Hoe de 'realistische droom' van Pijbes werkelijkheid werd

Door Den Haag te paaien én de gewone burger aan zijn kant te krijgen, lijkt Wim Pijbes het voor elkaar te hebben: zijn Rijksmuseum krijgt twee Rembrandts voor 160 miljoen.

Oopjen Coppit. Beeld .

De droom van Wim Pijbes, directeur van het Rijksmuseum, komt uit: twee topstukken van Rembrandt lijken terug te keren naar Nederland. Anoniem waren ze anderhalve eeuw weggeborgen bij een Franse bankiersfamilie, maar nu maken ze een spectaculaire rentree, als 'broer en zus van de Nachtwacht'.

Het Rijk betaalt de helft van de aankoopprijs van 160 miljoen euro. Dat dit is gelukt in tijden van aanhoudende cultuurbezuinigingen, is te danken aan het nieuwe verhaal dat Pijbes de afgelopen maanden wist te creëren rond de kunstwerken. De huwelijksportretten die Rembrandt in 1634 schilderde van het welgestelde paar Maerten Soolmans (23) en Oopjen Coppit (21) waren tot voor kort bij het grote publiek onbekend.

Dit is niet zomaar kunst, maar nationaal erfgoed - daarvan is iedereen in politiek Den Haag de afgelopen weken doordrongen geraakt, dankzij de niet aflatende marketinginspanningen van Pijbes.

Matthijs Erdman, kunstadviseur

'De prijs is niet relevant als zulke kunstwerken op de markt komen. Bovendien is 160 miljoen euro helemaal niet zo duur voor de twee schilderijen. Om even te vergelijken: in mei is LesFemmes d’Alger, een doek van Picasso, voor 116 miljoen euro geveild.'

Identiteit

'Dit gaat niet om geld, maar om identiteit', zegt Siebe Weide, algemeen directeur van de Museumvereniging, waarbij 500 Nederlandse musea zijn aangesloten. 'Dit soort werken komt zelden beschikbaar. Ze waren in handen van particulieren en dus nooit voor het publiek beschikbaar. Een kippenvelmomentje.'

De campagne van Pijbes om de schilderijen terug naar Nederland te krijgen, begint in maart. Via een veilinghuis wordt bekend dat Gustave de Rothschild, telg uit een bekende Franse bankiersfamilie, twee werken van Rembrandt te koop aanbiedt.

De schilderijen betreffen de huwelijksportretten van de jonge Soolmans en Coppit, Amsterdamse nieuwe rijken in de 17de eeuw. Zij zijn door Rembrandt vastgelegd op levensgroot formaat - tot op dat moment een privilege van de adel. 'Megadoeken' zijn de schilderijen, zegt D66-fractieleider Alexander Pechtold, wijzend op een kamerdeur.

Henk van Os, voormalig directeur Rijksmuseum

'De schilderijen zijn een belangrijk snijpunt tussen kunst en geschiedenis. Voor het eerst liet de burgerij zich ten voeten uit afbeelden. Voordien deden enkel vorsten en veldheren dat. Als je zo’n triomf van de burgerij kunt binnenhalen, dan doe je echt wat. Dit is dan ook niet alleen belangrijk voor het Rijksmuseum, deze schilderijen behoren tot de Collectie Nederland.'

Onvervulbare wens

Ze hangen sinds 1877 in een van de panden van de familie Rothschild. Nu is het tijd dat ze definitief thuiskomen, filosofeert museumdirecteur Wim Pijbes als in juni de Miró-tentoonstelling in de tuinen van het Rijksmuseum wordt geopend.

Het lijkt een onvervulbare wens. Maar liefst 150 miljoen euro vragen de Rothschilds voor beide werken. Net als in de 19de eeuw is de kunstwereld nog steeds het speelveld van zeer vermogende particulieren. Vermogende Chinezen, verzamelaars uit Qatar - als hedendaagse nieuwe rijken willen ze maar al te graag zo'n authentieke Rembrandt bezitten.

In de Nederlandse kunstwereld groeit het deze zomer uit tot een schrikbeeld: Soolmans en Coppit, ons 17de-eeuwse erfgoed, verstopt achter de villamuren van een Arabische oliesjeik.

'De aankoop is een investering in nationale trots,' zegt Kees van der Staaij (SGP), die zich inmiddels met de meeste fractievoorzitters in de Tweede Kamer achter de aankoop heeft geschaard. 'Het zou een historische blunder zijn als deze doeken naar Saudi-Arabië zouden verdwijnen. Rembrandts horen thuis in het land van Rembrandt.'

Wilma Sütö, conservator Stedelijk Museum Schiedam

'Als de portretten op tournee gaan, zijn ze in ons museum zeer welkom. We zouden graag een tentoonstelling inrichten waarbij we de twee werken van Rembrandt tussen de reeks schilderingen De geverfde man van Karel Appel zetten. Op die manier zou een 20ste-eeuws werk met een 17de-eeuws in dialoog kunnen gaan.'

Maerten Soolmans. Beeld .

'Realistische droom'

Om dat te laten gebeuren, draait alles om een goed verhaal, is de overtuiging bij de Vereniging Rembrandt. Directeur Fusien Bijl de Vroe zegt in augustus in de Volkskrant: 'Als het verhaal goed is en iedereen gaat erachter staan, dan lukt het.'

Pijbes heeft een 'realistische droom', vertelt hij Nederland op 25 augustus: het terughalen van beide Rembrandts. 160 miljoen euro is ervoor nodig - een bedrag dat in onze kunstwereld zonder precedent is (waar de extra 10 miljoen ineens vandaan komen, is onduidelijk). Toch is hij optimistisch. 'We zitten ver in het proces. Ik kan er verder niks over zeggen. We zijn stevig bezig.'

Het verhaal krijgt vanzelf vorm: in de media worden de schilderijen van Soolmans en Coppit omgedoopt tot 'de broer en zus van de Nachtwacht' - een benaming die een feitelijke grondslag mist, want er is geen enkele inhoudelijke relatie met het beroemde schutterswerk. Het is wel een benaming die appelleert aan een gevoel van nationale trots: deze schilderijen moeten terug naar Nederland.

Bob Haboldt, kunsthandelaar gespecialiseerd in oude meesters

'Ik heb ooit zelf voor de portretten gestaan en het zijn werkelijk uitmuntende schilderijen. Ze zijn elk 2meter groot, dus als je de twee werken naast elkaar ziet, is het effect overweldigend. In de kunstwereld zitten verzamelaars te wachten op een kans zulke topwerken te bemachtigen. Omdat de twee werken exportpapieren hebben, kunnen ze wereldwijd verkocht worden, wat de prijs opdrijft. Mij lijkt 200miljoen een realistische prijs. Dat ze nu voor 160miljoen weggaan, is dus een buitenkans.'

Nationaal erfgoed

Als nationaal kunstaankoper verkent Pijbes meerdere opties. Eén daarvan is een samenwerking met het Louvre in Parijs. Het Louvre en het Rijksmuseum zouden elk voor 80 miljoen euro één doek kopen en beide werken elke vijf jaar laten rouleren tussen Amsterdam en Parijs.

Pijbes ziet het niet zitten om ons nationale erfgoed te delen met de Fransen. 'Het Rijksmuseum vond dat de schilderijen exclusief in Nederland thuishoorden', zegt Martijn Sanders, voorzitter van de Vereniging Rembrandt.

Nu is er maar één oplossing over: de Nederlandse overheid moet 80 miljoen euro bijleggen. In Den Haag ligt zo'n kunstaankoop gevoelig. Het tumult in 1998 rond de aankoop van de Victory Boogie Woogie, het laatste werk van Piet Mondriaan, is nog niet vergeten. De Nederlandsche Bank betaalde daar omgerekend 37 miljoen euro aan mee. De Tweede Kamer was buiten de overeenkomst gehouden en ontstak achteraf in verzet. Zonde van het geld, zo'n kunstwerk.

Dit keer wordt D66-fractieleider Alexander Pechtold vooruit gestuurd om de stemming te peilen. Behalve politicus is hij ook kunsthistoricus en oud-veilingmeester: de ideale man om zijn medefractievoorzitters warm te laten lopen voor de aankoop van de Rembrandt-werken.

Wim Pijbes, de directeur van het Rijksmuseum. Beeld Anke Leunissen

Op dinsdag 8 september schuiven de fractievoorzitters van alle grote partijen aan bij een 'ontbijtochtend' in het Mauritshuis in Den Haag. Geert Wilders van de PVV is er niet, maar heeft laten weten dat hij zich niet tegen de aankoop zal verzetten. 'Ik loop hier al lang rond, maar ik heb in al die jaren niet zo'n eensgestemde Kamer gezien', zegt Pechtold.

Minister Dijsselbloem (Financiën) heeft al laten weten: er is budget.

'Het is bijzonder hoe groot de politieke eendracht is', zegt Weide van de Museumvereniging. 'De Kamer vraagt de minister dit mogelijk te maken. De Kamer wordt dus niet voor een voldongen feit gesteld, integendeel.'

De gewone burger

Wel moet er geld bij: het Rijk betaalt immers slechts 80 miljoen euro. De andere helft moet van particuliere geldschieters komen. Pijbes is met hen in onderhandeling.

In de praktijk heeft deze werkwijze zich al vaak bewezen, zegt Wim van Krimpen, oud-directeur van de Kunsthal in Rotterdam: de overheid geeft de helft en het bedrijfsleven en donateurs haken aan. 'Dat is een perfecte strategie.'

De gewone burger moet deze aankoop ook zien zitten. Dat De Telegraaf maandag het nieuws naar buiten bracht onder de kop 'Rembrandts komen thuis' zal voor Pijbes welkom zijn geweest, indachtig de publieke verontwaardiging rond de aankoop van de Victory Boogie Woogie.

'Het is slim om het verhaal uitgebreid via De Telegraaf te brengen,' zegt Benno Tempel, directeur van het Gemeentemuseum Den Haag: 'Het Rijksmuseum heeft dat strategisch goed aangepakt. Rembrandt is een schilder die een groot publiek aanspreekt, ook niet-museumgangers. Rembrandt is toch van iedereen.'

Als de aankoop doorgaat, blijven de schilderijen niet in het Rijksmuseum. Om dicht bij de burger te komen die zo lang van deze doeken verstoken is geweest, gaan ze op tournee langs kleinere musea in Nederland. Zoals Sanders zegt, in de sfeer van het nieuwe verhaal dat de schilderijen omringt: 'Als popsterren.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden