InterviewOnderzoek Wilhelm II

Hoe fout was de laatste Duitse keizer Wilhelm II?

De nazaten van de laatste Duitse keizer, Wilhelm II, maken aanspraak op geconfisqueerd familiebezit. Van teruggave kan echter pas sprake zijn als de familie kan aantonen geen ‘aanzienlijke ondersteuning’ aan de nazi’s te hebben verleend. Ook Nederlandse historici hebben zich in de kwestie verdiept.

Op 17 juni, dezelfde dag waarop hij Hitler een felicitatietelegram stuurde na de overgave van Frankrijk, bezocht ex-keizer Wilhelm II de Grebbeberg bij Rhenen. Op het ereveld legde hij een krans voor de Duitse en Nederlandse soldaten die tussen 11 en 13 mei 1940 zijn omgekomen bij de slag om de Grebbeberg.Beeld Collectie Huis Doorn, HuDF-1945

Het verleden is alomtegenwoordig in Huis Doorn, residentie van de laatste Duitse keizer – Wilhelm II (1859-1941). Niet alleen het verleden dat door de monarch werd belichaamd: dat van het glorieuze (tweede) keizerrijk, en dat van de Eerste Wereldoorlog. Ook over het Derde Rijk, en het aandeel van de keizerlijke familie Hohenzollern daarin, worden geregeld vragen gesteld aan de vrijwilligers die rondleidingen door het museum Huis Doorn verzorgen. 

‘Dat zijn niet per se fans van de keizer’, bezweert historicus Jacco Pekelder. ‘Maar toch worden ze soms pijnlijk getroffen door vragen over de keizer of diens zonen als slippendragers van Hitler.’ Hij heeft de indruk dat die vragen vaker worden gesteld sinds een van de bijgebouwen van Huis Doorn – de voormalige keizerlijke garage – dienst doet als ‘museum van de Eerste Wereldoorlog’.

Om de rondleiders en de andere personeelsleden in de staat te stellen netelige vragen over een delicaat onderwerp te beantwoorden, heeft Pekelder met collega-historici Joep Schenk en Cornelis van der Bas (conservator van Huis Doorn) de banden van verschillende Hohenzollern-telgen met de nazi’s nader onderzocht. De verschijning van hun studie valt samen met een verhit debat dat prins Georg Friedrich van Pruisen, de achterachterkleinzoon van Wilhelm II, heeft ontketend met zijn eis tot teruggave van roerende en onroerende bezittingen die na 1945 zijn geconfisqueerd. 

Of die zeer omstreden wens wordt gehonoreerd, hangt in belangrijke mate af van het antwoord op de vraag of de keizerlijke familie ‘aanzienlijke ondersteuning’ heeft verleend aan de nazi’s. Vier historici hebben zich, onafhankelijk van elkaar, over die vraag gebogen. Onderling verschillen zij nogal van mening.

Wat denkt u zelf?

Pekelder: ‘Wij zien het niet als onze taak om in dit dispuut een standpunt in te nemen. Wij hebben informatie uit archieven en bestaande literatuur verzameld op basis waarvan de lezer zelf een oordeel kan vormen. We laten de feiten voor zich spreken.’

En welk beeld komt daaruit naar voren, met betrekking tot de keizer zelf?

‘Dat hij, al dan niet aangemoedigd door zijn tweede vrouw en zijn oudste zoon, heeft geflirt met de nazi’s. Daarbij speelden overwegend tactische overwegingen een rol. Na de eclatante overwinning van Hitlers NSDAP bij de Rijksdagverkiezingen van 1930 heeft Wilhelm even gedacht dat Hitler de wegbereider zou zijn van de herstelde monarchie. Zijn echtgenote, Hermine, heeft hem na een bezoek aan Hitler in die gedachte gesterkt. En Wilhelm zelf heeft in Doorn tweemaal Hermann Göring ontvangen. Maar dat was in zijn ogen toch een te platte, plebejische figuur om zaken mee te doen. Samenwerking met de nazi’s was voor hem uiteindelijk een te hoge prijs voor een terugkeer naar Duitsland.’

Zijn oudste zoon, kroonprins Wilhelm, dacht daar anders over.

‘Die had inderdaad minder scrupules. En hij stond ideëel ook dichter bij de nazi’s dan zijn vader. Die zag het keizerschap nog als door God gegeven. Maar de kroonprins ontwikkelde al vóór de Eerste Wereldoorlog ideeën over een volksmonarchie: de monarchie als een massabeweging. Dit betekende niet dat hij onmiddellijk toenadering zocht tot Hitler. In de jaren twintig hield hij zich nog in rechts-nationalistische kringen op. Maar gaandeweg schoven hij en, met name, zijn broer August Wilhelm ook in ideologische zin op in de richting van Hitler. Vanuit hun perspectief is dat wel verklaarbaar: tijdens de Weimarrepubliek hadden oud-rechts en nieuw rechts – het nationalisme van de aristocratie en het nationalisme van het volk – altijd met elkaar geconcurreerd. Hitler heeft beide stromingen bij elkaar gebracht.’

Welke rol speelden de prinsen daarbij?

‘Dat is het kernpunt van het debat dat momenteel in Duitsland woedt: waren zij slechts figuranten bij de overgang van de Weimarrepubliek naar het Derde Rijk, of hebben zij er wezenlijk aan bijgedragen dat Hitler voor de aristocraten een aanvaardbaar figuur werd? De Australische historicus Christopher Clark relativeerde aanvankelijk de betekenis van de steun die de prinsen aan de nazi’s hebben verleend. Later kwam hij daar enigszins op terug. Een tweede geraadpleegde historicus oordeelde dat de kroonprins tegen de nazi’s heeft geïntrigeerd. Twee anderen kennen een grote symbolische betekenis toe aan het feit dat Hohenzollern-telgen openlijk, gehuld in bruine uniformen, steun hebben verleend aan Hitler. Daarmee hebben ze weifelende aristocraten, die een belangrijke machtsfactor waren in Duitsland, over de streep getrokken. Vergeet niet: Hitler is niet met verkiezingen aan de macht gekomen. Oud-rechtse aristocraten hebben hem de helpende hand geboden. Die meenden hem wel onder de duim te kunnen houden. Zeker na de verkiezingen van november 1932, toen de NSDAP fors verloor. Toen dachten de conservatieven dat Hitler wel een toontje lager zou gaan zingen.’

Is de conclusie dan niet dat de nazaten van de keizer restitutie van geconfisqueerd familiebezit wel kunnen vergeten?

‘Zover is het nog niet, want in Duitsland gaat men ook in dit soort kwesties niet over een nacht ijs. Maar de discussie heeft wel nare trekjes aangenomen. Zo dreigt de familie met processen terwijl de wetenschappelijke discussie nog volop woedt. Dat heeft veel kwaad bloed gezet. Jan Böhmermann, de Duitse Arjan Lubach, heeft prins Georg Friedrich op de meest vileine wijze aangepakt. Ik vermoed dat de prins, die altijd een toonbeeld van bescheidenheid was, de laatste tijd geregeld heeft gedacht: wat heb ik over mijzelf afgeroepen?’

De laatste foto van Wilhelm II, achter het hek van het park van Huis Doorn, 1941.Beeld Collectie Huis Doorn

Wat zou toch de aanhoudende fascinatie voor de laatste Duitse keizer verklaren?

‘Hij belichaamde de tragiek van de vergane glorie. Als hij tijdens de Eerste Wereldoorlog op het slagveld was gestorven, zou hij met het keizerrijk ten onder zijn gegaan. Maar nu heeft hij in zijn Nederlandse ballingsoorden – eerst Amerongen, vanaf 1920 Doorn – nog geruime tijd met een kleine hofhouding in de schaduw van de geschiedenis geleefd. Dat roept een zekere vertedering op. Meer bij Nederlanders overigens dan bij Duitsers. Want die zien de Eerste Wereldoorlog, waarin Wilhelm zo’n groot aandeel had, toch als opmaat van de Tweede.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden