ReportageToerisme in Spanje

Hoe een nieuwe coronagolf de Spaanse kust verandert in costa catastrofe

Toerisme is de economische levensader van Spanje. Nu het coronavirus het land weer in zijn greep heeft, blijkt de kwetsbaarheid van de sector. Voorzichtig komt er een debat op gang over de nadelen van massatoerisme. Maar vooralsnog is een reis langs de costa een reis door een treurig panorama.

Beeld Maria Contreras Coll

Wie had gedacht dat Lloret de Mar, erkende bestemming voor een zon-zee-zuipvakantie, nog eens zo’n zedige aanblik zou bieden? Natuurlijk, op de terrassen worden nog steeds XXL-cocktails besteld, maar er zijn ook genoeg bezoekers die tijdens hun vakantie geen druppel alcohol drinken. En zeker, er wordt nog steeds topless gezond, maar daarnaast zijn er opvallend veel vrouwen die zichzelf te water laten in een boerkini.

Wat niemand een jaar geleden voor mogelijk hield, is nu toch gebeurd: de feestende jongeren hebben in Lloret de Mar plaatsgemaakt voor islamitische gezinnen. Het zijn Marokkaanse of Algerijnse Europeanen, die dit jaar hun familie niet kunnen bezoeken, omdat de grenzen dicht zijn of zomaar dicht kunnen gaan.

Voor Patathuis De Koe is de gedaanteverwisseling van Lloret de Mar geen goed nieuws. De eigenaar, Eric Korver (57), moet het vooral hebben van jongeren die na het uitgaan trek krijgen in een frietje of een frikandel speciaal. Maar die zijn er dus niet. De clubs zijn dicht, de meeste vakanties zijn geannuleerd. ‘Ik zit momenteel op maar 10 tot 15 procent van mijn omzet’, zegt Korver. ‘Als het zo doorgaat, eindig ik dit jaar met vijf cijfers in de min.’

Korver, die naast snackbarhouder ook sportjournalist is, nam De Koe begin dit jaar over. ‘Ik had overal rekening mee gehouden’, zegt hij. ‘Behalve hiermee.’

Het wegvallen van het toerisme heeft een gigantische impact op Spanje. Geen land in Europa leunt zo zwaar op de toeristische sector, die in 2019 goed was voor 12,3 procent van het bbp. Na de vorige economische crisis was dit de reddingsboei waaraan het land zich vastklampte. En met succes: in 2019 kwam een recordaantal van 83,7 miljoen buitenlandse bezoekers naar Spanje, die samen 92,3 miljard euro uitgaven.

Of was het, na de bouwbubbel die in 2008 zo dramatisch uiteenspatte, opnieuw een zeepbel?  Was het naïef om steeds meer hotels, restaurants, bed and breakfasts, strandtenten, souvenirwinkels, fietsverhuren en ijssalons te openen?

De cijfers over dit jaar zijn angstaanjagend. In juni maakte het aantal toeristen een duikvlucht van 97,7 procent ten opzichte van een jaar eerder. En augustus dreigt nog erger te worden: het aantal besmettingen neemt toe, steeds meer landen stellen negatieve reisadviezen en verplichte quarantaines in.

Beeld Maria Contreras Coll

Wat overblijft, is een treurig panorama van lege binnensteden, feestoorden zonder feestgangers, verarmde gezinnen, een noodlijdende cultuursector, en stranden waarop de anderhalvemetersamenleving de bittere realiteit is.

De zomer begon nog hoopvol. Na een verloren voorjaar zou er nu een inhaalslag worden gemaakt, dachten veel ondernemers. Ook Korver draaide in juli redelijk; de clubs in Lloret de Mar waren toen nog open. ‘Het was zeker niet zo druk als anders’, vertelt hij, ‘maar toch lukte het wel om klanten te trekken. Desnoods trok ik mijn koeienpak aan, en mengde ik me zo onder het uitgaanspubliek. Niet veel later liep de snackbar dan vol.’

Maar sinds de clubs dicht zijn op last van de regioregering, is het armoe troef in Lloret de Mar. ‘Achter de gesloten rolluiken gaat heel veel leed schuil’, stelt Korver vast.

Bij ondernemers zit de angst voor het coronavirus er goed in. Dat blijkt bijvoorbeeld bij het inchecken in het hotel; de veiligheidscontrole op vliegvelden is er niets bij. Handen ontsmetten is verplicht. De bagage wordt direct behandeld met spray op alcoholbasis. Iedere gast krijgt een temperatuurpistool tegen zijn voorhoofd; bij meer dan 37 graden kom je er niet in. De kamer is behandeld met ozon. De kussens liggen niet op het bed, maar in plastic verpakt in een kast. En een schoonmaakster loopt de hele dag heen en weer om de gangen te schrobben.

Barcelona

Langs de kustweg van de Costa Brava rijgen ongebruikte kartbanen en hotels met lege parkeerplaatsen zich aaneen. Op de stranden lijkt het alsof er meer naturisten zijn dan ooit. Alsof mensen gemakkelijker uit de kleren gaan nu ze genoeg ruimte om zich heen hebben.

In Barcelona ligt de Ramblas, de straat die in normale tijden de meeste toeristen trekt van heel Spanje, er verlaten bij. Bij de gesloten bloemenzaken overleven alleen de cactussen. En van de menselijke standbeelden nam al een flink deel de benen.

Eén van de volhouders is een gevaarte dat zichzelf voorstelt als de Draak van de Ramblas. ‘Het herstel moet ergens beginnen’, zegt Anibal Bedoya (40), terwijl een voorbijganger hem uit medelijden een pak koekjes in zijn grote zwarte klauwen drukt. ‘Zo was het na de aanslag, en zo is het nu weer.’

Beeld Maria Contreras Coll

Dat hoor je meer. Blijkbaar is de terroristische aanslag van 2017, waarbij Younes Abouyaacoub hier 16 mensen doodreed met een busje, een gebeurtenis geworden waaruit je hoop kunt putten. Ook toen bleven de toeristen weg. Het duurde een week. Toen was de beroemde promenade in het centrum van Barcelona weer even druk als altijd.

‘Zodra deze situatie is opgelost, verwacht ik een lawine aan toeristen’, zegt María Rosa Pérez (59). ‘Het is het enige waarover ik optimistisch ben. Ik denk dat iedereen heel veel zin zal hebben om weer te gaan reizen.’

Pérez is de directrice van het Tablao Cordobés, een van de oudste flamencozalen van Barcelona. De ingang zit aan de Ramblas, ingeklemd tussen een zaak met een gesloten rolluik en een gokhuis waar immigranten hun wanhoop proberen om te zetten in klinkende munt.

Het tablao bevindt zich op de eerste verdieping: een zaaltje met arabesken, gemaakt door de vaklieden die ook het Alhambra onderhouden. De laatste keer dat hier het geroffel van flamencoschoenen klonk was op 14 maart. Zonder toeristen heeft het geen zin, verzucht Pérez.

‘Er wordt vaak gezegd dat de Ramblas door de toeristen is verpest’, zegt Pérez. ‘Maar dit tablao was er lang voordat het massatoerisme begon. En dankzij de toeristen – vooral Engelsen, ook Fransen en Japanners – bestaan we nog. Want de Spanjaarden komen niet meer, ook al treden hier de beste flamenco-artiesten op.’

De tablaos mogen niet open, zelfs als ze zouden willen. Pérez begrijpt dat. ‘Alles draait hier om intimiteit en nabijheid’, zegt ze. ‘Het wezen van flamenco gaat nu eenmaal niet samen met covid.’

Drie bekende tablaos in Madrid, allemaal met een lange historie, sloten al hun deuren. Voorgoed. En ook in Barcelona lopen ze het risico te verdwijnen. Pérez heeft haar hoop gevestigd op overheidssteun: verlenging van de tijdelijke werkloosheidsregeling voor haar 45 personeelsleden, en vrijstelling van de betaling van premies voor de sociale zekerheid.

Tot nu trok de Spaanse regering 20 miljard euro uit om de toeristische sector te helpen. Het geld is op de eerste plaats bedoeld voor leningen voor bedrijven. Ook kunnen werkgevers hun werknemers tijdelijk naar huis sturen, terwijl de staat 70 procent van het loon doorbetaalt. Het zal niet kunnen voorkomen dat veel banen ophouden te bestaan; onbekend is hoeveel bedrijven al failliet zijn gegaan.

Benidorm

Onderweg naar het zuiden zijn nauwelijks buitenlandse nummerborden te zien op de weg. Geen volgestouwde busjes met Maghrebijnse families, geen caravans, geen kofferbakken vol met bagage, parasols of koelboxen. ‘Veilige afstand, ook op de weg’, communiceert de Spaanse verkeersdienst via de matrixborden. Een overbodige waarschuwing.

Benidorm heeft slechts 69 duizend inwoners, maar telt na Madrid de meeste wolkenkrabbers van Spanje. Op grondniveau zijn volop full English breakfasts te verkrijgen. In theorie dan, want momenteel is er bijna niemand die erom vraagt.

Voor Yolanda García (56) heeft het wegblijven van de toeristen één voordeel: ze woont midden in het oude centrum van Benidorm, en heeft nu minder last van lawaai. Tegelijkertijd stelt de kalmte die over de stad is neergedaald haar voor een groot probleem. Ze werkt als kamermeisje in de grote hotels, maar kan nu niet aan de slag.

‘Ik leefde van het ene tijdelijke contract naar het andere’, vertelt García. ‘Toen halverwege maart de alarmtoestand werd uitgeroepen, was ik niet aan het werk. Ik had dus ook geen recht op een uitkering.’ Ze overleeft nu op het weduwepensioen dat ze krijgt sinds haar man is overleden: 600 euro per maand. Werk zoeken is zinloos: dat is er momenteel alleen voor de vaste krachten.

‘Gelukkig zit op mijn huis geen hypotheek meer’, zegt García. ‘Maar ik moet nu wel zuinig aan doen.’ Bij veel van haar collega’s is de nood veel hoger. ‘Ik ken vrouwen die nu zijn aangewezen op de voedselbank’, vertelt ze. ‘Ze zeggen tegen me: ik maak me zorgen, kan ik straks de schoolboeken voor de kinderen wel betalen? En heel veel van hen hebben al een huurachterstand.’

Beeld Maria Contreras Coll

De nieuwe bijstandsuitkering die Spanje in juni invoerde biedt maar beperkt soelaas. De minister van Sociale Zaken gaf vorige week toe dat tot dusver 19 procent van de aanvragen werd beoordeeld. ‘Alleen de vrouwen met kleine kinderen krijgen de uitkering al’, weet García.

Kamermeisjes staan in Spanje bekend om hun precaire positie op de arbeidsmarkt. De laatste jaren richtten ze overal in Spanje groepen van Las Kellys op – een afkorting van Las Que Limpian, Zij Die Schoonmaken. In Benidorm is Yolanda García de woordvoerder van deze vrouwen. Ze stalt de speldjes van alle demonstraties die ze heeft bijgewoond uit in het glazen blad van haar salontafel.

Eén vraag komt steeds terug naarmate de avond vordert aan haar eettafel. ‘Als Spanje zo veel geld binnenhaalt met toerisme, waar blijft al die rijkdom dan? Waarom ligt het gemiddelde inkomen het laagst in de gebieden met de meeste toeristen? Hoe kan het dat hoteleigenaren maar nieuwe hotels blijven bouwen, terwijl kamermeisjes afhankelijk zijn van liefdadigheid zodra er een pandemie toeslaat?’

‘Ik wil niet meer terug naar de oude normaliteit’, zegt García. ‘Niet als dat betekent dat de uitbuiting van kamermeisjes zoals wij doorgaat.’

Cabo de Gata

Zelfs nu het aantal toeristen een historisch dieptepunt bereikt, wordt in Spanje nog driftig aan nieuwe hotels gebouwd. Dat gebeurt bijvoorbeeld in het natuurgebied Cabo de Gata. Vlakbij de beroemde Playa de los Genoveses – een juweel van een strand, gelegen in een baai van roomwitte rotsen en beschaduwd door een rij wuivende eucalyptussen – is het de bedoeling oude stallen om te bouwen tot een modern luxehotel.

De weerstand tegen het project is groot. Al 230 duizend mensen zetten hun handtekening tegen de bouw. Cabo de Gata is immers een van de laatste ongerepte stukjes Spaanse kust. In dit woestijngebied, met zijn cactussen, agaves en steppevogels, moet natuurbescherming voorop staan, vinden ze.

Hoe kan het dat, op een moment dat Spanje grossiert in onbeslapen hotelbedden, er nog altijd nieuwe accommodaties bij komen? Zou de coronacrisis niet een keerpunt moeten zijn? Een aanleiding om niet meer afhankelijk te willen zijn van het massatoerisme?

Het is een debat dat in Spanje voorzichtig op gang komt. Economen en sociologen wijzen in de media op de nadelen van het massatoerisme: Spanje heeft zich gespecialiseerd in een sector die weinig toegevoegde waarde biedt, met slecht betaalde banen, die leidt tot verzet vanuit de bevolking en die desastreus uitpakt voor de natuur.

Ook Pablo Iglesias, vicepremier namens de linkse politieke partij Podemos, zei in april dat Spanje niet exclusief moet leunen op het toerisme en de bouw, maar moet inzetten op ‘ecologische transitie’ en duurzame energie.

Maar José Rivera (67), gepensioneerd filosofieleraar en voorzitter van de club van natuurbeschermers die zich verzet tegen het luxehotel in Cabo de Gata, heeft weinig hoop. ‘Kijk maar hoe druk het is op de Playa de los Genoveses’, zegt hij. ‘Allemaal nationaal toerisme. De natuur gaat hier achteruit, economisch gezien zou een hotel rendabel zijn. En dat gaat tot nu toe altijd voor.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden