Hoe en waarom

Toen Balkenende halverwege de campagne slim dacht te zijn door Bos te vragen naar de kandidaat minister-president van de PvdA wist ik dat hij een kapitale blunder beging....

In de dertien jaar dat ik mij als beroepspoliticus actief met de campagnes van de PvdA heb beziggehouden, was de cruciale vraag altijd: hoe bereiken we dat in de campagne de machtsvraag tussen links en rechts centraal komt te staan? Voor de PvdA als grootste linkse partij is dat een voorwaarde om zo veel mogelijk kiezers naar de stembus te krijgen, aantrekkingskracht uit te oefenen op de linkerflank van het CDA en zo min mogelijk kiezers te verliezen aan de kleinere partijen links van het midden.

Na de verpletterende nederlaag van de PvdA op 15 mei vorig jaar leek dat een hopeloze opgave. Omdat het CDA dat ook wist durfde men voor het eerst in de naoorlogse geschiedenis zonder mitsen of maren voor de VVD te kiezen. Een meerderheid voor die coalitie zat eigenlijk al in de knip. Dacht men. Totdat Balkenende zijn blunder beging en de PvdA weer in de positie plaatste om het spel: 'wie wordt de grootste en wie levert de minister-president' tijdens de rest van de campagne uit te melken. Hetgeen Bos en zijn mensen foutloos hebben gedaan.

Deze column is gisterochtend geschreven. Dat de PvdA de grootste overwinning uit haar geschiedenis zou behalen stond toen al vast. Of de PvdA de grootste zou worden niet. Mijn gevoel zegt me dat voor Bos de verkiezingen eigenlijk jongstleden maandag hadden moeten worden gehouden, de dag na de lancering van Job Cohen als kandidaat-premier. Of die lancering had een of twee dagen later moeten plaatsvinden. De wispelturigheid van het electoraat is zo groot dat het toewerken naar een climax meer een kwestie van uren is geworden dan van dagen.

Of de PvdA de grootste is of niet: de sociaal-democraten moeten regeren, of zij of het CDA willen of niet. De verkiezingen van 15 mei 2002 hebben ons geleerd dat het electoraat zich jarenlang ernstig verwaarloosd heeft gevoeld. Het zou van een onvoorstelbare minachting voor de kiezer getuigen als de uitspraak van gisteren zou worden genegeerd. Uit partijbelang geredeneerd zou het beter zijn geweest in de oppositie rustig aan verdere vernieuwing te kunnen werken. Maar de kiezer heeft de partij die rust niet gegund. Zo zij het.

Terugkijkend op de campagne overheerst bij mij het angstige gevoel dat de legitimiteit van het landsbestuur in steeds groter gevaar komt. Om twee redenen. In de eerste plaats blijken partijen steeds minder geworteld in de samenleving. Verkiezingen ontaarden in opiniepeilingen. Het zijn dagkoersen geworden die geen weerslag meer zijn van politieke inzichten bij het electoraat maar van flinterdunne voorkeuren voor personen op basis van een flinterdunne beeldvorming. En die komt tot stand komt op basis van televisieverslaggeving die niet wezenlijk verschilt van het uitzenden van een familiequiz.

Met uitzondering van de SP doet geen enkele partij nog moeite kiezers tussen verkiezingen in te benaderen en aan zich te binden op basis van een politieke visie. De zin van verkiezingen staat of valt met het inzicht dat kiezers hebben in de problemen die door de politiek moeten worden opgelost. Dat inzicht ontstaat alleen als partijen voortdurend, en niet alleen in verkiezingstijd, daarover communiceren. De meest urgente politieke 'vernieuwing' is het revitaliseren van politieke partijen.

De tweede grote bedenking die ik tegen de huidige verkiezingspraktijk heb is de wijze waarop vooral de elektronische media in campagnetijd functioneren. Het is volkomen van de willekeur van programmamakers afhankelijk hoeveel aandacht partijen krijgen. In sommige landen bestaan er regels om in campagnetijd partijen te verzekeren van een evenredige aandacht. Het zou veel beter zijn als de media een soort convenant sloten over de wijze waarop partijen, verdeeld over alle zenders, van een evenredige aandacht verzekerd kunnen zijn. Ook zouden de media, al waren het alleen de publieke omroepen, afspraken kunnen maken over een verdeling van de debatten waarbij ook de thema's een rol spelen. Zodat er meer tijd is om een onderwerp uit te spitten.

Nu worden de lijsttrekkers gedwongen in zo kort mogelijke tijd zo veel mogelijk standpunten te ventileren. 'Bent u voor of tegen dit of dat? Kort en duidelijk graag.' Zodra een van de politici probeert uit te gaan leggen waarom hij dat standpunt heeft, wordt hem dat meestal onmogelijk gemaakt. Want uitleg is te saai voor de moderne televisiejournalistiek. Ik kan me van alle debatten niet een keer herinneren dat een presentator aan een lijsttrekker de vraag stelde 'hoe' of 'waarom'. Toch zijn dat in het politieke debat veel belangrijkere vragen dan 'wat', 'wie' of 'wanneer'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden