Analyse

Hoe Dijsselbloem en zijn collega's besloten waar de eerste miljarden van het Nationaal Groeifonds heengaan

Jeroen Dijsselbloem en zijn negen collega’s hebben hun eerste Sinterklaasoptreden achter de rug. Zij trakteerden vrijdag voor het eerst uit de nieuwe snoeppot van de Rijksoverheid: het Nationaal Groeifonds. De commissieleden mochten 4 miljard euro vergeven, maar de vijftien gegadigden wilden 24,4 miljard euro hebben. Slecht drie van hen krijgen alles wat ze willen; vijf anderen ontvangen geen rooie cent.

Een van de grote investeringen van het Nationaal Groeifonds: het doortrekken van de Noord/Zuidlijn. Beeld Raymond Rutting Photography / de Volkskrant
Een van de grote investeringen van het Nationaal Groeifonds: het doortrekken van de Noord/Zuidlijn.Beeld Raymond Rutting Photography / de Volkskrant

Het Nationaal Groeifonds is een idee van (ex-)minister Eric Wiebes van Economische Zaken en minister Wopke Hoekstra van Financiën. Het kabinet wil het fonds gebruiken om extra investeringen te doen die de Nederlandse economie op de lange termijn versterken. Het fondsbudget (4 miljard euro per jaar tot en met 2025, dus 20 miljard euro in totaal) moet in gelijke delen verdeeld worden over drie categorieën: onderzoek en ontwikkeling (R&D), fysieke infrastructuur en onderwijs.

De commissie van wijzen, onder leiding van oud-minister Dijsselbloem, beoordeelt alle projecten om het kaf van het koren te scheiden. Het kabinet kan dit onafhankelijke expertadvies overnemen of verwerpen, en legt het financieringsvoorstel daarna voor aan de Tweede Kamer. Het parlement kan vervolgens ook weer zijn eigen afweging maken en is dus niet verplicht het geld te verdelen zoals Dijsselbloem adviseert.

Politiek handjeklap

Hoekstra en Wiebes hebben de projectselectie uitbesteed aan een onafhankelijke commissie om politiek handjeklap te voorkomen en om de invloed van lobbygroepen te verminderen. Dit moet voorkomen dat het Nationaal Groeifonds dezelfde kant op gaat als het Fond Economische Structuurversterking (FES) een aantal jaren geleden. De FES-miljarden werden voor een groot deel verspild aan dure politieke hobbyprojecten, waarvan de maatschappelijke baten achteraf dubieus bleken. Een goed voorbeeld is de Betuwelijn. Die goederenspoorlijn naar Duitsland zou er bovendien ook zonder het FES wel gekomen zijn.

Een onafhankelijke beoordeling van de projectvoorstellen moet voorkomen dat ook het geld uit het Groeifonds slecht besteed zal worden. In de eerste uitdeelronde lijkt die opzet geslaagd. Het Centraal Planbureau (CPB) en de commissie-Dijsselbloem hebben hun projectselectie uitvoerig onderbouwd. Ze hebben er externe deskundigen bijgehaald om de soms zeer technische voorstellen goed te kunnen beoordelen. De bijgeleverde rapporten laten zien dat de commissie scherp heeft gelet op de onderbouwing van de projectvoorstellen. Voorstellen die gebaseerd zijn op opportunistische redeneringen en rammelende berekeningen, zijn er genadeloos uitgefilterd.

Prijzencircus

Hoewel de commissie in absolute bedragen het meeste geld uittrekt voor infrastructuur (ruim 2,5 miljard euro) is dat maar 15 procent van het gevraagde bedrag. Bijna al het geld gaat naar twee spoorprojecten in de Randstad. De eerste is het doortrekken van de Noord/Zuidlijn van Amsterdam-Zuid naar Schiphol en Hoofddorp; de andere het verbeteren van de spoorverbinding tussen Delft en Schiedam.

Drie van de zes ingediende infrastructuurprojecten vangen bot bij de beoordelingscommissie. Een vierde wordt afgescheept met 30 miljoen euro, terwijl de indieners 1 miljard euro wilden hebben. Voor de drie projectvoorstellen uit de onderwijs-categorie is de oogst nog magerder: Dijsselbloem en consorten kennen slechts 4 procent van het gevraagde bedrag toe.

De categorie ‘onderzoek en ontwikkeling’ is de grote winnaar van het prijzencircus. De beoordelingscommissie honoreert drie van de zes ingediende aanvragen volledig en twee anderen voor een heel groot deel. Slechts één aanvrager staat met lege handen. De projecten die volledige financiering mogen verwachten zijn de ontwikkeling van quantumtechnologie en twee innovatieprojecten in de gezondheidszorg.

Subsidiepotten

Ondanks deze zorgvuldige afweging zijn sommige kritiekpunten tegen het Nationaal Groeifonds niet weggenomen. Zo is het nog steeds de vraag wat het fonds nou eigenlijk toevoegt aan de geldpotten die er al zijn. Er zijn bijvoorbeeld al tal van subsidiepotten en fiscale aftrekposten waarmee het bedrijfsleven (vaak in consortium met wetenschappelijke instituten) innovaties kan financieren. Een daarvan is het fonds Invest-NL dat onder leiding staat van oud-minister Wouter Bos. Maar Invest-NL verstrekt leningen en wil rendement, terwijl het Groeifonds giften uitdeelt. Hier zou dus verdringing kunnen optreden, waarbij projectindieners het eerst bij het Groeifonds proberen en pas na afwijzing bij Invest-NL. De overheid loopt dan het risico te veel geld uit te geven als het een schenking doet waar een lening ook had volstaan om het project van de grond te krijgen.

Voor grote infrastructuurprojecten is er al het Mobiliteitsfonds, dat gefinancierd wordt uit de rijksbegroting. Dus waarom is het dan nodig nieuwe ov-verbindingen uit het Groeifonds te financieren? De verlenging van de Noord/Zuid-lijn naar Schiphol zou er waarschijnlijk toch wel gekomen zijn, omdat het spoor onder Schiphol zo’n groot knelpunt is. De regionale overheden reserveerden vorig jaar al een miljard euro voor dat project: alleen de rijksbijdrage moest nog doorkomen. Het is moeilijk voorstelbaar dat het kabinet dit geld (1,5 miljard euro) niet beschikbaar zou hebben gesteld als het Groeifonds er niet was geweest. In februari trok het kabinet namelijk nog spontaan 8,5 miljard euro uit om onderwijsachterstanden weg te werken.

Maatschappelijke baten

Een van de voorwaarden die het kabinet aan het Groeifonds verbindt, is dat dit alleen investeringen doet die ‘additioneel’ zijn – en dus níet uit de reguliere begroting gefinancierd kunnen worden. Een ander probleem is het meten van de effectiviteit, zoals ook het CPB in zijn analyse van de projectvoorstellen opmerkt. Zo zijn de opbrengsten, de maatschappelijke baten, van investeringen in onderwijs notoir slecht te achterhalen. In hoeverre de welvaart in Nederland in 2040 te danken is aan de 233 miljoen euro die het Groeifonds nu in onderwijsprojecten steekt, zullen we waarschijnlijk nooit weten.

Meer over het Nationaal Groeifonds

Het kabinet heeft de eerste investeringen uit het Nationaal Groeifonds aangekondigd. 646 miljoen euro wordt direct geïnvesteerd, 3.5 miljard euro zijn voor later gereserveerd.

Het kabinet trekt 20 miljard uit voor een investeringsfonds dat projecten moet steunen op drie terreinen: fysieke infrastructuur, onderzoek en ontwikkeling en onderwijs. Voorwaarde is wel dat de projecten door niemand anders gefinancierd kunnen worden.

Invest-NL heeft eindelijk de geldpot om innovatieve bedrijven – met name in de energietransitie – een zetje in de rug te geven. Maar gaat dat wel samen met de eis van een marktconform rendement?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden