Hoe de triomf een nederlaag werd

De eerste Golfoorlog werd een klinkende zege voor de Amerikanen. Achteraf bleek Bush sr. een blunder te hebben begaan, waardoor Bush jr....

Het is op de ochtend van de 26ste februari 1991. Op het Witte Huis komt president George Bush sr. bijeen met zijn belangrijkste adviseurs. Onder aanvoering van de Amerikanen snijdt de geallieerde strijdmacht in Koeweit met hoge snelheid door de Iraakse linies. Iedereen in de Oval Office is opgetogen, trots en opgelucht. Colin Powell, voorzitter van de verenigde chefs van staven, zegt dat het genoeg is geweest. De geallieerden richten een enorme verwoesting aan onder het vluchtende Iraakse leger. Powell adviseert te stoppen. De volgende dag kondigt Bush een staakt-het-vuren af.

Daar moet de familie Bush nu spijt van hebben.

Want het werk was niet af. Niet dat de Amerikanen hadden willen doormarcheren naar Bagdad. Het mandaat van de Verenigde Naties voorzag alleen in de bevrijding van Koeweit, niet in de verovering van Irak. Weliswaar wilde Bush af van Saddam, maar hij hoopte dat de Irakezen na het militaire echec zelf zouden afrekenen met zijn opponent.

Dat had gekund. Maar dan hadden de Amerikanen niet vier divisies van de Republikeinse Garde moeten laten ontsnappen. De bedoeling was geweest de Iraakse bezettingsmacht in Koeweit te omsingelen en uit te schakelen, maar door het staakt-het-vuren van Bush werd de zogeheten pocket bij Basra niet gesloten. Dat was, zo zei een Amerikaanse officier in een Newsweek-reconstructie, een 'blunder' à la Hitlers besluit de opmars naar Duinkerken te stoppen (waardoor het Britse leger kon worden gered).

Tot op de dag van vandaag is de toedracht van Bush' handelwijze nooit helemaal opgehelderd. Was het de fog of war, waardoor ze niet wisten dat de omsingeling niet was voltooid? Of wist generaal Schwarzkopf wel degelijk dat de weg naar Basra nog open was, maar heeft hij dat nooit doorgegeven? Nu konden de Irakezen ontkomen, met helikopters en ruim achthonderd tanks. Twee divisies gingen meteen door naar Bagdad, terwijl de twee overige divisies werden ingezet bij het bloedige neerslaan van de shi'itische opstand in Zuid-Irak bij Basra.

Wat zou er gebeurd zijn als de Iraakse divisies vernietigd waren? Zouden de opstanden van de shi'ieten in het zuiden en de Koerden in het noorden dan niet zijn onderdrukt en zou Saddam dan ten val zijn gekomen? Dat is niet zeker, maar de kans was er geweest.

Die kans ging nu voorbij, reden waarom Amerikaanse militairen een jaar na Desert Storm voorspelden dat 'we er binnen drie tot vijf jaar weer in moeten gaan'.

Het zijn er uiteindelijk twaalf geworden.

Wat in 1991 verzuimd werd, moet in de tweede Golfoorlog alsnog worden goedgemaakt. Koeweit werd bevrijd, maar daarmee was de wortel van het probleem niet aangepakt. Dat Amerikaanse besef werd de afgelopen maanden versterkt door de hardnekkige weigering van Bagdad zijn volledige medewerking te geven aan de VN-wapeninspecteurs. Daarom zegt de Amerikaanse regering nu: Saddam is de bron van de moeilijkheden - hij moet weg. Al het andere is symptoombestrijding.

De Amerikanen zijn daar inmiddels van overtuigd. Dat is ook wat een terugblik pikant maakt: er wordt gekeken met de ogen van nu, en die zien soms iets anders dan wat we toen zagen. Het perspectief verschuift met het verstrijken der jaren. Details worden hoofdzaken, overwinningen worden nederlagen en vice versa. De luchtoorlog begon op 17 januari 1991, de grondoorlog op 24 februari. In 43 dagen was het gepiept. Het grondoffensief duurde slechts honderd uur.

Het was een verpletterende militaire overwinning, maar op het hogere politieke niveau had zij nauwelijks effect. Ondanks naar schatting honderdduizend Iraakse doden bleef Saddam aan. Clausewitz zou hem daarom waarschijnlijk de strategische overwinning hebben toegekend, provoceerde de polemoloog Hylke Tromp destijds.

Zijn stelling ging wat ver, maar het feit dat de Amerikanen zover zijn dat ze een herhaling van Desert Storm willen, onderstreept dat ze de zege van 1991 achteraf niet toereikend vinden.

Er komt een tweede Golfoorlog. Toekomstige historici zullen er misschien op terugkijken als één oorlog, onderbroken door een twaalfjarig bestand. Dat loopt nu ten einde. De Amerikanen gaan in 2003 verder op het punt waar ze in 1991 gestopt waren. Dat maakt terugkijken extra intrigerend.

Te zien is dat een oorlog soms dingen blootlegt die we niet wisten. Bijvoorbeeld dat Bagdad niet vijf tot tien jaar verwijderd was geweest van een kernwapen, maar hooguit achttien maanden. Wat zal er straks naar boven komen?

Zeker is dat er in een oorlog altijd verrassingen zijn. Dat maakt voorspellen tot een hachelijke onderneming. De Amerikaanse senator Edward Kennedy voorspelde een lange oorlog met zevenhonderd Amerikaanse doden per week. Anderen voorzagen een enorme stijging van de olieprijs tot wel tachtig dollar per vat. De Arabische wereld zou exploderen door de bommen op een islamitisch land. In werkelijkheid vielen er 231 doden aan geallieerde zijde, stond de olieprijs tegen het eind van de oorlog op negentien dollar per vat, bleek de Arabische schakel in de geallieerde coalitieketen niet de zwakste.

Niets zo leuk als het teruglezen van weinig trefzeker gebleken taxaties van 'leunstoelstrategen'. Maar aan het niet uitkomen van de grootste nachtmerriescenario's mag ook weer niet al te veel houvast worden ontleend voor de komende oorlog. Ook in 1991 waren er momenten dat het goed mis had kunnen gaan. Beklemmend spannend was het toen Iraakse Scud-raketten op Israël werden afgevuurd, een CNN-verslaggever met gasmasker op daar zeer nerveus verslag van deed, niemand wist wat voor lading de raketten hadden en iedereen zich angstig afvroeg of de Israëliërs tot vergelding zouden overgaan. Dan waren de Arabische landen mogelijk uit de coalitie gestapt en was Saddam er indirect in geslaagd met de Scuds een nieuwe Israëlisch-Arabische oorlog te ontketenen. De Amerikanen wisten Israël echter in toom te houden, maar het was kantje-boord.

Een breuk in de coalitie had de oorlogsinspanningen sterk kunnen compliceren. De overtuigingskracht van de toenmalige Amerikaanse regering voorkwam dat echter. Dat was te danken aan de diplomatieke gaven van vader Bush en aan het feit dat er na de val van de Muur goede persoonlijke banden waren ontstaan tussen de wereldleiders: Bush, Gorbatsjov, Thatcher, Kohl en Mitterrand. Wat dat laatste betreft, waarschuwde Kissinger al in 1991 tegen het idee dat dit patroon in de toekomst zou kunnen worden herhaald.

Hij heeft gelijk gekregen. Ook omdat zoon Bush in tegenstelling tot zijn vader geen diplomaat is. Er is nu geen coalitie van bijna dertig landen. Amerika staat er vrijwel alleen voor. Ook destijds was er discussie: zou Saddam niet met sancties gedwongen moeten worden zich terug te trekken uit Koeweit? Maar uiteindelijk werd de oorlogsoptie vrij algemeen aanvaard.

Ditmaal niet, waarschijnlijk omdat er toen het onomstotelijke feit lag dat Saddam met de inlijving van het buurland Koeweit het VN-handvest had geschonden. Nu wordt er gesproken over de mogelijkheid dat Saddam zijn tegenstanders weer zal bedreigen. Dat wordt als een minder duidelijke casus belli gezien en kan veel mensen niet over de drempel van hun afkeer van oorlog heen helpen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden