Hoe erfelijk is linkshandigheid?

Twee linkshandige ouders krijgen twee kinderen: de eerste is links, de tweede rechts. De grootouders zijn rechtshandig. Hoe kan dat, erfelijk gezien?


Zo'n 10 procent van de bevolking gebruikt de linkerhand, in tegenstelling tot veel diersoorten waar de verdeling tussen links en rechts gelijk is. De redenering is dat linkshandigheid gepaard gaat met ziektes en dus bij de mens minder voorkomt, zegt de Groningse hoogleraar gedragsbiologie Ton Groothuis. Dat de evolutie linkshandigen niet heeft uitgeselecteerd, komt doordat er ook voordelen aan zitten, zolang ze in de minderheid zijn. Bij gevechten is er bijvoorbeeld een verrassingseffect omdat linkshandigen de tegenstander anders vastpakken.


Er moet een erfelijke component zijn, zegt Groothuis: twee rechtshandige ouders hebben 10 procent kans op een linkshandig kind, twee linkshandige ouders 26 procent. Maar het patroon van overerving kan met de klassieke overervingswetten niet worden verklaard. Zo kan bij een eeneiige tweeling, ondanks hun identieke genen, de een links- en de ander rechtshandig zijn.


Een nieuwe theorie lost de puzzel op, legt Groothuis uit. Van elk gen hebben we twee varianten, een van vader en een van moeder. Stel dat er een veel voorkomende R-variant is die bevordert dat je rechtshandig wordt en een minder frequente K-variant die je evenveel kans geeft op links- als op rechtshandigheid. Mensen met twee R-varianten zijn dan bijna altijd rechts, mensen met een RK-combinatie zijn vaak rechts en mensen met twee K-varianten zijn net zo vaak links als rechts. Met die verklaring kunnen tweelingen met hetzelfde genenpakket verschillen in handvoorkeur: bij de een is de KK-combinatie naar rechts uitgevallen, bij de ander naar links. 'Omdat de genen voor handigheid nog niet zijn ontdekt, blijft dat vooralsnog een theorie.'


Het zijn echter niet de genen maar vooral omgevingsfactoren die de handvoorkeur beïnvloeden. De taakverdeling in de hersenen speelt een rol. Het brein heeft het werk tussen de twee helften verdeeld. Taal zit bijvoorbeeld vooral links, oriëntatie rechts. Ook de aansturing van de ledematen zit voor het grootste deel in een van de helften. Linkshandigen hebben voor hun 'handigheid' een dominante rechter hersenhelft.


De onderzoeksgroep van Groothuis ontdekte dat die werkverdeling tussen de hersenhelften kan worden beïnvloed door de blootstelling in de baarmoeder aan testosteron. Ook stress voor of tijdens de geboorte heeft effect.


Lange tijd was het idee dat de taakverdeling voor bijvoorbeeld taal bij linkshandigen omgekeerd was aan die van rechtshandigen, zegt Groothuis. Maar hersenonderzoek wijst uit dat die werkverdeling zelfs tussen rechtshandigen kan variëren. Blijkbaar kunnen verschillende functies in het brein onafhankelijk van elkaar bepalen in welk hersenhelft ze zich ontwikkelen.


Het komt erop neer dat tal van factoren verantwoordelijk zijn voor die taakverdeling en dus voor de handvoorkeur. Zelfs hand- en voetvoorkeur gaan niet altijd samen. Laat staan de wijze waarop we de benen kruisen. Ruim 60 procent kruist rechts over links, een kwart links over rechts.


Ook een vraag voor deze rubriek?


Mail naar gezond@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.