Hoe Freddy Heineken ook na zijn ontvoering gekooid bleef

Volgende week gaat de film over de ontvoering van Freddy Heineken (1923-2002) in première. Frénk van der Linden leerde de rijkste man van Nederland van dichtbij kennen. Portret van een zelfbenoemde hetero universalis en Nobele Alfred. 'Het frustreert me, zei hij, dat ik Einstein niet ben.'

'Is het niks voor jou?, vroeg Freddy Heineken, gezeteld achter zijn met wit geitenleer beklede bureau.


' Wat?'


'Mij opvolgen.'


'U maakt een geintje.'


'Ik heb geen zoon, ik zou je kunnen adopteren.' Hij krulde zijn rechterwenkbrauw omhoog en vuurde zijn huisspecialiteit af: een blik die het midden hield tussen spot en melancholie. 'Zeg ja, joh. Dan is mijn dochter Charlene er vanaf. Zo leuk is het niet om mij te worden.'


Scherts, gemopper, tristesse, provocatie: in elk gesprek toonde Alfred Henry Heineken zich een verbazingwekkend brouwsel. Voor saai zijn had hij geen aanleg. Als professioneel causeur ('Ik ben een bekwerker') overvoerde hij je met smakelijke quotes. Zijn vermeende oppervlakkigheid? 'Ik ben niet vluchtig, het leven is vluchtig.' Dictatoriale trekjes? 'Een van mijn voorouders was generaal onder Napoleon, die wil niet uit mijn bloed.' Wie naar Heineken luisterde, kon naar zijn oordeel één conclusie trekken: 'Ik was al ruimschoots getikt voordat ik werd ontvoerd.'


Toch poseerde de tycoon graag als 'doodgewoon mannetje'. 'Elke ochtend zeg ik tegen mijn vrouw: Kom, ik ga Alfred maar weer 's in bad doen. Ik denk dat alle psychiaters naar huis konden als mensen eens leerden zichzelf niet zo belangrijk te vinden.' In de spiegel zag hij 'niks meer en minder dan een wispelturige, van de hak op de tak springende dwaas'.


Maar dan wel een dwaas die zijn onderneming met ijzeren hand had uitgebouwd tot een multinational. Eentje die wereldwijd bekender was dan Rembrandt, Philips en Cruijff. 'Als jonge vertegenwoordiger liep ik eind jaren veertig in de States nog van bar naar bar om dat bier te verkopen - tot het bloed uit mijn schoenen gutste.' Quasi-nonchalant dreunde hij te pas en te onpas op wat de koude, harde feiten waren: zijn pils werd in vijftig landen geproduceerd en in 170 naties verkocht. Boven Heineken, pochte hij, gaat de zon nooit onder.


De dominantie had ook een schaduwkant. Volgens het Groene Boek, een geheim organisatierapport dat eind jaren tachtig, begin jaren negentig in de top van het bedrijf circuleerde, was de brouwerij een ingeslapen, vervet, zelfgenoegzaam en weinig slagvaardig concern geworden. De tijdelijke maar alarmerende terugval stond niet los van de volgzaamheid die Freddy Heineken eiste: 'Ik ben altijd op zoek geweest naar discipelen.'


Feit bleef dat hij een zeldzaam gewiekst zakenman was. Heineken huurde begin jaren vijftig met geleend geld een Rolls-Royce, waarmee hij voorreed bij een bank. Prompt kreeg hij 400 duizend gulden. Daarmee kocht hij extra aandelen en verwierf hij uiteindelijk de almacht in het beursgenoteerde familiebedrijf.


Heineken was een marketinggenie, en hij wist het. 'Dat de massa groen als veilig ervaart, zag ik eerder dan de Groenen', lachte hij. 'Feeling - dáárop heb ik de kleur van ons etiket gebaseerd.'


Ronduit pissig werd de miljardair ('Wegwezen, ik ben niet gebouwd op tegenwerpingen') wanneer hij zich geconfronteerd zag met het wansucces van zijn alcoholarme Buckler-bier. En hoe groot hij ook was, als het om geld ging gedroeg hij zich dikwijls kleintjes. Rijkste man van Nederland of niet, Heineken gaf portiers een gulden fooi, liet het Hilton weten dat hij nooit meer zou komen omdat de koffie een kwartje te duur was, en weigerde Noordwijk (waar zijn duinvilla De Ark stond) hondenbelasting te betalen, aangezien zijn dalmatiër Pasha een waakhond zou zijn. 'Enig, zo'n gemeente een beetje jennen om 25 gulden - en dan winnen.'


Hoe kon het dat Heineken, ondanks zijn zelfvoldaanheid, zijn gedram en zijn despotisme vertedering opriep? Vertedering, ja. Wellicht is het niet gepast om dat woord als journalist te noteren, maar het staat er al.


In 1992 kwam het tot een eerste interview. De captain of industry ontving in Cap d'Antibes, waar op een schiereiland zijn landgoed La Garoupe lag. Rond de grote bungalow klonken krekelgeluiden en de golfslag van de Méditerranée. 'Een asociaal oord', beweerde hij, gekleed in shorts en polohemd. 'Hier komt bijna nooit iemand. Ik ben een schorpioen. Wegkruipen, wachten, plotseling tevoorschijn komen, steken. Sting, raak. Kijk jij maar uit.'


En verdomd. Toen de cassetterecorder tevoorschijn kwam, legde hij een notariële akte op tafel. 'Hier even tekenen: ik mag alles in jouw NRC-verhaaltje veranderen, óók als ik dingen zo heb gezegd. Ik moet op mijn woorden letten, ik ben nog steeds de grootaandeelhouder en de baas in m'n tent.'


Goed dan, een krabbel. 'Als u te veel met het rode potlood te keer gaat, verdwijnt het interview in de prullenbak.'


Vanaf dat moment nam Heineken zeven uur lang nauwelijks een blad voor de mond. In het artikel zou hij niet meer dan een handvol bijvoeglijke naamwoorden wijzigen. Voor het eerst sprak hij uitgebreid over zijn ontvoering. Weg was de clowneske houding.


'De Duitsers hebben me in de oorlog als jongen van 18 een keer gevangen genomen, omdat ik met foute papieren en van de Kriegsmarine ontvreemde benzine op een motorfiets reed. Sie werden erschossen, zei zo'n nazi. Dat bleek een hele goeie vooropleiding voor mijn ontvoering.'


Maar leuk was anders, in die plaatijzeren Romneyloods op het Amsterdamse industrieterrein De Heining. 'Waarom moest ik per se aan een ketting van veertig centimeter liggen? Ik vroeg om een tafel, een stoel, potlood en papier. Veel is dat toch niet, hè. Maar nee. Ik vind dat vrij primitief. Het punt is: zíj waren bang.'


'In die cel zal maar één luchtgaatje, heel klein. Ik besefte dat er een groot zuurstofgebrek zou ontstaan als ik druk ging bewegen. Jezus, ik ga hier stikken, dacht ik. Ik sliep dan ook veel. Ben ik ze dankbaar voor, dat ik goed kon uitrusten. En afvallen - zeven kilo.'


'Ik zei: Jongens, waar zijn jullie toch mee bezig? Ga lekker werken, koop een huisje, zet er een wit tuinhek omheen, laat een hondje op het gazon rondlopen, kus je vrouwtje en wees gelukkig. Dit is toch zenuwenwerk? Maar zulke mensen hebben geen opleiding gehad, zijn te lullig om iets te leren, zitten alleen maar in een bar tegen elkaar op te hakken wie de grootste Mercedes heeft.'


Gebakken eitje

'Heineken was een kerel van kaliber', verklaarde ontvoerder Cor van Hout in De ontvoering van Alfred Heineken, de bestseller van Peter R. de Vries. 'Hij had echt personality, die man, een soort psycholoog was het. (...) Als we hem vroegen wat hij wilde eten, bestelde Heineken meestal een compleet diner-dansant. Onderaan merkte hij dan droog op: En als dat niet gaat, is een gebakken eitje ook goed. Humor.'


Heineken zelf lachte na de kidnap vooral om het telegram dat hij kreeg van Frank Sinatra. 'Die schreef: Why didn't you call me? Goed aangevoeld.'


Liefst maakte de biermagnaat gesprekspartners wijs dat hij geen spoor van een trauma had opgelopen. Rancune? Wraakgevoelens? Hooguit hadden de ontvoerders medelijden opgeroepen. 'Voor iemand die een tunnel van zes kilometer graaft en een bankkluis leeghaalt, heb ik bewondering. Maar jongens die het aller-, allermakkelijkste doen, die zomaar een man van de straat plukken, vind ik zielig.'


Niettemin had Heineken een privélegertje jacht laten maken op zijn kwelgeesten. Nadat de meeste ontvoerders waren veroordeeld, was zijn onderhuidse woede nog jaren voelbaar. Ook al omdat eenvijfde van het losgeld (35 miljoen gulden) zoek bleef. En hoe groot zijn innerlijke wond was, illustreerde Heineken toen hij vernam dat zijn kennis Gerrit-Jan Heijn, ex-bestuursvoorzitter van Ahold, door Ferdi E. was doodgeschoten. Hij verloor de controle over zichzelf.


Het was onmogelijk je aan de indruk te onttrekken dat Freddy Heineken nog eenzamer was dan gefortuneerde mensen qualitate qua al zijn. Hij begon te telefoneren, meestal in het weekend. 'Met mij. Ik vervéél me zo. Heb je nog een mop?'


Eigenlijk wilde hij dat je naar zíjn witzen luisterde. Maar als het om humor ging, had de getapte jongen geen hoogstaande smaak. Als VVD-aanhanger schamperde hij over de PvdA, de Partij van de Afgunst. Nog vaker ging het over seks (een schilderij van een naakte vrouw met een kat omschreef hij als 'de vrouw met de twee poesjes'). Subtiliteit was niet zijn meest in het oog springende eigenschap. Tijdens een aandeelhoudersvergadering werd hem eens gevraagd hoe het verder moest met de Amstel-licentie in het Zuid-Afrika van de apartheid. Zijn antwoord: 'We kijken de nikker nog even uit de boom.'


Journalistieke distantie betrachten tegenover Heineken viel niet altijd mee. Hij wilde gekend worden. 's Zomers zat hij te wachten aan een lunchtafel vol delicatessen, echtgenote Lucille Cummins aan z'n zijde. Ze was de dochter van een bourbon-stoker in LaRue County, Kentucky, op wie hij ooit was gevallen vanwege haar 'Marlène Dietrich-benen' (en van wie hij naar eigen zeggen na zijn huwelijksaanzoek in een restaurant 75 dollar moest lenen om het etentje te kunnen betalen).


Mevrouw Heineken oogde zelfs in een trainingspak als een stijlvolle dame, zonder blingbling, kapsones en botox. Industriële adel. Haar interesse in anderen was niet geveinsd. Nooit zou haar man het huwelijk opbreken. Wat goed beschouwd vreemd was, bekende hij, want tsja, hij was inderdaad nogal een womanizer, voorzien van minnaressen en vaste vriendinnen. Knipoog: 'Longterm gedacht, behalve wanneer ik een mooie meid zag.'


Een meter of twintig verderop, in een benauwd kamertje, keek de beveiligingsdienst van Heineken 24 uur per dag naar beeldbuizen waarop alles zichtbaar was dat zich in en rond de woning afspeelde. 'Kijk, daar dobberde Something cool, het jacht waarmee meneer Heineken zo nu en dan ging spelevaren in gezelschap van koningin Beatrix. En let op het grootste van de drie zwembaden: daarin lag een doorzichtige kunststof plaat die met één druk op de knop omhoog kon komen tot iets onder het wateroppervlak. Dat stelde de heer des huizes in staat om als Jezus over de golfjes op zijn gasten af te schrijden.


Hoe vaker je Heineken trof, in Zuid-Frankrijk of Amsterdam, hoe beter je hem leerde kennen, hoe minder je van hem begreep. Hij grossierde in tegenstrijdigheden. Narcistisch maar invoelend, somber maar lollig, arrogant maar onzeker, sarcastisch maar sentimenteel. En: niet gesteld op kritiek, wel op kritische vragen. Wat was de sleutel tot zijn paradoxale persoonlijkheid? Hoe zat deze man in godsnaam in elkaar? 'Geef het maar op', pestte hij. 'Mijn vriendjes kennen me niet eens.'


Slaapverwekkend

Stukje bij beetje daagde het inzicht dat Freddy Heineken het bestaan als topindustrieel slaapverwekkend was gaan vinden. Natuurlijk, het stemde hem trots dat hij een volks Hollands biertje in de VS had weten te slijten als premium import beer. Maar: 'Vervelend genoeg verandert het product bier nooit. Anders dan Toyota heeft Heineken niet elk jaar een nieuw model.'


Heineken leek bovendien niet te houden van bier. Je zag het hem nooit drinken, behalve wanneer persfotografen opdoken. Hij prefereerde rosé en Campari-soda. Vermoedelijk zou hij z'n eigen pils (door wijlen journalist Martin van Amerongen gedefinieerd als 'een pisgele substantie waarmee men in noodgevallen de dorst kan lessen') niet aan de smaak hebben herkend, net als zijn CEO Karel Vuursteen in een Nieuwe Revu-interview : 'Ik ga absoluut de mist in.'


Hij wilde weg van het bier. Al heel lang. Hij had allerlei andere ambities en pretenties. Heineken was een overschuimend vat ideeën: het ene moment lanceerde hij een classicistisch plan voor de inrichting van het Museumplein in de hoofdstad; het andere moment wilde hij rolstoelen van hun ziekenhuisimago afhelpen door ze racing green of midnight blue te laten spuiten.


'Ik ben niet alleen brouwer', oreerde hij. 'Ik ben psychiater, uitvinder, hand-lezer, antropoloog, architect, filosoof, componist, fotograaf. (...) Ik probeer me tot hetero unversalis te ontwikkelen.'


Helaas meende hij het.


Freddy Heineken kende geen grotere liefde dan muziek. 'Daar kun je in zwelgen. Als ik naar goeie house of rap luister, voel ik het aan mijn eierstokken. Ik heb vroeger wat gedrumd. Geef mij een trommeltje en ik kan met ieder negerorkest meedoen. Boemerdeboemerdeboem, heerlijk. Maar de man die mij tot op de bodem van mijn ziel raakt, heet Toots Thielemans. Hij doet me aan mijn vader denken, en hij is waanzinnig muzikaal met die mondharmonica. Ga ik van onderuit. Tránen.'


In Heinekens huiskamer stond een Steinway-vleugel. 'Daar tingel ik af en toe wat tunetjes op.' Tingelen was Freddytaal voor componeren. De nummers die hij schreef, verdienden stuk voor stuk het predikaat easy listening. 'Je kunt niet zeggen, zo, nou zal ik 's effe wat schrijven. Het kómt. Een tijdje terug zat ik met (jazzcoryfee, red.) Herbie Hancock in een visrestaurant. We gingen terug naar mijn huis, hij kroop achter de piano. Hoe doe jij dat, een liedje maken?, vroeg hij. We had a fish in a restaurant, zei ik. Hoor je dat? Hoor je het melodische van zo'n zin? Hoor je die ritmiek? Herbie met die toetsen aan de gang... pompompom... ja, ja... nee, dat vingertje erbij... lekker... got it! Later hebben we er I saw a face in a restaurant van gemaakt. Vis was me te banaal.'


Songs by Freddy Heineken heet de cd waarvan hij een paar duizend stuks liet persen die hij aan de straatstenen niet kwijtraakte. Eén exemplaar staat in een journalistieke platenkast. Zonder loep zijn de namen van uitvoerende artiesten als Laura Fygi amper te vinden. Het ging Heineken louter om zijn composities.


Een andere 'way out' die Heineken uitprobeerde, was de politiek. Hij bedacht de World Bottles, in elkaar passende, vierkante Heineken-flessen die bierdrinkers in krottenwijken konden gebruiken als bouwstenen. Eureka: niet slecht voor de omzet van de brouwerij én een betaalbare oplossing voor de woningnood in ontwikkelingslanden. Experimenten wezen droevig genoeg uit dat de glazen huizen door de zon veranderden in sauna's.


Heineken liet zich niet ontmoedigen. Hij presenteerde Eurotopia, zijn gedroomde Verenigde Staten van Europa, een lappendeken van 75 landjes. Ieder volk een eigen gebied: het ei van Columbus. 'Mensen met een gemeenschappelijke identiteit willen nu eenmaal een eigen gebiedje hebben, een vertrouwd plekkie. een huissie met een hekkie erom.'


Vanuit Washington kwam een complimenteuze brief van president Bush sr. Trots als een schooljongen op een acht-plus wapperde Heineken met het schrijven. In Europa werd zijn plan lacherig ontvangen. Prins Claus had het al voorspeld: 'Leuk dat je dit voorstel doet, Freddy. Maar er komt niks van terecht.'


Eén vluchtroute uit een bestaan dat hem de keel afkneep, resteerde Heineken: de wetenschap. Hij noemde zich Nobele Alfred, omdat hij als eerbetoon aan zijn vader, doctor in de chemie, prijzen van een kwart miljoen voor wetenschappelijke prestaties in het leven had geroepen.


'De mensheid is de kanker van de aardkloot', meende Heineken. We veroorzaakten een milieuvraagstuk dat schreeuwde om een onorthodoxe aanpak. Hij had zelf wel een ideetje, mocht hij dat even uit de doeken doen? Het ging om het broeikaseffect en het gat in de ozonlaag, dat kon worden bestreden door vervuilende cfk's op innovatieve wijze uit de atmosfeer te verwijderen. 'Ik bemoei me hiermee, omdat ik zie dat anderen het niet doen.'


Heineken had prof. dr. E.K. Duursma bereid gevonden zijn vondst op technische haalbaarheid te onderzoeken. De emeritus hoogleraar oceanografie zag er wel iets in. Maar na de bekendmaking van het Grand Design bleef het stil. 'Het frustreert me', sipte Heineken, 'dat ik Einstein niet ben.'


Worsteling

Dáár zat 'm zijn worsteling: veel liever dan bierproducent wilde Alfred Henry Heineken wetenschapper zijn, musicus, politiek denker. Alleen had hij op die terreinen onvoldoende talent. Dat zag hij in - wat hem bij vlagen gedeprimeerd stemde. Mede vanwege de fysieke gelijkenis deed Heineken denken aan de tragikomische Britse potsenmaker Tommy Cooper. De hele dag lachen, maar ondertussen. Als in Antibes de dertigste, veertigste of vijftigste Gladstone werd opgestoken ('Goed tegen Alzheimer'), als de zoveelste zelfbevlekkende opmerking was gemaakt ('Schoonheid zit van binnen, sprak de lelijkerd'), stak altijd het verdriet de kop op: Heineken was niet de unieke mens die hij wenste te zijn. Hij voldeed niet aan zijn eigen maatstaven.


Waarom leed hij daar zo onder? In de jaren na de ontvoering bleef hij in feite gekooid. Je hoefde maar eenmaal mee te maken hoe lastig het was om aan de Rivièra parkeerruimte te vinden voor drie limousines-op-een rij (de gepantserde Heineken-Mercedes in een sandwich tussen de auto's van zijn lijfwachten) om daar iets van te begrijpen. Zelfs zijn gang naar een toilet werd begeleid door bodyguards of gezien door beveiligers.


Met de jaren groeide zijn behoefte om te ontsnappen, als het even kon door briljantie en grootheid van geest. Dat hij die ontbeerde, dat hij niet beschikte over het vermogen tot zelfbevrijding, was zijn ware tragiek. Daar hielp geen miljard of meer aan.


Zo ging hij in 2002 dood: onbevrijd. Maar een mens moest alles relativeren, inclusief sterven. 'Joh, wat is doodgaan nou helemaal? Niks bijzonders. Het is niet erg om dood te gaan, het was tenslotte ook niet erg toen je nog niet bestond.'


HEINEKEN OVER DE FILMS: 'EEN ONKIES IDEE'

Volgende week gaat de speelfilm De Heineken Ontvoering' van regisseur Maarten Treurniet in première (hoofdrol Rutger Hauer). Voor de TROS werkt regisseur Pim van Hoeve aan een vierdelige tv-serie over het leven van de biermagnaat (hoofdrol Thom Hoffman). Onlangs bezocht de Amerikaanse producent Michael Simpson Nederland om met misdaadverslaggever Peter R. de Vries te onderhandelen over een Hollywood-verfilming van diens bestseller De Ontvoering van Freddy Heineken.

'Een film lijkt me een onzinnige exercitie', zei Freddy Heineken al in 1992. 'De enigen die werkelijk iets van de zaak afweten zijn mijn chauffeur Ab Doderer en ik, en wij zullen onder geen voorwaarde meewerken. Meneer Peter de Vries was niet bij de ontvoering betrokken - niet bij mijn weten althans. Ik vind het een onkies idee: zo'n film zou weleens een gebruiksaanwijzing kunnen zijn voor ontvoerders in spe.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden