Hoe geheim mag de geheime dienst zijn?

Het was de pijler onder Plasterks betoog: het belang van de Staat mag niet worden geschaad. Dat gebeurt wel als de modus operandi van de geheime diensten op straat liggen. Klopt dat? En waarom mogen we daarover niets weten?

DEN HAAG - 'In die brief van 4 februari staat niets over de werkwijze van de inlichtingendiensten, helemaal niets', zei SP-Kamerlid Ronald van Raak dinsdagavond tijdens het debat over het afsluiterschandaal. Plasterk had tot verontwaardiging van de SP'er in een Kamerbrief uitgelegd dat het in het 'belang van de Staat' is geweest om geheim te houden dat Nederlandse spionagediensten 1,8 miljoen telefoondata hebben verzameld en doorgespeeld aan de Amerikanen.


Van Raak: 'Zoiets voor de hand liggends kan toch nooit een staatsgeheim zijn geweest?'


Alleen al het cijfer 1,8 miljoen is modus operandi, betoogt defensiespecialist Rob de Wijk van het Haags Centrum voor Strategische Studies. 'Want de schaal van de afluisterpraktijken was nog niet bekend.'


De omvang van 1,8 miljoen telefoondata in één maand tijd die alleen Nederland al heeft onderschept, verbaast zelfs kenners als hij. Terwijl dit aantal nog maar een fractie is van de totale hoeveelheid telefoon- en internetdata die wereldwijd wordt onderschept.


Jihadisten

'Potentiële jihadisten zouden de informatie kunnen gebruiken om hun eigen modus operandi aan te passen', zegt De Wijk. Een mooi voorbeeld is hoe 's werelds bekendste terrorist zijn gedrag aanpaste na het bekend worden van de reikwijdte van de Amerikaanse inlichtingendiensten.


Ergens halverwege augustus 1998 heeft Osama bin Laden zijn satelliettelefoon uitgezet. Volgens toenmalig president Bush van de VS kreeg de Al Qaidaleider door dat hij werd afgeluisterd nadat bronnen deze informatie hadden gelekt aan media. Het was volgens Bush het bewijs dat het bekendmaken van de modus operandi van de Amerikaanse inlichtingendiensten een waardevolle bron van informatie om zeep had geholpen.


Bin Laden zette namelijk niet alleen zijn satelliettelefoon uit, maar raakte ook nooit meer een andere mobiele telefoon aan en gebruikte geen internet. De Al Qaida-leider verdween zo jaren van de radar.


'Maar terroristen weten toch al lang dat ze worden afgeluisterd of dat het risico daarop bestaat?', zeggen critici. Toch hebben veel jihadicommandanten in een land als Afghanistan tot nu toe telefoons en internet gebruikt. De Taliban hebben bijvoorbeeld een website in vijf talen, een Twitter- en Facebookaccount en de woordvoerders zijn bereikbaar per telefoon.


Taliban-telefoonnummers wisselen constant en de locatie van de beller ook. Telefoongesprekken zijn kort. De Wijk: 'Het is niet ondenkbaar dat dit soort types ook verbaasd zijn over de omvang van de afluisterpraktijken van NSA en dat ze hun telefoon- en internetverkeer drastisch aanpassen.'


Toezicht

Na het afluisterdebat waarin dinsdagavond is gebleken dat Plasterk de Kamer onjuist heeft geïnformeerd, zal de discussie over de het geheim blijven van de werkwijze van Nederlandse spionagediensten opnieuw oplaaien. Want als het zo nodig is om het geheim te houden: wie houdt er dan toezicht of alles volgens de wet gebeurt?


Het kabinet geeft half maart een reactie op het rapport van de zogenoemde commissie-Dessens, zei minister Hennis van Defensie dinsdagavond al. Deze commissie heeft recentelijk aanbevolen dat de diensten meer zouden moeten mogen, maar ook scherper gecontroleerd moeten worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden