Hoe de politiek Docters vloerde

Donderdagavond 22 januari is de geschiedenis ingegaan als de muiterij van de pg's. Maar wat gebeurde er precies? Wie bepaalde dat Docters van Leeuwen, hoogste man van het Openbaar Ministerie, moest vallen?...

door Jan 't Hart en Milja de Zwart

EEN POOLWIND giert donderdagavond 22 januari rond de kantoorkolossen in het centrum van Den Haag. Arthur Docters van Leeuwen, de hoogste man van het Openbaar Ministerie, en zijn collega Dato Steenhuis hebben allebei een rode sjaal omgeslagen tegen de kou. De procureurs-generaal reppen zich naar Justitie, waar ze zijn ontboden door minister Winnie Sorgdrager.

'Nou, warme ontvangst hier', bromt Docters. Ironie is zijn wapen tegen problemen en er wacht een moeilijk gesprek. Een week lang is er commotie over een bijbaan van Steenhuis, die de schijn van belangenverstrengeling heeft gewekt en het toch al gehavende imago van Justitie en het OM verder heeft aangetast.

Nu, om zes uur, krijgen Docters en Steenhuis inzage in het rapport van oud-Kamervoorzitter Dick Dolman, die een week geleden opdracht kreeg de kwestie uit te zoeken. Maar het rumoer verstomde niet. In de Tweede Kamer laat Sorgdrager de gebruikelijke terughoudendheid varen. 'Ik wist niet wat ik hoorde. De oren vielen me van m'n hoofd.'

Op donderdag is de druk flink toegenomen. Steenhuis dreigt, tegen de adviezen van zijn collega's in, met een kort geding tegen de minister. Sorgdrager gunt hem geen leespauze van 48 uur, die Dolman hem heeft toegezegd. Toch kan Docters om zes uur nog niet bevroeden wat hem wacht.

Wat volgt is de apotheose van een gezagscrisis, die in een ver verleden wortelt. Een levende Ludlum, waarin hij een hoofdrol speelt. Met aan zijn zij Steenhuis, die vergroeid lijkt met zijn mobiele telefoon. Waarin zijn adviseur Ruud Zeeuwen per ongeluk een kamer binnenwandelt waar Sorgdrager belt met premier Wim Kok: 'Nee Wim. . . Ja maar Wim. . .'

Waarin overwerkende ambtenaren de hoofdpersonen op de set in de weg lopen. De geur van crisis tientallen journalisten op de been brengt. De nieuwslezer hem genadeloos neerzet als aanvoerder van een muiterij. En waarin de rode dassen de broederschap der complotteurs nog eens onderstrepen.

'Ik wil kort iets kwijt. Het gaat om een ernstige zaak', houdt de minister de vier leden van het college der procureurs-generaal om half elf voor. Ontdaan horen Docters, Steenhuis, René Ficq en Hans Blok de preek aan.

Dat Ficq en Blok er nu ook zijn, is een gevolg van de analyse die Docters al eerder heeft gemaakt: het gezag van het hele college is in het geding, als Steenhuis onzorgvuldig wordt behandeld. Die ochtend nog heeft hij in een lang gesprek die visie voorgehouden aan landsadvocaat Johan de Wijkerslooth. Misschien moet alle collegeleden hun functies ter beschikking stellen, oppert Docters.

Dat kan niet, heeft de landsadvocaat gezegd. Ambtenaren kunnen alleen ontslag indienen, niet demissionair zijn. Dat De Wijkerslooth Docters' redenering intussen niet aanvecht, vat Docters positief op. Ten onrechte, schrijft de landsadvocaat Sorgdrager eind mei in een strikt vertrouwelijke brief. Want precies die zienswijze van Docters is de minister, wier belangen De Wijkerslooth dient, gaan dwarszitten.

Volgens geheime notulen vervolgt Sorgdrager donderdagnacht: 'Het is hoog opgelopen. Een goed gesprek bleek niet mogelijk, terwijl ik had gerekend op verstandige mensen. Jullie spelen het op het gezag van het college. De situatie heeft veel weg van een gezagscrisis. Ik wil van jullie horen hoe we met elkaar verder moeten.'

'Het gezag van de minister staat buiten kijf', zegt Ficq. Blok valt hem bij. Dan volgt Docters. 'Het gezag van de minister staat vast. De minister heeft alle bevoegdheden die een werkgever jegens zijn werknemers heeft.'

'Ik wil dat minder formeel van je horen', valt Sorgdrager hem in de rede. Docters begrijpt haar niet. 'Ik zie niet in hoe wij het gezag van de minister hebben aangetast.'

Steenhuis steekt zijn vinger op. 'Ik wil graag wat zeggen. Finesse en deemoed zijn niet mijn sterkste kanten. Mijn vrouw zegt dat ook altijd. Als mij daar naar wordt gevraagd, beken ik dat ik niet verstandig heb gehandeld.'

'Wat doen wij nu naar de pers?', wil Docters weten. 'We houden het rustig', zegt Sorgdrager. 'Maar als je straks naar buiten gaat, moet je wel iets zeggen.'

Justitie-voorlichter Anne-Marie Stordiau stond nog op een gezamenlijke persconferentie, want buiten wacht geen beheerst gezelschap journalisten, maar een getergde meute. Maar Stordiau's raad is in de wind geslagen.

Docters formuleert samen met Sorgdrager een tekst. 'Het gezag van de minister staat voorop. Dat spreekt vanzelf.' Woorden, die de krantenkoppen bevestigen die dan al van de persen rollen: 'muiterij', 'opstand' en 'machtsstrijd'.

Het kabinet doet vrijdagochtend 23 januari snel wat hamerstukken af en geeft dan het woord aan Sorgdrager. Uitgebreid, scherp en soms geëmotioneerd brengt ze verslag uit. Haar collega's luisteren geboeid. Ze zijn gewend aan jurist Sorgdrager, maar nu is er een zelfverzekerde politica aan het woord.

Aan ontslag is Sorgdrager niet toe. De ministerraad wel. Justitie heeft al de naam van een verziekt departement. De krantenkoppen, het imago van Docters als onderminister, het kort geding - de politiek is het meer dan zat.

Minister van Verkeer Annemarie Jorritsma proeft de sfeer van de macho's tegen het meisje. Jan Pronk van Ontwikkelingssamenwerking hoeft niet lang na te denken. 'Eruit met die vent.' Joris Voorhoeve van Defensie valt hem bij. Ze behoren tot de school politici, die vinden dat ambtenaren niet in de krant moeten komen. Minister van Landbouw Jozias van Aartsen kent betrokkenen goed uit zijn vorige functie van hoogste ambtenaar van Binnenlandse Zaken. Waar of niet waar, het beeld van muiterij is gerezen en het gezag moet razendsnel hersteld worden, betoogt hij.

TIJDENS de broodjeslunch trekken de betrokken bewindslieden zich terug voor beraad. Veel D66'ers. Primaat aan de politiek! Maar premier Kok gaat op de rem staan. Dit is niet de plaats om over de positie van een ambtenaar te besluiten, vindt hij. Afgesproken wordt dat Kok de persconferentie na de ministerraad benut om het vuurtje uit te trappen.

'Het is de crème de la crème van de Nederlandse rechtsstaat en noblesse oblige', zegt de premier enkele uren later tegen de parlementaire pers. De termen 'kinderachtig' en 'onvolwassen' vallen. Kok drijft het conflict op de spits. Zelfs bewindslieden die de verhitte discussie in de ministerraad bijwoonden, staan versteld.

Van Aartsen ziet nog een uitweg. Het kan nog met een sisser aflopen, denkt hij, als Docters maandagochtend op de minister afstapt en ruiterlijk zijn excuses aanbiedt. Géén brieven, geen oppositioneel gedoe, adviseert Van Aartsen zijn oud-collega, als hij hem zondag thuis bezoekt.

Maar Docters is nog niet toe aan excuses. Hij voelt zich miskend en wil gehoord worden. Diezelfde zondag komen de pg's en enkele vooraanstaande hoofdofficieren van Justitie in crisisstemming bijeen in Den Haag.

Het is een emotioneel tafereel. Er vloeit zelfs een traan. Uiteindelijk besluit het gezelschap schriftelijk uit te leggen dat het allemaal niet zo was bedoeld. De bijeenkomst duurt tot elf uur 's avonds.

Die nacht kan Docters niet slapen. Zijn hart, zijn suiker, zijn bloeddruk spelen op. Hondsberoerd meldt hij zich de volgende ochtend ziek. En dus laat hij ook verstek gaan bij het gesprek, waarvoor Sorgdrager hem maandagmiddag heeft uitgenodigd. Hij was van plan te gaan, neutraal, zonder advocaat. Maar zijn lijf wil niet.

Sommigen zeggen dat het een idee was van VVD-vice-premier Hans Dijkstal, om zijn BVD-chef begin 1995 in te schakelen voor de reorganisatie van het Openbaar Ministerie. Sorgdrager kent Docters in ieder geval niet. Ze vraagt hem om zijn reputatie als intelligent en ideeënrijk. En omdat hij lid is van D66. Ze weet niet dat hij veel ruimte neemt en precies moet weten wie de baas is.

Dat lijkt ook niet nodig. Het gaat goed tussen Sorgdrager en Docters. Te goed. Met lede ogen ziet Justitie aan hoe Docters' invloed groeit. Hij heeft opdracht om het Openbaar Ministerie om te smeden tot een hechte organisatie en voert die letterlijk uit.

Tot zijn komst vergaderde het college van pg's onder leiding van de hoogste ambtenaar van Justitie, secretaris-generaal Jan Suyver. Maar Docters wil en krijgt een rechte lijn naar de minister, bij de gratie van Suyvers lijdzaamheid en tegen de adviezen van de toenmalige directeuren-generaal in.

Zij voorspellen dat het evenwicht tussen Justitie en het OM verloren gaat. De huidige secretaris-generaal Harry Borghouts vindt dat ook, probeert al sinds zijn komst de macht van de college-voorzitter in te perken en slaat de afgelopen maanden zijn slag.

HET LIJKEN goede tijden voor Sorgdrager en Docters. Maar de kiem voor de verwijdering is al in het najaar van 1995 gelegd, als Sorgdrager zich in de Tweede Kamer moet verantwoorden voor de onvermijdelijke, maar politiek niet te verkopen gouden handdruk aan pg Rutger van Randwijck.

Desgevraagd zegt Sorgdrager dat Docters niet bij het debat hoeft te zijn. En omdat Docters zijn status van 'onderminister' niet wil bevestigen, vertoont hij zich niet. Hij heeft bovendien een dinerafspraak met de pg's, onder wie Van Randwijck.

Sorgdrager overleeft het debat ternauwernood. De volgende dag geurt er een bos bloemen van haar partijgenoot Jacob Kohnstamm, met een opbeurende Latijnse spreuk, op haar kamer. Docters maakt zo'n gebaar niet. Het wekt haar achterdocht.

'De tram moet voor je neus stoppen en de deur moet net daar open gaan waar jij staat', zegt Sorgdrager in juni 1995 in Opzij over haar carrière. Maar het ministerschap komt niet als een complete verrassing. In het voorjaar van 1994 vraagt Sorgdrager, partijloos sinds 1984, rond welke partij vrouwen de beste kansen biedt. Dat die partij D66 is, komt goed uit. 'Ik voel me thuis bij D66, omdat de standpunten niet zo stellig zijn', zegt ze in Opzij.

Precies dat drijft haar ambtenaren tot wanhoop. Ze weten niet wat Sorgdrager wil, of ze wel luistert en wie ze nog meer om advies vraagt. Er groeit, kortom, geen vertrouwen. Een reeks incidenten en een indrukwekkende lijst mutaties in de ambtelijke top zijn daarvan de symptomen.

Op deze voedingsbodem, kan in januari de gezagscrisis woekeren. Steenhuis heeft het voorvoeld. Als TV-Noord 14 januari onthult dat de pg een bedenkelijke bijbaan heeft en hij een woedende Docters van Leeuwen onder ogen moet komen, buigt Steenhuis het hoofd en zegt: 'Ik heb jullie er maar niet aan herinnerd, want ik dacht dat het veel commotie zou geven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden