Hoe goed zijn auto's eigenlijk?

PETER DE WAARD

Op 11 september 1970 lanceerde autofabrikant Ford de nieuwe nog geen 1.000 kilo wegende Pinto voor een prijs onder de 2.000 dollar.

Het moest het antwoord zijn op de import-Jappen - de lichte, zuinige en goedkope Datsuns en Toyota's - die een steeds grotere luis in de pels werden van Detroit.

De Ford Pinto was in minder dan twee jaar ontwikkeld, de helft van wat normaal was. Maar het was een succes, want begin 1971 waren er onder de slogan The Little Carefree Car 100 duizend verkocht.

Een jaar later stopte een Pinto plotsklaps op een snelweg in Los Angeles. Een andere auto reed er keihard achterop, waarna de Ford in brand vloog , de bestuurster het leven verloor en haar zoon ernstig verminkt raakte. Oorzaak was een fabrieksfout in de carburateur. De familie spande een rechtszaak aan tegen Ford wegens dood door schuld. In 1978 verklaarde de rechtbank Ford schuldig. Als per auto 2 dollar meer was uitgegeven aan beveiliging was het ongeluk goed afgelopen. De familie kreeg 2,5 miljoen dollar als compensatie en 125 miljoen dollar als smartegeld, wat later werd gematigd. Het was een kolfje naar de hand van Hollywood, dat deze zaak uitvergrootte in films als Top Secret en Class Action.

Sinds die tijd lijkt elke generatie nieuwe auto's meer te mankeren. Tegenwoordig wordt bijna elke dag een wereldwijde terugroepactie aangekondigd vanwege een defect. General Motors haalde deze maand 4,8 miljoen auto's terug omdat losse leidingen van de transmissieolie brand kunnen veroorzaken, en aandrijfassen kunnen breken. Toyota riep vorige week wereldwijd zeven miljoen auto's terug. De Japanse autofabrikant, die al 1,2 miljard dollar (900 miljoen euro) op tafel legde voor compensatie omdat in 2009 het gaspedaal achter de vloermat bleef hangen, heeft zijn les geleerd. In vijf jaar zijn vanwege fabricagefouten 35 miljoen Toyota's naar garages teruggeroepen. 'Klanten waarderen het strenge terugroepbeleid, blijkt uit enquêtes. Het geeft een gevoel van betrouwbaarheid', reageerde Toyota. Nissan riep deze maand een miljoen auto's terug vanwege problemen met de airbags, BMW een half miljoen vanwege een kapotte schroef. Zelfs Porsches moesten terug naar de garage.

Niemand zal durven beweren dat auto's onveiliger zijn dan in de jaren zestig en zeventig. Maar het fabricageproces van auto's is veranderd. In de huidige generatie auto's zit net zoveel elektronica als in een vliegtuig van twintig jaar geleden. Veel onderdelen worden ingekocht en niet zelf gemaakt, waardoor vakmensen minder vat hebben op het productieproces. Daarnaast zijn de schadeclaims zo hoog geworden dat het goedkoper is bij de minste twijfel een terugroepactie te beginnen. Better safe than sorry. En dan zijn er de Big Data: het is veel gemakkelijker om verbanden tussen ongelukken te ontdekken of suggereren.

The carefree car bestaat niet meer, noch voor consumenten, noch voor fabrikanten.

REAGEREN?

P.DEWAARD@VOLKSKRANT.NL

undefined

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden