Reconstructie De zaak-Milica van Doorn

Hoe de politie na 25 jaar de zaak-Milica van Doorn alsnog kon oplossen

Hüseyin A. werd dinsdag veroordeeld tot twintig jaar cel voor het verkrachten en doden van Milica van Doorn in 1992. Een grootschalig dna-onderzoek bracht vorig jaar de doorbraak. ‘We hebben een hit op het Y-profiel. We zijn echt heel dichtbij.’ 

De vijver naast de Sint-Jozefkerk in Zaandam, waar het lichaam van Milica van Doorn in juni 1992 werd gevonden. Beeld Pauline Niks

Het is 5 december 2017. Dna-specialist Arnoud Kal heeft zijn jas al gepakt om naar huis te gaan. De klok van het ­Nederlands ­Forensisch Instituut (NFI) wijst bijna vijf uur aan. Nog even loopt Kal naar zijn computer. Om te kijken of de laatste lading wangslijmborsteltjes met erfelijk materiaal al is geanalyseerd. Het piekenpatroon dat hij dan op zijn computerscherm ziet, geeft hem rillingen. Maar tegelijkertijd wil hij ­juichen, de gang op rennen en roepen: we hebben een doorbraak.

Alleen: dat mag nog niet. Voordat hij ­iemand anders informeert, moet hij het zeker weten. Dit is een van de zaken die deskundigen zoals Kal al ­decennialang bezighouden. Het is een moord die de ­afdeling nooit heeft verlaten. Elke paar jaar opnieuw werd er gekeken of nieuwe technieken een oplossing dichterbij konden brengen. Dagelijks werd het daderspoor dat in het lichaam van het slachtoffer was gevonden, vergeleken met de honderdduizenden dna-profielen uit de databanken – nationaal en internationaal – waarin profielen van verdachten en daders worden bewaard.

Maar nooit was justitie zo dicht bij een doorbraak als nu. Dat weet Kal al meteen bij het zien van dit piekenpatroon.

Hij print de documenten uit en neemt ze mee naar huis. Daar rekent de dna-specialist alles nog een keer na en belt hij een collega om zijn werk te laten controleren.

Een pasfoto van Milica van Doorn. Beeld ANP

‘Familielid van de dader’

Later die avond gaat de telefoon van Rob Keet. Hij is de Zaanse teamleider die sinds 2005 de cold case van Milica van Doorn onder zijn hoede heeft. Aan de andere kant van de lijn hoort Keet zijn collega Hans, de forensisch coördinator.

‘We hebben een hit op het Y-profiel’, is de opgetogen mededeling. Hans praat door, maar de boodschap dringt na de eerste zin niet meer door tot de teamleider. Allerlei mogelijke problemen en scenario’s flitsen door het hoofd van de Zaankanter.

Een hit op het Y-profiel, denkt Keet. Dat betekent dat we een familielid van de dader in het vizier hebben. Is het een naast familielid, zoals een broer? Of een ver familielid, zoals een neef? In het laatste geval kan het nog ingewikkeld worden hem te achterhalen, misschien zal het zelfs niet lukken.

‘Sorry, Hans. Ik heb niet geluisterd. Je moet even opnieuw beginnen’, zegt Keet na een paar minuten tegen zijn collega.

‘Nee, nee’, stelt Hans hem gerust. Het is goed nieuws: de donor van dit erfelijk materiaal is een naast familielid van de dader. Het moet wel een broer zijn. Dat kan bijna niet anders. ‘We zijn echt heel dichtbij.’

Ruim 26 jaar geleden, in de nacht van 7 op 8 juni 1992, werd Milica van Doorn verkracht en gedood in de Zaanse wijk Kogerveld. Ze was naar een feestje ­geweest en ze had rond middernacht de bus naar huis willen nemen. Maar het was Pinksteren en de bus reed niet. Noodgedwongen moest de tiener lopen.

Honderden tips trekt de politie na in de jaren die volgen. Tweehonderd rechercheurs bijten hun tanden erop stuk. Tientallen deskundigen worden geraadpleegd. Na verloop van tijd houdt de politie rekening met de theorie dat de dader een buurtbewoner kan zijn, mogelijk met een migratieachtergrond. Een getuige verklaart dat ze die nacht een Turks uitziende, vals zingende man op een fiets heeft gezien. En, constateert de politie: de wijk Kogerveld is een afgesloten ‘taartpunt’, omringd door de Zaan en grote wegen. ‘Je bent daar om middernacht niet zonder ­reden op straat’, zegt Frances Schlingemann, als officier van justitie sinds 2013 bij de zaak betrokken. ‘Je hebt wat te zoeken in die wijk: of je woont er, of je bent er bij iemand op bezoek.’

Maar niets brengt de politie dichter bij de man die op 7 juni 1992 de 19-jarige havo-scholiere ontzield en zwaar verminkt achterliet in de vijver naast de Sint-Jozefkerk, de plek waar haar ouders jaren eerder waren getrouwd.

Tot 5 december vorig jaar. Keet: ‘Vanaf toen werd het echt heel spannend.’

133 Turks-Nederlandse mannen

‘We gaan ervoor.’ Het is drie maanden eerder, begin september 2017, als aanklager Schlingemann dit besluit ­samen met haar collega Caecilia van Venrooij neemt. Wat het betekent? Voor de tweede maal in Nederland zal er een grootschalig dna-verwantschapsonderzoek worden gehouden. De eerste maal was in 2012 ­onder achtduizend Friezen. Dit onderzoek leidde naar de moordenaar en verkrachter van Marianne Vaatstra (16).

Ditmaal is er wel een complicatie: er zal in eerste instantie alleen van 133 Turks-Nederlandse mannen uit de wijk Kogerveld erfelijk materiaal worden gevraagd. Schlingemann: ‘We moesten heel erg uitkijken dat we niet het verwijt van discriminatie en stigmatisering zouden krijgen.’ Justitie zal deze mannen vragen om vrijwillig hun dna af te staan, hun erfelijk materiaal zal worden vergeleken met dat van de dader. Er zal niet alleen gekeken worden of er een een-op-eenmatch is, maar ook of de dna-donor misschien familie is van de dader.

Want, weet de politie zeker na nieuw dna-onderzoek: de dader moet van Turkse origine zijn. Keet: ‘Volgens de professoren is dit dna-profiel nog nooit buiten Turkije aangetroffen.’

Leidt dit eerste onderzoek niet tot een verdachte, dan wordt de doelgroep geleidelijk uitgebreid. Kal: ‘In het ergste geval zouden we dna moeten afnemen van ­zeven- à achtduizend man.’

Zo’n grootschalig dna-verwantschapsonderzoek is het ultimum remedium. Alle andere tips en aanwijzingen hebben niks opgeleverd, het hele dossier is opnieuw tegen het licht gehouden. Al wordt de politie in 2016 nog wel verrast door twee mogelijke, nieuwe verdachten. Een anonieme bron heeft bij het Team Criminele ­Inlichtingen twee namen van mogelijke daders genoemd. Keet: ‘We stonden toen al op het punt het verwantschapsonderzoek te starten. Maar na die tip waren we het erover eens: dit moeten we eerst uitrechercheren.’ Eenvoudig blijkt het niet. De tip leidt naar twee mannen in Turkije.

Alleen: het verzoek van de Nederlandse politie aan de Turkse autoriteiten om dit tweetal op te sporen voor dna-onderzoek valt samen met de mislukte coup tegen president Erdogan. Keet: ‘Het hele bilaterale verkeer lag stil. Het was verschrikkelijk. Ik dacht echt: dit betekent het einde.’

Toch krijgt Keet antwoord. Twaalf maanden later zit er opeens een mailtje in zijn mailbox. De Turken hebben het dna-onderzoek gedaan en het tweetal blijkt niks met de zaak te ­maken te hebben. Schlingemann: ‘Op de een of andere wonderbaarlijke ­manier hebben wij in die periode als enige in het land antwoord van de Turken gekregen op een rechtshulpverzoek.’

Maar de Turkse spanningen werpen ook in de periode erna een schaduw over het onderzoek. Er rijzen vragen over de succeskans van het verwantschapsonderzoek. Want stel nou dat een ver familielid van de dader meedoet, en dat de rest van de familie in Turkije blijkt te ­wonen? In hoeverre is die stamboom dan te ontrafelen, en het juiste familielid op te sporen? Niet alleen is de bevolkingsregistratie in Turkije niet overal even zorgvuldig, het is ook maar de vraag of Turkije nog een keer zal reageren op een rechtshulpverzoek.

En ook in Nederland lopen de spanningen binnen de Turkse gemeenschap in die periode hoog op. ‘In Rotterdam sloeg de vlam vrij makkelijk in de pan nadat burgemeester Aboutaleb de Turkse minister Kaya had geweigerd. Je weet nooit hoe zoiets kan doorwerken als je een verwantschapsonderzoek aankondigt dat zich specifiek richt op de Turks-Nederlandse bevolking’, vervolgt aanklager Schlingemann. Justitie wil niet verder polariseren. Maar stoppen is ook geen optie. ‘We moesten met een dijk van een communicatieplan richting de Turks-Nederlandse bevolking komen.’

En dus nodigt de politie voorafgaand aan het verwantschapsonderzoek vertegenwoordigers van de Turkse bevolking uit om langs te komen. Keet: ‘Er zijn tal van stromingen, op basis van religie, idealen of etniciteit. Die hebben we allemaal in kaart gebracht. Even dachten we: we ­nodigen vertegenwoordigers van al die groepen allemaal tegelijkertijd uit om ons plan uit te leggen. Maar vanwege de spanningen hebben we ze allemaal apart gesproken.’ Het resultaat: iedereen wilde meewerken.

Aanklager Schlingemann: ‘We hielden ook sociale media in de gaten. Natuurlijk riepen mensen daar dat het racisme was. Maar anderen vanuit de Turkse gemeenschap reageerden corrigerend op zulke verwijten. De teneur was: ‘Ze hebben het dna van een Turk, waarom zouden ze dan van andere mensen vragen om dna af te staan’.’

‘Hij had een vreemd verhaal’

Het is eind november 2017 als twee ­rechercheurs terugkomen op het ­politiebureau in Zaanstad met een raar verhaal. De afgelopen dagen hebben politiemensen een rondgang gemaakt langs alle 133 mannen die in de doelgroep vallen. Keet: ‘De ontvangst was soms hartverwarmend. Met eten en drinken.’ Iedereen wilde meewerken. Op twee na. ‘Dat mag, het blijft op vrijwillige basis. Je wordt door te weigeren geen verdachte.’

Maar de manier waarop een van de weigeraars reageerde, doet bij de ­politie wel de wenkbrauwen fronsen. De 48-jarige Hüseyin A. zit te eten en doet heel ­afstandelijk. Keet: ‘De twee politiemedewerkers zijn wel een uur binnen geweest om te praten. Hüseyin wilde niet meewerken, omdat hij zijn vader niet wilde belasten. Het was een heel vreemd verhaal.’

Erg druk maakt de politie zich niet over deze weigering­­. Want ze weten: de broer van Hüseyin A. heeft wel meegedaan.

Vader van vier dochters

Na het telefoontje op 5 december 2017 van NFI’er Arnoud Kal loopt het ­onderzoeksteam op eieren. Meteen de dag erna brengt de politie de stamboom in kaart. Hüseyin A. blijkt de enige in Nederland wonende broer van de man die heeft meegewerkt. Het kan bijna niet anders, concludeert de recherche: dit is de man naar wie we al 25 jaar zoeken.

‘De verdachte mocht niet doorkrijgen dat we hem in het vizier hadden. We wilden niet dat hij de spat zou nemen, of andere desperate dingen zou doen’, zegt aanklager Schlingemann. En dus houden observatieteams de vader van vier dochters die dagen nauwgezet in de gaten en ook zijn telefoon wordt getapt. Wat doet hij? Met wie heeft hij contact? Hoe gedraagt hij zich?

Vier dagen later, op zaterdag 9 december, zit het onderzoeksteam weer bij elkaar. Buiten is het koud, de eerste sneeuw van die winter is gevallen. Het is glad op de weg. Hüseyin, die metaalwerker is, heeft die dag een klus op een verder rustig industrieterrein in Wormer.

Arrestatie

De politie weet: vandaag of morgen zal het waarschijnlijk gebeuren. Het arrestatieteam staat klaar. Keet: ‘De commandant van het arrestatieteam zei: hij gaat straks naar huis. Dat is het moment om hem aan te houden. En toen was het in een split second gebeurd. Ik denk dat niemand het heeft gezien.’

Snel wordt de verdachte overgebracht naar het politiebureau in Haarlem. Daar vertelt aanklager Schlingemann hem dat hij nu verplicht dna af moet staan. Arnoud Kal van het NFI wordt gewaarschuwd. Vanaf het hockeyveld waar zijn dochter speelt, belt hij zijn collega’s: we moeten nu naar het laboratorium.

Ondanks het slechte weer rijden de Zaanse rechercheurs zo snel mogelijk naar Den Haag. In hun auto hebben ze het wangslijmborsteltje met erfelijk materiaal van Hüseyin A. zorgvuldig opgeborgen. Keet: ‘Toen begonnen de langste uren van mijn carrière. Naarmate de tijd verstreek werd het voller en voller bij ons op het Zaanse politiebureau. Je praat niet echt. Maar concentreren kun je je ook niet.’

Vier uur nadat het dna is afgeleverd, gaat de telefoon van Hans, de forensisch specialist van het team. Het is 22.05 uur. In de kantoorruimte valt het helemaal stil. ‘We hebben een match’, zegt NFI’er Kal tegen Hans. Hij heeft een brok in zijn keel.

Hans knikt naar teamleider Rob Keet: ‘Het is hem.’ Beiden hebben tranen in hun ogen. Keet: ‘Ik kan het bijna niet beschrijven. Het was heel heftig. We hebben hier zo lang aan gewerkt.’ 

20 jaar cel zoals geëist 

De rechtbank in Alkmaar heeft Hüseyin A. (48) dinsdag veroordeeld tot een celstraf van 20 jaar voor het verkrachten en doden van Milica van Doorn. Het Openbaar Ministerie (OM) had ook 20 jaar geëist. Net als het Openbaar Ministerie stelt de rechtbank vast dat Van Doorn met ‘excessief, grof geweld’ om het leven is gebracht. 

A. beweert onschuldig te zijn. In de rechtszaal vertelde A. in november dat hij een geheime relatie had met Milica. Dat zou de verklaring zijn voor het aantreffen van zijn dna in het lichaam van het meisje. De rechtbank gelooft daar niets van en rekent het A. aan dat hij, 26 jaar na dato, met dit ‘verzonnen verhaal’ op de proppen is gekomen, omdat het ‘een beeld schetst van Milica zoals zij niet was’. Dat is ‘extra kwetsend voor de nabestaanden’.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.