Hoe gaan docenten om met radicalisering in de klas?

Hoe geef je nog les als moslimkinderen in de klas applaudisseren vanwege de aanslagen in Zaventem? De hypothetische vraag alleen al zorgde voor een storm op Twitter afgelopen dinsdag. Net als het commentaar van een 15-jarig meisje uit Amsterdam. Zij twitterde van school te willen omdat haar medeleerlingen van het Amsterdamse Berlage Lyceum zouden lachen om de aanslagen.

Het Berlage Lyceum in Amsterdam. Beeld Wikimedia Commons

Haar klasgenoten herkennen zich niet in dit verhaal, schrijft de schooldirectie in een reactie. De bijeenkomst zou juist 'indringend en vruchtbaar' zijn geweest. Landelijk breed lijken er ook weinig incidenten te zijn van spottende scholieren. Bij de Stichting School en Veiligheid hebben docenten bijvoorbeeld geen enkele melding gemaakt van kinderen die jubelen om de aanslagen. Wel publiceerden zij alvast een blog met tips. Ga het gesprek aan, biedt informatie, luidt zoals altijd het devies. Hoe moeilijk is dat voor docenten?

Dat verschilt per docent, zegt Margalith Kleijwegt. De journalist onderzocht voor het Ministerie van Onderwijs bij 17 onderwijsinstellingen hoe docenten omgaan met het uiteenlopende gedachtegoed van hun leerlingen. Kleijwegt rondde haar onderzoek '2 werelden, 2 werkelijkheden' af in de zomer van 2015 vóór de aanslagen in Parijs en Brussel. Maar ook voor die tijd signaleerde zij al een toenemende 'mentale segregatie'.

Wat is dat mentale segregatie?

'De wereldbeelden van verschillende groepen jongeren raken steeds verder uit elkaar. Op gekleurde scholen dachten sommige leerlingen na Charlie Hebdo dat de aanslag was gepleegd door de Amerikanen en Zionisten. Omdat moslims zoiets niet konden doen. Leerlingen op witte scholen dachten dat het aangespoelde jongetje Aylan in scene werd gezet door de media om bij het publiek medelijden te wekken voor vluchtelingen. Deze twee groepen zijn bang voor elkaar, bang voor de toekomst en verschansen zich in hun eigen wereld. Leraren hebben er misschien niet iedere dag mee te maken, maar maatschappelijke spanningen komen de klas in.'

Hoe gaan docenten daarmee om?

'Sommige docenten klappen dicht. Sommige docenten vinden het van nature leuk om het moeilijke gesprek aan te gaan. Het zou goed zijn als alle docenten meer doorvragen. Het wereldbeeld van leerlingen kun je moeilijk veranderen. Wel kan je veranderen hoe er geargumenteerd wordt. Het gaat erom dat leerlingen kritisch nadenken. Het vak mediawijsheid zou enorm kunnen helpen.'

Stel een leerling roept dat het westen dit soort aanslagen over zichzelf afroept. Wanneer is zo'n opmerking een signaal van radicalisering en wanneer is het provocerend pubergedrag?

'Dat weet je niet. Dat moet je van gesprek tot gesprek bekijken. Ik maak mij vooral zorgen om de eenzame studenten. Tijdens mijn onderzoek stuitte ik bijvoorbeeld op Kemal (gefingeerde naam), een student aan een MBO in Rotterdam. Hij had een moeilijke jeugd, was eerder van school getrapt en stortte zich volledig op de Islam. Hij gaf mij geen hand, vond dat zijn leeftijdsgenoten maar zedeloos leven en wilde naar een Islamitisch land emigreren. Kemal schaamde zich voor zijn situatie thuis; zijn moeder was gescheiden en moest dag en nacht als schoonmaakster werken. Ik had bij hem het gevoel dat het radicale er vanaf zou gaan als iemand hem maar bij de hand zou nemen. Maar hij trok zich terug in Allah. Dat gaf hem houvast, omdat hij dacht dat niemand hem wilde hebben. Die eenzaamheid trof me. Als mensen zich terugtrekken moet je je zorgen gaan maken. Het gaat niet alleen om wat ze zeggen, maar juist ook om wat ze niet zeggen.'

Dus leraren moeten niet letten op de provocateurs, die lachen en juichen om aanslagen, maar op de stille leerlingen?

'Je moet het applaus zeker niet laten liggen. Maar stilte in de klas is risicovoller. Let op de leerlingen die zich terugtrekken en ga altijd het gesprek aan. Er zijn veel meer jongens zoals Kemal, eenzame leerlingen die religieus worden omdat ze niet gehoord zijn.'

Zijn leraren wel toegerust om radicalisering vast te stellen?

'Het klinkt misschien een beetje suf, maar ik heb gemerkt dat er beter met radicalisering wordt omgegaan bij instellingen die beleid hiervoor hebben. Leraren moeten al zoveel. Als radicalisering niet op het prioriteitenlijstje staat van de directie, gaat zoiets erbij hangen. We moeten niet zo inzoomen bij wat kinderen roepen in de klas. Terwijl we daar met z'n allen een antwoord op moeten verzinnen. Er komt heel wat op ons af.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden