Hoe de tolerantie valt te redden

In de gemakzuchtige variant van tolerantie onderstreept de welwillendheid waarmee anderen hun dwalingen worden gegund vaak het eigen gelijk: 'Zij zijn dogmatisch, wij zijn tolerant.' Een pleidooi daarom voor scepsis ten opzichte van de eigen feilbaarheid....

door Pieter Hilhorst

Anne Frank is een dame op leeftijd die met een prachtige grijze lok en een half brilletje op het puntje van haar neus een fragment leest uit haar dagboek. John F. Kennedy is een beminnelijke oude man in een rolstoel. Bij Steve Biko is de woede, ondanks het verstrijken van de jaren, niet verdwenen. Fel kijkt hij de camera in. Dan volgt de boodschap: 'In een tolerante maatschappij zouden zij nog in leven zijn.' Tot slot loopt een jongeman door Amsterdam. 'Het gaat gewoon om een beetje respect', zegt hij. 'Joes, 30 jaar' staat eronder. Het is een flitsende eigentijdse reclamecampagne van Tolerance Unlimited.

Toch wringt er iets. Kan de dood van Joes Kloppenburg wel op een lijn worden gezet met die van Anne Frank, John F. Kennedy en Steve Biko? Kloppenburg was immers niet het slachtoffer van een racistische ideologie of van politiek geweld. Hij werd gedood in een ordinaire ruzie die eigenlijk nergens over ging. Van conflicterende waarden en normen was immers geen sprake. Nuchter vinden de moordenaars ook dat je mensen niet in elkaar mag slaan, laat staan ze dood mag trappen. Tolerantie is zo niets meer dan een prettig hulpmiddel om je aan het zesde gebod te houden: 'Wind je niet op, dan kom je ook niet in de verleiding om iemand zijn kop in te slaan.'

Hoe anders was dat toen John Locke A letter concerning toleration schreef in december 1685. In Frankrijk was het Edict van Nantes ingetrokken. De godsdienstvrijheid die aan de Hugenoten werd toegestaan, was van de baan. De Franse calvinisten waren weer vogelvrij en vluchtten en masse naar Nederland.

Godsdienstige verschillen werden alom als onverdragelijk ervaren. Ook door Locke. Het blijft volgens hem de taak van een goed christen dissenters op het juiste spoor te krijgen. Hij betwist echter dat daarbij alle middelen zijn geoorloofd. Pluriformiteit is bij Locke geen waarde op zich. Het tolereren van andersdenkenden is voor hem tweede keus. Liever had hij gezien dat iedereen uit vrije wil de ware kerk koos. Het met geweld bestrijden van de verschillen is echter een medicijn dat erger is dan de kwaal.

Anno 2001 bestaan in Nederland echter amper onverdragelijke verschillen. In een enquête die is afgenomen door Tolerance Unlimited onderschrijft 87 procent van de jongeren tussen 12 en 18 jaar dat het goed is in een multiculturele samenleving te leven omdat je kunt leren van elkaars cultuur. Slechts 6 procent is het daarmee oneens. 85 procent van de jongeren heeft vrienden met een andere huidskleur. Van een clash of civilisations is geen sprake.

Het heeft altijd iets aandoenlijks als Pim Fortuyn zich opwerpt als fiere verdediger van het principe van de scheiding tussen kerk en staat. Er bestaat namelijk geen islamitische actiegroep die ijvert voor het tegendeel. Dat wil niet zeggen dat er geen culturele gebruiken zijn die op gespannen voet staan met de wet, zoals vrouwenbesnijdenis of eerwraak. Maar zelfs dan is de overeenstemming over het Nederlandse rechtsstelsel groot. De culturele achtergrond van de schietpartij in Veghel was eerder reden voor strafverzwaring dan voor strafverlichting.

Vreemd genoeg maakt echter juist dit ontbreken van felle tegenstellingen tolerantie kwetsbaar. Bij Locke is tolerantie een minimaal ideaal. Het is een oproep tot terughoudendheid om erger te voorkomen. Zonder dreiging van godsdiensttwisten en racistisch geweld verliest dit ideaal zijn relevantie.

De verleiding is groot het minimale ideaal in te ruilen voor een maximaal ideaal. De afgelopen jaren is dat veelvuldig gedaan door zowel pleitbezorgers van een multiculturele als van een kleurenblinde samenleving. In beide benaderingen verliest tolerantie met zijn ingebakken pragmatisme zijn glans.

De stichting die het filmpje heeft gemaakt, koestert ook een maximaal ideaal. De stichting heet niet voor niets Tolerance Unlimited. De verdraagzaamheid moet onbegrensd zijn. We mogen pas tevreden zijn als alle vooroordelen zijn weggewassen. De makers laten Joes ook praten over 'respect'. Respect vergt echter veel meer dan iemand niet vermoorden om zijn opvattingen.

Wie wil er nou getolereerd worden? Respect vereist dat verschillen niet alleen worden getolereerd, maar ook erkend. Maar wanneer is een verschil in culturele achtergrond, sekse of seksuele voorkeur relevant? Het erkennen van verschillen en het overdrijven van verschillen liggen dicht bij elkaar. Wie te snel van een ander een Ander maakt die hij o zo welwillend tegemoet wil treden, bezondigt zich aan de stereotypering die hij juist wil bestrijden.

De filosofe Baukje Prins noemt dit het probleem van de dubbele binding. De opdracht is paradoxaal: 'Vergeet dat ik zwart/joods/islamiet/homo/vrouw ben' en 'vergeet nooit dat ik zwart/joods/islamiet/homo/vrouw ben'. Deze dubbelzinnige opdracht is het spiegelbeeld van waar de migrant of de buitenstaander mee te maken krijgt. Soms geldt 'doe maar gewoon' terwijl op andere momenten weer een krachtig verschil wordt gemaakt.

Maar zelfs iets bescheidener invullingen van de eis tot respect lopen al snel vast. Respect voor elkaar hebben, betekent dat ieders mening evenveel waard is, maar dat doet alweer onrecht aan sommige meningen. Een voorbeeld. Mijn buurjongetje Yassir heeft een groot hoofd. Hij wordt daar vaak om gepest. Op een middag op het plein voor de deur is het weer zo ver. In tranen vlucht hij mijn armen in, weg van de mispunten die hem uitschelden. Noar, zijn oudere zus troost hem: 'Met jouw hoofd is niets mis, want dat hoofd heb jij van Allah gekregen.'

Ik val haar bij: 'Inderdaad Yassir, luister naar je zus. Ze zegt dat je dat hoofd van Allah hebt gekregen, dus laat die jongens maar praten. Trek je er niets van aan.' Noar, zijn zus, corrigeert me: 'Ik zeg niet dat hij dat hoofd van Allah heeft gekregen, hij heeft het van Allah gekregen.' Ze is pas 9 jaar oud, maar heeft mijn seculiere vertaling van haar opmerking onmiddellijk in de smiezen. Voor haar is het niet een opvatting zoals iedereen zijn opvattingen heeft, maar de Waarheid. Als kind dat met een hoofddoek naar school gaat, weet ze maar al te goed wat het betekent gelovig te zijn in onze seculiere maatschappij. Ze heeft een fijne antenne voor de neerbuigendheid waarmee atheïsten gelovigen hun dwaling gunnen.

Juist door de eisen op te schroeven en te verlangen dat iedereen al zijn vooroordelen wegwast, verschillen erkent zonder ze vast te leggen en alle meningen respecteert zonder ze te reduceren tot persoonlijke opvattingen, krijgen de pleitbezorgers van een waarlijk multiculturele samenleving de deksel op hun neus. De oproep tot respect is in de praktijk vooral een aansporing anderen zoveel mogelijk te vermijden. Tolerantie wordt onverschilligheid (je gaat je gang maar zolang ik er geen last van heb) of bevoogding (jij moet gewoon in Allah blijven geloven hoor).

Pleitbezorgers van een kleurenblinde samenleving hebben terecht de aanval geopend op het politiek correcte denken waarin een taboe rustte op alles wat minderheden in een negatief daglicht plaatste. Ze stellen dat juist dit 'doodknuffelen' van minderheden getuigde van gebrek aan respect. Een ander serieus nemen betekent juist dat je ook kritiek op zijn standpunten en overtuigingen mag uitoefenen. Het devies werd: 'Ik neem ze serieus, dus maak ik ruzie.'

De pleitbezorgers van een kleurenblinde samenleving hebben echter ook een maximaal ideaal. Zij geloven immers dat alle meningsverschillen kunnen worden uitgevochten als de gevoeligheden maar worden opgeruimd, zoals de angst voor racist te worden uitgemaakt. Ook voor hen is tolerantie verdacht. Het is een excuus de andere kant op te kijken als er iets gebeurt dat niet door de beugel kan (het hoge percentage Turken en Marokkanen van boven de veertig dat arbeidsongeschikt is, bijvoorbeeld).

Pleitbezorgers van een kleurenblinde samenleving stellen dan ook graag de vraag wanneer tolerantie ophoudt. Hoe ver moet je gaan met het toestaan van andere gewoonten als die een schending inhouden van de gelijkheid tussen de seksen? Het zoeken naar de grenzen van de tolerantie is echter misleidend. Het suggereert een tegenstelling tussen universele beginselen en particuliere praktijken. Dat kan gemakkelijk leiden tot een zekere zelfingenomenheid.

Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau, heeft geschreven dat de multiculturele samenleving in feite neerkomt op 'onze waarden en normen en hun eten en muziek'. De aanhangers van een kleurenblinde samenleving hebben geen oog voor machtsverschillen en gaan ervan uit dat de kracht van het argument de doorslag geeft. Veel van 'onze' gewoonten zijn echter helemaal niet universeel, maar tamelijk willekeurig.

En juist om die willekeurige gewoonten draaien veel van de conflicten. Het onbereflecteerd vasthouden aan die tamelijk willekeurige gewoonten en impliciet verwachten dat anderen zich daaraan zullen aanpassen, kan gemakkelijk leiden tot alledaags racisme. Maar voor het thematiseren daarvan is bij de pleitbezorgers van de kleurenblinde samenleving geen ruimte. Ze zijn te bevreesd dat dit leidt tot verkrampte verhoudingen.

Hoe valt de tolerantie te redden ten overstaan van deze twee maximale idealen? Daarvoor moeten we terug naar tolerantie als minimaal ideaal. Waarom is het zinnig bij het uitvechten van conflicten sommige middelen niet in te zetten of zelfs het eigen oordeel in te slikken? In plaats van de vraag te stellen wanneer tolerantie ophoudt, moeten we nadenken over wanneer tolerantie begint. In navolging van Locke geloof ik dat de basis van tolerantie gezocht moet worden in het besef van de eigen feilbaarheid.

Een tolerantie die gebaseerd is op scepsis mist de neerbuigendheid die een gemakzuchtige tolerantie aankleeft. In de gemakzuchtige variant onderstreept de welwillendheid waarmee anderen hun dwalingen worden gegund vaak het eigen gelijk: 'Zij zijn dogmatisch, wij zijn tolerant.' Zo wordt de mogelijkheid dat het eigen standpunt wellicht aan herziening toe is, bij voorbaat uitgesloten. Het devies 'ik neem ze serieus, dus ik maak ruzie' is veelzeggend. Het ongelijk van de ander staat blijkbaar buiten kijf.

Scepsis is overigens niet hetzelfde als relativisme. Het betekent niet dat elke mening evenveel waard is. Er zijn wel degelijk beginselen, zoals de grondwettelijke vrijheden, die het waard zijn krachtig te worden verdedigd. Een op scepsis gebaseerde tolerantie noopt ook tot terughoudendheid bij het inzetten van dwang om bepaalde goede doelen te bereiken. Het is wenselijk dat nieuwkomers Nederlands spreken, maar een liberaal die nieuwkomers wil dwingen thuis ook Nederlands te spreken, verloochent zijn eigen liberalisme.

De meeste conflicten gaan echter niet over deze beginselen en niet eens over de interpretatie ervan. Marijke Harberts geeft les aan een zwarte middelbare school. In Doe effe normaal, juf heeft ze haar belevenissen te boek gesteld. Bij het suikerfeest waren veel islamitische leerlingen afwezig geweest. Sommige leraren vinden dat dit niet getolereerd kan worden. Bij het slachtfeest moeten daarom de regels worden nageleefd. Anderen vinden dat te hardvochtig. Zij pleiten voor een pragmatische oplossing. Maar alleen sommige leerlingen toestaan te spijbelen kan ook niet.

Uiteindelijk wordt besloten op de dag van het slachtfeest een studiedag te houden. Het is een elegante oplossing, die perfect past in de op scepsis gebaseerde tolerantie. De vakantiedagen volgen namelijk niet om inhoudelijke, maar om historische redenen de christelijke feestdagen. Juist omdat het ondoenlijk is de schoolvakanties daadwerkelijk cultuurneutraal te maken - daarvoor telt Nederland te veel verschillende religies met hun eigen feestdagen - is het passend de regels niet onverkort te hanteren.

In Gemengde huwelijken, gemengde gevoelens beschrijft historica Dienke Hondius ook dat de meeste conflicten niet voortkomen uit principiële onenigheid, maar uit kleine culturele verschillen. Ze laat zien dat die vaak niet opgelost kunnen worden door ze uit te vechten. Een pragmatische benadering is beter. Het contact met de schoonfamilie verloopt beter als de eigen nieuwsgierigheid wordt ingetoomd en niet alles wordt besproken en bevraagd. In andere gevallen worden grapjes over culturele verschillen gebruikt om conflicten uit de weg te gaan.

Hondius merkt op dat vermijding soms zinnig is. Een zekere mate van hypocrisie, een beetje de oren laten hangen naar de situatie, kan heilzaam werken. Dat is precies het verschil met de maximale idealen. Daar is hypocrisie een hoofdzonde. Voor de multiculturalisten is alleen 'echt' respect voldoende en voor de aanhangers van de kleurenblinde samenleving is het nooit geoorloofd voor de goede lieve vrede kritiek in te slikken. Maar een beetje hypocrisie bevordert het sociaal verkeer en dat is uiteindelijk zowel de aanhangers van een multiculturele als van een kleurenblinde samenleving beogen.

De publicist Anil Ramdas heeft geschreven dat racisme een gebrek aan beleefdheid is. Dat is mooi gezegd. Het gaat inderdaad om het vinden van goede omgangsvormen. Makkelijk is dat niet, omdat er geen vaste regels voor bestaan. Juist door de dubbele bindingen is soms een kleurenblinde en soms juist het erkennen van verschillen noodzakelijk. Tolerantie gebaseerd op scepsis kan echter helpen de juiste omgangsvormen te vinden, omdat het een tegenwicht biedt tegen de snobistische neiging de eigen normen normaal te vinden.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden