Hoe de zon opkomt boven Maas en Waal

Non-fictie Kester Freriks verkent de laatste stukjes ruige natuur in Nederland - met fraaie kaarten.

Publicaties over de natuur in Nederland stemmen doorgaans niet vrolijk. Hoeveel is er tenslotte nog van over? Gelet op de hoeveelheid asfalt die het rechtse kabinet nog over het landschap wil uitstorten, ziet de toekomst er al evenmin rooskleurig uit. Tegen deze achtergrond getuigt het van optimisme om met een boek te komen dat de lof zingt van het Nederlandse landschap en de boodschap wil uitdragen dat er nog wel degelijke 'wilde' natuur is te vinden. Als je er maar oog voor hebt.


Schrijver Kester Freriks, die regelmatig getuigt van zijn belangstelling voor het landschap en de natuur, heeft dat oog. Freriks gaat graag naar buiten, 'de bewoonde wereld uit', zoals hij het formuleert in Verborgen wildernis, waarin hij het idee wil ontkrachten dat het Nederlandse landschap louter nog lelijkheid heeft te bieden, laat staan dat er nog zoiets als wildernis zou bestaan.


De gangbare opvatting is dat Nederland geheel door mensenhanden is gemaakt. Een van de dichtstbevolkte landen ter wereld bovendien, waar vrijwel iedere vierkante meter grond een bestemming heeft. Freriks weerspreekt dit niet. De omvang en de hevigheid van de bedreigingen waaraan het landschap bloot staat, zijn zelfs groter dan ooit, 'niemand kan daar de ogen voor sluiten'.


Verborgen wildernis is het verslag van de opdracht die Freriks zichzelf had gesteld om voorbeelden te vinden van het tegendeel, van plaatsen waar nog wel degelijk 'wildernis' is te vinden, plaatsen waar, als de mens zich terugtrekt, de natuur over voldoende vitaliteit en veerkracht blijkt te beschikken om het verloren terrein te heroveren.


Eeuwenlang was natuur synoniem met onherbergzaam land dat wachtte om getemd te worden. Nu er bijna geen wildernis meer over is, moet er juist nieuwe wildernis - 'nieuwe natuur' - komen. 'Een eeuw geleden diende het ontginnen van wildernis de beschaving. Nu staat het scheppen van wildernis gelijk aan beschaving.'


Bekende voorbeelden zijn de Oostvaardersplassen en het eiland Tiengemeten. Maar ook het Beekbergerwoud komt misschien terug. Dit laatste Nederlandse 'oerbos', niet ver van Apeldoorn, werd tussen 1869 en 1871 ontgonnen. Inmiddels is het gebied eigendom van Natuurmonumenten, die probeert de oorspronkelijke omstandigheden te herstellen. Naar het lijkt met succes.


Kester Freriks is zich ervan bewust dat er 'onnoemelijk veel' (ook door hemzelf) over het Nederlandse landschap is geschreven. Toch is Verborgen wildernis meer dan een zoveelste natuurboek. Niet in de laatste plaats doordat Freriks zijn ode aan het Nederlandse landschap in een literaire vorm heeft gegoten en zich verre houdt van een poging alle natuurgebieden met hun ecologische bijzonderheden nog eens op een rijtje te zetten of een opsomming te geven van alle bedreigingen.


In plaats daarvan neemt hij de lezer mee langs tientallen over het land verspreide voorbeelden die in zijn ogen aantonen dat de frase 'Nederland kent geen wildernis' ons landschap tekort doet. Een jaar lang doorkruiste hij de provincies, op zoek naar 'wildernis', waarbij zijn eigen - onmiskenbaar romantische - visie op dit begrip belangrijker was dan willekeurig welke natuurwetenschappelijke definitie.


Daarvan getuigen ook de zijsprongen naar de 'stedelijke jungle' van de Amsterdamse binnenstad en de 'industriële wildernis' van de Maasvlakte. In de Kop van Noord-Holland probeert hij daarentegen juist de schoonheid van het 'doordachte' land, als product van de strijd tegen het water, in woorden te vangen. In die zin moet het begrip wildernis niet al te letterlijk worden genomen.


Het doet weinig af aan zijn vaak meeslepende beschrijvingen, waarin de seizoenen, het weer en het tijdstip waarop hij een bepaalde plaats bezoekt een belangrijke rol spelen in de beleving van het landschap. Zo zien we met hem op een schitterende voorjaarsdag de zon opkomen boven de samenvloeiing van de Waal en de Maas en is het snijdend koud bij een bezoek aan de Groningse veenkoloniën.


Er is nog een reden waarom Verborgen wildernis er uitspringt. De prachtige vormgeving - in dat opzicht ook een lofzang op het papieren boek - biedt geen gelikte kleurenfoto's, maar tientallen fragmenten van oude, meest achttiende en negentiende eeuwse kaarten, die mede Freriks' inspiratiebron vormden bij het selecteren van de in totaal 25 streken en plaatsen.


Wat is er nog over van het landschap van toen? Wat leren deze kaarten ons over de geschiedenis van het landschap? Voor dit cartografische onderdeel heeft Freriks zich laten bijstaan door Jan Werner, conservator kaarten en atlassen van de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, die de gekozen kaartfragmenten steeds van een toelichting voorziet.


Freriks maakt er geen geheim van dat hij zich heeft laten inspireren door de Britse auteur Robert MacFarlane, die eerder in The Wild Places op zoek ging naar de wildernis in Engeland en Schotland. Maar evengoed klinkt de stem door van Jac. P. Thijsse, die begin vorige eeuw een onschatbare bijdrage leverde aan de herontdekking van het Nederlandse landschap.Willem de Bruin


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden