Hoe een polder een moeras werd

Hedwigepolder..

den haag Een half jaar heeft het kabinet getalmd met het onder water zetten van de Hedwigepolder. De situatie is nu slechter dan toen; de verdieping van de Westerschelde is in een juridisch moeras beland, de reputatie van Nederland en premier Balkenende zijn beschadigd. Winst is er niet; de Tweede Kamer is formeel nog steeds tegen en de Zeeuwen zijn alleen maar nog kwader dan toen.

Wel valt er iets te leren. Uitgerekend de discussie over deze polder legt bloot wat er mis is met het Nederlandse poldermodel. Symbolischer kan niet.

Dat poldermodel is gestoeld op het middeleeuwse besef dat als de een zijn dijken niet onderhoudt, ook de polder van de ander onderloopt. Mede daarom is de nationale politiek een grote zoektocht naar een middenweg tussen conflicterende belangen. Maar het vermijden van heldere uitkomsten van discussies is inmiddels ook tweede natuur geworden. Het besef dat alle afspraken van elastiek zijn, is diepgeworteld.

Denk even terug aan de JSF-discussie: het publiek wachtte op een besluit voor of tegen aanschaf van ‘de nieuwe straaljager’. De uitkomst valt hier niet samen te vatten; proeftoestellen, één of twee, huur of koop, intentie of verplichting, faseringen in de tijd

Neem de AOW-discussie. De kernvraag leek: 67 of niet. Maar binnen een minuut na het kabinetsvoornemen in maart was er verwarring. De werkgevers waren blij en de vakbondsleidster was blij. Een half jaar later is er alsnog ruzie. Het kabinet gaat nogmaals proberen iedereen te vriend te houden; inmiddels schijnen er acht varianten te liggen.

Wie het ondoorzichtigste compromis met de minste schade door het parlement weet te loodsen, geldt als de beste politicus. Krachtig leiderschap past niet in bovengeschetst plaatje, het functieprofiel van een geslaagde Nederlandse premier is dat van onvermoeibaar bemiddelaar.

Bovengenoemde mechanismen moeten een rol hebben gespeeld in het kabinetsbesluit van 17 april.

Veelzeggend is dat kennelijk niemand zich destijds geroepen voelde Balkenende erop te wijzen dat er al een besluit lag. Al in 2005 had de premier zijn handtekening onder een verdrag gezet; de Kamer had dat geratificeerd. De Belgen wachtten op uitvoering.

Maar in de Haagse werkelijkheid is dat allemaal niet zo wezenlijk. Afspraken kun je altijd herroepen, onderhandelingen kun je eindeloos heropenen, net zolang tot zich een oplossing aandient, de kwestie vanzelf achterhaald is, alle partijen te moe zijn voor verzet of dat door alle tussenoplossingen en compromissen voldoende onduidelijk is geworden waartegen dat verzet zou moeten worden gepleegd.

Vanuit die traditie was het niet vreemd dat de discussie na 2006 gewoon weer van voren af aan begon. ‘We konden in april twee dingen doen’, zei premier Balkenende vrijdag: ‘De wil van de Tweede Kamer respecteren of negeren.’

Een derde optie was kennelijk niet in hem op gekomen: argumenteren, overtuigen en regeren.

Commentaar Pagina 7

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.