SEH-arts Floor Frenkel.

ReportageDijklander Ziekenhuis

Hoe een ziekenhuis in Hoorn zich in een mum van tijd klaarmaakte voor coronapatiënten

SEH-arts Floor Frenkel.Beeld Erik Smits

In korte tijd werd een ziekenhuis in Hoorn opnieuw ingericht om de toestroom aan coronapatiënten op te vangen. Een week meelopen maakt duidelijk hoe ­indrukwekkend snel zo’n grote organisatie de steven kan wenden. ‘We moeten goed op elkaar blijven letten.’

Handen desinfecteren, dan de jas aan, banden om het middel strikken, gezichtsmasker op, twee filters erop klikken en de riempjes goed aandraaien, weer handen desinfecteren, handschoenen aan, mobiele telefoon in een plastic zak en dan door de sluiskamer de spoedeisendehulpafdeling op. ‘Voel je dat het masker vacuüm wordt gezogen?’, heeft SEH-arts Floor Frenkel even daarvoor in de kleedruimte gevraagd. Ik vraag me nu al af hoe zij en haar collega’s urenlang in een soort bedompte vissenkom hun werk kunnen doen.

Het is donderdagmiddag half 5, Frenkel gaat langs bij drie benauwde patiënten die zojuist zijn binnengebracht. Straks zal het uitkleedprocedé zich in een andere kleedruimte volgens eenzelfde vast patroon voltrekken, om ‘strooibesmetting’ te voorkomen. Kleding in de vuilnisbak, filters afdraaien om te laten steriliseren, randen van het masker desinfecteren, masker aan de kapstok, handen met alcohol reinigen en dan pas naar buiten.

De week ervoor is in recordtijd de afdeling verbouwd: deuren zijn dichtgetimmerd, apparatuur is verdeeld, een plafondhoog plastic gordijn verdeelt de gang in tweeën en op de plek waar de ambulances binnenkomen is met dranghekken en een legertent een soort eerste controlepost gebouwd. Floor Frenkel blijft er rustig onder. ‘We zijn hier wel wat hectiek gewend’, zegt ze monter.

Beeld Erik Smits

Niets is meer hetzelfde in het Dijklander Ziekenhuis in Hoorn. Met de lessen uit Noord-Brabant in het achterhoofd heeft het Noord-Hollandse ziekenhuis zich in amper twee weken tijd voorbereid op de stroom coronapatiënten die ontegenzeggelijk zou gaan komen. Zoals alle ziekenhuizen boven de rivieren zich schrap hebben gezet. ‘Het piept en het kraakt’, zei Diederik Gommers, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Intensive Care eind vorige maand in de Tweede Kamer. ‘Artsen en verpleegkundigen moeten werken onder omstandigheden die ze nog nooit hebben meegemaakt.’

Een week meelopen in Hoorn maakt duidelijk hoe indrukwekkend snel een logge organisatie als een ziekenhuis de steven kan wenden. Ingrediënten: een commandostructuur, veel vindingrijkheid, bereidwillig personeel en een vleugje Noord-Hollandse nuchterheid.

‘Geniet van je rust’, staat op het kaartje dat geriater Johan Schuijtemaker op zijn werkkamer terugvond. Drie maanden geleden stopte hij als voorzitter van de medische staf, hij wilde zich weer gaan richten op zijn eigen patiënten. Nu is hij opnieuw voorzitter, maar dan van het medisch inhoudelijk crisisteam. Zijn patiënten ziet hij nauwelijks meer, veel polibezoeken zijn afgezegd. Zijn collega-geriaters werken nu mee op de corona-afdeling en op de palliatieve corona-unit, waar patiënten rustig kunnen overlijden. De meesten zijn op leeftijd – het zijn, wrang genoeg, precies de mensen waarvoor hij zijn oude baan weer had willen oppakken.

Beeld Erik Smits

Er is een ziekenhuis in een ziekenhuis gebouwd, met kamers en bedden en looproutes die alleen zijn bestemd voor patiënten die het virus bij zich dragen of daarvan worden verdacht. Vanaf nu moet alles strikt gescheiden blijven, in ziekenhuisjargon: er is vies en er is schoon. Er zijn vieze en schone afdelingen, vieze en schone wc’s, waszakken, kleedruimtes, reanimatiesets, echo-apparaten en er zijn ook vieze en schone dokters en verpleegkundigen. In Hoorn is de klus af, in Purmerend, de andere locatie van het Dijklander ziekenhuis bijna. ‘Er moet een raamkozijn uit of we maken een gat in de muur, wie gaat er daar over de verbouwingsvraagstukken?’, klinkt het dinsdagochtend tijdens de vergadering van het crisisteam.

In de tweede week van maart heeft het Hoornse ziekenhuis de eerste coronapatiënt opgenomen en nu, twaalf dagen later stroomt het ziekenhuis gestaag vol. Iedere vier dagen verdubbelt het aantal, zegt bestuursvoorzitter Arno Timmermans tegen het crisisbeleidsteam, terwijl hij haastig een broodje eet. ‘Het is met recht een explosie.’ Elke middag stuurt hij RIVM-baas Jaap van Dissel een appje met de laatste cijfers uit zijn ziekenhuis, er komt steevast een opgestoken duim terug.

In een week tijd worden beslissingen afgehamerd, in vergaderingen waar de vaart regeert, met collega’s op Facetime of aan de telefoon: testen van personeel op risico-afdelingen, juridische bescherming van artsen en verpleegkundigen die op andere afdelingen werken, problemen met dienstroosters, een dreigend gebrek aan losse zuurstofflessen.

‘Navraag doen in het ziekenhuis in Breda hoeveel personeel daar is uitgevallen, zodat we hier met die cijfers rekening kunnen houden.’

‘Is het zinvol om al na te denken over een mobiele unit op de parkeerplaats?’

‘We gebruiken 1.000 mondneusmaskers per dag en gistermiddag hadden we er nog maar 2.500, zijn er nieuwe onderweg?’

Ondertussen worden hele afdelingen leeggeruimd, opgeslokt door een groeiende groep patiënten, besmet of verdacht, die een bed nodig hebben. Toen de afdeling longziekten niet toereikend bleek, werd de afdeling maag-darm-leverziekten ingelijfd, daarna de nierziekten en nu moeten, op een dinsdagmiddag, alle oncologiepatiënten naar de vijfde etage verhuizen. Daar is nog ruimte, omdat veel operaties zijn afgezegd. De afdeling neurologie is de volgende kandidaat, zegt Alexa Tjeenk Willink, in normale tijden zorgmanager, maar nu crisismanager-covid voor de ziekenhuizen in Hoorn en Purmerend. Zo kan de verpleegafdeling voor coronapatiënten in snel tempo naar 92 bedden toe.

Crisismanager-covid Alexa Tjeenk Willink.Beeld Erik Smits

Het is een onwerkelijke situatie, zegt ook zij, maar er komt tenminste één ding uit voort: er wordt meer dan ooit samengewerkt. ‘En anders dan onze Brabantse collega’s zijn we voorbereid.’ 

Dinsdagmiddag, half 1, bijeenkomst van het crisisbeleidsteam: er moet een richtlijn worden opgesteld voor familie die afscheid komt nemen. Bij de spoedeisende hulp naar binnen om daar een masker op te zetten en beschermende kleding aan te doen. En per patiënt liever niet meer dan één familielid. De vergadering valt even stil bij zoveel aangekondigd leed, dan klinkt de stem van de kwaliteitsmanager: ‘Gaan we alleen uit van infectiepreventie of doen we nog iets met de menselijke maat?’

Buiten, achter de lamellen, schijnt de zon. Het parkeerdek is bijna leeg.

Operatiekleding aan, haren onder een muts en dan leidt anesthesioloog Marjolein van der Horst, medisch manager van de operatiekamers, snel nog even rond op de tweede etage, waar de verkoeverkamer is ingericht als extra ic, met acht bedden. Op de plek waar tot voor kort patiënten bijkwamen na een operatie zijn nu de beademingstoestellen uit de operatiekamers neergezet. Vier van de acht operatiekamers zijn dicht, de anesthesiologen, het OK-team en de verkoevermedewerkers, gewend om te beademen en infusen aan te leggen, staan na een snelle bijscholing nu aan het bed van ic-patiënten. De eerste ingepakte ploeg personeel staat te wachten. ‘Na vier uur is het masker vochtig, dus niet meer veilig’, zegt Van der Horst. ‘Dan pauze, en weer vier uur.’ Onderweg terug passeren we de eerste patiënt die wordt overgebracht, in een bed vol snoeren, met vier verpleegkundigen langszij, van wie er een tijdens de overtocht handmatig beademt.

Anesthesioloog Marjolein van der Horst.Beeld Erik Smits

Verderop, op de ic, wordt op een whiteboard de stand van zaken bijgehouden: zes besmette patiënten (code C+), twee verdachte patiënten, één schoon. Alleen bij die laatste staat de deur open, elders bewegen maanmannetjes achter glas. ‘We redden het nog’, zegt Annelies Zijlstra, hoofd van de ic-verpleegkundigen. ‘Maar nu we gaan uitbreiden, begin ik me zorgen te maken. We zitten al zo krap en ik heb extra personeel nodig.’ Dezelfde zorgen zijn er op de spoedeisende hulp, waar het rooster moeilijk rondkomt. Het personeel wordt de bottleneck, zegt bestuursvoorzitter Timmermans, die met enige vrees een nieuwe week op zich af ziet komen. ‘Met die beademingsapparatuur komt het hopelijk wel goed, maar als je die niet kunt bedienen heb je er niks aan.’

Beeld Erik Smits

Kwart over 7 op donderdagochtend: op de verpleegafdeling draagt de nachtploeg de dienst over aan de ochtendploeg en Judith Buisman, hoofd van de afdeling, inventariseert de knelpunten. Nog dertien bedden beschikbaar, maar geen paniek, zegt ze: ‘We hebben met minder gezeten.’ Er zijn te weinig waskarren, de antibiotica zijn bijna op, nu de afdeling met de dag groter wordt dreigt een tekort aan maskers, en heel lief dat er warm eten is, maar het plastic bestek breekt af.

De meeste zorgen zijn er over de stroom aan verpleegkundigen van andere afdelingen, die moeten wennen en razendsnel moeten worden bijgeschoold. En die een pak moeten dragen waarin ze na een paar uur kapot zijn. ‘Maar nergens gemopper, iedereen wil extra werken. Dat proberen we een beetje af te remmen, want we moeten nog zo lang door.’

Hoofd verpleegafdeling Judith Buisman.Beeld Erik Smits

Er is angst bij medewerkers dat ze zelf besmet raken, zeker als ze thuis een chronisch zieke partner hebben. En er wordt wat afgehuild, om de stress en de drukte en vooral om de patiënten die soms alleen sterven. ‘We zouden elkaar zo graag troosten, maar dat is lastig omdat we ver van elkaar af moeten blijven staan. Kushandjes, dat is alles wat ik nu te bieden heb.’

Het is de beroepseer die nu  komt bovendrijven, zal bestuursvoorzitter Timmermans later die dag zeggen. ‘Ik proef een mengeling van zorgen en emoties, gecombineerd met vastberadenheid, de schouders eronder, hier zijn we de zorg voor ingegaan. Maar we moeten goed op elkaar blijven letten. Als dit straks voorbij is, wil ik wel dat we er allemaal nog staan.’

Geestelijk verzorger Gert Toes.Beeld Erik Smits

Geestelijk verzorger Gert Toes heeft een trauma-opleiding gedaan en dat komt nu goed van pas. In allerijl heeft hij met zijn collega’s een telefoonlijn opgezet waar artsen en verpleegkundigen dag en nacht naartoe kunnen bellen om met een collega te praten. Op de ic, de spoedeisende hulp en de verpleegafdeling zal bovendien bij elke dienstoverdracht  een psycholoog of iemand van zijn team aanwezig zijn. ‘Hoe ga je naar huis? Kun je de emoties hier achterlaten? Dat is de vraag die we daar steeds weer zullen stellen.’ Uit andere ziekenhuizen heeft hij signalen gekregen dat het werk traumatiserend kan zijn. ‘Het is de stress die niet meer stopt. Ik ken de artsen en de verpleegkundigen hier als doortastend, maar nu zie ik hun ontreddering. En dat doet me wat.’

Die ochtend schreef een verpleegkundige hem in een mail hoe zwaar het is dat patiënten zó snel overlijden, dat de dood met geen enkele behandeling of medicijn nog even valt uit te stellen, dat mensen letterlijk onder haar handen sterven. Een dag eerder had hij een verpleegkundige aan de lijn die hem vertelde over de patiënt die ze in slaap moest brengen om te worden beademd. Ze hield de hoorn bij zijn oor zodat hij afscheid kon nemen van zijn vrouw, of hij het zou overleven was onduidelijk. ‘Daar sta je dan bij, dat is hartverscheurend. Het is veel. En morgen gebeurt het weer. En dan is het buiten het ziekenhuis ook een gekte. Je zet de tv aan en je ziet het RIVM.’

Beeld Erik Smits

Er is een zwart scenario, een situatie waar iedereen in het ziekenhuis met enige huiver over spreekt: wat als er op een dag geen ic-plek meer is? Het zijn opnieuw de lessen uit Brabant die in Noord-Holland doorklinken: nu al wordt er getraind met een triageteam, dat straks eventueel een selectie kan maken. Teamleden: een beschouwer (internist), een snijder (chirurg) en een ethicus, voor wie de patiënt anoniem blijft. Die afstand is noodzakelijk, zegt Johan Schuijtemaker, voorzitter van het medisch inhoudelijk crisisteam: voor de mensen aan het bed is zo’n afweging veel moeilijker, want zij kennen de patiënt en de familie en praten met de huisarts.

Het scenario is pas zwart als de minister van Volksgezondheid dat afkondigt en dan zullen landelijke criteria het triageteam door de selectie moeten loodsen. Wat is de bloeddruk? Zijn er bijkomende ziekten? En vooral: hoe broos is een patiënt? Die vraag kan alleen met een gortdroge vragenlijst worden beantwoord, via een puntentelling die een score geeft op de clinical frailty scale: hoever kan de patiënt nog lopen, wat is de hulpbehoevendheid en vooral: hoe is de psychische toestand? Dementie, zegt Schuijtemaker, is een voorspeller van een heel slechte uitkomst. De belangrijkste factor is veerkracht, die bepaalt of een patiënt die lang aan de beademing ligt er goed uitkomt. ‘Dat zullen soms moeilijke beslissingen zijn en er gaan mogelijk ook ethische vragen meespelen. Speelt leeftijd een rol? Nee. Heeft een medewerker voorrang? Nee. Maar wat nu als die medewerker moeilijk te vervangen is?’

Bij het interne uitzendbureau van het ziekenhuis getuigen de volgeschreven borden aan de muur van de overuren die zijn gemaakt. Bijna nergens was de afgelopen jaren nog een verpleegkundige te vinden, laat staan een gespecialiseerde, maar wat zich de afgelopen weken heeft voltrokken, mag een klein wonder heten. Waarnemend hoofd Charlotte Verwey zet de computer aan en telt veertig algemeen verpleegkundigen en enkele tientallen (voormalige) ic- en SEH-verpleegkundigen die zich spontaan hebben aangemeld. Ze waren gestopt, of met pensioen, en willen hun oud-collega’s komen helpen. Of ze zijn op de ambulance gaan werken of bij andere zorgorganisaties en krijgen van hun baas de ruimte om tijdelijk in het ziekenhuis bij te springen.

Ook intern komt de noodhulp op gang. Reumatologen en geriaters assisteren hun collega-longartsen op de verpleegafdeling, kno-artsen en urologen draaien mee op de spoedeisende hulp, tientallen verpleegkundigen, doktersassistenten en ondersteunend personeel van andere afdelingen en poliklinieken worden ingewerkt door collega’s van de  corona-afdeling en het halve OK-team staat op de ic. Het is alsof het hele personeelsbestand door de kaartenschudmachine is gegaan.

Een week later heeft de bezorgdheid van ic-hoofd Annelies Zijlstra plaatsgemaakt voor voorzichtig optimisme: er zijn tien oud-collega’s die op de afdeling aan de slag gaan (‘het lijkt wel een reünie’), er is bijstand vanuit de OK, álles wat niet per se door ic-verpleegkundigen hoeft te worden gedaan, is overgenomen door anderen en zo kunnen alle plekken net aan worden bemand. Dus het piept en het kraakt, indachtig ic-chef Diederik Gommers, en er moet géén tandwieltje stukgaan, maar de machine draait. Ze zegt: ‘Wat wij hier in een paar weken tijd hebben neergezet, daar ben ik trots op.’

Annelies Zijlstra, hoofd van de ic-verpleegkundigen.Beeld Erik Smits

In de grote hal naast de spoedeisende hulp vormen twee verpleegkundigen naast een straalkacheltje de voorhoede van het ziekenhuis. Op afstand checken ze iedere nieuwe patiënt die binnenkomt: koorts, hoesterig, kortademig of buikpijn met koorts? Dan komen ze terecht achter de dikke plastic gordijnen waar het personeel onherkenbaar is. In de meldkamer van de spoedeisende hulp kan SEH-arts Floor Frenkel op haar computerscherm precies zien hoe het aantal patiënten langzaam oploopt.

Personeel dat langer dan twee uur een masker moet dragen, mag sinds deze week neusmondmaskers dragen, hoewel die schaars zijn. Zo’n fullface-masker – een soort veredeld gasmasker met herbruikbare filters – was niet te doen, na een paar uur werd het ademhalen lastiger en werden ze doodmoe, en probeer maar eens te bellen van achter zo’n masker, met je telefoon in een plastic zakje. Ook bij haar staan de striemen soms in het gezicht – sinds haar Italiaanse collega’s selfies deelden van de rode strepen onder hun ogen, zijn die een internationaal symbool geworden voor hardwerkend zorgpersoneel.

De afgelopen weken zijn bossen bloemen afgegeven en taarten en pizza’s. Een restaurant bezorgt geregeld avondeten, bij de plaatselijke supermarkt kunnen ze een boodschappenlijstje inleveren zodat ze na het werk niet misgrijpen.

En dan, na een lange avonddienst, gaat Floor Frenkel gewoon met de laatste trein terug naar Amsterdam, in een lege coupé. Het nieuws volgt ze even niet, het woord ‘corona’ kan ze niet meer horen, alleen de berichten uit haar eigen ziekenhuis bereiken haar nog. Buiten, op de stille parkeerplaats van het ziekenhuis, hangt een spandoek in de wind: ‘Goed bezig, jullie zijn top.’

Lees ook

De corona-angst achter de dichte deuren van het verpleeghuis
De deuren van de verpleeghuizen zitten dicht, maar toch dringt het virus binnen. ‘Dan moet je een hele afdeling met kwetsbare ouderen op slot zetten en er het beste van hopen.’

Ze hangen aan de lippen van de datameester van het ziekenhuis
Verslaggever Willem Feenstra doet verslag vanuit ziekenhuis Amphia in Breda, waar het crisisberaad nu wordt geopend met staafdiagrammen.

‘Je ziet ze denken: daar is de ic-dokter, daar komt mijn vonnis’
De Volkskrant mocht een dag meekijken op de intensive care van het Elisabeth TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg. ‘De beslissing om iets niet te doen, kun je maar één keer maken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden