat al in Scheffers essay. Het was natuurlijk absoluut niet zijn bedoeling, maar daardoor kon extreemrechts eenvoudig met het document aan de haal. Ik denk dat Paul Scheffer er wel moeite mee heeft gehad dat hij ineens door allerlei extreemrechtse organisaties in Nederland en België werd uitgenodigd.

‘Na 2000 is deze hele discussie verworden tot een schoolpleindebat, waarbij de pestkoppen konden roepen wat ze wilden. Het is een donker dieptepunt geweest in de manier waarop we over elkaar praten, maar ik heb het gevoel dat we er langzaam uitkomen. Ik merk dat steeds meer mensen deze manier van discussiëren zat zijn, dit schreeuwen naar elkaar. Dat hele wij-zijdenken is niet meer van deze tijd.’

Beeld Alexandra España

João Varela (45) was van 2002 tot 2006 Tweede Kamerlid namens de Lijst Pim Fortuyn (LPF). In 2003 en 2004 zat hij in de parlementaire commissie integratie onder leiding van Stef Blok.

‘Scheffers stuk wekte bij mij geen verbazing. In mijn studententijd in de jaren negentig werkte ik voor een organisatie die onderzoek deed naar de leefbaarheid in bepaalde wijken. Ik nam interviews af bij café-eigenaren en bewoners in Spangen en Bospolder Tussendijken, oude stadswijken in Rotterdam. Sommige media berichtten erover alsof het een gezellige smeltkroes was, maar je zag toen al dat er geen natuurlijke cohesie was tussen de autochtone Nederlanders en de etnische groepen.

‘Ik vond het dus herkenbaar wat Scheffer schetste. En als allochtoon hoefde je je helemaal niet in je wiek geschoten te voelen. Hij zei: de saamhorigheid staat op het spel, we moeten echt zorgen dat we de minderheden erbij betrekken, anders verliezen we ze. Ik zeg: er zouden meer Scheffers moeten zijn. Ik lees veel van hem, als hij op de radio is, stem ik altijd op hem af.

‘In 2004 concludeerde de commissie-Blok dat de integratie geheel of gedeeltelijk was geslaagd. De kritiek uit de Kamer was niet mals, ons verhaal was te slap. Dat krijg je als je partijen van links tot rechts in zo’n commissie zet. Onze bevindingen waren een mengelmoes.

‘Ik heb wel een apart standpunt ingenomen over de huwelijksmigratie. De integratie wordt afgeremd op het moment dat een migrant trouwt met iemand uit het land van herkomst, wat destijds voorkwam bij 80 tot 90 procent van de Turkse en Marokkaanse Nederlanders. Daarom verliep de integratie zo traag.

‘Ik ga niet met de stelling mee dat de integratie anno 2020 wél geslaagd is. Het probleem van Nederland is dat we in ons beleid nauwelijks een relatie leggen tussen immigratie en de invloed ervan op integratie. Het zijn communicerende vaten. Zolang we geen doordacht immigratiebeleid hebben, zoals bijvoorbeeld Canada, kan de integratie wel tien generaties duren. Maar het doet me deugd dat we het vrijelijk over deze thema’s kunnen hebben. Vroeger was je meteen verdacht.’

Jozias van Aartsen (72) was VVD-fractieleider van 2003 tot 2006 en burgemeester van Den Haag tussen 2008 en 2017

‘Ik vond Scheffers essay destijds heel goed. Het maakte indruk op mij en daarom heb ik hem, toen ik fractievoorzitter was van de VVD, betrokken in discussies over integratie. Ik moet wel zeggen dat ik zijn opvattingen al kende van andere mensen. Bolkestein, Ed van Thijn als minister van Binnenlandse Zaken, de hoogleraren Entzinger en Van der Zwan, allemaal hadden ze het al veel eerder over dit thema.

Scheffers essay heeft een enorme impact gehad, maar in liberale kring werd weleens gezegd: voor ons is het niet zoveel nieuws. Maar het zou best kunnen dat het voor de Nederlandse samenleving een nieuw geluid was omdat het kwam van iemand van de PvdA.

Ik ben het met Leo Lucassen eens dat er intussen positieve ontwikkelingen zijn op het gebied van integratie. Er is nog veel werk te doen, maar de cijfers wijzen uit dat het beter gaat. Scheffer heeft aan die ontwikkeling absoluut bijgedragen, hij schreef het goede stuk op het goede moment.

Ik heb als burgemeester van Den Haag in de Schilderswijk en Transvaal zelf gezien dat steeds meer mensen meedoen met de maatschappij, dankzij het onderwijs. Dat is fantastisch. Die wijken hebben nogal een naam, maar dat is onterecht.’

Raja Felgata (44), hoofdredacteur van de Kleurrijke Top100 en medeoprichter van Fatima, een platform van Marokkaans-Amsterdamse vrouwen.

‘Het debat naar aanleiding van ‘Het multiculturele drama’ vond ik superinteressant, maar ik was zoekende naar mijn eigen stem erin. Er kwamen vooral witte journalisten, witte opiniemakers en witte wetenschappers aan het woord, terwijl het ging over ons, mijn ouders, mij. In 2000 was ik beginnend journalist en ik vond het soms lastig om daarmee om te gaan.

‘Het waren pittige tijden. Na 9/11 en de moord op Theo van Gogh barstte het islamdebat los, het integratiedebat werd steeds feller en voortdurend werd Scheffer erbij gehaald. De invloed van zijn essay was echt enorm en niet per se op een positieve manier. Hij heeft maar één kant van de problemen belicht en niets gezegd over uitsluiting. Als je Mohammed of Fatima heet, kom je minder snel aan de bak dan als je Gertjan of Marieke heet. Ik neem het hem kwalijk dat hij dat niet heeft benoemd.

‘Er is de afgelopen twintig jaar van alles van ons als migranten geëist: integreer, assimileer. Dat hebben we gedaan, we kunnen ons aan elk milieu aanpassen, je kunt het iedere Nederlander met een migrantenafkomst vragen. In witte gezelschappen ben ik vaak de enige vrouw van kleur. Veel mensen hebben het over Marokkaanse Nederlanders, maar ze kennen er niet één persoonlijk.  

‘Toen ik het essay teruglas, viel me op dat het toen al voor een groot deel over de islam ging. Zeker, er zijn excessen, waar de meerderheid van de moslims nooit achter zal staan. Er zijn ook andere problemen in de Marokkaans-Nederlandse gemeenschap, ik hou mezelf echt niet voor de gek. Maar we zijn hard bezig die op te lossen, daar hebben we zelf ook baat bij.

‘Ik doe het op mijn eigen manier. In 2010 heb ik de Kleurrijke Top100 opgericht, om te laten zien hoe inclusief Nederland kan zijn. Dit jaar bestaan we tien jaar, dat betekent tien keer honderd rolmodellen, uit verschillende gemeenschappen. Ze zijn er dus wel degelijk.

‘Er gaat zoveel goed in de multiculturele samenleving. Er zijn zoveel prachtige voorbeelden van mensen uit migrantengemeenschappen in de zorg, de advocatuur, het onderwijs, de topsport, de literatuur. We hebben Kamerleden, burgemeesters, florerend ondernemerschap, we dragen bij aan het kapitaal van Nederland. Maar media en politiek blijven maar hameren op de radicale islam en ze hebben van het hele integratiedebat een Marokkanenprobleem gemaakt. Het lijkt wel alsof we in ons kleine landje klein willen blijven denken. Persoonlijk ben ik er klaar mee.

‘Eind vorig jaar heb ik samen met andere Marokkaans-Amsterdamse vrouwen Fatima opgericht, een online platform en een beweging. We willen onze eigen stem laten horen. Er is twintig jaar over ons gepraat, dat is afgelopen. Wij vertellen onze eigen verhalen wel.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden