De Franse politicus Robert Schuman in de jaren vijftig. Zijn Schumanverklaring van 9 mei 1950 geldt als de geboorteakte van de EU.

AnalyseEuropadag

Hoe de grond­leggers van de Europese Unie op koloniaal ­avontuur wilden

De Franse politicus Robert Schuman in de jaren vijftig. Zijn Schumanverklaring van 9 mei 1950 geldt als de geboorteakte van de EU. Beeld Getty

De Europese Unie viert zaterdag ‘het feest van de vrede en de eenheid’. Zeventig jaar geleden werd het startsein voor de eenwording gegeven. Dat daarin ook een koloniaal avontuur in Afrika was voorzien, is naar de achtergrond verdrongen. 

De blauwe vlaggen met de twaalf gouden sterren wapperen misschien niet bij u in de straat, maar zaterdag is het toch echt Europadag. Alle 27 lidstaten van de Europese Unie vieren op 9 mei ‘het feest van de vrede en de eenheid’. In de praktijk komt het neer op een vrije dag voor de ambtenaren van de EU, openstelling van Europese instellingen en het Europees Parlement voor het publiek en hier en daar een evenement. Daarvan kan deze keer vanwege de coronacrisis geen sprake zijn, terwijl het toch precies zeventig jaar geleden is dat het startsein voor de Europese eenwording werd gegeven.

Op 9 mei 1950 werd de pers in Parijs bijeengeroepen op het ministerie van Buitenlandse Zaken op de Quai d’Orsay voor ‘een mededeling van het grootste belang’. Minister Robert Schuman legde namens de Franse regering een verklaring af waarin hij voorstelde de gehele Franse en Duitse productie van kolen en staal te plaatsen onder het gezag van een Hoge Autoriteit in een supranationale organisatie die ook voor andere Europese landen zou openstaan. Alleen op deze manier kon een derde wereldoorlog ‘niet alleen ondenkbaar, maar ook materieel onmogelijk’ worden gemaakt.

Schuman begon zijn legendarische Verklaring – met terugwerkende kracht tot geboorteakte van de Europese Unie verheven – met de woorden: ‘De wereldvrede kan slechts worden bewaard door inspanning van alle positieve krachten.’ Uiteindelijk ging het de Franse regering om niets minder dan de ‘vereniging van Europa’. Maar die kon niet ‘door een allesomvattende schepping tot stand worden gebracht: het verenigd Europa zal moeten worden opgebouwd door middel van concrete resultaten’. Allereerst was het noodzakelijk, vervolgde Schuman, ‘dat de eeuwenoude tegenstelling tussen Frankrijk en Duitsland wordt overbrugd’.

Robert Schuman in zijn kantoor op het ministerie van Buitenlandse Zaken aan de Quai d’Orsay in Parijs. Beeld Getty

Voor deze brugfunctie was Schuman geknipt. Zijn vader was als Fransman geboren in Lotharingen, dat in 1871 werd geannexeerd door Duitsland. Vader en zoon werden dus Duitser, zijn moeder was een Luxemburgse. Na de Eerste Wereldoorlog werd Lotharingen teruggegeven aan Frankrijk, zodat Robert Schuman tot Fransman werd genaturaliseerd. Gedurende zijn lange politieke carrière vertegenwoordigde Schuman het departement Moselle, pal aan de Frans-Duitse grens.

De Duitse bondskanselier Konrad Adenauer, zelf een echte Rijnlander en oud-burgemeester van Keulen, reageerde meteen positief op de Schumanverklaring. Ook de regeringen van Italië, Nederland, België en Luxemburg sloten zich bij het Franse initiatief aan. Een jaar later werd de samenwerking beklonken in de oprichting van de Europese Gemeenschap van Kolen en Staal (EGKS). De samenwerking tussen de zes beviel zo goed dat zij weldra werd uitgebreid tot een gemeenschappelijke markt. Zo kwam in 1957 de Europese Economische Gemeenschap (EEG) tot stand, de voorganger van de Europese Unie.

Rome, 23 maart 1957: de ondertekening van het Verdrag van Rome, waarmee de Europese Economische Gemeenschap een feit werd.Beeld Getty

Het zelfbeeld van de Europese Unie als baken van vrede in een woelige wereld werd in 2012 bekrachtigd met de toekenning van de Nobelprijs voor de Vrede. Waar Rusland, China en de Verenigde Staten kille machtspolitiek bedrijven, zou de EU zich door ‘soft power’ onderscheiden: geen vijanden maken, maar onderhandelen en overtuigen. ‘Als een gemeenschap van naties die oorlog heeft overwonnen en het totalitarisme bevocht, zullen wij altijd aan de kant staan van hen die streven naar vrede en menselijke waardigheid’, sprak Manuel Barroso, die als voorzitter van de Europese Commissie de prijs in ontvangst nam.

Het leek bijna te mooi om waar te zijn – en dat was het ook. Twee Zweedse hoogleraren, de politicoloog Peo Hansen en de cultuurwetenschapper Stefan Jonsson, ontdekten dat de Schumanverklaring bewust was geretoucheerd om de minder verheffende doelstellingen van de EGKS te verdonkeremanen. ‘De woorden van Barroso wijzen niet zozeer op het vermogen van de EU om te leren van historische ervaringen als wel op het vermogen om de geschiedschrijving aan de eigen doelstellingen aan te passen’, schrijven Hansen en Jonsson in hun baanbrekende boek Eurafrica: The Untold History of European Integration and Colonialism.

Brutaalweg geschrapt

De hoogleraren aan de universiteit van Linköping wijzen erop dat we gemakshalve vergeten dat, precies op het moment dat Schuman in zijn verklaring de lans brak voor vrede en verzoening, Frankrijk een bloedige koloniale oorlog uitvocht in Vietnam. Eveneens vergeten is dat Frankrijk in de Schumanverklaring zijn Europese partners uitnodigde tot deelname aan een nieuw koloniaal avontuur in Afrika. De passage die daarop wijst, werd brutaalweg geschrapt in latere versies van de Schumanverklaring, ontdekten Hansen en Jonsson. Zij luidt: ‘Met extra middelen zal Europa in staat zijn een van haar meest essentiële taken te vervullen, namelijk de ontwikkeling van het Afrikaanse continent.’ Na publicatie van de Zweedse onthulling in 2014 is deze passage opnieuw aan het document toegevoegd.

Frankrijk nam de verwijzing naar Afrika op in de veronderstelling dat die onweerstaanbaar zou zijn voor Duitsland. Dat had immers sinds 1918 geen toegang meer gehad tot grondstoffen, goedkope landbouwproducten en afzetmarkten in Afrika. Met West-Duitsland, Italië en de Benelux aan boord kreeg Frankrijk kapitaal om in zijn Afrikaanse koloniën te investeren. Bij wijze van ‘bruidsschat aan Europa’ zou de exploitatie van de koloniën voortaan door de EGKS plaatsvinden.

In Europa leefde al langer de gedachte dat het Afrika nog meer nodig had dan Afrika Europa. Onder de noemer ‘Eurafrika’ was na de Eerste Wereldoorlog een internationale beweging opgekomen die met vereende Europese krachten Afrika tot economische bloei wilde brengen om daar zelf de vruchten van te plukken. Na de Tweede Wereldoorlog zou het berooide Europa de opbrengsten uit Afrika bovendien kunnen gebruiken om – door export naar de VS – aan de broodnodige dollars te komen. Ten slotte zou Afrika het Europese bevolkingsoverschot kunnen verlichten; migratie van Afrikanen naar Europa was daarentegen juist niet de bedoeling.

Onafhankelijkheidsbewegingen 

Het project Eurafrika werd in de jaren vijftig ook om geopolitieke redenen noodzakelijk geacht. Als koloniale mogendheden die in Azië steeds meer terrein verloren, moesten de EEG-landen zich teweerstellen tegen Afrikaanse onafhankelijkheidsbewegingen en tegen nieuwe spelers op het wereldtoneel als Nasser in Egypte, Ben Bella in Algerije, Nkrumah in Ghana, Ho Chi Minh in Vietnam, Soekarno in Indonesië en Lumumba in Congo. Spelers die bovendien onder de invloed van Moskou dreigden te komen.

En zo kon het gebeuren dat in het voorjaar van 1957 het Verdrag van Rome werd gesloten met handelsovereenkomsten en investeringen die ongeveer de helft van Afrika, plus koloniën in de Cariben en Oceanië, vastklonken aan de EEG. Le Monde kopte op 21 februari 1957: ‘Eerste stap op weg naar Eurafrika: Akkoord van de Zes over de aansluiting van de overzeese gebiedsdelen bij de gemeenschappelijke markt’. Zo was Algerije tot zijn onafhankelijkheid in 1962 een integraal deel van de EEG.

Het project Eurafrika werd door Europese leiders verkocht als ‘beschavingsmissie’ en ‘ontwikkelingssamenwerking’. Afrikaanse leiders als Nkrumah en Sekou Touré, de eerste presidenten van onafhankelijk Ghana en Guinee, trapten daar niet in. Zij bekritiseerden Eurafrika als ‘een systeem van collectief kolonialisme dat nog gevaarlijker is dan het oude’. Zij zagen het als een poging om samenwerking van onafhankelijke Afrikaanse staten te verijdelen. Zij stonden niet alleen. Tekenend voor de snel wijzigende krachtsverhoudingen tussen Europa en Afrika was de handelsovereenkomst van Yaoundé, gesloten tussen de EEG en achttien onafhankelijk geworden Afrikaanse ex-koloniën in 1963 in de hoofdstad van Kameroen.

Sarkozy

Het hele idee van Eurafrika leek door de dekolonisatie van Afrika voorgoed achterhaald, maar zo nu en dan dook het toch weer op. Zo pleitte de Franse president Sarkozy in 2007 in de Senegalese hoofdstad Dakar voor ‘Eurafrique’ als een bondgenootschap ‘tegen de krachten van de globalisering’. Hij doelde op de toenemende invloed van China en India, die een belemmering zouden vormen voor de democratische ontwikkeling van Afrika – en voor de Franse toegang tot Afrikaanse grondstoffen en afzetmarkten.

‘Europa en Afrika hebben een grootse gemeenschappelijke bestemming’, stelde Sarkozy in navolging van Robert Schuman. The Economist gaf daar op 20 september 2018 een eigentijdse draai aan. Onder de kop ‘De wedergeboorte van Eurafrika’ pleitte het Britse weekblad voor verregaande toenadering tussen de twee continenten. De migratie tussen het vergrijzende, stagnerende Europa en het jonge, dynamische Afrika zal de komende decennia alleen maar toenemen, voorspelde het weekblad. Aangezien beide partijen daarvan zouden profiteren, kon dat maar beter onbekrompen geregeld worden.

‘Eurafrika’ is al zichtbaar in Barcelona, Marseille, Londen en Brussel, waar de Afrikaanse cultuur en keuken niet meer zijn weg te denken, vervolgde The Economist. Lagos, Casablanca, Nairobi en Kinshasa zullen op hun beurt Europese investeerders, zakenlui en gelukzoekers verwelkomen. Milieuactivisten dromen van gigantische installaties in de Sahara die Europa van zonne-energie kunnen voorzien. ‘Of u het leuk vindt of niet’, concludeerde The Economist, ‘Eurafrika maakt deel uit van de demografische en culturele lotsbestemming van Europa’.

Die stelling lijkt een mooi thema voor de viering van Europadag 2021.

De Britse premier Winston Churchill (zittend) in gesprek met Robert Schuman in Metz, juli 1946.Beeld Getty

CV Robert Schuman

1886 Geboren in Clausen, Luxemburg.

1912 Vestigt zich als advocaat in Metz.

1919 Genaturaliseerd tot Fransman. Als christen-democraat verkozen voor het departement Moselle in het Franse parlement.

1940 Maakt kort deel uit van het door Hitler geïnstalleerde regime onder Pétain, maar wordt in september gearresteerd wegens protest tegen nazimethoden.

1945 Wordt door De Gaulle vrijgesproken van beschuldiging van landverraad.

1947-1948 Premier van Frankrijk.

1950 Legt de Schumanverklaring af als startschot voor de EGKS.

1952 Eredoctor aan de Economische Hogeschool Tilburg.

1958 Eerste voorzitter van de Europese Parlementaire Assemblee in Straatsburg.

1963 Overleden in Scy-Chazelles, bij Metz.

In 2012 is de onthulling van het monument ‘Hommage aan de oprichters van Europa’ met standbeelden van de vier stamvaders: Alcide de Gasperi, Robert Schuman, Jean Monnet en Konrad Adenauer voor het huis van Schuman in Scy-Chazelles.

In Brussel zijn het Europese district, een plein en een metrostation naar Schuman vernoemd. Er staat ook een standbeeld van Robert Schuman.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden