Analyse

Hoe de VS het in 1982 moesten ontgelden toen vier Nederlandse journalisten werden vermoord in El Salvador

Demonstratie voor het Amerikaanse consulaat op het Museumplein naar aanleiding van de vier vermoorde Nederlandse IKON-journalisten in El Salvador. Beeld ANP

In 1982 werden vier Nederlandse IKON-journalisten in El Salvador doodgeschoten door het Salvadoraanse leger.  36 jaar later spoort onderzoeksprogramma Zembla het brein achter de moord op, een inmiddels 79-jarige kolonel. In Nederland richtte de woede over de moord zich destijds vooral op de Verenigde Staten. 

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

‘Ze zijn in koelen bloede vermoord.’ Lejo Schenk, eindredacteur van het actualiteitenprogramma Kenmerk, kwam meteen tot dit stellige oordeel nadat de tijding van de dood van vier IKON-journalisten in het door burgeroorlog geteisterde El Salvador hem had bereikt. Volgens het Salvadoraans regime waren de vier Nederlanders en hun begeleiders op 17 maart 1982 ongelukkigerwijs verzeild geraakt in een vuurgevecht tussen het leger en opstandelingen – die per definitie als communisten werden aangemerkt. Maar Schenk wist beter: ze waren in een hinderlaag gelokt en moedwillig om het leven gebracht.

Schenk, die nog steeds gebukt gaat onder de zaak, verwoordde de stemming in den lande – al kon het ongelukkige kabinet-Van Agt II zich zoveel stelligheid in eerste instantie niet veroorloven. En de woede over de meervoudige moord – waarvan de toedracht elf jaar later door een Waarheidscommissie van de VN werd bevestigd – richtte zich niet zozeer op El Salvador, maar op de Verenigde Staten, die het regime van president José Napoléon Duarte en diens strijd tegen veronderstelde communisten van harte steunden. ‘Houston ligt dichter bij El Salvador dan bij Washington’, zei de Amerikaanse president Ronald Reagan ter rechtvaardiging van zijn beleid. ‘Midden-Amerika ís Amerika.’

De inmiddels 79-jarige Salvadoraanse kolonel Mario Reyes Mena,die in 1982 de moord op de journalisten beraamde, hier links op de foto, woont tegenwoordig in de Verenigde Staten. Beeld Zembla

Vijf witte kruisen

Voor het Amerikaanse consulaat aan het Museumplein in Amsterdam werden daags na de dood van de journalisten dan ook vijf witte kruisen geplaatst: één voor verslaggever Koos Koster, één voor producer Jan Kuiper, één voor geluidsman Hans ter Laag, één voor cameraman Joop Willemsen en één voor de 45 duizend slachtoffers die toen al in de Salvadoraanse burgeroorlog waren gevallen (het zouden er uiteindelijk 75 duizend worden). Betogers voor wie dit allemaal wat te ingetogen was, vernielden enkele ruiten van het consulaat. De Amerikaanse regering was ernstig ontstemd over deze gewelddaden – die op dat moment vast onderdeel waren van de Amsterdamse ‘tegencultuur’. En dat werd er niet beter op toen de Nederlandse regering de aangerichte schade vergoedde, maar de kruisen ongemoeid liet omdat niet zij maar het Amsterdamse gemeentebestuur daarover ging.

De vier witte kruisen voor het Amerikaanse consulaat op het Museumplein. Beeld ANP

Dat de VS het doelwit waren van de publieke verontwaardiging was geen toeval. De regering van Ronald Reagan, die op dat moment nog op ramkoers met de Sovjet-Unie lag, was in weinig landen zo impopulair als in Nederland. De Amerikanen hadden de plaatsing van middellangeafstandsraketten in een aantal West-Europese landen, waaronder Nederland, aangekondigd. En de VS verleenden – heimelijk of openlijk – steun aan vrijwel elk land waartegen activisten te hoop liepen, van Zuid-Afrika tot Chili. De Cubaanse leider Fidel Castro genoot brede sympathie. Net als de Zuid- en Midden-Amerikaanse guerrillabewegingen die door hem werden geïnspireerd.

Objectief, niet neutraal

Koos Koster en Jan Kuiper, twee van de omgebrachte IKON-journalisten, hadden nooit een geheim gemaakt van hun gezindheid tegenover de door de VS gestutte regimes. In hun werk streefden zij objectiviteit na, maar zeker geen neutraliteit. ‘Hoe kun je neutraal zijn als je een soldaat een kind hebt zien doodschieten’, zei een van hun collega’s in de maandag uitgezonden Zembla-reportage over de moorden in El Salvador. Koster – die ooit theologie had gestudeerd – en Kuiper hadden dan ook niet het gevoel tegen hun beroepsethiek te zondigen toen zij in 1981 een advertentie opstelden waarin werd opgeroepen de verzetsbeweging in El Salvador van wapens te voorzien. Geen enkele krant heeft de advertentie overigens willen plaatsen. ‘Koster en Kuiper waren zinnebeelden van de gezindheidsjournalistiek, de stroming die het journalistieke werk in dienst stelde van een linkse of emanciperende maatschappijhervorming’, schreef Huub Wijfjes in zijn standaardwerk Journalistiek in Nederland, 1850-2000.

De IKON-journalisten Koos Koster, Jan Kuiper, Joop Willemse en Hans ter Laag . Beeld vk

Als toenmalig chef Binnenland van het NOS Journaal had Ad van Liempt naar eigen zeggen betrekkelijk weinig last van deze ‘pamflettistische’ journalistiek. ‘Ik was pas net in dienst van het NOS Journaal toen die vreselijke gebeurtenis in El Salvador het nieuws domineerde. Ik kan mij niet herinneren dat toen binnen de redactie stemmen opgingen voor een stellingname tegen Amerika. Toch krijg je in een situatie waarin de emoties zo hoog oplopen altijd kritiek. Zo wekten wij het misnoegen van Amerika-sympathisanten door een verbrande Amerikaanse vlag te tonen. Aan de andere kant werd ons verweten dat we te lief waren voor de Amerikanen. Als beide kampen elkaar in evenwicht houden, heb je het goed gedaan, denk ik dan.’

Journalist Koos Koster die met drie collega's van de IKON in El Salvador werd vermoord. Beeld ANP

Slapeloze nachten

Later, als chef van het actualiteitenprogramma Nova, zijn de gedachten van Van Liempt nog weleens teruggegaan naar de moorden in El Salvador, en dan met name naar de afschuwelijke positie waarin Lejo Schenk zich als opdrachtgever van de IKON-ploeg heeft bevonden. ‘Ikzelf heb daar slapeloze nachten van gehad ten tijde van de belegering van Sarajevo: mag ik mijn mensen blootstellen aan de grote risico’s die ze daar lopen?’

De vier IKON-journalisten waanden zich in El Salvador overigens betrekkelijk veilig. Koos Koster had jaren in het gebied gereisd en gewerkt. Geluidsman Hans ter Laag schreef aan zijn vriendin: ‘De jongens schieten gericht, dus ons kan niets overkomen.’ Zelfs regime-kritische Salvadoranen konden zich niet voorstellen dat het leger buitenlandse journalisten zou vermoorden. Volgens hun Duitse collega Armin Wertz, die hen tegen betaling van 100 dollar naar de plek bracht waar zij guerrillastrijders zouden ontmoeten, gingen ze in een opgewekte stemming hun dood tegemoet.

Koos Koster en Jan Kuiper op een terras. Beeld Anoniem (copyright VK)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.