Column

Hoe duidelijker ik 't wil zeggen / hoe slechter ik uit mijn woorden kom

Poëzie, er is er eigenlijk teveel van. Dat denk ik weleens als ik rondkijk in mijn kamer. Dat zal ik nooit meer allemaal lezen. Een paar bundels zouden genoeg moeten zijn. Bijvoorbeeld, ik doe maar een greep, werk van Dylan Thomas, Ezra Pound, T.S. Eliot, Joseph Brodsky. Genoeg om je je leven lang bezig te houden.

Concentratiekamp Neuengamme Beeld Marcel van den Bergh

Op het ogenblik ben ik doende een zo autobiografisch mogelijk verhaal over de oorlog te schrijven. Ik citeer eruit: 'Nu ik oud ben komt de oorlog elke dag bij me terug. Het zijn de belangrijkste jaren van mijn leven geweest. Ze hebben me voorgoed gevormd.'

Ik schrijf natuurlijk ook over mijn vader, de dichter Jan Campert, die begin 1943 om het leven kwam in het concentratiekamp Neuengamme. Niet lang voor zijn dood schreef hij de reeks Sonnetten voor Cynara. Ze staan in de Verzamelde Gedichten (Uitg. Stols, 1947). Een gedicht eruit:

Hierop ben ik dan voortaan aangewezen:

dit klein bestek van bed en kabinet,

het duister waar niemand op mij let

en ik alleen ben met mijn vreugde en vreezen.

Als met den nacht de sterren zijn gerezen

de maan zich aan de hemelkoepel zet,

begint de samenspraak, die onverlet

voortduurt en mij voor even doet genezen.

Sterren en duister en de stille woorden

tot de gedroomde aan mijn rechterzij,

een teederheid die zij zelfs niet verstoorde,

want die geen tweede aanwezigheid verdraagt,

totdat de dag zich gruwlijk wreekt aan mij,

mijn Schikgodin, die in het Oosten daagt.

Genoeg (enfin, nooit genoeg) over mijn vader.

Dichtbundels kunnen soms wonderlijke titels dragen. Neem een bundel van Frank Koenegracht. Die heet Een gekke tweepersoonswesp (De Bezige Bij, 1971). Hieruit: Men kan zich...

Men kan zich in een vreemd land bv/ nutteloos gaan uitsloven, zich gaan/ bedienen van de taal en zelfs praat/ uitlokken in de openbare vervoermiddelen/ om erger te voorkomen./ Ik herhaal: men kan zich natuurlijk best/ nutteloos gaan uitsloven. Maar kijkend/ uit de ramen wandelen er slechts enkele/ goed uitziende heren door de straat./ Zij bezitten zoveel voeten dat zij/ onmogelijk kunnen omwaaien, maar ze/ bewegen zich te snel om nuttig gebruik/ te kunnen maken van hun luwte. Men kan/ zich in een vreemd land nutteloos gaan uitsloven'.

Als toegift nog een gedicht van mezelf, Gemompel:

Hoe duidelijker ik 't wil zeggen

hoe slechter ik uit mijn woorden kom/ dit lijkt me een typisch verschijnsel /van het een of ander.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden