InterviewJan de Jong

Hoe een multimiljonair de strijd aan gaat tegen de miljarden van Tata

null Beeld Alexandra España
Beeld Alexandra España

Gewapend met een invloedrijk netwerk en de hulp van drie advocatenkantoren zet multimiljonair Jan de Jong alles op alles om een eind te maken aan de vervuilende praktijken van Tata Steel. Waarom? Hij is het aan zijn stand verplicht.

Met gezwinde pas loopt Jan de Jong (63) de ontvangstkamer van de villa op landgoed Caprera in Bloemendaal binnen. ‘Kijk daar, door het raam!’, zegt hij, wijzend naar buiten. ‘Zie je die witte koeien in de verte, in de weide naast de hockeyvelden van Bloemendaal? Daar ga ik zo iets over zeggen. Dat zou je niet verwachten, maar die koeien zijn opeens héél actueel.’

De Jong gaat zitten. ‘Luister!’, zegt hij, en vertelt gedecideerd gedetailleerd over wat hem de vorige avond toch was overkomen, in zijn optiek illustratief voor hoe er met Tata Steel wordt omgesprongen. Hij had dus ‘een online inloopavond’ van de provincie Noord-Holland met een groep grondeigenaren en pachters uit de regio Zuid-Kennemerland. Inzet van de digitale conversatie: de provincie wil beperkingen opleggen om de uitstoot van stikstof terug te brengen. Dat zou, bijvoorbeeld, betekenen dat de boeren uit de omgeving – dus ook de vleesveehouder van de witte koeien – de helft van hun vee moeten verkopen, hetgeen de meebellende agrariërs tijdens de sessie subiet voor de voeten werd geworpen.

‘En Tata Steel dan, wat gaat die doen?’, riposteerde De Jong. Waarop een andere deelnemer liet weten dat in het meegestuurde ‘ecologisch adviesrapport’ niets te vinden was over Tata Steel.

‘Nee, die valt erbuiten‘, zei de ambtenaar.

‘Erbuiten?’ De Jong zette zich schrap: ‘Wat? Weet u wel hoeveel rotzooi Tata Steel uitstoot? 12 miljoen ton CO2, bijna 6.000 ton stikstof, al dat kwik in het water. We hebben het over de grootste grondeigenaar van de regio Zuid-Kennemerland! Weet u wat? Dan eis ik nu namens iedereen dat u een opschortende voorwaarde opneemt: eerst willen we afspraken maken over de beperkende maatregelen voor Tata, dan gaan wij nadenken over hoe we onze uitstoot gaan terugbrengen.’

‘Wat gebeurt er als wij niet meedoen met de provincie?’, wilde een andere Bloemendaalse landgoedeigenaar weten. ‘Is het op vrijwillige basis?’

‘Nee’, zei de ambtenaar, ’als u er geen gehoor aan geeft, dan gaat de provincie Noord-Holland dit opleggen. Die macht heeft de provincie.’

‘En heeft de provincie die macht bij alle bedrijven en landeigenaren?’, wilde De Jong weten. ‘Dus ook bij Tata Steel?’

‘Nee’, zei de ambtenaar, ‘Tata niet, die valt buiten de opdracht.’

De Jong spreidt zijn armen en tovert daarbij een smalende uitdrukking op zijn gezicht. ‘Tata valt altijd en overal erbuiten’, zegt hij, terwijl hij met zijn hand zijn haar terug in model brengt. ‘Dat kan niet langer.’ Als eigenaar van landgoed Schapenduinen en voorzitter van de gelijknamige stichting, heeft hij zich aangemeld als ‘public stakeholder’ van Tata Steel. Hij mag zich zo noemen omdat de uitstoot van de 7 kilometer noordelijker gelegen fabriek neerdaalt op zijn landgoederen. Statutair is in de stichting vastgelegd dat hij moet waken voor het welbevinden van de natuur op zijn landgoed.

‘Dat betekent dat ik tegen alles bezwaar kan maken wat Tata Steel aangaat. Wat ik dus ook doe, ik ga de strijd aan. En ik weet al hoe dat gaat aflopen: ik ga winnen, honderd procent zeker, want ik heb gelijk. Tata Steel zal moeten verhuizen. Dat is het gevolg van hoe gebrekkig de overheid de wet en regelgeving bij Tata toepast en handhaaft, al decennialang. Daar knelt de schoen. Je kunt niet ongestraft de mensen, het personeel, de omgeving en de natuur vervuilen en vervolgens de schuld leggen bij de boeren in de omgeving. Bij de boeren en hun witte koeien.’

Eenmansleger

‘Geen foto’, had Jan de Jong gezegd, als voorwaarde voor een gesprek. ‘Ik heb toevallig mijn vinger opgestoken tegen de misstanden rond Tata Steel, maar het gaat niet om mij. Ik ben maar een speldenprik.’ Toch is het op zijn zachtst gezegd onvermijdelijk om ondanks de welgemeende relativeringen deze welgestelde Bloemendaler centraal te stellen. Want het is een niet-alledaags tafereel, een energieke miljonair en landgoedeigenaar die de strijd aanvoert tegen het industrieel grootkapitaal, zijnde staalfabrikant Tata Steel, van de Indiase grootaandeelhouder Ratan Tata.

Omwonenden, bewonersorganisaties en milieuactivisten uit IJmuiden en Wijk aan Zee die zich al jaren verzetten tegen de uitstoot van buurman Tata Steel hebben zo opeens steun uit onverwachte hoek gekregen – al heeft hij geen directe bemoeienis met de massale aangifte tegen de staalfabrikant bij het Openbaar Ministerie, medio mei, onder leiding van advocaat Bénédicte Ficq.

Zijn gevecht is zijn eigen gevecht als bemiddeld eenmansleger, en van een ongekende intensiteit en voortvarendheid. Inmiddels voeren drie advocatenkantoren – Lexence, CMS en Sjöcrona Van Stigt – in zijn naam tientallen procedures, leggen claims en sturen handhavingsverzoeken inzake overheidsinstellingen die op Tata Steel moeten toezien.

Met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) heeft De Jong miljoenen pagina’s uit archieven van overheidsinstellingen weten te openbaren die eerder van de website van de provincie waren verwijderd, dringt hij erop aan alle aan Tata verleende vergunningen tegen het licht te houden en dient hij klachten en integriteitsmeldingen in over manipulatie door de fabrikant. Dat de Onderzoeksraad voor Veiligheid een onderzoek is gestart naar de impact van Tata Steel op de gezondheid in de IJmond, kan deels op zijn conto worden geschreven.

De Jong heeft nu zijn tanden gezet in het keurmerk van Tata Steel, de Iso-certificatie, of eigenlijk over de twijfel over het bestaan ervan. Krijgt De Jong in deze zaak gelijk, dan heeft dat acute gevolgen voor de bedrijfsvoering van de fabriek, aangezien de vergunningen van het bedrijf een geldig keurmerk vereisen.

En daar blijft het niet bij. Meerdere keren per dag vuurt De Jong digitaal – ook als hij zakelijk of privé in het buitenland verblijft – zijn schotschriften af aan het politiek, ambtelijk en bestuurlijk gezag. Wethouders, topambtenaren, toezichthouders, staatssecretarissen en gedeputeerden maant hij op te staan tegen Tata Steel, net als premier Mark Rutte en de voorzitter van de Europese Commissie, Ursula von der Leyen. Dat stelt hij te doen, ‘mede namens 200 duizend inwoners van de IJmond, tienduizend Tata-medewerkers en de planten en dieren in het nabije Natura 2000-gebied’.

‘Uw tussenkomst is nodig’, schreef hij aan Von der Leyen op 1 februari 2021. ‘Wij, de mensen van de IJmond, roepen de EU op om direct in te grijpen in deze onveilige en zeer ongezonde situatie.’

Jan de Jong mag zich een zeer gefortuneerd man noemen, wiens vermogen wordt geschat op tientallen miljoenen. Hij is eigenaar en oprichter van Nedamco Capital, een investeringsmaatschappij die wereldwijd actief is in cloud-technologie, biotech en private equity. In 1998 verkocht hij voorganger Nedamco Corporation. Deze onderneming, toentertijd opererend vanuit de Verenigde Staten en actief in 55 landen, had hij samen met zijn één jaar jongere broer Gijs opgebouwd. Ze woonden toen in de VS en vergaarden hun kapitaal met de handel in siliconen. De broers De Jong kwamen medio 2015 in het nieuws, omdat Gijs een flinke financiële claim legde bij broer Jan – die door de rechter werd verworpen. Het leidde tot een pijnlijke familieruzie die nog steeds niet is bijgelegd.

null Beeld Alexandra España
Beeld Alexandra España

Over Jan de Jong valt voorts te zeggen dat hij een snelle denker is, een stugge volhouder (denk aan drie voltooide Elfstedentochten) en een netwerker van formaat, buitengewoon geordend bovendien. Op de glazen tafel van zijn ontvangstkamer ligt daarvan het bewijs: tientallen mapjes, strak gestapeld, bestickerd met ‘Vraag aangaande Tata Steel’. In 1985 werd hij eigenaar van het landgoed Caprera en in 1989 van het aangrenzende 40 hectare grote landgoed Schapenduinen, inclusief het 25 kamers tellend landhuis.

Vanuit de villa op Caprera ziet hij aan de overkant, behalve de witte koeien, ook de plek waar het jachtslot van de graven van Holland stond, Aelbertsberg, gebouwd in de 12de eeuw. Dit wordt beschouwd als het eerste bestuurlijke centrum van Holland. Hier werden overeenkomsten gesloten, oorlogen verklaard en wetten getekend, onder anderen door graaf Floris V (1254-1296).

In Bloemendaal wordt De Jong gezien als een een machtsfactor van betekenis, aangezien hij de voorzitter is van het Platform van Landgoed Eigenaren. Dit is een belangenvereniging met dertig leden van statuur en vermogen die gezamenlijk 83 procent van de grond van Bloemendaal in handen hebben. Zijn naam dook veelvuldig op in regionale headlines als hij zich met veel vuur keerde tegen de komst van een nieuwe wijk of zijn zorgen uitte over de brandveiligheid van landgoederen. Ook als zijn zo geliefde hockeyclub Bloemendaal hem niet welgevallige lichtmasten wilde plaatsen, liet hij van zich horen.

Het behoeft geen betoog dat een nieuwe wethouder of burgemeester in het villadorp er doorgaans verstandig aan doet met hem kennis te maken en de relatie met De Jong op orde te houden.

Wie wil weten waar zijn drijfveren vandaan komen, adviseert hij om het door hem uitgegeven boek Verzet in Bloemendaal te lezen van Charles Coster van Voorhout en Hans Hoffmann, over ‘Cees de Jong en zijn vrienden in de oorlog’. Zijn vader Cees de Jong (1919-2003) was de spil in het Bloemendaals verzet. Met zijn kompanen voorkwam hij dat de elektriciteitscentrales van Amsterdam en Velsen en de sluizen van IJmuiden vlak voor de bevrijding werden opgeblazen. Het verscholen landgoed Schapenduinen was een ideaal broeinest voor ondergrondse activiteiten. Na 1945 ving de Haarlemse verzetsvrouw Corrie ten Boom er overlevenden van concentratiekampen op.

De Jongs voorouders worden in dit boek beschreven als leiders en ondernemers die kanalen, sluizen, en spoorwegen aanlegden. Bovendien actief in de politiek, en vooral in de Nederlands-hervormde kerk. In zijn landhuis hangen schilderijen van telgen uit een geslacht van vooraanstaande gezagsdragers, door de eeuwen heen. ‘Voormannen, kortom, met alle kenmerken van een protestants polderpatriarchaat’, aldus de auteurs.

‘We zijn opgevoed met het idee dat je een bijdrage moet leveren aan de maatschappij’, zegt De Jong. ‘Dat heeft te maken met het protestantisme, als vrijzinnig-liberalen van huis uit. Je hebt de verplichting om je energie, tijd en netwerk belangeloos ter beschikking te stellen aan de maatschappij. Mijn vader deed dat ook, en niet alleen in de oorlog. Dat hoorde erbij. En zo doe ik dat ook, met de helft van mijn beschikbare tijd.’

Als Jan de Jong zijn rug recht in een kwestie van formaat, dan mag je zonder omhaal concluderen dat daarmee het rijkste villadorp van Nederland zich hiertegen keert. ‘Er is niemand in mijn netwerk die gelooft in dit soort vervuilende bedrijven’, zegt hij. ‘Tata Steel heeft het zo bont gemaakt dat het soort mensen als ik nu opstaat. Als ik in Groningen had gewoond, had het gesteggel rond de herstelbetalingen nooit zo lang geduurd. En de belangrijkste reden dat de toeslagenaffaire maar niet werd opgelost, was omdat het om veelal blutte mensen ging die niet onmiddellijk met advocaten van zich af konden bijten.

‘Ik neem nu mijn verantwoordelijk rond Tata, net zoals mijn voorouders eeuwenlang ook taken in het openbaar bestuur hebben vervuld en zich hebben ingezet voor de maatschappij. Ik heb er voor gekozen om een op hol geslagen overheid inzake Tata Steel een halt toe te roepen. Overigens, wel met een gulle lach en een blij gemoed.’

Boeman

Als De Jong over Tata Steel spreekt, heeft hij het over ‘een sterfhuis’, vergroeid aan ‘een misconceptie’. ‘Ik heb niets tegen Tata Steel, maar mensen denken ten onrechte dat het een op zichzelf staand bedrijf is. Je kijkt echter naar een ondergeschikt schakeltje in een groot conglomeraat met 100 miljard omzet en één miljoen werknemers. Hoogovens is nooit een echt bedrijf geweest waar marktpartijen vrijwillig geld in hebben gestopt, een bedrijf dat na grondig marktonderzoek het leven zag. Het is met staatssteun opgericht na de Eerste Wereld- oorlog en met Marshallhulp na de Tweede Wereldoorlog nieuw leven ­ingeblazen. In de jaren tachtig kreeg het bedrijf enorme staatssteun. Alle fusies, zoals met de Duitsers en Engelsen, mislukten.

‘Dat Tata Steel het uiteindelijk in 2007 kocht, was een soort omgekeerd kolonialisme, net zoals het ­bedrijf een Engels theebedrijf kocht en de Britse automerken Jaguar en Landrover. Daar zat niets zakelijks aan.

‘En nu wil Tata ervan af en wordt er geen geld meer in het bedrijf gestopt. Of de Nederlandse overheid nu even wil bijlappen. De Tata-strategie is duidelijk: een grotere productie in lagelonenlanden en een ruime beschikbaarheid van groene energie. Op al deze terreinen kan de nog op kolen gestookte Hoogovens dat niet ­leveren. Ook de twee overname­kandidaten, ThyssenKrupp en SSAB, haakten af omdat ze te weinig perspectief zagen, het gewoonweg te vies vonden. En dat begrijp ik heel goed.’

Dat duizenden werknemers in ­IJmuiden hun baan verliezen als zijn rigoureuze voornemen de eindstreep haalt, ziet hij niet als een onoverkomelijk probleem. ‘Erover klagen moet je niet bij mij, maar bij de boeman uit India. Die weigert het bedrijf op orde te brengen. In Italië zijn laatst eigenaren van een staalfabriek veroordeeld tot lange celstraffen vanwege de kankerverwekkende uitstoot van de fabriek. In de omgeving kwam longkanker 30 procent vaker voor dan het landelijk gemiddelde. En in de IJmond? 50 procent. Dus zeg ik: banen mogen nooit voor gezondheid gaan.’

Volgens De Jong is eenderde van het personeel rond de 60 en klaar om te gaan ‘pre-vutten’, een ander deel komt uit het buitenland en gaat weer terug naar het land van herkomst, en de resterende 33 procent bestaat uit technisch hoogopgeleide mensen die overal terechtkunnen. ‘De werkethiek bij Tata is heel hoog’, zegt hij. ‘En er werken veel goede mensen. Het zal hier net zo gaan als met de textielindustrie in het oosten van het land, die is ook verdwenen omdat ze verouderd was. De gehele IJmond zal een enorme impuls krijgen door mensen die graag vanwege de schone lucht aan de kust in de Randstad willen wonen. Dat zal voor veel nieuwe economische activiteit zorgen.’

Om bij het begin van zijn bemoeienis met de staalfabrikant stil te staan, draait De Jong een halve slag. Hij wijst naar het andere raam van de villa op landgoed Caprera. Te zien is een vijver, ruwweg uitgegraven, tussen de bomen. Bij inspectie van zijn landgoederen in het voorjaar van 2019 werd vastgesteld dat er te hoge neerslag was van stikstof. Het weggraven hiervan was noodzakelijk, hij kreeg er zelfs een flinke subsidie voor van de provincie Noord-Holland, ‘de vochtige duinvallei’ was het resultaat. Hoe dat precies zat met de uitstoot van stikstof, werd hem snel duidelijk: Tata Steel is in Nederland de grootste industriële uitstoter van stikstofoxide.

‘Toen ben ik voor het eerst brieven en mails gaan sturen naar het provinciebestuur’, zegt hij. ‘Want waarom mag dat? Waarom betaalt de provincie zelf de schoonmaak­kosten? En de bron dan? Ik kreeg geen reactie. Feitelijk had ik al langer vragen over Tata Steel: mijn zoons waren alle drie astmatisch en daarom heb ik ze naar een kostschool in Engeland gestuurd, naar de kust bij Hastings. Veel schonere lucht. Toen was de astma een stuk minder en uiteindelijk zijn ze eroverheen gegroeid, dat zegt genoeg.’

Maar het ware ‘kantelmoment’ voor De Jong, waarna hij zich vol overgave ging keren tegen Tata Steel, had te maken met Bart Vuijk, verslaggever van de IJmuider Courant. De Jong vernam in december 2019 dat Vuijk ongefundeerd onder druk werd gezet over zijn kritische en onthullende stukken over de staalindustrie in de IJmond. Een tweetal bezoeken van de hoogste Tata-baas in Nederland, Theo Henrar, aan de toen­malige hoofdredactie van de krant, zou zelfs zijn aftocht in gang hebben gezet. Die bezoeken deed Henrar overigens ook aan hoofd­redacties van de Volkskrant, De Telegraaf en EenVandaag.

‘Het kan toch niet gebeuren dat een Indiase miljardair in samenspraak met een Belgische miljonair gaat bepalen wat een verslaggever in Nederland opschrijft?’, zegt De Jong, doelend op Tata en Mediahuis, het Belgische mediabedrijf dat eigenaar is van onder meer NRC Handelsblad, De Telegraaf en talloze regionale kranten, waaronder de IJmuider ­Courant. ‘Wat zijn dit voor Chinese toestanden?’

De Jong besloot in de pen te klimmen en bezield voor ‘de vrijheid van de pers’ op te komen, waarbij hij zich toonde als een bekwaam netwerker. Wie kon hij benaderen, wie in zijn adressenboekje kon hier een rol van betekenis spelen? Van een recente zakenreis naar China herinnerde hij zich de hoogleraar Peter Hinssen, auteur van bestsellers over technologie, docerend op de MIT in Boston en vooral: lid van de raad van bestuur van Mediahuis.

null Beeld Alexandra España
Beeld Alexandra España

‘Beste Peter’, schreef De Jong op 20 december 2019 aan Hinssen, waarna hij uit te doeken deed hoe de lobby van Tata Steel was ingezet om Vuijk van het dossier af te halen. ‘Het risico is dat Mediahuis wordt afgeschilderd als een buitenlandse partij die de Nederlandse persvrijheid niet bewaakt, door in te geven aan de wensen van de aandeelhouder uit India van de grootste vervuiler van Nederland.’ Afsluitend: ‘Kordaat handelen op (zeer) korte termijn is vereist.’

‘Geef me twee dagen om dit op te lossen’, schreef Hinssen in een reactie. Waarna de kwestie op het bordje van de ceo van Mediahuis, Rien van Beemen, terechtkwam. Na ettelijke gesprekken liet Van Beemen aan De Jong per e-mail weten dat van ‘een strafoverplaatsing’ geen sprake was, maar dat Vuijk op de nieuwsdienst in Amsterdam aan de slag ging en Tata erbij bleef doen. Van Beemen schreef wel te weten dat Vuijk ‘tot persona non grata’ was verklaard bij de staalfabrikant, maar dat Tata ten onrechte beweerde dat er sprake was van ‘onzorgvuldige journalistiek’.

Uiteindelijk ging Vuijk een paar maanden later aan de slag in Amsterdam. Aanvankelijk leek hij moeizaam op gang te komen, totdat duidelijk werd dat hem geen strobreed in de weg werd gelegd door de nieuwe hoofdredacteur. Sterker nog: hij kreeg extra financiële middelen tot zijn beschikking om zijn journalistiek onderzoek uit te breiden. Als gevolg hiervan onthulde hij hoe Tata jaarlijks miljarden euro’s vanuit IJmuiden naar het Indiase moederbedrijf liet stromen en de fabrikant honderden miljoenen euro’s aan ­belastingvoordeel krijgt.

‘Zeer positief’, zegt De Jong, duidelijk in zijn nopjes met de afloop. ‘Probleem opgelost, een 10 met een griffel.’

Arrogantie

Jan de Jong wandelt over zijn landgoed, in het door de regen omhoog geschoten groen. Hij had net zijn groene loden jas van de kapstok gehaald, waar een citaat te lezen valt van de Soldaat van Oranje, Erik Hazelhoff Roelfzema, een oud-klasgenoot van zijn vader: ‘In het leven van ieder mens komen ogenblikken voor waarop hij tot zichzelf zegt: ‘Tja, dat kan niet.’ En dan doet hij iets.’

In zijn ontvangstkamer ontvouwde hij bij een kopje in wedgwood-servies ingeschonken koffie zijn ‘hoofdstrategie’ in het Tata-dossier: het ontbrekend zelfreinigend vermogen van de overheid waardoor alles ‘van buiten’ moet komen. De kern van het probleem ligt besloten in de afkorting VTH, wat staat voor vergunningverlening, toezicht en handhaving, de taken van de verschillende overheden, de provincie Noord-Holland voorop. Maar De Jong ziet de provincie Noord-Holland als een instelling ‘die een slecht onderhouden auto telkens toch ten onrechte door de APK duwt’.

‘Ik heb dus gedeputeerde Jeroen Olthof in deze kamer gehad’, zegt De Jong. ‘Die durfde, denk ik, niet alleen te komen, want hij had een persoonlijk beveiliger meegenomen, een oud-marinier. Ik weet niet waarom. Misschien was hij bang. Het enige wat hij zegt is dat hij de balans tussen economisch belang en de gezondheid moet bewaken. En voor de rest wacht hij op verder onderzoek, of wijst hij naar Den Haag. Kortom: drijfzand. Zo iemand gaat niets betekenen, dat weet ik nu al. Ik geloof dat hij in een vorige werkkring iets in uitvoerende zin deed bij een zorg­instelling.’

De wandeling gaat langs paadjes en nog een vochtige duinvallei, richting het landhuis, waar zijn tennisbaan van gras als een opgelicht stilleven de aandacht trekt. Onderweg wijst hij op de wildgroei van de Amerikaanse vogelkers, veroorzaakt door de overmaat van stikstof. Deze gevreesde struik over- woekert alle duinplanten en bloemen in duin­valleien, volgens ecologen van de provincie Noord-Holland, en kan zich snel uitbreiden. ‘Je kunt precies zien waar een gifwolk van Tata is neergedaald, precies op een open plek’, zegt De Jong. ‘En kijk hier aan de rand, naar de boom: dood. Allemaal door stikstof. Hier nog meer Amerikaanse vogelkers. En daar. Het is een plaag.’

Om het landhuis heen, langs de loslopende schapen van landgoed Schapenduinen, naar de verweerde eeuwenoude grenspaal, de markering dat de landerijen van de heren van Brederode en de graven van Holland elkaar begrensden. Op het terras van zijn uit 1932 stammende L-vormige onderkomen wijst hij op de zwarte vlekken op de bladeren van de klimplanten. Het tuinmeubilair zegt hij uitgebreid af te moeten nemen voor gebruik, gezien de zwarte viezigheid.

Het zou een goede plek zijn, in de ochtendzon, om hier eens van ­gedachten te wisselen met de opperbazen van de staalfabrikant. Hij heeft het zeker geprobeerd, contact leggen met de top van het bedrijf. En dan doelt hij niet op de leiding van IJmuiden zelf, maar nog een treetje hoger, de ceo van Tata Steel Europe, Henrik Adam. ‘Dan heb je gelijk iemand te pakken die de beslissingen neemt’, meent hij. Bijkomend voordeel is dat de Duitser sedert 2019 onderdak heeft gevonden in het villa- dorp, om de hoek bij De Jong. Ze ­hadden elkaar zelfs toevallig bij de warme bakker, traiteur of slijter kunnen treffen. De Jong: ‘Op weg naar ­IJmuiden rijdt hij hier toch voorbij. Dan kan hij even langs­komen voor een ontbijt.’

Een uitnodiging van de secretaresse van De Jong belandde bij Adams secretariaat, op 29 november 2019. Namens De Jong stelde ze een ‘ontbijtvergadering’ voor, met als doel om de heren aan elkaar ‘voor te voorstellen’ en ‘contact te leggen’. Het was wachten op een reactie van Adam. Die kwam er niet, en op een herhaalde telefonische vraag werd duidelijk gemaakt dat er ‘geen belangstelling’ was voor een ontmoeting met Jan de Jong uit Bloemen- daal.

‘Als hij minder arrogant was ­geweest, en hier gewoon was langsgekomen, was het misschien allemaal anders gelopen. Dan waren we de dialoog aangegaan, zoals het hoort, en waren mijn inspanningen wellicht niet nodig geweest. Maar Adam zag er het nut niet van in. Dat is niet heel erg slim geweest.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden