Hoe een Yezidivrouw een glimp ellende laat zien waarvan we ons geen voorstelling kunnen maken

Ariejan Korteweg in Den Haag

Foto de Volkskrant

Meisjes stonden er in de gemeenschap van de Yezidi's niet altijd zo goed voor. Uithuwelijken behoorde tot de mogelijkheden, de mannen deelden de lakens uit. Wie de liefde bedreef met een niet-Yezidi, kon worden uitgestoten.

Door de gruweldaden van de leden van IS, die in Irak veel Yezidimeisjes en -vrouwen ontvoerden, meenamen als slaven en verkrachtten, is iets wonderlijks gebeurd. Meisjes en vrouwen die aan die gruweldaden ontsnapten, groeiden uit tot ambassadeurs voor hun volk. In zaaltjes overal in Europa maken ze hun opwachting om uit te leggen dat hun strijd nog lang niet is gestreden. Ze hebben, zo lijkt het, een emancipatieslag van jewelste gemaakt: zij zijn de voortrekkers.

Hoe ze dat volhouden, is een raadsel. Ze komen uit een schaamtecultuur - alles verzet zich tegen het openbaar maken van intimiteiten en aangedaan onrecht. Hun getuigenissen druisen in tegen waar hun volk aan hecht. Tegelijk is juist het tot in de pijnlijke details vertellen wat hen is aangedaan dé manier om aandacht vast te houden.

Gisteren kwam Farida Abbas Khalaf naar de Tweede Kamer. Ze werd om één uur verwacht in de Wttewaall van Stoetwegenzaal, voor wat in Kamerjargon een 'bijzondere procedure' heet. Khalaf is een jonge vrouw die in augustus 2014 uit het dorp Kocho in noord-Irak door IS werd ontvoerd en naar de slavenmarkt in Raqqa verdween. Haar vader en oudste broer werden vermoord, net als nog 119 familieleden. Zij wist te ontsnappen en schreef er, samen met de Duitse journalist Andrea Hoffmann, een boek over.

Nu zit ze hier in een zaaltje zonder daglicht, met zeven Kamerleden en wat aanhang. De parlementariërs (Ten Broeke, Van Ojik, De Roon, Voordewind, Van der Staaij, Van Helvert en Ploumen) tonen hun meest empathische kant. 'Uw werk kan niet overschat worden; we luisteren naar u, motiveert ons', zegt bijvoorbeeld Van Ojik.

Lees verder onder de foto.

Bijzondere procedure met Kamerleden en Yezidi-vrouw Farida Abbas Khalaf.

Toch schuurt het; je krijgt een glimp ellende, afkomstig uit een diepte waarvan we ons in Nederland geen voorstelling kunnen maken. Dat botst op de rinkelende schoolbel en de in het gelid wachtende koffiekopjes die op het Binnenhof de gevoelstemperatuur bepalen.

Khalaf trekt zich daar niets van aan. Zij heeft haar verhaal vaker gedaan en beantwoordt zonder aarzelen vragen over de effectiviteit van de Nederlandse hulp ('prachtig als Yezidi-vrouwen ook hier psychologische hulp kunnen krijgen'), de situatie in de kampen ('al drie jaar ellendig'), de toestand van ontsnapte Yezidi-vrouwen ('Ik kon er pas over praten toen ik in Duitsland was'). Onthullend is wat ze zegt over de veiligheid van de Yezidi's: 'IS is dan misschien bijna vernietigd, de ideeën blijven eeuwig bestaan.'

Dat Khalaf juist nu naar Den Haag is gekomen, is geen toeval. Ze wil dat Nederland, net als Engeland, Frankrijk en Canada, de genocide tegen haar volk erkent. Een voorstel dat welwillend wordt onthaald.

De bijeenkomst werd op poten gezet door Lilianne Ploumen, nu bijna een jaar Kamerlid. Er zijn ex-bewindspersonen die daarna als parlementariër de indruk wekken dat ze voortdurend op het punt van vertrekken staan. Ploumen lijkt zich juist te nestelen in haar nieuwe rol. 'Ik doe dit heel graag', zegt ze. 'Als ik nu in de bus zit, spreek ik mensen die op me stemden.'

Ze kwam Khalaf op het spoor door Roelof van Laar. De PvdA'er die eind vorig jaar een boekje uitbracht over zijn periode als Kamerlid, zette ook een stichting op: Free A Girl. 'Lobby met toegevoegde waarde', noemt ze diens suggestie Khalaf uit te nodigen.

Lilianne Ploumen: 'Ik doe dit graag.'

Ploumen wil er niet alleen aandacht voor de Yezidi's mee bereiken; ze ijvert ook voor een ander doel: een wereldwijd sanctieregime tegen verkrachting en ander seksueel geweld als oorlogswapen. In maart is Nederland voorzitter van de Veiligheidsraad, perfect moment om zoiets aan de orde te stellen. 'De getuigenissen van Yezidi-meisjes en Rohingya-vrouwen kunnen dan gebruikt worden om de schuldigen te straffen', zei ze vorige week in een lezing. Probleem: minister van Buitenlandse Zaken Halbe Zijlstra wil er nog niet aan. Hij vindt zoiets 'moeilijk handhaafbaar'.

In een café aan het Plein tref ik later Khalaf. Wat haar bijbleef van deze ontmoeting met de Nederlandse politiek? 'Belangrijk is dat zij ook vinden dat er genocide is gepleegd tegen mijn volk', zegt ze in verbazend goed Duits. Denemarken, Frankrijk, Brazilië, Zweden - haar leven speelt zich nu af in vliegtuigen en treinen, vertelt ze nog. Terug naar Irak wil ze niet. 'We zijn verraden en bestolen door onze buren. Die buren zijn er nog steeds.'

Farida Khalaf: 'We zijn verraden en bestolen door onze buren.'