ReportageNederland perengrootmacht

Hoe de peer de appel in Nederland heeft ingehaald

Nederland was van oudsher een appelland, maar in de Betuwe overheersen de perenbomen. Door de klimaat­opwarming, sterke buitenlandse concurrentie en gebrek aan vernieuwing in de appelteelt is de peer nu favoriet.  

Fruitteler Marcel Leeuwis bij zijn peren in Tuil.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Wat smaak betreft is de Betuwse fruitteler Marcel Leeuwis (61) meer een appel- dan een perenman, zegt hij eerlijk. ‘Ik houd van zure appels, zoals goudrenet. Peren zijn vooral zoet.’ Maar zakelijk gezien ligt Leeuwis’ voorkeur precies andersom.

Dit jaar heeft hij weer tien hectare perenbomen aangeplant op percelen waar voorheen appels stonden. Daarmee zijn de uitbreiding en transformatie van zijn bedrijf zo goed als compleet: waar vader Leeuwis in de vorige eeuw met de teelt van vooral appels begon, is zoonlief bijna helemaal overgestapt op peren. Vijftien jaar geleden had hij nog 30 hectare appels en 1 met peren. Nu is de verhouding omgedraaid: 8 tegen 52.

Hij is niet de enige. Nederland is van oudsher een appelland: dertig jaar geleden stonden er nog ruim 15 duizend hectare appels in Nederland. Dat is sindsdien gestaag teruggelopen naar iets meer dan zesduizend hectare nu. Peren maakten juist een opmars: van vijfduizend hectare in de jaren negentig tot het dubbele in 2020. De peer heeft de appel ingehaald.

Dat heeft twee belangrijke redenen, legt Gerard van den Anker uit, voorzitter van de Nederlandse Fruittelers Organisatie (NFO): appeltelers hebben in toenemende mate te lijden onder buitenlandse concurrentie. Terwijl de Nederlandse peer in het buitenland juist erg in trek is.

Wat binnenlandse consumptie betreft staan appels in Nederland nog altijd bovenaan, gevolgd door bananen en dan pas peren. En dan vooral elstar, de zuurzoete appel van eigen bodem. Maar de concurrentie in appels is enorm en komt uit de hele wereld: van Nieuw-Zeeland tot Chili en vooral van Oost-Europese landen zoals Polen, waar met EU-subsidie op grote schaal boomgaarden zijn aangeplant.

Daar valt niet tegen op te boksen, moppert Leeuwis in het kantoor van zijn bedrijf in Tuil dat ooit nog door zijn grootvader is begonnen als gemengde boerderij. ‘In Polen kunnen ze appels leveren voor 20 cent de kilo. Bij ons kosten ze 50 tot 60 cent.’

Perengrootmacht

Terwijl voor peren, en dan met name de conference, het meest geteelde ras in Nederland, de vooruitzichten alleen maar beter worden. In Zuid-Europa worden door de klimaatopwarming de zomers steeds heter. ‘Daardoor wordt het daar lastiger om peren te telen’, zegt Van den Anker. ‘Terwijl ons zeeklimaat er juist heel geschikt voor is.’ Conference moet de zee ruiken, zeggen telers. De grens voor appels schuift op naar het oosten, die voor peren naar het noorden.

Dankzij die ontwikkelingen is Nederland uitgegroeid tot een perengrootmacht. Binnen Europa is Nederland de tweede grootste perenproducent na Italië. Op het gebied van appels bungelt ons land onderaan in de top-10.

De neergang van de appel komt niet alleen door toegenomen concurrentie, maar ook door het uitblijven van vernieuwing, meent Teunis Sikma, directeur van fruitveredelingsbedijf Fresh Forward. De dominante appelrassen in Nederland zijn nog altijd jonagold en elstar, die uit de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw stammen.

Innovatie kwam er vooral uit het buitenland met appels als gala, braeburn en pink lady die in verschillende klimaatzones wordt geteeld en daardoor altijd vers (niet uit de bewaarschuur) leverbaar zijn. Die appels zijn zoet en crispy, wat met name bij jongere consumenten in de smaak valt, zegt Sikma.

In Nederland zijn wel pogingen gedaan een opvolger voor de elstar te lanceren. Maar nieuwe rassen als wellant, santana, junami en kanzi zijn nooit echt doorgebroken. Op het gebied van vernieuwing heeft Nederland het af laten weten, zegt Sikma. ‘Wat dat betreft kunnen we de hand in eigen boezem steken. We zijn nu bezig met een nieuw ras dat volgend jaar in de supermarkt ligt. Die appel is crispy en het hele jaar door leverbaar.’ De verwachtingen zijn hooggespannen.

Nederlands fruit

Buitenlands fruit in Nederlandse schappen is wel iets wat vaderlandse fruittelers steekt. Iedereen heeft de mond vol van lokaal eten, foetert Van den Anker. ‘Maar ondertussen liggen bij de supermarkten kersen uit Turkije en Griekenland in plaats van uit de Betuwe. Wij fruittelers zijn de stoffeerders van het landschap. Daar draag je aan bij als je Nederlands fruit koopt.’

Leeuwis heeft zijn keuze gemaakt: voor hem geen nieuwe appels, hij gaat voor peren. Niet dat die een toonbeeld van moderniteit zijn; de conference is een Engels ras dat stamt uit de 19de eeuw. Maar de peer met zijn zoete, boterzachte vruchtvlees valt in de smaak: in Duitsland en Groot Brittannië zijn ze er dol op. China, Kazachstan en Noorwegen zijn groeimarkten.

Vlak bij Haaften heeft Leeuwis twee jaar geleden 5 hectare conference milieuvriendelijk aangeplant: tussen elke derde rij bomen is een bloemenstrook gezaaid met wilde peen, koriander, venkel en margriet. Die trekken natuurlijke vijanden aan van schadelijke insecten zoals de gevreesde perenbladvlo. Tussen de bomen hangen bundeltjes bamboestokken als schuilplaats voor insecten.

Van den Anker wijst naar oorwurmen en lieveheersbeestjes die over de blaadjes kruipen, op zoek naar prooi. ‘Het is geen lulverhaal dat we vertellen’, bromt Leeuwis instemmend. Daaruit blijkt dat ook fruittelers met hun tijd meegaan, benadrukt Van den Anker.

De jonge boompjes hangen vol met jonge peren, die nog groen en hard zijn. Kwalitatief wordt het een uitmuntend perenjaar, voorspelt Leeuwis. De zomer was tot nu toe niet al te warm, zodat de peren goed kunnen doorgroeien en afrijpen. Van droogte heeft hij geen last: er is water genoeg in de buurt.

Peren hebben een andere behandeling nodig dan appels, zegt Leeuwis. ‘Elstar is een moeilijke boom. Peren zijn gemakkelijker.’ Bovendien: een perenboom gaat zestig jaar mee, een appelboom is na hooguit twintig jaar al op. ‘Ik houd van appels. Maar om te telen heb ik liever peren.’

Naar nieuwe appels wordt al jaren gezocht. Dat blijkt niet zo gemakkelijk

De santana moest de opvolger worden van de elstar. Maar op het laatste moment ging er iets mis: de ‘groene’ appel was bruin van binnen.

Het zoeken naar een nieuw appelras is alsof je met een schepnet in de oceaan vist: elke appelpit draagt in zich de kiem van een nieuw appelras. Maar niet elk ras wordt een succes.

De peer heeft de appel langzaam ingehaald in de boomgaard. Dat blijkt uit cijfers van het CBS.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden