Analyse Schadevergoeding in strafzaken

‘Hoe een grotere klootzak de dader, hoe groter de kans op een schadevergoeding’

Een slachtoffer van Jawed S, die inhakte op toeristen op Amsterdam CS, kreeg een schadebedrag van 2.825.860 toegekend. Een record. Hoe zit met de behandeling van slachtoffers en de toekenning van schadevergoedingen in andere zaken? 

Advocaat Ruth Jager van de familie van Anne Faber na de uitspraak in de strafzaak tegen Michael P.. Beeld ANP

‘De rechtbank was onder de indruk van mijn cliënt’, zegt advocaat John Beer. ‘Ze wilden hem en zijn vrouw helpen en realiseerden zich: voor hen is het nu of nooit.’

Maandag veroordeelde de Amsterdamse rechtbank Jawed S. tot een celstraf van bijna 27 jaar. Vorig jaar hakte de 20-jarige Afghaanse vluchteling met een groot mes in op twee Amerikaanse toeristen op het Amsterdamse Centraal Station. Eén van hen zal voor de rest van zijn leven in een rolstoel zitten. De rechters kenden hem een ongekend hoge schadevergoeding toe. Jawed S. moet de arbeidsongeschikte Amerikaan in totaal 2.825.860 euro betalen.

De Volkskrant onderzocht 139 uitspraken in strafzaken in 2019 van ernstige delicten (moord en doodslag en poging tot moord en doodslag) waarin 301 schadevergoedingen voor immateriële schade, inkomstenderving en studievertraging werden gevraagd. Materiële schadevergoeding zoals ziektekosten en schade aan objecten is buiten beschouwing gelaten. De uitspraken komen van rechtspraak.nl, niet alle zaken worden hier gepubliceerd.

Het is voor het eerst dat een strafrechter een slachtoffer zo’n hoog bedrag toekent. Maar hoe zit het met schadevergoedingen en de behandeling van slachtoffers in andere strafzaken? Uit een rondgang langs slachtofferadvocaten en Slachtofferhulp Nederland blijkt dat er grote verschillen zijn. Niet alleen als het gaat om de hoogte van de schadevergoeding, maar soms ook als het gaat om bejegening door politie, OM of rechters.

‘Het is soms net een blackbox’, zegt slachtofferadvocaat Richard Korver. ‘Ik kan dan niet uitleggen waarom in de ene strafzaak een weduwe drie ton krijgt en in een andere - vergelijkbare - zaak de weduwe niet meer dan 25 duizend euro.’

‘In de zaak van Anne Faber was alles tot in de puntjes geregeld in de rechtbank’, zegt Ruth Jager, die onder meer de familie van Anne Faber bijstond. ‘Over alles werd vooraf overlegd. Zoals de koffie en de thee voor de nabestaanden en parkeerplekken bij de rechtbank.’

‘Maar in strafzaken die minder in de spotlight staan, kan het totaal anders zijn voor slachtoffers’, voegt raadsman Sébas Diekstra toe.

Jager: ‘En dat is soms best schrijnend.’

‘Het is gevaarlijk om te zeggen’, vervolgt Korver, ‘maar mijn indruk is dat naarmate de verdachte een grotere klootzak is, de kans op toewijzing van de schadeclaim groter is.’

Geen grabbelton

Het is een bewering die de Raad voor de Rechtspraak met klem tegenspreek. ‘Er is geen sprake van een grabbelton: in elke zaak is verschillend, er is sprake van maatwerk.’

Slachtoffers spelen een steeds grotere rol in het strafproces. Sinds 1995 hebben ze de mogelijkheid om een schadevergoeding te claimen tijdens het strafproces. Voor die tijd kon dit tot 1.500 gulden. Sinds 2011 is er bovendien de zogenoemde voorschotregeling. Als de strafrechter het slachtoffer een schadevergoeding toekent, schiet de Staat het geld voor. Vervolgens probeert de Staat het geld te innen bij de dader. In 2016 werden de rechten van slachtoffers van ernstige delicten in de rechtszaal bovendien verder uitgebreid: ze mogen onder meer een deel van de processtukken opvragen, zelf met bewijs komen, en zich in het spreekrecht tijdens de zitting ook uitlaten over de dader, het delict én de strafeis.

‘Voorafgaand aan een strafzaak willen de slachtoffers vaak van onze medewerkers weten wat ze precies kunnen verwachten’, zegt Rosa Jansen, bestuursvoorzitter van Slachtofferhulp Nederland. ‘Ze willen een zekere mate van rechtszekerheid. Maar de verschillen tussen rechters en rechtbanken zijn te groot om een voorspelling te doen.’

Het gaat zeker beter dan vroeger, stelt advocaat Jager. ‘Maar toch zie je nog vaak dat het slachtoffer een beetje aanhangsel is.’ Advocaat Diekstra schat dat in een kwart van zijn zaken ‘gedoe’ is: dat varieert van geen gereserveerde plek in de rechtszaal tot officieren van justitie die geen of nauwelijks tijd vrijmaken voor een slachtoffergesprek, of aanklagers die weigeren het strafdossier te verstrekken terwijl de slachtoffers daar wel recht op hebben.

Mond vol tanden

Eén van dieptepunten vond hij vorig jaar in de strafzaak van het vermoorde meisje Sharleyne. ‘Nadat ik namens de vader het woord had gedaan, reageerde de rechter met de opmerking: ‘We zien wel hoe het spreekrecht is doorgeslagen.’ Ik stond met mijn mond vol tanden. Het is de wet, de persoonlijke mening van de rechter doet er niet toe.’

Ook Korver verbaast zich zo nu dan. Voorafgaand aan de zitting stuurt hij de rechtbank altijd een brief met wensen, zoals het verzoek om een afschrift van het dossier, de invulling van het spreekrecht en de plek waar slachtoffers willen zitten. ‘Er zijn rechters die je vooraf keurig bellen om het door te spreken, en ook benadrukken dat mijn cliënten de zaal mogen verlaten als het te veel wordt. Maar het is ook gebeurd dat de voorzitter op zitting zegt: ‘Oh, u had niet een brief gestuurd namens de nabestaanden? Iets met hoeveel glaasjes water u wilde en zo?’ Maar de brief ging over veel meer dan alleen water. Dát kwam zo denigrerend over.’

De willekeur in behandeling begint al bij de politie, zegt Korver. ‘Je hebt rechercheurs die zeggen: ik zou toch echt een advocaat nemen, en er zitten er tussen die een slachtoffer een folder geven en zeggen: zoek het maar uit. Je hebt agenten die het slachtoffer vertellen dat ze bijvoorbeeld domicilie kunnen kiezen bij hun advocaat. En agenten die gewoon het adres van het slachtoffer in het dossier zetten.’

Zo had hij een cliënt die was verkracht. In het dossier stonden – zonder dat ze het wist - haar privégegevens, en een gedetailleerde beschrijving van de verkrachting. ‘De dader kreeg in zijn cel een usb-stick met het dossier. Een verdachte heeft daar recht op. Maar die usb-stick raakte kwijt. Mijn cliënt werd vervolgens vanuit de gevangenis door allerlei hijgers gebeld.’

Extra werk

Het probleem, stelt Jager, ‘is dat iedereen in de rechtspraak overbelast is. Iedereen moet het erbij doen. Rechters en officieren doen slachtoffers niet moedwillig tekort. Maar zo’n slachtoffergesprek komt bovenop de dossiers die de aanklagers moeten bestuderen. En het beoordelen van een schadeclaim betekent extra werk voor de rechters.’

Jansen van Slachtofferhulp Nederland herkent dit. Als ze vertegenwoordigers van de rechtspraak erop aanspreekt is het antwoord vaak: ‘We hebben simpelweg de tijd niet, en we vinden het complex.’ Maar, stelt ze, ‘dat is een slecht antwoord als jij het slachtoffer bent van een ernstig misdrijf. Want behandeling van de schadevergoeding door de rechter helpt bij het herstelproces van slachtoffers.’

Onlangs trok ze aan de bel omdat met name de hoogtes van de immateriële schadevergoedingen ‘gigantisch uiteenlopen’, zonder dat de afwegingen in vonnissen goed worden uitgelegd. ‘We hebben 15 duizend vonnissen geanalyseerd’, zegt Jansen. ‘En het is niet uit te leggen waarom een slachtoffer bij de rechtbank 50 duizend euro krijgt toegekend, en waarom het gerechtshof in dezelfde zaak dit bedrag later verlaagt tot 10 duizend euro.’

De slechte motivering in de vonnissen, is een punt van kritiek dat de Raad voor de Rechtspraak herkent en zegt aan te werken. ‘Maar smart is moeilijk in geld uit te drukken, en in geen enkel geval hetzelfde.’

Als strafrechters de claim te complex vinden, mogen ze het slachtoffer niet-ontvankelijk verklaren en doorverwijzen naar civiele rechter die veel meer kennis heeft over dit rechtsgebied. Het lastige, stellen de ervaringsdeskundigen, is dat de ene rechter het sneller complex vindt dan de anderen. ‘De ene strafrechter heeft meer kennis van civiel recht dan de ander’, zegt Arlette Schijns. De slachtofferadvocaat is eveneens verbonden aan de Vrije Universiteit en doet onderzoek naar dit onderwerp. ‘Je ziet rechters met dit onderwerp worstelen.’

Zo’n civiele vervolgprocedure kost het slachtoffer extra tijd en geld. Een ander nadeel is dat het slachtoffer in een civiele procedure geen aanspraak kan maken op de voorschotregeling; hij of zij is zelf verantwoordelijk voor het innen van de claim als de civiele rechter deze toewijst. En als de dader niet betaalt, of geen geld heeft, heeft het slachtoffer pech.

Op het moment werkt minister Dekker (Rechtsbescherming) aan plannen om het civiele traject toegankelijker te maken. Als de plannen doorgaan dan kan de strafrechter ‘complexe’ vorderingen doorverwijzen naar een versnelde, speciale schadevergoedingsrechter. Welke strafzaken ‘te complex’ zijn, bepaalt de strafrechter. Er is alleen wel een nadeel voor het slachtoffer: in zulke zaken schiet de Staat het bedrag niet meer voor – en dus zijn zowel de slachtofferadvocaten als de Raad voor de Rechtspraak kritisch. Want juist in zulke zaken – waarbij het om hoge bedragen gaat – blijkt dat het geld moeilijk te innen is. Schijns: ‘De positie van het slachtoffer wordt hierdoor ernstig verslechterd.’

Wat advocaat Korver betreft zou het een stap terug in de tijd zijn. ‘Als de dader een kale kip is, sta je als slachtoffer nog steeds met lege handen.’

 Waarom krijgt het ene slachtoffer drie ton, en moet de ander het met 25 duizend euro doen?

Slachtoffers kunnen verschillende vormen van schade claimen. Zo kan je materiële schadeclaim indienen. ‘Dat is meestal niet zo’n probleem. Als je dat goed onderbouwt, worden die vaak wel toegekend’, zegt Rosa Jansen van Slachtofferhulp Nederland. Hierbij moet je denken aan de kosten van een kapotte bril of spijkerbroek, maar ook een vergoeding van de kosten voor een begrafenis. Lastiger wordt het bij immateriële schade en de kosten voor gederfd levensonderhoud of gederfd inkomensverlies, stelt Jansen.

Een voorbeeld van immateriële schade is shockschade. In de zaak van Anne Faber kregen nabestaanden 40 duizend euro toegekend, een relatief hoog bedrag in vergelijking met andere zaken. ‘Het hof redeneerde dat de nabestaanden – ook in de toekomst – telkens via de media geconfronteerd worden met schokkende zaken uit het dossier. Dat werkt stressverzwarend’, zegt advocaat Ruth Jager die de familie bijstond.

Grote verschillen

Maar, vervolgt advocaat Korver, ‘er zijn veel zaken die op hun eigen manier óók gruwelijk zijn, en waarbij de nabestaanden het met veel minder geld moeten doen.’ Zo stond hij een jonge vrouw bij wiens vriend een psychose had. Hij stak haar moeder dood. ‘De jonge vrouw had haar baby op de arm toen ze 112 belde. Het bloed gutste uit haar moeder. Ze kreeg het advies om met ductape de pulserende wond af te plakken en haar moeder te reanimeren. De vrouw kreeg 7.500 euro aan shockschade. ’

En ook als het gaat om gederfd levensonderhoud zijn er soms grote verschillen. Zo had een rekenkundig bureau in de zaak van de zogenoemde metrosteker berekend dat de jonge weduwe door het verlies van het inkomen van haar man 588.500 euro misliep. De rechter oordeelde dat ‘het, schattenderwijs, aannemelijk is dat de benadeelde partij in elk geval voor een bedrag van 25.000 euro aan schade wegens gederfd levensonderhoud lijdt’. Waarom de rechters op dit bedrag uitkwamen werd niet toegelicht in het vonnis.

In een zaak die draaide om een Amsterdamse vergismoord berekende een rekenkundig bureau dat de jonge weduwe door het verlies van haar man ruim een miljoen euro aan inkomen misliep. De rechtbank oordeelde dat de vordering ‘te complex’ was voor de strafzaak, maar stelde wel dat ‘als een paal boven water staat’ dat de jonge moeder schade heeft geleden. Om die reden werd een bedrag van 300 duizend euro toegewezen. Een toelichting werd eveneens niet gegeven.

Maar het gebeurt ook dat rechters het hele bedrag wel toewijzen. Zo berekende een eveneens gecertificeerd rekenbureau in de strafzaak die draaide om moord op een Iraniër in Almere dat de weduwe 212.285 euro schade lijdt als gevolg van gederfd levensonderhoud, de rechters wezen haar het hele bedrag toe. ‘Zulke verschillen kan ik niet uitleggen aan mijn cliënten. In al deze zaken is gebruik gemaakt van gecertificeerde bureaus die dezelfde rekenmethode hanteren’, zegt Korver.

Met medewerking Sarah Haddou

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden