Column

Hoe God verdween uit de kerststal

Als ongelovigen en half-gelovigen hebben we weer de geboorte van Christus gevierd. In een ongemakkelijke mix van familiegezelligheid, commercie en een vleugje spiritualiteit. Kerstmis is het moment waarop we met onze seculiere conditie worden geconfronteerd, met christelijke left-overs in een verder door-en-door ongelovige samenleving.

Adam reikt naar de hand van God, door Michelangelo (1512), op het plafond van de Sixtijnse Kapel in het Vaticaan.

We staan er verbazingwekkend weinig bij stil dat het historisch en mondiaal uniek is dat we van God los zijn gaan leven. God verdween niet alleen uit Geert Maks Friese Jorwerd, maar uit heel Nederland.

Van het ene moment op het andere besloten we het na 2000 jaar Christendom over een andere boeg te gooien. Aartsbisschop Wim Eijk zei het in zijn Volkskrant-kerstinterview pas nog zo: 'Op de middelbare school werd eerst nog aan geloof gedaan, met catechese en missen op vrijdagmorgen. Maar in 1967 was alles opeens helemaal seculier geworden. Het was alsof een knop werd omgezet'.

Precies zo'n beeld schetst Hans Boutellier in zijn pasverschenen, belangrijke boek Het seculiere experiment. Hoe we van God los gingen samenleven. Boutellier, VU-hoogleraar Veiligheid & Burgerschap, beschrijft een 'geheime synode' die in de jaren 1960 bij elkaar zou zijn gekomen en waarin we spontaan afspraken: 'We gaan het voortaan zonder God proberen - kijken wat er gebeurt'.

Wat heeft die secularisering ons eigenlijk gebracht? Waar geloven wij, seculiere Westerlingen, precies in? Als verlate volgelingen van Nietzsche hebben we God doodverklaard in de jaren 60 van de vorige eeuw. Onder begeleiding van hippiemuziek. We gingen het voortaan zonder hiernamaals en hogere macht doen. Maar hoe hebben we dit 'godvormige gat in het menselijk bewustzijn' (Sartre) opgevuld?

Tegenover fundamentalistische fanatici lijken we moreel soms nogal onthand. Het westerse ideaal van individuele autonomie betekende een geweldige bevrijding, maar levert geen strijdbaar tegenverhaal op, met een gemeenschappelijke ziel. We lijken soms weinig meer in te kunnen brengen dan dat het homohuwelijk en transgenderdom (vooral dat!) de absolute hoogtepunten van de westers-seculiere beschaving zouden zijn. En narcistische Mindfullness moet dan de geestelijke leegheid ('Mind-emptyness') van onze gestreste en hypermaterialistische cultuur compenseren. Dat kan toch niet alles zijn?

Secularisering heeft een dubbele betekenis. Het gaat om het terugtrekken van religie uit publieke domeinen, zoals de politiek, de wetenschap, de kunsten en de economie. Maar op individueel niveau gaat het om het afkalven van het geloof in God en het hiernamaals en verdwenen kerkelijkheid. Aartsbisschop Eijk verwacht dat er van de 300 kerken in zijn bisdom Utrecht uiteindelijk 20 overblijven. De kaalslag van voorheen-christelijk Nederland in één cijfer weergegeven.

Opvallend blijft hoe weinig schokkend de secularisering op individueel geloofsniveau uiteindelijk werd ervaren. Geloofsafval is eerder als bevrijding dan als radeloos verlies gevierd. De secularisering heeft geen Maarten t' Hart of Jan Wolkers opgeleverd. Geen wrokkige getuigenisliteratuur.

Onduidelijker is wat de maatschappelijke gevolgen van het seculariseringsproces zijn. Boutellier komt hier tot een gemengd oordeel. De zonder God levende samenleving heeft er, anders dan confessionele fatsoens-rakkers voorspelden, geen 'klerezooi' van gemaakt. Het moderne beschavingsproces heeft Fremdzwang vervangen door zelfdwang. De seculiere mens mag dan gebukt gaan onder morele ongeletterdheid en opvoedingsonzekerheid, met zijn morele intuïties is meestal weinig mis.

Moraal en religie blijken een complexe relatie met elkaar te hebben. Met christelijke naastenliefde is het laatste woord niet gesproken. Zie het kindermisbruik in de katholieke kerk of het gewelddadig islamisme.

Boutellier meent dat er sprake is van 'radicale secularisering'. Niet alleen het religieus geloof is opgegeven; elke ideologie of levensbeschouwing heeft zijn vanzelfsprekendheid verloren. De 'religieuze' verbinding tussen verleden, heden en toekomst is verbroken. Omdat we nergens meer in geloven, geloven we vooral nog in wat praktisch werkt. De westerse netwerksamenleving is een 'pragmacratie' geworden.

Dat klinkt toch wel erg armoedig. Onze seculiere conditie vraagt om moreel onderhoud. Om de gierende angst- en onveiligheidsgevoelens van deze tijd te bestrijden, zullen we opnieuw gedeelde opvattingen moeten ontwikkelen over hoe goed (samen) te leven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden