RECONSTRUCTIEHeropening scholen

Hoe de heropening van de scholen uitliep op chaos

Een onduidelijk protocol. Een boze kinderopvangsector. Het opengooien van de basisscholen verloopt niet helemaal op rolletjes. Waar ging het mis? Hoe kan het beter als andere sectoren langzaam weer opstarten?

Directeur Alieke Bel (links) en leerkracht Irene van der Meijden van basisschool De Waerdenburght in Koeldert zetten de stoelen vast goed.Beeld Arie Kievit

‘Bijvoorbeeld.’ Misschien is alle commotie rond de heropening van de scholen wel terug te voeren op dat ene woord, uitgesproken door Mark Rutte tijdens de persconferentie op 21 maart. Die avond kondigt de premier aan dat de scholen en de kinderopvang op 11 mei – komende maandag dus – weer voorzichtig opengaan.

‘De kinderen in het basisonderwijs gaan om te beginnen de helft van de tijd naar school’, zegt hij. ‘Bijvoorbeeld de ene dag de ene helft van de leerlingen, de andere dag de andere helft.’

‘Bijvoorbeeld.’ Het is zo’n woord dat een hoop verwarring kan zaaien. Verwarring waarop niemand zit te wachten tijdens een lockdown. Verwarring die zowel scholen als kinderopvangorganisaties tot het laatste moment een hoop energie heeft gekost.

‘De uitwerking zal per school om maatwerk vragen en overleg met de medezeggenschapsraad’, zegt Rutte die avond ook nog. ‘En die ruimte willen wij de scholen ook bieden. De buitenschoolse opvang volgt dit ritme van de scholen en is beschikbaar op dagen dat kinderen naar school gaan.’

Halve scholen

Het onderwijs gaat meteen aan de slag. Veel scholen willen de plannen binnen drie dagen op orde hebben, zodat ze het personeel een welverdiende meivakantie kunnen bieden. Bestuurders en directeuren nemen die woensdag al kordate beslissingen over de roosters. Komen de leerlingen twee dagen per week een hele dag, zoals de premier opperde? Of toch vijf dagen per week een halve dag, zodat alle kinderen elke dag even op school zijn?

Dat nog niet alles duidelijk is, blijkt bijvoorbeeld tijdens een digitale vergadering van de schooldirecteuren van Fluvium Openbaar Onderwijs in Geldermalsen, waar de Volkskrant mag meekijken.

‘Het RIVM heeft het over halve klassen, de PO-raad over halve scholen’, zegt een van de directeuren. ‘Welk advies moeten we volgen?’

Bestuursvoorzitter Jeroen Goes van Fluvium legt het nog tijdens de vergadering voor aan de PO-raad, de organisatie van schoolbesturen. Via Whatsapp krijgt hij antwoord van de vicevoorzitter: het gaat erom dat nooit meer dan de helft van de kinderen op school is. Scholen kunnen zelf bepalen of ze met halve klassen of kleinere groepen gaan werken. De PO-raad schrijft ‘geen expliciete groepsgrootte of oplossing voor’.

Aansluiten

De kinderopvangbranche, die net als het onderwijs heeft doorgewerkt om kinderen van ouders met een vitaal beroep op te vangen, reageert aanvankelijk verheugd op het kabinetsbesluit. Mark Siep van Plukkebol kinderopvang in Delft (twee bso’s en twee kinderdagverblijven) is bijvoorbeeld opgetogen, nu kinderen volgens het RIVM amper besmettelijk blijken.

Het op elkaar laten aansluiten van schoolroosters en buitenschoolse opvang wordt nog wel een klus, voorspelt hij. Siep legt daarom meteen contact met de tien scholen waar Plukkebol kinderen ophaalt voor de buitenschoolse opvang, de bso.

Op hoger niveau wordt er druk gevideobeld. Woensdag, een dag na Ruttes toespraak, treffen vertegenwoordigers uit onder meer het onderwijs, de kinderopvang en de ministeries van Onderwijs en Sociale Zaken elkaar online.

‘We hebben toen gezegd: het is belangrijk dat er heldere afspraken komen. Als iedereen zijn eigen gang gaat, wordt het onwerkbaar voor de buitenschoolse opvang’, zegt Emmeline Bijlsma, directeur van Brancheorganisatie Kinderopvang (BK).

De kinderopvangpartijen maken duidelijk dat ze alleen opvang kunnen bieden als scholen hele lesdagen geven. Ze hebben de mankracht niet om al om 12 uur open te gaan, bovendien mag dat wettelijk niet. Normaal gesproken weet een bso voor elk schooljaar welk kind ze hoe laat moeten ophalen. Nu al die roosters overhoop gaan, vrezen de bso’s een chaos.

Volledige dagen

Die woensdagmiddag, als veel scholen al knopen hebben doorgehakt, verschijnt het Protocol opstart basisonderwijs. Daarin hebben het ministerie van Onderwijs, de PO-raad en de vakbonden de spelregels vastgelegd voor afstand houden, looproutes in de school en het ontsmetten van speelmiddelen. Wat er ook in staat: ‘De leerlingen gaan volledige dagen naar school.’

Dat zinnetje leidt tot onrust in het onderwijs. De premier leek scholen de ruimte te geven, nu blijkt het protocol veel preciezer. Nog diezelfde woensdagmiddag beantwoordt de PO-raad vragen tijdens een digitale bijeenkomst van schoolbestuurders. ‘Pas toe of leg uit’, is de boodschap van de sectororganisatie. Oftewel: wie een goede reden heeft, mag afwijken van het protocol, dat immers dient ‘als handreiking’. Enkele scholen blijven bij hun halvedagenrooster.

Daarmee wekken ze irritatie bij de kinderopvangbedrijven die dagelijks bij de scholen op de stoep staan. Kinderen die maar een halve dag naar school gaan, moeten eerst naar huis om vervolgens naar de buitenschoolse opvang te worden gebracht: de bso’s hebben de mankracht niet om de hele dag open te zijn.

En dat is niet alles. ‘Dit soort onnodige massale verplaatsingen van een deel van de 1,2 miljoen kinderen en hun ouders is nou precies wat het RIVM probeert te vermijden’, schrijft Boink, de organisatie voor ouders in de kinderopvang, op vrijdag 24 april in een felle persverklaring.

Het kabinet valt de kinderopvang nog die dag bij. Minister Arie Slob (Onderwijs) en staatssecretaris Tamara van Ark (Sociale Zaken, met kinderopvang in haar portefeuille) benadrukken op de website van de Rijksoverheid dat ‘hele schooldagen’ het uitgangspunt is, onder meer omdat de buitenschoolse opvang anders ‘niet goed te organiseren’ is.

Klein plein

Niet alle scholen luisteren naar de stevige oproep van kinderopvang en kabinet. Zo houdt basisschool De Ark in Haarlem het bij een halvedagenrooster. Dat levert de veiligste situatie voor leerlingen en leerkrachten op, aldus leerkracht en directielid Sjoerd van den Berg. De school telt namelijk bijna zevenhonderd leerlingen in 25 groepen. En dat in één gebouw met weinig buitenruimte.

‘Als we de helft van de kinderen hele dagen laten komen, zitten ze vijfenhalf uur op school zonder dat ze naar buiten kunnen’, zegt Van den Berg. ‘Komen de kinderen halve dagen, dan hoeven ze geen pauze op school te hebben. Ze zijn er toch maar drie uur.’

Van den Berg betreurt het dat het kabinet voorbijgaat aan de verschillen tussen scholen. Ook begrijpt hij niet waarom eerder geboden vrijheid weer wordt ingeperkt. ‘We gaan heus niets bedenken dat voor leerkrachten, leerlingen en ouders onwenselijk is.’

‘Het is prima als het kabinet scholen iets wil opleggen’, zegt bestuurder Ewald van Vliet van de Haagse scholenkoepel Lucas Onderwijs, ‘maar maak dat dan direct duidelijk. Nu leek er ruimte te zijn. Dan moet je niet verrast zijn als scholen die ruimte pakken.’

Jeroen Goes van Fluvium mist het vertrouwen. ‘Eerst mochten we zelf plannen maken, later zijn ze de regels gaan aanscherpen.’ Hij ziet geen reden de paar scholen van zijn stichting die voor halve dagen hebben gekozen, terug te fluiten. Neem de basisschool met zestig leerlingen in Waardenburg. ‘Daar ontstaat echt geen verkeersinfarct.’

33 scholen

Bij veel bedrijven in de kinderopvang slaat intussen de wanhoop toe. Scholen zijn, mede door de meivakantie, niet of nauwelijks bereikbaar voor overleg over de tijdstippen waarop kinderen kunnen worden opgehaald.

In een ‘spoedenquête’ van de branchepartijen in de kinderopvang zeggen 110 van de 144 respondenten dat er ‘geen’ of ‘beperkte’ samenwerking is met de scholen. Veel scholen doen wat ze zelf willen, er is ‘nul’ afstemming over de roosters, bso’s krijgen vaak niet eens antwoord als ze een school vragen hoe laat ze kinderen moeten ophalen. In de enquête luchten ze hun hart.

Ook Matthijs de Gruijter van opvangorganisatie Struin wordt er gek van. Daags na het optreden van Rutte op 21 maart, mailt hij al met de 33 scholen waarvoor hij in Nijmegen en omstreken 450 kinderen ‘natuur-opvang’ biedt. Een week later heeft hij slechts van twee scholen een reactie. ‘De strekking van die mails was: dit is hoe wij het gaan doen. Ik heb toen geantwoord: dit is niet de bedoeling, we moeten hier samen uitkomen.’

Uiteindelijk besluit zowel De Gruijter als Mark Siep van Plukkebol zelf ouders te benaderen, om zo in kaart te brengen hoe laat ze de kinderen overal moeten ophalen. Dat hij de scholen daarbij buitenspel zet, vindt Siep logisch. ‘Van samenwerking was toch geen sprake’, zegt hij. ‘Het was meer een dictaat dat ze ons oplegden.’

Kennelijk vinden scholen het moeilijk om met meer dan hun eigen vaste bso te overleggen, merkt Siep: ‘Een van de schooldirecteuren zei tegen me: ik kan onmogelijk met acht bso’s overleggen over de lestijden. Maar waarom niet? Ik moet ook met tien scholen overleggen.’

De Gruijter: ‘Ik hoorde van een bestuurder dat hij geen idee had wat voor een puzzel deze operatie voor ons als bso betekent.’

Moeizaam tot slecht

Ondertussen komen de scholen met een tegenovergesteld verhaal naar buiten. De PO-raad en de Algemene Vereniging Schoolleiders concluderen dat ‘ruim 92 procent van de schoolleiders en bestuurders’ tevreden is over de samenwerking tussen kinderopvang en school. Slechts in een enkel geval loopt de samenwerking ‘moeizaam tot slecht’, blijkt uit de peiling.

Voorzitter Rinda den Besten van de PO-raad kan de verschillen tussen de peilingen ook niet goed verklaren. Mogelijk spelen de problemen vooral met kleinere kinderopvangorganisaties die kinderen van veel scholen moeten halen, suggereert ze. ‘Sport-bso’s of cultuur-bso’s bijvoorbeeld. Een school bij mij in de wijk heeft goede afspraken met de bso waar 80 procent van de leerlingen heengaat, maar vijf andere bso’s zijn ontevreden. Voor de meeste kinderen is het dan goed geregeld.’ 

En hoe staat het er nu voor? Scholen, bso’s en gemeenten  zijn tot het laatste moment bezig geweest om er met elkaar uit te komen. Sommige scholen hebben leerlingen van de ochtendshift naar de middagshift overgeheveld. Er zijn bso’s die wat eerder op de stoep staan dan is toegestaan. En bij scholen als De Ark in Haarlem, waar de bso’s ook mopperden over de halvedagenroosters, vangen ze leerlingen gewoon een uurtje langer op, als dat de bso beter uitkomt. 

En zo lijken de meeste problemen net op tijd opgelost. ‘Al lukt het misschien niet overal’, erkent Den Besten. ‘Want om alles goed te plannen, moet je echt hogere roosterkunde gestudeerd hebben.’

Lees verder:

Middelbare scholen kunnen na heropening op 2 juni slechts een kwart tot eenderde van de leerlingen tegelijkertijd ontvangen. Leerlingen zullen hierom verspreid over de schoolweek naar school moeten. Dit blijkt uit een voorlopig protocol van de onderwijsbonden en de VO-raad van schoolbesturen. 

Blijven zitten of overgaan? Middelbare scholieren weten dat rond deze tijd normaal vaak wel. Maar hoe zit dat nu, tijdens de coronacrisis? De Volkskrant zoekt (ouders en leerkrachten van) middelbare scholieren van nog wie niet duidelijk is of ze dit jaar overgaan. Laat het ons weten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden